Zondag 05/07/2020

Op de cadans van zijn libido

In de 4.000 pagina's tellende memoires van rokkenjager Giacomo Casanova (1725-1798) roetsj je door een leven vol list en lust. In een wervelende nieuwe biografie schetst Laurence Bergreen het portret van een roekeloze genotsjager die blufpokerend altijd weer op zijn pootjes terechtkwam.

'I Am Not Your Casanova. Me and Romeo have never been friends.' Zo luidt de baseline van een nineties-oorworm van boysband Ultimate Kaos, die op retrodansvloeren en huwelijkspartijen nog weleens vreemd gestampvoet wil veroorzaken. Geef toe, er zijn weinig schrijvers wier naam zomaar hitparadevoer wordt of vastgebeiteld raakt in het modale taalgebruik. Giacomo Girolamo Casanova, die zichzelf liefst Chevalier de Seingalt noemde, geniet postuum van dat genoegen, samen met bijvoorbeeld markies De Sade of Leopold von Sacher-Masoch.

Kennen we niet allemaal een casanova, een notoire vrouwenversierder die zijn driften amper kan beteugelen en elke kans om van bil te gaan met beide handen grijpt? Zo'n lichtvoetige, welbespraakte charmeur die elke vrouw het gevoel geeft volstrekt uniek te zijn en haar overlaadt met attenties, maar intussen zonder scrupules al naar de volgende sponde lonkt?

Giacomo Casanova zou - volgens zijn vertaler Theo Kars - in zijn leven met 165 vrouwen (en ook een paar mannen) hebben verkeerd, in een actieve erotische loopbaan van zo'n veertig jaar, waarbij slechts zestien afwijzingen vielen te noteren. Dat betekent een gemiddelde van vier bedpartners per jaar voor onze viriele hartendief. Nu ook niet zo excessief, in rekening genomen dat hij heel Europa afreisde en veel verandering van lichamelijke spijs nodig had.

"De drang tot verleiden is nooit een kenmerkende trek van mijn karakter geweest, want ik heb altijd onbewust verleid, nadat ik eerst zelf was verleid", noteerde Casanova. "Ik verover niet, ik geef me over." Dat klinkt vals bescheiden voor "een soeverein mens" die zijn gedrag met spontane eerlijkheid fileerde. Want ook zijn debacles tekende de lichaamshedonist van naaldje tot draadje op. Soms moest hij een neukpauze inlassen omdat hij wéér met een geslachtsziekte zat opgescheept, als "slachtoffer van zijn zintuigen". Zijn drug bestond evenwel uit de opeenvolging van verliefdheden. "Casanova verlangde niet zozeer vrouwen te veroveren, als wel verliefd op ze te worden", zo noteerde schrijver Adriaan Jaeggi ooit in De Groene Amsterdammer over "de kampioen van het orgasme".

Hij verfijnde elke keer weer zijn versierkunsten, die zich richtten op jonge meisjes maar ook op kloosternonnen, edelvrouwen en sporadisch ook prostituees. "Mijn ontluikende liefde nam toe in kracht als ik vermoedde dat de verovering mij moeite zou kosten."

Was hij dan toch een mindfucker, op zoek naar het geestelijke weerwerk van de begeerde Donna Lucrezia, La Valville, Marcolina, Markiezin Q, Teresa Imer, doña Ignacia, Henriëtte en hoe ze verder allemaal heetten? "Hoe ouder ik werd, hoe meer intelligentie en intellect me aantrokken in vrouwen."

Getaand en knokig

Volgens biograaf Laurence Bergreen ging "aartsijdeltuit" Casanova niet meteen als een beauté door het leven. "Knap was hij niet, goed opgeleid of van aanzienlijke komaf evenmin." Hij was weliswaar rijzig, 1 meter 90, maar hij oogde "getaand en knokig". "Daarbij had hij een hoog voorhoofd en een grote neus, waardoor hij volgens sommigen leek op een enorme gans." Anderen gewagen wel degelijk van een mooie man, die indruk maakte vanwege zijn "bijzondere olijfkleurige huid".

Maar vooral zijn esprit was onovertroffen, net als zijn onbaatzuchtigheid tussen de lakens: "Het zien van het genot dat ik gaf, vormde altijd vier vijfde van het mijne." Voyeurisme droeg hij eveneens hoog in het vaandel en aan trio's met twee dames kon hij zelden weerstaan. "Hij gebruikt seks als een 'klassevernietigingswapen' en verwekte acht onwettige kinderen bij acht verschillende vrouwen", meldt Bergreen. Casanova verleidde zelfs ooit zijn buitenechtelijke dochter, zodat het daaruit voortvloeiende kind zowel zijn zoon als kleinzoon was.

Beatrijs Ritsema vergeleek in Trouw onlangs de erotomanie van Casanova met deze van de 14de-eeuwse Don Juan, die veel meer rechttoe rechtaan te werk ging en duizend vrouwen op zijn palmares prikte. "Casanova en Don Juan beheersen tot in de puntjes de kunst van de verleiding, maar bij Casanova blijft het gezellig, terwijl elke tegenspeelster van Don Juan weet of kan weten dat het lijden wordt." Ze catalogeert Casanova als "een voorbeeldige en avant la lettre geëmancipeerde minnaar", omdat "hij zich bewust was van het belang van de vrouwelijke lust, iets waar weinig van zijn mannelijke tijdgenoten zich mee bezighielden."

Casanova ging er prat op dat hij zijn ex-minnaressen steeds "een gelukkige toekomst had bezorgd". Financieel, welteverstaan.

Bron van inspiratie

Casanova's seksuele esbattementen spreken al eeuwen tot de verbeelding en inspireerden de meest uiteenlopende kunstenaars. Stendhal bestudeerde hem buitensporig, Arthur Japin wijdde aan Casanova zijn succesroman Een schitterend gebrek (2003) en de Franse epicurist-auteur Philippe Sollers prees de libertijn in zijn Casanova l'admirable (1998). Salvador Dalí eerde hem met erotische schetsen.

Vooral film- en televisiemakers bleken tuk op de stoeipartijen van de Venetiaanse genotzoeker. Al pelde Federico Fellini in zijn Casanova (1976) - met Donald Sutherland in de hoofdrol - een stevig eitje met hem. Hij liet een ontspoorde, doordravende ziel zien, een seksfreak die in hoogst bizarre situaties verzeilde.

Toch zou het doodzonde zijn om Casanova's parcours te herleiden tot zijn weliswaar smakelijke bedavonturen. Zijn tour de force bestaat erin dat hij ze allemaal te boek stelde in zijn Histoire de ma vie, een vierduizend pagina's tellend relaas dat aan levendigheid én onstuimig vertelplezier na 225 jaar nog geen fractie heeft ingeboet. Een schelmenroman in hoog tempo, een comédie de moeurs, een plejade van dolle gebeurtenissen - van omkoperijen, oplichterijen, ontsnappingen, curieuze ontmoetingen met hoge heren tot occulte fratsen, casinobezoeken, duels en hilarische maskerades. Een mentale radiografie van de 18de eeuw, toen het ancien régime stilaan de wacht werd aangezegd door ratiozoekers en revolutionairen.

"Ik schrijf 'mijn leven' om me aan het lachen te maken, en dat lukt me uitstekend. Ik schrijf dertien uur per dag, die voorbijgaan als dertien minuten. Wat een genot om zich het genot te herinneren!", zo liet hij weten aan zijn vriend Opiz in een brief uit 1791. Casanova was toen, na eindeloze omzwervingen door Europa, sinds 1785 werkzaam als bibliothecaris bij graaf von Waldstein in het Boheemse Dux. Daar vond hij soelaas bij zijn foxterriër en kissebiste hij voortdurend met de majordomus. De ouderdom kwelde hem, hij zou blindelings "een arm en een been geven" mocht hij weer "wakker (...) worden in de mooie leeftijd van vijfentwintig".

Casanova scheen een verzuurde brompot te zijn geworden, maar op zijn montere pen had dat amper impact. Hij serveerde schriftelijke "lessen in levenslust", zoals de Nederlandse essayist Arnold Heumakers zijn springerige memoires ooit accuraat typeerde. Nu zijn deze herinneringen weer integraal beschikbaar in het Nederlands. In een dundruk luxe-editie nog wel, verluchtigd met 200 wufte prenten van Auguste Leroux en in de al eerder zo geprezen vertaling van Theo Kars (1940-2015), nog zo'n aartshedonist. Bovendien is deze editie ongecensureerd. Tot 1960 circuleerden er grotendeels gekuiste versies waarin de smeuïgste scènes netjes waren weggemasseerd, boude ingrepen van de Franse leraar Jean Laforgue.

Toch is Casanova allerminst een volbloed pornograaf zoals De Sade of Pierre Louÿs. Grofweg vormen de lichamelijke escapades een derde van het volledige boek, berekende J. Rives Childs. Dat je Casanova's memoires slechts "met één hand" kunt lezen, is dus een fabeltje.

Op de vlucht voor zichzelf

Casanova, onechte zoon van een Venetiaanse actrice en een patriciër, was vooral een onvermoeibare duvel-doet-al, met als devies 'bedrog is zonde, eerlijke list is daarentegen niets anders dan voorzichtigheid: een deugd'. Veel geborgenheid kende hij niet in zijn jeugd. Zijn vader overleed vroeg. Vandaar dat hij fanatiek op de vlucht bleef voor zichzelf en zich moeilijk hechtte, zo beweren biografen.

Na studies rechten in Padua en een in de soep gedraaide opleiding tot het priesterschap, raakte de onbesuisde Casanova verwikkeld in perikelen met de autoriteiten van zijn machtige Dogenstad. Ettelijke keren werd hij verbannen om dan weer op te duiken. Zodanig zelfs dat hij in 1755 in de roemruchte (nog steeds te bezichtigen) Piombi-staatsgevangenis belandde, op verdenking van occulte praktijken, vrijmetselarij en libertinage. En daar op miraculeuze wijze uit ontsnapte via het loden dak, een kunstje dat Casanova in twee uur klaarde, waarna hij de wijk nam naar Frankrijk.

Overigens rotste hij heel Europa af, van Constantinopel naar Moskou, van Génève naar Praag en van Valencia naar Londen. Na de zoveelste maal "zonder gewetensbezwaar domoren, schurken en dwazen" te hebben bedrogen, moest de meesteroplichter wéér het hazenpad kiezen. Ook Nederland en Vlaanderen doorkruiste hij, in Wezel genas hij van het zoveelste "venerische gif". Met recht en reden valt te betwijfelen of de meest gesofisticeerde gps Casanova's grillige routes had kunnen traceren.

Mijnbouwadviseur

Maar Casanova bleek uitermate getalenteerd, zij het als ongeleid projectiel. Hij was een talenknobbel, een gewaardeerd mathematicus, een selfmade mijnbouwadviseur en voerde geheime missies uit voor militaire opdrachtgevers. Hij was een poosje theaterviolist, impresario van een toneelgroep en altijd driftig in de weer met de kabbala.

Zijn huzarenstukje terzake geldt de misleiding van de naïeve Parijse markiezin d'Urfé. "Hij kreeg haar zo gek te geloven dat hij in staat was haar oude ziel naar een fris jongenslichaam te doen verhuizen. Zeven jaar lang hield hij haar aan het lijntje, de winst die het hem opleverde zou bijna één miljoen francs hebben bedragen", aldus Heumakers.

Casanova bezat een tijdlang ook een zijdeweverij, sloot leningen af voor de Franse regering en initieerde het gewiekste - en nog steeds functionerende - systeem van de Franse staatsloterij. Telkens weer verspeelde hij zijn duiten even snel als hij ze binnenhaalde, ook omdat hij extreem vrijgevig was, onder meer om zijn veroveringen te paaien. Je kunt het zo gek niet bedenken of Casanova brandde er zijn vingers aan. Bovendien stond hij bekend als een culinair verslaafd restaurantbezoeker, met een voorkeur voor "sterk gekruide gerechten".

Niettemin palmde de gladde paljas met zijn eruditie en innemendheid de hoogste kringen in. Zijn memoires lezen als een who's who van de 18de eeuw. De kameleon kreeg audiënties bij Catharina de Grote van Rusland en Frederik de Grote van Pruisen (bij wie hij een betrekking weigerde), terwijl paus Clemens XIII hem tot ridder in de Orde van het Gulden Spoor sloeg en tot 'protonotarius apostolicus extra urbem' bevorderde. Hij frequenteerde filosofische beroemdheden als d'Alembert, Voltaire en Jean-Jacques Rousseau en ook Benjamin Franklin en archeoloog Johann Winckelmann behoorden tot zijn bekenden. Naar verluidt assisteerde hij Da Ponte, de librettist van Mozart, bij het schrijven van Don Giovanni.

Schrijven als bezeten

Hoe zat het nu precies met Casanova's schrijverschap? Al vroegtijdig werd "de man met het wakkere verstand" beschouwd als een homme de lettres, een eretitel hoofdzakelijk verdiend door zijn spitante talent voor salonconversatie, alsof hij het pad effende voor de bon mots van Oscar Wilde. Toch was hij als auteur anno 1765 nog onbekend, ondanks sonnetten en toneelstukken op zijn conto.

Pas na zijn veertigste begon Casanova als een bezetene het ene na het andere boek te pennen, goed voor in totaal 42 titels. Het waren wetenschappelijke, socio-economische en literaire teksten met ronkende titels als Soliloque d'un penseur, Lubrication sur l'usure, L'histoire de ma fuite en Scrutinio del libro 'Eloges de M. Voltaire' of een vertaling van Homeros' Ilias. De merkwaardigste onderwerpen kaartte de touche-à-tout aan, van scheepvaartkwesties tot de verdubbeling van de vierkantswortel en geschillen tussen Holland en Venetië of de impact van de baarmoeder op de vrouw en de bestrijding van jicht door melkconsumptie.

Nee, Casanova beoogde helemaal geen roem met zijn memoires (die voor 'la bonne compagnie' van ingewijden bedoeld waren, aldus Kars), wel met zijn uiterst wijdlopige pseudo-sciencefictionroman Icosaméron (1788). Die flopte grandioos. Casanova had geen weet meer van het wereldwijde succes van Het verhaal van mijn leven, dat in 1822 verscheen en eerst op ongeloof stuitte. Precies het boek waarin hij pronkte met zijn "systematische systeemloosheid", terwijl hij elders wel degelijk de ambitie van een alles omspannend encyclopedist tentoonspreidde.

Haarpoeder

Vertaler Kars wees er in De laatste jaren van Casanova terecht op dat de blijvende attractie van de (waarheidsgetrouw bevonden) memoires schuilt in het temperament van de schrijver. Zijn ontvlambaarheid leidde op papier tot erg ravissante scènes.

"Hij raakte snel opgewonden, liet zich meeslepen door zijn stemmingen en luchtte dan zijn gevoelens in superlatieven. Veel van zijn uitspraken zijn niet meer dan momentopnamen van een gemoedstoestand." De losbol "die meewaaide met alle winden" was vatbaar voor primitief denken. "Toen hij op twintigjarige leeftijd op Korfoe verliefd was op mevrouw F., knipte hij stukjes haar die zij hem had gegeven tot een soort poeder en liet dit in dragees verwerken, die hij opat. (...) Boosheid, vreugde, schrik, angst, verdriet konden hem in een soort roes brengen. Zo kreeg hij een bloedneus van opwinding bij de gedachte dat een meisje zich aan hem wilde geven."

Nadat de emoties gedempt waren, herriep Casanova zichzelf weer. Het zorgt ervoor dat de memoires uitpuilen van de contradicties, concludeert Kars, al zijn ze evenwichtiger dan ze op het eerste gezicht lijken. Merkwaardig genoeg breekt Het verhaal van mijn leven af in 1774, terwijl Casanova daarna nog 22 jaar leefde. De talloze tribulaties van na zijn vijftigste levensjaar vond hij niet boeiend genoeg meer om neer te schrijven. "Ik kan alleen nog treurige zaken vertellen." Post coitum animal triste? Je moet het gaan geloven. En dat de sensualist aan het eind van zijn leven in 1798 de goden aanriep, gesterkt door het Heilig Oliesel, lijkt potsierlijk. "Here God, en u die hier aanwezig bent, ik heb geleefd als een filosoof en sterf als een christen", zou hij hebben gepreveld vanop een stoel. Want getroffen door waterzucht als gevolg van een blaaskwaal overleed Casanova noodgedwongen zittend. Sterven in zijn geliefkoosde biotoop - een bedstee - nee, dát werd hem niet vergund.

Naast de in de tekst genoemde bronnen zijn voor dit verhaal talrijke andere bronnen gebruikt, waaronder Casanova, de biografie van J. Rives Childs (1989), Ruth Bombosch' Casanova à la carte (1999) en het Album Casanova (2015) van Michel Delon.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234