Maandag 19/04/2021

Op de bus met de fans van 'Vinnie'

Vincent Kompany wordt ooit stam- hoofd van Kabeya Kamwanga, in Congo. Een familiekwestie: een titel van vader op zoon. Nu is hij captain van Manchester City, in Engeland. Een sportieve kwestie: een band rond de arm. Grenzeloos populair is hij in Manchester. King Kompany, front- man van de bijna-kampioen. Wij zaten op de supportersbus naar de laatste uitwedstrijd, in Newcastle.

Blue Moon.

You saw me standing alone,

Without a dream in my heart,

Without a love of my own,

Blue Moon

Taxichauffeur Paul Quinn heeft drie truien aan. Kleine, dikke vent. Door z'n kleren en door z'n postuur. Beetje kalend ook. Zondagmorgen, 8 am, Stockport. Quinn rijdt blindelings naar Reddish, een volkse wijk aan de rand van Manchester. Je zegt wijk en je ziet blozende huizen. De rode baksteen contrasteert met het blauwe bloed. Geen adel in Reddish, maar de kleur van Manchester City Football Club, MCFC. Quinn oogt wat nerveus. De vraag is overbodig, het antwoord gewoon eerlijk. "Nerveus omdat City straks speelt, natuurlijk. Vorige week, tegen de rivalen van Man United, bleef ik gewoon thuis. Ik kón niet gaan, ondanks mijn seizoenskaart. Ik zag de match ook niet. Ik hield een kussen voor mijn ogen en zag alleen Kompany scoren. Vinnie, my hero." Het eerste en zeker niet het laatste compliment dat Kompany op deze trip zal krijgen.

Hij krijgt wel wat steun straks, Paul Quinn. Steun van bovenaf. Een kruisje op het dashboard, een beeldje om de hals. "Ik sprak hem deze morgen, die van hierboven. Een one-on-one interview. He's confident. We'll beat Newcastle. C'mon City! C'mon Vinnie!"

Reddish wordt wakker. Blauw is de kleur, van pet tot schoen. De lads & ladies van Reddish Blues, de lokale supportersclub van City, sijpelen naar buiten. Klaar voor de rit naar Newcastle, de laatste uitmatch van het seizoen. Winnen en de titel lonkt. Ze staan bekend om hun liefde voor Kompany, die van Reddish. Het trefpunt loopt vol: de Men's Working Club. Karakterkoppen allemaal. Groeven in de kop, Manchester City is slecht voor het hart. Koppen à la Wayne Rooney, roestige vastheid. Al zeg je dat beter niet bij de Reddish Blues. Ze praten luid en ogen ruig. Sneakers en een trainingspak, het pak en de das van de working class pride. Het bier van de avond voordien schijnt nog in de ogen. Wat ook opvalt: er komen jonge huftertjes naar de bus, die zin hebben in wat teringherrie. Maar er zijn ook heren en dames op leeftijd. Met een brooddoos, een banaan en een vieruurtje voor straks. Reddish Blues als een steekproef van het Citypubliek. Volkse boel, heerlijk. En telkens opnieuw: "C'mon Vinnie!"

Het is drie uur rijden naar Newcastle. Howard Burr, de secretaris van de Blues, dropt een Best of van Man City in de dvd-speler. Gejuich weerklinkt. Buiten verdwijnt Manchester.

Exponent van de opgang

Het hangt in onze verbeelding: een grijs, vaal mistlaken boven het zwarte gat van de Britten. Het Charleroi van de overzijde van het Kanaal. De industriële stormram, verstikt door Thatcher. Zo staat het in de boekjes. Binge drinking en tienerzwangerschappen, messen en miserie. Stakingen, straatbendes, drugs. Het volk ging doppen, de stad kreeg een stempel: Madchester. Tot 1996, de aanslag van het IRA, in het stadscentrum. Een dieptepunt, maar ook een wake-upcall.

De skyline is sindsdien gewijzigd, de rook is gedempt. Er hangt een vibe in Manchester. De stad demarreert want er is werk en werk zorgt voor moed. Naast de pakhuizen van vroeger staan de glazen koepels van nu. Naast hoogovens staan antennes. Er is een industrie, maar die werkt niet langer op kolen. De technologie bepaalt het ritme. Een reconversie, in woord en in beeld. En dat zie je, dat voel je op een simpele bus naar Newcastle, met zeventig bloednerveuze Citizens. Dat hernieuwde zelfvertrouwen. De opgang van de stad is ook de opgang van de club. Akkoord, een rijke Arabier pompt zijn petrodollars met alle graagte in Manchester City, maar toch, there's hope. En Kompany leidt daarbij de dans op de tonen van 'Blue Moon', het lijflied van City.

"Vinnie Kompany is onze kapitein, de exponent van die opgang." John Cleaver, een ex-gevangenisdirecteur is de opvallendste figuur op de bus. Omdat hij zo gewoon is. Geen tattoos op de armen, geen f*cking in het discours. Een fiere man. Trots op zijn club, maar nog trotser op de kapitein. Op de achtergrond heerst de heroïek uit het verleden. 'Blue Moon', alweer.

"De geschiedenis wordt nu geschreven. We werken aan een nieuwe dvd, zeg maar. Allemaal onder het leiderschap van Vinnie. Negenenvijftig jaar ben ik al supporter van City. Ik ging als kind met de trein mee op verplaatsing. Bij de spelers, wel te verstaan. Dat kon toen nog. Gewone kerels, geen supersterren. Net daarom hou ik zo van Kompany. Die babbelt ook met ons. Als we winnen en als we verliezen. Altijd Vinnie. En hij praat zo rustig, zo beredeneerd. Geen dooddoeners, gewoon zijn eerlijke mening. Die gast is hier grenzeloos populair. Het is moeilijk voor te stellen. Iedereen kent Agüero, iedereen kent Silva en Tevez, de vedetten van onze club. Maar geloof me, Vinnie's the real king. Intelligente kerel. Hij twittert over de Franse verkiezingen, over armoede, over SOS Kinderdorpen. Het is geen loos gezever, zoals zoveel voetballers uitkramen op Twitter. Vincent doet dat niet. Ik koester de dagen dat we hem hebben ontmoet met de Reddish Blues."

De stelling van Cleaver snijdt hout. Ook onafhankelijke stemmen in Manchester zetten Kompany op een piëdestal. James Ducker van The Times spreekt van de beste verdediger van de Premier League. "De beste transfer ooit van City. Geen leeghoofd, zoals driekwart van de voetballers. Die jongen studeert economie aan de universiteit van Manchester. Dat weet haast niemand. Kompany is de lijm van de ploeg. Hij houdt alles samen. De patron van de kleedkamer."

Steward Brannon van Manchester Evening News gaat nog een stap verder: "Ik vergelijk hem met Bobby Moore, onze nationale kapitein op het WK in '66. Wereldkampioen! Over Kompany doen geen discoverhalen de ronde, geen drunken stories. Een familieman met een mooie vrouw en een mooi gezin. Het klinkt onnozel, maar in Manchester kan níémand een slecht woord zeggen over Vinnie."

Sierra Leone

Niet alleen in Engeland, ook in Sierra Leone is Vincent Kompany bekend en bemind. Zowaar. Dankzij Tony Griffiths en dankzij Armani Kamara. Die eerste is een menselijke beer die tijdens het eerste uur van de busrit rustig vier blikken cola naar binnen slurpt en er makkelijk een stokbrood bijramt. Maar hij jaagt geen schrik aan, Big Tony. De tweede is een volbloed Afrikaan. De enige die niet nerveus is bij de Reddish Blues. Big Tony was van 2003 tot 2006 Brits agent in Sierra Leone. Hij trainde de Afrikanen. Leerde ze omgaan met rellen. Hij ontmoette er Kamara en het klikte. Sindsdient trekt Armani Kamara jaarlijks zes weken op kosten van de Reddish Blues naar Manchester. De laatste zes weken van het voetbalseizoen. Kompany is zijn voorbeeld, dat zegt hij zelf. "Zijn Afrikaanse roots, weet je wel."

Het mag niet verbazen dat Vincent Kompany de leider is van het stelletje ego's in de eerste ploeg van City. Kompany is een stamhoofd in Congo, althans, dat wordt hij straks. Stamhoofd van Kabeya Kamwanga. Een titel die van vader op zoon wordt doorgegeven. Na vader Pierre volgt Vincent. Kamara: "Moeilijk voor te stellen, ik weet het, maar er lopen in mijn thuisland veel mensen met een truitje van Kompany rond de schouders."

Het is enigszins vreemd, de heldenstatus van Kompany, maar het valt ook te verklaren. Vreemd, omdat fans zo vaak wild zijn van de spitsen, van de voetballers die scoren. De mannen van de euforie. In City zijn dat Agüero en Balotelli. Die laatste is goed gek en is allergisch voor gras. Je verwacht tifo's voor hem, niet voor Kompany. En toch is Vinnie de koning. Omdat hij Brits speelt: hard, maar fair. Omdat hij er al lang speelt: sinds 2008, veel langer dan de jaarlijkse vedetten. Loyaliteit staat bij Britten boven flair. En zoals de fans het ook verwoorden: "He just plays focking great."

Snakken naar de titel

Newcastle nadert. Dat zie je aan de borden langs de weg, maar ook in de ogen. Het is wat stil op de bus. Het belang van de wedstrijd is even groot als simpel: winnen en de titel wacht. Maar Newcastle is geen kleine club. Nooit geweest. City wel, eigenlijk. Een vreemde kleine club. Eentje met meer laagtes dan hoogtes. John Cleaver heeft er een gezegde voor: "We steunen City, door dun en dun."

Een club met voldoende zelfspot en ironie. Een club ook die al zijn hele bestaan amechtig probeert uit de schaduw van het veel en veel grotere Manchester United te komen. Man City is ontstaan uit een kerkgemeenschap. God als eeuwige coach. Die van United zijn de mannen van de ijzeren weg, kinderen van het spoor. Het lukte heel af en toe om United te overtreffen. In 1968, de laatste titel, kampioen met twee punten voorsprong op United, na winst in de slotmatch, tegen Newcastle nota bene. Zeg 1968 en de grijsaards op de bus veren op. John Cleaver: "Natuurlijk was ik erbij. Ik heb gehuild. Kampioen, wij, het kleine broertje. Ik was toen nog geen directeur, maar bewaker in de gevangenis van Manchester. Er weerklonk gezang in de cellen: Blue Moon, of course. (lacht) Een tijd later liep ik de gevangenen tegen het lijf in het stadion: "Hello, long time ago."

Het is een erepenning, de titel van 68. Sommigen hebben er een tattoo aan overgehouden. Gerry McCorry, bijvoorbeeld. Meer vingers dan tanden, meer hart dan brein. Maar wat een vent. In The Shakespeare, een blauw café in het centrum, ontblootte hij zijn rug, daags voor de busrit. MCFC, in grote letters. En op zijn arm: een beker, de FA Cup Final van 2011. "Citéh is my life. Citéh is my blood. Citéh till I die." Niet de enige met een tattoo. Christie Bowden, een piepkuiken, heeft een blauwe vlek op het been, het logo van de club.

Ze moeten het met weinig doen. Gelukkig zijn er nog tattoos, want van het succes rest alleen nog de herinnering. De club is vaker gedegradeerd dan wie ook. Vocht vaker terug dan wie ook. Geen vlak bestaan voor de Citizens, er is altijd emotie. En daarom houden ze zo van hun club. Hun bestaan als supporter is een mensenleven. Er is tegenslag op het veld, zoals ook zij wel eens tegenslag hebben op het werk. Degraderen, werkloos. City is voor zijn fans de spiegel van hun eigen leven.

Blue Moon

You know just what I was there for,

You heard me saying a prayer for someone I really could care for

Blue Moon

Het laatste gebedje, het laatste blikje, het laatste refrein. St. James Park, de tempel van Newcastle, komt in beeld, net als een horde blauwe kerels van City in een trechter het stadion wordt ingepropt. Blauw overal. Kompany op de rug. Het laatste nummer op de bus is gericht aan Kompany. Hij moet het doen, hun baken van rust. Oasis. Howard Burr, de secretaris van Reddish Blues: "And after all, you're my wonderwall, Vinnie." Newcastle vs Manchester City is een pot voetbal, maar ook een verbale strijd. De Reddish Blues schreeuwen hun mannen toe. Zelfs tijdens de opwarming. Vincent Kompany zwaait vluchtig. De duim gaat omhoog. Hyperfocus bij de Belg.

Tijdens de match krijgt hij de meeste vocale steun. Na zijn treffer tegen United de week voordien is hij untouchable. Iedere corner zorgt voor spanning. "C'mon Vinnie." Kompany heerst, letterlijk. Outstanding. Geen enkele foute baltoets. Big Tony heeft na de blikken cola en het stokbrood ook goesting in zijn vingers. De nagels moeten eraan geloven. De spanning is tastbaar in het City-vak, hoog in de tribune. Gaat het dan weer mislukken? Herhaalt de historie zich wederom? Klimt Man United op de laatste speeldag toch weer boven City uit?

Kompany maant aan tot rust. Ook in de tweede helft. 0-0 is niet genoeg. Howard Burr eet zijn pet bijna op, maar gooit die de lucht in als Yaya Touré City bevrijdt met een geplaatste bal. De bevrijding valt gewoon niet te beschrijven. Tony Griffiths breekt de boel af. Vincent Kompany rent naar Touré, richt z'n blik op de Blues. Extase. Howard Burr belt zijn vrouw. "Ben je dronken?", vraagt ze. Burr lacht. "Zat van emotie, dat ben ik, schat."

Het wordt 0-2, weer Touré. Zijn naam wordt gescandeerd. Even later is het weer Vinnie. Yaya Touré krijgt een eulogie op de melodie van 'Hey Jude'. Vinnie moet het doen met het ritme van 'Het is stil aan de overkant.' Beetje flauw, al is creativiteit niet het handelsmerk van de voetbalgilde: "It says, Vincent Kompany! It says, Vincent Kompany! It says, Vincent Kooompany!"

Op de terugweg wordt het hele muzikale patrimonium van Manchester erdoor gejaagd. Oasis wordt meegebrald. Howard Burr wordt week. "Luister, het gaat over Vinnie: "I don't believe that anybody feels the way I do, about you now." De jonge gasten achteraan de bus provoceren alles en iedereen. De zwart-wit gestreepte fans van Newcastle, rode lappen op een wilde stier. Ze kennen het patrimonium niet. The Smiths, Joy Division, New Order, van horen zeggen. Je ziet opgefokte pubers, maar je ziet ook die enorme opluchting. Alle emotie gebald in oerkreten. Het dak gaat eraf, een stuk dan toch. Een jongetje steekt zijn hoofd door het schuifdak en schreeuwt iets onverstaanbaars. 'Wonderwall' blijft nagalmen. De zang is duidelijk: "City till I die." En dan nog eens: "It says, Vincent Kompany."

De oudste vrouw op de bus, Janet Moore, de partner van gevangenisdirecteur John Cleaver, zingt niet meer. Nog aan het bekomen van de match. Ze fluistert: "Mijn hart, jongeman, mijn hart ging tekeer. Die spanning, pfff." Ze is nochtans wat gewoon, madame Moore. "Mijn hele leven had ik nooit last van stress. Ook niet in de gevangenis, als cipier. Ken je dokter Shipman, ook wel Dokter Death genoemd, de man die meer dan 200 mensen heeft vermoord met een inspuiting? Die man, daar heb ik altijd over gewaakt. Nooit stress, ook al stond ik dagelijks naast de grootste moordenaars in de geschiedenis. Maar neem me mee naar City en ik ben niet meer te houden. Volgende week (morgen, MD), als we winnen van Queens Park Rangers, dan zijn we de nieuwe kampioen van Engeland. De Premier League winnen, het lijkt haast onmogelijk. Maar als Kompany straks de beker omhoog steekt, dan word ik gek. En dat net hij het zal mogen doen, onze captain, our hero, dat maakt het zo mooi."

Aankomst in de Reddish Blues. De Men's Working Club schenkt de glazen vol. Blue Moon sluit af, de laatste strofe vat het allemaal samen.

And then suddenly appeared for me,

The only one my arms will hold

I heard somebody whisper, please adore me.

And when I looked to the moon, it turned to gold.

Blue Moon

Now I'm no longer alone,

without a dream in my heart,

without a love of my own.

Blue Moon

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234