Donderdag 20/06/2019

Groetjes uit Panama

Op bezoek in het Panamees flessendorp: "Wees slim, woon in een fles"

Een arbeider is bezig aan het dak van een flessenhuis, waar een Amerikaans gezinnetje vanaf 1 augustus komt wonen. Zij worden de eerste daadwerkelijke bewoners van Plastic Bottle Village. Beeld Jose Castrellon

Op het eilandje Bocas del Toro bouwt Robert Bezeau zijn eigen dorp, helemaal opgetrokken uit petflessen. "Ze zeggen dat ik gek ben, maar twee miljoen weggegooide flessen per weekend vind ik ook een beetje gek. Wat krijgt u bij een aardbeving trouwens liever over u heen, een stenen muur of een rij lege petflessen?"

"My address is Plastic Bottle Village. Ask any taxi." 

Zijn wel heel erg bondige mailtjes lieten een drukbezet man veronderstellen, maar dat blijkt mee te vallen. Robert Bezeau leeft voor zijn droom. Hij vindt een ongereglementeerd land als Panama, waar iedereen ongeveer kan bouwen wat en waar hij wil, een ideale ondergrond. En dit wonderlijk mooie eiland in de Caraïben al helemaal.

Bocas del Toro was twintig jaar geleden nog een goed bewaard geheim onder windsurfers en backpackers. Het is voorlopig nog een plek waarover je kunt zeggen dat je er bent geweest voor McDonald's of Kentucky Fried Chicken kwamen.

Robert Bezeau. Beeld Jose Castrellon

De taxichauffeur aan de piepkleine luchthaven heeft inderdaad geen nood aan verdere instructies. De naam van het dorp tovert een lachje op zijn versufte gezicht. Hij mikt eerst nog een flesje in de afvalbak. Gemaakt van bij elkaar gebonden petflessen.

"In mijn droom," zegt Robert Bezeau (66) later, "wordt de petfles op een dag het officiële logo van ons eiland."

Rapen en stockeren

Hij is een ingeweken Canadees. In een vorig leven sprokkelde hij een vermogentje bij elkaar met machineonderdelen uit Roemenië. Toen hij met zijn echtgenote en zijn zoon, die graag surft, op Bocas del Toro strandde, beoogden ze een rustige oude dag. Ze kochten deze lap grond in 2012, toen grond zo mogelijk nog minder kostte dan nu.

Robert raakte geïntrigeerd door de groeiende bergen afvalzakken op zondagavond, als de laatste weekendtrippers uit Panama-Stad waren vertrokken. De zakken vulden alle straten. Ze werden door een afvalbedrijf in een truck geladen en gedropt op een stort, iets noordelijker, waar het geheel bij plaatsgebrek in de fik werd gestoken. Dan waaide er een wolk verbrand plastic over het eiland.

Robert Bezeau. Beeld Jose Castrellon

"Ik opende een paar van die zakken. Bijna uitsluitend petflessen. Haalde je die ervan tussen, dan schoot er nauwelijks afval over. Het was een beetje raar, want overal waar je keek zag je nog meer flessen. Op het strand, langs de kant van de weg. De flessen komen van overal, ook met de zeestroming. Sommige dragen een etiket uit een ander land. De Atlantische Oceaan brengt ze allemaal naar Bocas del Toro."

"Ik begon dus flessen te rapen. Ik groef een put en verzamelde ze daar. Ik vroeg het afvalbedrijf ook om hun afvalzakken voortaan naar mij te brengen. Vonden ze prima. In geen tijd had ik een gigantische berg flessen."

"Ik begon te rekenen. Het eiland verwerkt per weekend zo'n honderdduizend toeristen die een dag of drie blijven. Die allemaal hun gewoonten uit Panama-stad meebrengen. Flesje halen, leegdrinken, weggooien. Als iedereen dat vier of vijf keer per dag doet, kom je aan twee miljoen flessen. Twee miljoen flessen. Per week."

"Mijn vrouw verklaarde mij gek: wat moet je met al die flessen?"

Zijn eerste idee was een eiland, tot een eerste vluchtige zoektocht op Google hem deed inzien dat de Britse kunstenaar Richart Sowa hem dat al had voorgedaan in Mexico. Dat dit flesseneiland door een orkaan ook in stukken en brokken de oceaan was opgeblazen.

"Ik wou iets groters, iets monsterlijks. Weet u, we zijn inmiddels met 7,3 miljard op deze planeet. Als elke mens dagelijks één flesje leegdrinkt, komen we aan 2,66 biljoen flesjes per jaar. Het kost meer dan een mensenleven voor de natuur één enkele fles kan afbreken. We vergiftigen er vissen en vogels mee en het polyethyleentereftalaat komt in onze voeding terecht. We weten het allemaal, maar we blijven elke dag flessen kopen.

"Ik weet wel dat er nu filters bestaan en dat we net zo goed met zijn allen water uit de kraan zouden kunnen drinken, maar kijk om je heen. Het is een verloren gevecht."

Robert kan heel nog precies de droom terughalen, en de datum op zijn wekkerradiootje. 5 augustus 2013. "In mijn droom wandelde ik door mijn eigen stad, helemaal opgetrokken uit petflessen. Plots wist ik het."

Het interieur van een petflessenwoonst. 'Het is als spelen met Lego', omschrijft Bezeau het bouwproces. Beeld Jose Castrellon

Hij toont ons zijn eerste flessenhuis, in zes weken gebouwd. Er is van buitenaf weinig bijzonders te zien aan het huis, behalve dat het onafgewerkt is. Iets afwerken lijkt Roberts sterkste punt ook niet te zijn. Elke nieuwe constructie heeft halfweg het bouwproces zoveel nieuwe inzichten opgeleverd dat hij elders op zijn terrein meteen aan de slag is gegaan met een nieuw experiment.

Een vraagje. Kan het de Panamezen niet worden aangeleerd om een petfles gewoon in de blauwe zak te doen? Hij grijnst: "Nou, Panama is niet zo'n land. Recycleren zit niet bepaald in de genen. Kijk om je heen, in de steden. De wegen, omzoomd met uit auto's geworpen afval. Het is één grote smeerboel."

Flessenhuis te koop

Ooit lag de baai van Panama-Stad vol zonnekloppers. Waren er terrasjes en kraampjes waar iemand vers gevangen vis op stond te grillen. Nu zijn er alleen nog een penetrante strontgeur en vergeelde postkaartjes over hoe het ooit was. Panama lijkt in alle opzichten een wegwerp-economie. Strand te vuil? Ander strand dan maar. "Dit is gewoon de realiteit die de komende jaren op Bocas del Toro afkomt", zegt Robert. "En in wezen doe ik vooral dit: de Panamezen een spiegel voorhouden."

Je kunt helaas nog niet echt spreken van een dorp. Er is een monumentale poort, helemaal opgetrokken uit flessen, een sprookjeskasteel en een stuk of vier woonhuizen in variabele staat van voltooiing. Toch is het Roberts rotsvaste overtuiging dat mensen straks in de wachtrij gaan staan om 150.000 tot 200.000 dollar te mogen neertellen voor een flessenhuis in zijn ecodorp. De inkomsten - die er zo te zien nog niet zijn - wil hij investeren in zonnepanelen en een ecohaven. Hij is nu eenmaal een optimist.

"De inlandse bevolking is straatarm. Ik hoop die mensen zo ver te brengen dat ze plastic flessen gaan rapen over het hele eiland. Ze moeten ze in het dorp kunnen inruilen voor wat centen. In mijn ideale wereld wordt de petfles op dit eiland iets van waarde. De petfles moet een soort munteenheid worden."

"Ik zit nu nog in de fase van het overtuigen. Ik wil mensen laten zien hoe het zal zijn, waar ze in gaan wonen. Waarom, denkt u, heb ik eerst dat kasteel gebouwd? Om aandacht te trekken, wat met de website ook aardig lukt. Ik krijg commentaren vanuit de hele wereld. Een kasteel is een symbool van succes. Mensen krijgen zo het gevoel dat het niet kan mislukken."

Airco-vervanger

Het kasteel zit niet in de grond verankerd. Het kan zo naar een andere locatie worden verplaatst, wat volgens de bedenker vroeg of laat ook moet gebeuren.

"Ik wil dat het kasteel mij iets leert over stabiliteit. Het is tot nu toe niet weggewaaid, dus dat lijkt goed te zitten."

De overige constructies rusten wel op een stevige betonnen vloer. Het optrekken van muren laat Robert over aan arbeiders uit naburige indianendorpen. Ze slijpen staal, maken vormpjes met roosters en vullen die dan met flessen. Aan het eind smeren ze er een elastisch mengsel van cement en gips overheen.

Beeld Jose Castrellon

"Het is als spelen met Lego", zegt Robert. "Ik ben geen ingenieur en ook geen architect. Ik heb het allemaal zelf bedacht en leer dus uit mijn fouten. Het eerste huis heeft mij verteld dat ik bovenaan in de muren openingen moet voorzien, zodat de warmte langs daar een uitweg vindt. Voelt u het? Het is middag, de zon staat hoog, maar het is hier binnenin veel frisser dan buiten. Airco, weer zo'n verschrikkelijke energieslurper, is in een flessenhuis overbodig. We leven hier op een breuklijn, met een risico op aardbevingen. Mijn huizen zijn earthquake proof."

Hoe, merken we op, valt zoiets te garanderen zonder eerst een aardbeving?

"Nou, wat krijgt u bij een aardbeving liever over u heen, een bakstenen muur of een rij lege petflessen verpakt in gips?"

Het aanbod aan flessen overschaduwt de behoefte inmiddels meer dan. Het hele eiland brengt petflessen naar Robert en volgens een laatste telling zit hij nu op een berg van enkele honderdduizenden. De lokale autoriteiten vinden het allemaal prima. Het levenswerk van de gekke Canadees bespaart een contract met het afvalbedrijf en zet het eiland ook nog eens op de toeristische kaart.

Hij raapt er een op uit zijn berg, toont ons het driehoekje onderaan de bodem.

"Je hebt zeven soorten petflessen, genummerd van 1 tot 7. Nummer 1, doorzichtig en meestal gebruikt voor drinkwater, is voor de producent het goedkoopst. Er zit maar 18 procent olie in. Maar kijk wat er gebeurt als je probeert om zo'n fles in brand te steken. Het brandt niet echt, het krimpt tot een harde koek. Vanaf nummer 2, zoals in flesjes voor vers geperst sinaasappelsap, brandt het spul wel. Dus gebruik ik enkel nummer 1. Branden kunnen mijn huizen dus ook al niet. Echt. Wees slim, woon in een fles.

"Door flessen jarenlang te bewaren kan ik van elk pettype zien of en hoe het zichzelf afbreekt. Nummers 2 tot 7 vallen na een tijdje als korrels uit elkaar. In zee happen de vissen daar dan in. Het gaat niet lang meer duren of een vis op je bord is ook al iets waar enkel opa nog over kan vertellen."

Hij heeft iets van een gestoorde professor, eenzaam en bezeten van de eindeloze voordelen van de petfles, maar de meest voorkomende commentaar op zijn website blijft: 'Ik zie mij toch niet in zo'n huis wonen.'

Met zicht op het oerwoud

Daar wilden we het nog over hebben. En net dan komt een jonge Amerikaanse met een bolle buik voorbijgewandeld. We staan voor het eerste flessenhuis met twee verdiepingen, nog onvoltooid. Arbeiders zijn bezig met het dak.

"Lukt het met de kinderkamer?", vraagt het meisje. Ze woont sinds 2013 op het eiland, runt er met haar vriend een restaurantje. Ze is uitgerekend in de laatste week van juli, en tegen die tijd zou het dak er moeten liggen. Op 1 augustus worden zij de eerste daadwerkelijke bewoners van Plastic Bottle Village.

"Ze hebben gekocht", zegt Robert. "Het huis wordt op hun maat gebouwd. Met een groot terras op de eerste verdieping en een jacuzzi in de tuin. Met zicht op de rand van het oerwoud, met de allergrappigste aapjes en vogels. Panama is op een na het land met de grootste diversiteit aan vogels, wist u dat? Je kunt er uren naar zitten kijken en luisteren."

"Ooit is dat ook wat ik de hele dag door ga zitten doen. Vanop mijn petflessenterras."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden