Woensdag 25/11/2020

Op 30 juni 2010 is het precies 50 jaar geleden dat Congo onafhankelijk werd. De Morgen-journalist Koen Vidal (l.) en fotograaf Tim Dirven trokken vlak voor dit historische jubileum naar hoofdstad Kinshasa. Zij verkennen het parcours dat de Belgische vorst zal afleggen en sturen dagelijks een brief naar de koning en zijn onderdanen. Vandaag: You Yi, een Chinese commerçante

Een Chinees succesverhaal in sociaal kruitvat Ndjili

Nabij de luchthaven bevindt zich de wijk Ndjili. Stoffige straten, dichtbevolkt, veel verkeer en uitlaatgassen. Net als Masina, aan de overkant van de Boulevard Lumumba, kent Ndjili veel sociale problemen, waardoor de wijk regelmatig overkookt. “Ndjili moet je mijden”, hadden velen ons verteld. “Je weet wanneer je de wijk ingaat, maar je weet niet of je er ooit nog zult uitgeraken.” Dat is overdreven. Maar het is wel zo dat het leven in dit deel van de stad bijzonder hard is. Groot was onze verwondering dan ook toen we hoorden dat een jonge Chinese vrouw in hartje Ndjili een winkel had geopend die is uitgegroeid tot een van de meest succesvolle zaken van de wijk. “Een tenger vrouwtje, erg mooi”, ging het verhaal. “Maar ze weet wat ze wil en ze leidt haar zaak met strakke hand.”

Als dat verhaal klopte, dan was die Chinese dame iets aan het doen wat weinig Congolezen en nog veel minder Europeanen haar hadden voorgedaan: een succesverhaal schrijven in Ndjili. U begrijpt, Sire, dat onze nieuwsgierigheid was aangewakkerd. De Chinese aanwezigheid in Congo is op zich al een fenomeen. Misschien vinden wij Europeanen het moeilijk om toe te geven, maar de infrastructuurwerken die onder leiding van Chinese ingenieurs in Kinshasa worden uitgevoerd, zijn behoorlijk indrukwekkend. Het verhaal van die dame in Ndjili toont bovendien aan dat de Chinezen tot in de verste uithoeken van de stad aan het doordringen zijn en dan nog wel met behoorlijk succes.

Toen we in Ndjili voor het bewuste winkeltje stonden, viel ons vooral de eenvoud op. Een klein gebouw zoals er zoveel zijn in deze wijk. Een witte gevel met daarop in rode letters ‘You Yi Business’. Ook binnen was alles cheap, zowel het interieur als de producten. Voor een set kookpotten betaal je er 6 dollar, voetbalschoenen heb je voor 10 dollar en als je wilt kun je voor iets minder dan 30 dollar in streepjeskostuum buitenstappen.

Achter de kassa zat inderdaad een jonge, Chinese dame. Eerst keek ze ons ernstig aan. Frans sprak ze niet, maar haar Lingala was behoorlijk. Pas nadat we hadden uitgelegd waarvoor we gekomen waren, ontspande haar gelaat en gaf ze ons een hand. “Aangenaam, You Yi is mijn naam. Ik wil best even met u praten maar als u het niet erg vindt, blijf ik ondertussen de klanten bedienen.” Terwijl schoenen, muskietennetten, petten en zaklampen over de toonbank gingen, vertelde You Yi ons dat ze afkomstig is uit Fuzhou, de hoofdstad van de oostelijke provincie Fujian. “Ik ben naar Congo gekomen om te werken. Enkele familieleden waren hier al en vertelden me dat je in Kinshasa goed kunt verdienen. Eerst was ik wat bang. ‘Congo, daar is het toch oorlog’, zei ik. Maar toen ik hoorde dat in Kinshasa alles kalm is, was ik gerustgesteld.”

You Yi vertelde ons dat ze hier met haar man woont, die ook een winkel heeft. Hun tweeling van vijf jaar lieten ze achter bij familie in China. “Ik ben al een jaar in Congo en volgend jaar keer ik terug. Natuurlijk mis ik mijn kinderen. Maar ze meenemen naar Congo is geen optie: het onderwijs is hier niet zo goed als in China en bovendien is het erg duur.”

You Yi wou liever niet ingaan op vragen over de problematische kanten van haar leven in Congo. over de problematische kanten van haar leven in Congo “Het is hier kalm. Ik ben zeer tevreden.” Pas toen we haar vroegen om Congo met haar eigen land te vergelijken, kwam er een lange monoloog. “Ja, China, dat is wel even wat anders dan Congo! Hier in Kinshasa is het een beetje oké, maar bij ons in China gaat het steeds beter: de scholen, de hospitalen, de wegen. Tien jaar geleden was China nog arm, maar nu zijn we het eerste land ter wereld. Ik vind het ook wel fijn om te zien dat Chinese constructeurs Congo mee aan het opbouwen zijn. Dat maakt me trots.”

Toen we You Yi vroegen wat de magische formule was voor haar goed lopende zaakje, zweeg ze even om vervolgens een plaagstoot uit te delen. “Dat is mijn geheim. Maar jullie mogen het best aan mijn klanten vragen. Die kunnen jullie dat waarschijnlijk beter vertellen dan ik.”

Nadat we met enkele van You Yi’s klanten hadden gesproken, bleek de toverformule eenvoudig te zijn. Maar om ze toe te passen moet je wel een grote dosis moed, werkkracht en volharding hebben. “Het is hier goedkoper dan elders”, vertelde Mojo Triffon, die regelmatig naar dit winkeltje komt, al was het maar om de nieuwste Chinese gadgets te bekijken. “Vroeger ging ik altijd naar de Senegalezen of de Libanezen in het centrum van Kinshasa. Maar die zijn duurder.”

Ngunda Fortunat, een rijzige man die met zijn zoontje in de winkel stond, zei dat het succesverhaal un peu plus compliqué is. “Mensen als You Yi blijven me verbazen. Ongelooflijk hoe snel ze Lingala heeft geleerd. Pas possible, dacht ik toen You Yi me na enkele weken al in het Lingala aansprak. ‘Die heeft zeker voor haar vertrek naar Congo een intensieve taalcursus gevolgd.’ En weet je, bij de Congolese klanten creëert dat meteen een goed gevoel. ‘Ah’, zeggen de mensen hier, ‘een Chinese die moeite doet om onze taal te leren. Fijn.’ Ook dát trekt klanten aan. Ja, op dit vlak zijn de Chinezen toch wel wat sneller dan de Europeanen. Jullie spreken natuurlijk wel Frans maar toch heb ik de indruk dat weinig Europeanen Lingala of Swahili spreken. Dat lijkt me een hinderpaal om echt contact te hebben met dit land. Niet?”

Even later vertelt Ngunda iets wat vele Europeanen wellicht zal verbazen. “Chinezen als You Yi staan erg dicht bij de Congolezen. Eigenlijk lijken ze wel een beetje op ons. You Yi bijvoorbeeld is een heel eenvoudig iemand. Ze kleedt zich onopvallend, is altijd vriendelijk en zal nooit opscheppen over haar succes.” Een slimme commerçante die veel respect krijgt, zeiden de andere klanten met wie we spraken. “Ze vestigde zich in Ndjili, goed wetende dat andere soortgelijke winkels zich dichter bij het centrum bevinden. Dat maakt het voor ons heel gemakkelijk: haar winkel is nabij, wij hoeven geen geld meer uit te geven aan transport en verliezen geen tijd. Bovendien zijn er in het centrum ook veel gauwdieven. Dankzij You Yi hoeven we ons daarover geen zorgen te maken. Ze verkoopt de producten die wij nodig hebben aan een redelijke prijs en de winkel bevindt zich op loopafstand. C’est parfait.”

Nu, helemaal parfait is het bij You Yi Business natuurlijk ook niet, geeft Ngunda toe. “Tja, ik moet wel zeggen: de kwaliteit van haar producten is een beetje onvoorspelbaar. De schoenen zijn hier wel goedkoop, maar ze verslijten veel sneller. Vooraleer ik hier iets koop, wil ik het wel vastnemen om het van alle kanten te bekijken en de kwaliteit te testen. Maar blijkbaar vinden de meeste Congolezen dat niet zo erg: de prijs is blijkbaar onweerstaanbaar en de koopwaar van You Yi glinstert minstens even hard als soortgelijke producten in duurdere winkels.”

Net op het moment toen we ons gesprek met Ngunda wilden afbreken, zei hij dat hij nog één belangrijk punt vergeten was. “Ik heb veel respect voor mensen als You Yi, maar er is toch iets raars. Zij spreekt Lingala, maar als we haar vragen om ons enkele woorden Chinees te leren, weigert ze dat. Misschien denkt ze dat die taal te moeilijk is voor ons. Op zulke momenten ervaar ik toch een hoge muur tussen Congolezen en Chinezen. Ze zijn wel heel commercieel ingesteld, maar laten ons niet binnen in hun sociale leven en hun cultuur. Alsof ze iets willen verbergen. Let op: ik wil daarover niet te snel oordelen. De relaties tussen Chinezen en Congolezen zijn nog zeer jong. Het is pas de laatste jaren dat we dichter tot elkaar zijn gekomen. Misschien willen zij ons eerst leren kennen. Als je het mij vraagt, zal die muur over vijf jaar al veel minder hoog zijn. Er zijn tegenwoordig ook veel Congolezen die naar China reizen om zaken te doen. Zo leren we elkaar steeds beter kennen. Wie weet lopen hier over tien jaar allemaal Chinees-Congolese kindjes rond.” Waarop de overige klanten beginnen mee te lachen. “Dat is toch nog altijd het beste bewijs van liefde tussen twee volkeren, niet?”

Sire, opnieuw een mooie gedachte om mee af te sluiten, zo dachten we.

Koen Vidal & Tim Dirven

Morgen: Congolezen op zoek naar hun tekortkomingen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234