Dinsdag 11/05/2021

OOSTWAARTS

Marcel is bierhandelaar, al achtenveertig jaar. Zijn camion kan niet veel jonger zijn, te oordelen aan het model. Ronde vormen, stompe neus. De directe opvolger van paard en kar. Tuft en puft, maar rijdt nog altijd. Elke week doet Marcel zijn ronde in Lanaken. Daar zitten goede klanten, weet hij, rijke Nederlanders. Liefhebbers van alle Belgische bieren, maar toch vooral die van hoge goesting. Stille drinkers, goeie betalers. Dat telt voor Marcel.

De middenstand erkent grens noch stand. En zo dus, op een donderdagnamiddag, komt Marcel uit het residentiële miljoenenkwartier van Lanaken - de Goudkust der Nederlanders - gereden, kruist hij de rijksweg en rijdt de dorpskern van Neerharen in. Hier geen villa's die net zo goed in Hollywood, Bombay, Ukkel of Bommerskonte kunnen staan, wel échte Nederlandse huisjes. Bewijs dat deze grond ooit twee moeders had, de Noord- en Zuidnederlanden. Hier, zoals in het nabijgelegen Zutendaal, waar Nederlander Jeroen Brouwers woont, is de Nederlandse aanwezigheid geen kwestie van berekening. Hier gaat het niet om de queeste naar goedkope bouwgrond en lage belastingen. De Nederlanders hier zijn niet in België komen wonen. Dit zijn de echte Nederbelgen. Ze hebben gewoon de grens in zich. Aan de kerk van Neerharen staat een monument voor de gesneuvelden van 1914-1918. Een vergulde leeuw brult de Duitsers de grens over. En achter zijn manen wappert weliswaar een tricolore vlag, maar ook Oranje had zo'n leeuw. En Jeroen Brouwers, de eerste Nederlander die de Orde van de Vlaamse Leeuw kreeg, "ter erkenning van verdiensten in verband met een consequente en kordate houding in de sociale culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap, prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen en acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur".

Ach, rij maar an ossewagen. Marcels eindbestemming ligt verder. Dieper de zachte grens in, oostwaarts over de Zuid-Willemsvaart. Vanaf dit punt is er maar één mogelijke weg meer: de Geulerweg, die zich in de brede bocht van de Maas heeft genesteld. En zo komt Marcel in een laatste stukje België. Een stukje dat zich, zo leert een blik op de kaart, als per abuis in Nederlands grondgebied heeft geboord. De Maas blind achterna.

Daar, in de laatste straat - Herbricht genaamd - staat een handvol huizen en een boerderij. Maar vooral: een tiental stacaravans. Woonwagens. Weekendverblijven, maar niet echt. Daarvoor is de aanblik te bewoond, zijn de koterijen te talrijk.

In het perkje van Joseph Jolly zit de familie de tijd te doden rond een mica tafeltje. Het regent in Wimbledon, meldt de televisie. Het duel tussen Justine Henin en Serena Williams laat op zich wachten.

Joseph is een gewezen arbeider van FN Herstal. Zevendertig jaar al heeft hij hier zijn plek. "Vroeger kwam ik hier enkel tijdens het weekend. Toen ik met pensioen ging, heb ik dat omgekeerd: nu ben ik hier tijdens de week en ga ik voor het weekend naar 'huis' in Wallonië." In de winter is er altijd extra proviand in huis, want als de Maas buiten haar oevers treedt, staat het hier blank. "Dat deert me niet", zegt Joseph. "Je moet er gewoon op voorzien zijn. Mijn caravan staat op een plateau van beton. Je moet wel gek zijn om daar niet aan te denken. Ik heb in al die jaren veel caravans zien voorbijdrijven. En als het water wegtrekt, zie je ze als schroot liggen in de maïsvelden. L'eau, c'est magnifique. Vuur kun je stoppen, water niet."

Van hier tot de laatste halte. Einde, einder. Helemaal alleen in de velden staat een houten chalet. Er waait een tricolore aan een mast. Daar woont Jozef Vanees, de laatste Belg. Hij hád een caravan op Herbricht, maar die eindigde inderdaad in de maïs. Jozef komt van Genk, oud-mijnwerker. Hij woont er met zijn hond Bobby, een Jack Russel. In het dorp komt hij zelden. "Enkel voor iets speciaals, voor paperassen.

"Ik heb op een appartementje in Genk gewoond. Twee jaar geleden kwam dit huisje vrij, ik heb het meteen gekocht. Geen buren, geen ruzies." Voor zijn huisje loopt een smal aarden padje. Van de boer kreeg Jozef gratis en voor niets een stukje van de weide aan de overkant. "Voor de auto, als er bezoek komt. Zo kan de tractor passeren. Iedereen tevree."

Carpe diem. Ook tijdens de wintermaanden. "Dan is het wachten op het water. Als het echt te hoog komt, stap je het gewoon af. Bootje in en op naar het café verderop. Als ze daar drie centimeter hebben, kunnen ze nog tappen. In 1995 was het slechter. Toen hadden ze ook in het café een halve meter. Alles moest toen vervangen worden, meubels en tap."

Als ze in Herbricht écht droog staan, duikt Marcel wel weer op. Klein België of Groot Nederland, rijk of arm, ook de dorst erkent grens noch stand.

Filip Rogiers

Dinsdag: Dilsen-Stokkem / 1

'De Nederlanders hier zijn niet in België komen wonen. Dit zijn de echte Nederbelgen. Ze hebben gewoon de grens in zich'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234