Zondag 17/11/2019

Oostenrijkse tegenstem waarschuwt Europa

De extreemrechtse Norbert Hofer (FPÖ) heeft in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Oostenrijk een eclatante overwinning geboekt. Dat is een signaal voor klassieke partijen in andere landen.

Oostenrijk, dat kleine land met zijn grootse verleden, is in sneltempo een belangrijke barometer geworden voor het politieke klimaat in Europa. Met Duitsland zette het vorig jaar zomer de poort open voor vluchtelingen. Samen met de Balkan-landen deed het deze winter die poort weer dicht. Gisteren was er de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, normaal een weinig opzienbarende gebeurtenis. Maar er is historie geschreven, op een manier die in menig Europese hoofdstad als teken aan de wand zal worden gezien.

De kandidaat van de extreemrechtse FPÖ, Norbert Hofer (45), werd de grote winnaar met ruim 35 procent. Hij is anti-immigratie, anti-islam en anti-Europa. Nooit eerder kreeg de partij van wijlen Jörg Haider zoveel stemmen in een landelijke verkiezing. Het was beduidend meer dan de peilingen hadden voorspeld.

Bovendien haalt geen van de kandidaten van de twee regeringspartijen, de sociaaldemocratische SPÖ en de conservatieve ÖVP, de tweede ronde. Ze kwamen niet verder dan 10 procent. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal de bewoner van de Weense Hofburg, het voormalige keizerlijk paleis van de Habsburgers, niet uit de gelederen van de grote volkspartijen afkomstig zijn.

Alexander Van der Bellen (72) van de Groenen werd tweede met bijna 21 procent. Hij werd gevolgd door de onafhankelijke kandidaat Irmgard Grass (69), een voormalige opperrechter, die 19 procent kreeg.

Spannende maanden

De eerste ronde werd een overwinning voor kandidaten die van de oppositie of onafhankelijk zijn. Een klap voor de gevestigde politiek, die zal worden gehoord in Brussel, Londen, Den Haag, Parijs en Berlijn. Vraag de Europese kiezers in dit tijdsgewricht om een oordeel en de kans is groot dat hun stem een tegenstem wordt.

Onder invloed van de vluchtelingencrisis en de kwakkelende economie is het electoraat overal zo ongedurig dat zittende politici even kwetsbaar zijn als de rij haasjes in een schiettent op de kermis.

Het wordt een spannende tijd. Over twee maanden is er het brexitreferendum, gevolgd in 2017 door verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Europa's traditionele partijen kunnen er niet gerust op zijn. Alle volksraadplegingen die dit jaar werden gehouden, liepen slecht voor hen af. In de Duitse deelstaatverkiezingen van maart beleefden rechts-populisten een doorbraak. In Nederland eindigde het Oekraïnereferendum in een nederlaag voor de regering. Nu zegeviert ook in Oostenrijk het protest. Het begint voorzichtig op een patroon te lijken.

De presidentsverkiezingen zijn niet de belangrijkste Oostenrijkse verkiezing. Het staatshoofd vervult een grotendeels protocollaire functie, hoewel hij de kanselier en ministers benoemt en het recht heeft het parlement te ontbinden. Hij kan dus interveniëren in de politiek. Toch ging het daar niet primair om bij deze presidentsverkiezingen. Zij waren vooral pikant als indicator voor de luimen van het kiezersvolk.

In de naoorlogse periode zijn de Oostenrijkers meer dan veertig jaar geregeerd door een 'Grote coalitie' van SPÖ en ÖVP. De sociaaldemocraten en conservatieven bouwden een sterke verzorgingsstaat op. Ze zijn zozeer op samenwerking ingesteld dat gegrapt wordt dat het compromis er doorgaans eerder is dan het conflict.

Dit consensusmodel kwam onder druk te staan met de opkomst in de jaren tachtig van de FPÖ van Haider. In 2000 ging de ÖVP tot ontsteltenis van de Europese Unie een coalitie aan met de rechts-nationalistische partij, maar zij keerde later terug op haar schreden. De Grote coalitie is nu de laatste verdedigingslinie tegen extreemrechts, maar kraakt in al haar voegen.

De volgende parlementsverkiezingen zijn in 2018. In de peilingen daarvoor is de FPÖ, die geleid wordt door Heinz-Christian Strache (Haider verongelukte in 2008), met 32 procent de grootste. Volgens de polls hebben SPÖ en ÖVP samen amper een meerderheid meer.

Ook in Oostenrijk kalft het midden af en wijken kiezers uit naar de flanken, mede vanwege de vluchtelingencrisis. Kanselier Werner Faymann (SPÖ) begon als bondgenoot van Angela Merkel. Het land liet 90.000 asielzoekers toe, relatief het meest van alle EU-lidstaten. Maar nu heeft Faymanns regering een bovengrens ingesteld en speelde zij een hoofdrol bij het sluiten van de Balkanroute.

Der Korrektur was een reactie op de winst van de FPÖ in regionale verkiezingen. Maar ook was er algemeen het gevoel dat het grote aantal vluchtelingen het absorptievermogen van het land met zijn 8,5 miljoen inwoners te boven dreigde te gaan. De werkloosheid staat op haar hoogste stand sinds 1953 en de verzorgingsstaat is zwaar belast.

Nog geen president

De Grote coalitie hoopte dat de verharding van haar asielbeleid soelaas zou bieden in de presidentsverkiezingen. Maar SPÖ en ÖVP zijn weggevaagd. Bovendien vonden alle presidentskandidaten op zijn minst dat de vluchtelingenstroom beter moet worden gereguleerd. Het is overigens de vraag of Hofer president wordt. Het is goed mogelijk dat zijn verwachte tegenkandidaat Van der Bellen, naar Frans voorbeeld, dank zij de stemmen van de aanhangers van alle verslagen kandidaten de tweede ronde op 22 mei zal winnen.

Een schrale troost voor de twee grote partijen. Nu zij niet hebben weten door te dringen tot de tweede ronde, kan het bij hen gaan stormen, ontstaat mogelijk de roep om vervroegde parlementsverkiezingen en kunnen er leiders omvallen. Het zal de buren van 'gidsland' Oostenrijk niet ontgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234