Donderdag 29/10/2020

Oostende, waar illegalen thuis zijn

Wat is er aan de hand in de Koningin der Badsteden? Oostende wordt overspoeld door illegalen, en met hen door criminaliteit, zo zeggen steeds meer burgers. Is dat populistische praat, of klopt het gevoel? De Morgen trok naar de kust, sprak met toegestroomde vluchtelingen, burgers, maatschappelijk werkers en lokale politici. 'De transitmigranten verdienen een humane behandeling. Het zijn mensen voor het illegalen zijn.'

Op een boogscheut van het luxueuze Hotel du Parc zijn ze in hetCentrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) elke werkdag welkom voor koffie, een bord spaghetti of een douche: de illegale transitmigranten. Jonge mannen, die dromen van een leven aan de andere kant van de koude zee.

"Het enige verschil tussen daar en hier, tussen het Algiers van mijn jeugd en dit oord, is een sprankeltje hoop. Denk maar niet dat we ooit met honger naar bed gingen. Maar het perspectief op een beter leven ontbrak. En dus sloegen we de waarschuwingen in de wind van zij die ons voorgingen. We vertrokken, ons zou het lukken." Halim (29) lacht bitter. Vijf jaar geleden verliet deze kleermakerszoon Algerije. Hij nam het vliegtuig naar Griekenland, waagde zijn kans in het Italiaanse Ancona en later in Milaan, om maanden later aan te kloppen bij de familie in Montpellier. "Dat we in Frankrijk altijd welkom waren, zeiden ze, als ze jaarlijks op familiebezoek kwamen. Maar toen ik aan de telefoon vertelde dat ik in de stad was, waren mijn neef en zijn familie helemaal niet blij. Je bent vast op weg naar je neef in Groot-Brittannië, zeiden ze, je kunt een paar nachten bij ons logeren. Toen ze hoorden dat ik wilde proberen om in Zuid-Frankrijk een stabiel bestaan op te bouwen, werkten ze me zo gauw mogelijk de deur uit."

Halim arriveerde in België, vroeg vruchteloos politiek asiel aan, en eindigde een jaar geleden in Oostende. Eindigen, zo voelt het, zegt hij. Negen keer probeerde hij de zee over te komen, even veel keren werd hij door de politie onderschept. De ene nacht slaapt hij bij een vriendinnetje, op andere momenten is een bank in het park het enige beschikbare ledikant. "Tussen januari en april bracht ik mijn tijd in het gesloten centrum voor illegalen in Merksplas door. Het was er best oké. We sportten, keken televisie en praatten over de levens die we toch nooit zouden hebben. Op een dag kwam de sociaal assistente vertellen dat ik kon vertrekken. Ze was erg verbaasd toen ze hoorde dat ik helemaal niet weg wilde. Maar waar had ik naartoe gemoeten? Er was geen plan, geen doel, geen toekomst. En zo is het nog steeds. Geef me een kans om naar huis terug te keren en daar een deftig leven te leiden, en ik vertrek morgen. Wat zegt u? Dat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) programma's heeft van begeleide terugkeer, waarbij mensen op allerlei manieren geholpen worden in hun geboorteland? Dat wist ik niet. Ik ga me informeren, via het internet. En nadenken ook, misschien is dit een nieuw begin."

Halim steekt nog een sigaret op, hij haalt een flesje sinaasappelsap en schudt handen met enkele lotgenoten. "Die jongen daar", wijst hij, "is net aangekomen uit Marokko. Hij is zestien. Wil absoluut naar Groot-Brittannië. Ik garandeerde hem dat hij het hier beter kon hebben dan daar. Opvang, studies, kansen, minstens tot hij achttien is. Maar hij is vastbesloten. De Britse droom zit meestal diep."

Het is niet de eerste jongen diein het CAW opduikt, volgens directrice Tine Wyns worden ze talrijker. Jonger ook. "Sommigen verwijten ons dat we een aantrekkingsfactor zijn", schampert ze. "Maar kunt u mij vertellen wie zijn geboorteland zal verlaten louter om bij ons een douche te nemen of een kom soep te drinken? Ik ben blij dat er de voorbije weken media-aandacht is geweest voor het jongetje van negen dat onder illegale transitmigranten werd ontdekt. Wat er precies moet gebeuren, weet ik ook niet, maar deze transitmigranten verdienen een humane behandeling. Het zijn mensen voor het illegalen zijn."

Dweilen met de kraan open

Hoofdcommissaris van de Oostendse politie Philip Caestecker is veel minder opgetogen over de artikels en reportages die hij her en der las en hoorde. "Sommigen beweren dat we niets doen, terwijl mijn team van 340 agenten alles in het werk stelt om de situatie onder controle te houden. In 2010 verrichtten we onder de gemiddeld 400 transitmigranten in de stad meer dan 1.700 arrestaties. Als ik de cijfers extrapoleer, komen we dit jaar boven de 2.000 uit. Vijfennegentig procent van die arrestanten moeten we uiteindelijk laten gaan, nadat we zo'n vier à vijf uur administratief werk met ze hadden. De Dienst Vreemdelingenzaken geeft hen dan een bevel om het grondgebied te verlaten. Een ware klucht, het gros van die mensen heeft al herhaaldelijk zo'n document gekregen. Het wordt in de dichtstbij zijnde vuilnisbak gegooid en klaar is kees. Weet u, we hebben het gevoel dat we dweilen met de kraan open. In minder dan 1,5 procent van de gevallen leidt een arrestatie tot repatriëring naar het land van herkomst, omdat we geen bilaterale akkoorden hebben voor terugleiding. Sommige mensen heb ik al zeven keer aangehouden. Dan weet ik het ook niet meer."

Caestecker stelt dat de kern van het probleem niet de illegaliteit is, maar de consequenties ervan. "Waar het om gaat, is de overlast, de criminaliteit die vaak voortvloeit uit behoeftigheid. Zo stellen we een gigantische stijging vast van het aantal inbraken in auto's: van 362 gevallen in 2008 naar 696 in 2010, bijna een verdubbeling. Vaak is dat het werk van illegalen. Van de 33 daders die we dit jaar op heterdaad hebben betrapt, waren 90 procent mensen zonder papieren. Ook komen veel kleine winkeldiefstallen voor en worden leegstaande tweede verblijven gekraakt door illegalen. Vorig jaar alleen al ontruimden we 95 dergelijke panden. Bovendien neemt het onveiligheidsgevoel toe. En dan gaat het om emoties die door sommige media gretig worden gevoed. Op jaarbasis zijn er hooguit enkele gevallen van agressie waarbij illegalen betrokken zijn."

Maar hoe zou het komen dat Oostende zoveel last heeft en Zeebrugge niet? Volksvertegenwoordiger Jean-Marie Dedecker (LDD) gelooft dat het probleem ligt in "het feit dat deze stad een politiek voert van aantrekking. Sinds de jungle van Sengatte in Noord-Frankrijk is opgedoekt, komt iedereen naar Oostende, omdat je hier wordt geholpen en elders niet. Nochtans is het simpel: als je je wagen fout parkeert, wordt hij gesleept. Illegalen horen hier niet te zijn, dus moeten ze ook worden uitgewezen. Aangezien dat niet gebeurt, arriveren er steeds meer mensen. Dat is misschien een hard standpunt, maar er is een groeiend maatschappelijk draagvlak voor. Zeebrugge heeft het goed opgelost, er werden rigide maatregelen genomen. In 2003 werd het zogenaamde Witte Huis afgebroken, een van de bouwvallige panden in de buurt van de haven waar illegalen zich ophielden. Er volgden nog een aantal vergelijkbare afbraken en het probleem is daarmee inderdaad opgelost."

Hoofdcommissaris Caestecker ziet het anders. "Zeebrugge is een dorp met een haven, meer niet, terwijl Oostende een combinatie is van een aantal locaties: een behoorlijke stad, een haven, een spoorwegbundel en een van de grootste parken van het land, het als 'Bosje' bekende Maria Hendrikapark. Er zijn hier veel meer uitwijkmogelijkheden voor illegalen, dat is gewoon een feit."

Nergens plaats

Een groepje jongemannen sjokt van het station richting Maria Hendrikapark. Ze komen uit Rafah, in de Palestijnse gebieden, zeggen ze. "Het plan", legt een van hen uit, "is naar Groot-Brittannië door te reizen. Maar we weten nog niet precies hoe het moet, we zijn net aangekomen." Van waar? Jamar (35) wuift afwerend met zijn hand. Deze vader van twee kinderen is al anderhalf jaar op weg. "Ik doe het voor hen, geloof me. Wat moet er van mijn zoon en dochter worden in hun geboorteland? Geen deftig onderwijs, geen werk, geen toekomst. Ach, met Gods hulp komen we er." De man zucht en ritst zijn leren jekker dicht. Fijne motregen gaat over in een plensbui. De mannen gaan schuilen in een van de vissersbeschuttingen aan de oever van de vijver. "Bid dat het ons lukt", zegt Jamar nog.

Vlakbij passeert een bejaard paar, ze laten naar dagelijkse routine de hond uit. "We hebben de jongste tijd steeds meer schrik", zegt de vrouw enigszins verontschuldigend. "Vroeger zag het hier zwart van de wandelaars en de toeristen. Maar ze hebben geen zin om tussen de illegalen te zitten, die hier in de struiken de nacht doorbrengen." Haar man schudt zuchtend het hoofd. "Er zijn veel sukkelaars bij, jonge mensen van wie je je afvraagt wat hen naar hier heeft gebracht. Ik heb met hen te doen. Was er maar een oplossing voor de problemen in hun eigen land. Alleen zou het fijn zijn als ze de resten van de voedselpakketten die sommige burgers hier uitdelen, netjes in de vuilbakken deponeerden. Laatst zagen we er grote ratten mee aan de haal gaan. Niet bepaald aangenaam."

Onder de transitmigranten in Oostende werden dit jaar al 245 minderjarigen aangetroffen, van wie er negen jonger waren dan vijftien. Daar waar de politie in het geval van volwassenen zonder papieren de Dienst Vreemdelingenzaken contacteert, wordt bij minderjarigen de Dienst Voogdij van het ministerie van Justitie ingelicht. "En dit verhaal is analoog aan het vorige", stelt hoofdcommissaris Caestecker. "In de meeste gevallen krijgen we van de Dienst Voogdij een fax doorgestuurd, met daarop de datum voor een afspraak in Brussel. De meeste jongeren gaan er niet eens heen."

Overigens is deze strategie relatief nieuw. Twee jaar geleden stuurde de dienst nog een auto of busje om de minderjarigen op te halen en over te brengen naar Brussel. Daar had dan een identificatiegesprek plaats en vervolgens werd een voogd aangesteld. De eerste weken of maanden werden de jongeren ondergebracht in het oriëntatiecentrum van Steenokkerzeel of van Neder-Over-Heembeek, in afwachting van een definitieve toewijzing.

De veranderde aanpak heeft alles te maken met de opvangcrisis en met de recente toevloed van niet-begeleide minderjarigen naar ons land. Waren er in 2010 2.510 aanmeldingen, in de eerste zes maanden van dit jaar bleken het er al 1.596, tegenover 1.058 in diezelfde periode van vorig jaar. Hoe dat komt? Volgens waarnemers staat België bekend om zijn goede opvang. Het is met andere woorden het slachtoffer geworden van zijn eigen succes. Hoe verklaar je anders dat ons land vorig jaar vlot vier zoveel minderjarige nieuwkomers had als Nederland?

"Het feit dat de minderjarigen nu gevraagd wordt zich zelf bij ons aan te melden, zien we als een soort van test", zegt Philippe Pede, attaché van de Dienst Voogdij. "Wie echt wil blijven in ons land, daagt doorgaans wel op."

Deze vorm van selectie is niet de enige. Het valt op dat alle betrokken instanties steeds meer hindernissen opwerpen om zich niet over de jongeren te hoeven ontfermen. Zo besliste Fedasil vanaf deze lente om alleen nog onderdak te regelen voor diegenen die asiel aanvragen, behalve als ze jonger zijn dan 14.

Precies daarom is het zo cruciaal om via de Dienst Voogdij een voogd te krijgen. Hij of zij treedt immers op als rechtspersoon en kan zich bijvoorbeeld tot de arbeidsrechtbank wenden om in kortgeding toch een opvangplaats voor de jongere af te dwingen. Alleen, het is met de voogden als met de rest: het zijn magere jaren. Van de 1.596 nieuwkomers bleken zo'n 200 toch meerderjarig, en van de 1.390 overigen kregen er slechts 734 een voogd. De jongsten, de meisjes, de meest kwetsbaren. Of tenminste, zij in de eerste plaats. De overheid ziet het probleem wel in: enkele weken geleden nog lanceerde justitieminister Stefaan De Clerck een oproep voor meer vrijwillige voogden. Ook wil hij dat de betrokken diensten hun acties beter coördineren.

"Als er te weinig zijn, dan begrijp ik niet waarom ik vorige week niet meteen voogd mocht worden van de vier minderjarigen die hier opdoken", reageert sp.a-parlementariër John Crombez. "Ik kreeg te horen dat er pas in december weer een vijfdaagse cursus voogdij wordt ingericht. Voor die tijd gebeuren er geen nieuwe aanstellingen."

Of de oproep van de minister nu tot een vervroegde inrichting van de opleiding zal leiden, is nog onduidelijk. Waarnemers menen evenwel dat een cursus en een strikte regeling noodzakelijk zijn. Op de schouders van voogden rust immers een zware verantwoordelijkheid.

"Het systeem staat in alle opzichten onder grote druk", meent Mike De Preetere, die zelf al jaren voogd is. "Er is nergens plaats, de wachtlijsten zijn hopeloos lang. En dus wordt er overal getrokken en gewrongen. Om een logement te regelen moet het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg oordelen dat een jongeren zich bevindt in een 'problematische opvoedingssituatie'. Vroeger gebeurde dat automatisch. Nu krijg ik steeds vaker te horen dat pakweg een veertienjarige Afghaanse jongen zonder dak boven zijn hoofd zich niet in een problematische opvangsituatie bevindt en dus niet zal worden geholpen. Dan kun je alleen hopen dat je die beslissing in beroep ongedaan kunt laten maken, wat vaak wel lukt. Alleen verstrijken er ondertussen weer dagen, soms zelfs weken. Wat doe je ondertussen?"

Een ander punt dat De Preetere hekelt, is de discrepantie tussen de verschillende afdelingen van deze overheidsinstelling. "Je bent verplicht om een beroep te doen op de afdeling in je eigen woonplaats. Maar we stellen vast dat het comité van Brugge anders oordeelt dan dat van Kortrijk, Leuven of Antwerpen. Het is een soort van Russische roulette of je al dan niet wordt bijgestaan."

Beter luisteren

Hoe moet het nu verder? Sommigen pleiten voor repatriëring van niet-begeleide minderjarigen, anderen willen gesloten centra. Die maatregelen druisen evenwel in tegen de Conventie van de Rechten van het Kind en zijn dus geen optie.

Philippe Pede: "Ik denk dat we beter moeten luisteren naar de jongere zelf. Wat wil hij, waarom is hij hier? En dan zul je zien dat de verhalen sterk uiteenlopen, van oorlogsrelazen over familiaal geweld tot armoede. Sommigen zijn door de familie gestuurd, anderen zelf vertrokken."

De erkende politieke vluchtelingen kunnen sowieso blijven, maar de opvangcrisis heeft ook op hun traject een grote invloed. Anno 2011 moeten ze meteen na hun positieve beslissing het centrum verlaten en alleen gaan wonen. En zo krijg je vijftienjarigen die op zichzelf aangewezen zijn, geen studio vinden of van het plaatselijke OCMW geen leefloon krijgen wegens minderjarig. "Als voogd hoop je altijd dat de jongere asiel krijgt", meent Mike De Preetere, "en ook dat er niet al te lang in onzekerheid moet worden geleefd over het vonnis. Maar je moet nu ook duimen dat de asielbeslissing niet veel eerder dan bij de achttiende verjaardag valt. Wat moet zo'n kind immers alleen op een kamer?"

"Met jongeren die geen asiel zoeken en hier dus om andere redenen zijn, kunnen we misschien opteren voor een contract", vindt Pede. "Ze volgen hier een opleiding, maar keren vanaf hun achttiende terug naar huis. Bovendien moeten we, in Europees verband, beter samenwerken met de overheden van de landen van herkomst, zodat kan worden geijverd voor beter onderwijs en meer jobkansen daar, en zodat ze niet hoeven te komen. Dat is de fundamentele opdracht."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234