Dinsdag 26/01/2021
Lien Verpoest: 'Ik ben hardnekkig optimistisch.'

InterviewDe vragen van Proust

Oost-Europa-expert Lien Verpoest: ‘Ik ben liever hardnekkig optimistisch dan te zagen of te klagen’

Lien Verpoest: 'Ik ben hardnekkig optimistisch.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zesentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Oost-Europa-expert en hoofddocent aan de KU Leuven Lien Verpoest (43). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij ergens eind de dertig. Mijn kinderen steunen mij daar ook in. Ieder jaar opnieuw zeggen ze: ‘O, proficiat met je 38ste verjaardag!’ (lacht)

“Ik zit nog in de aanvaardingsfase. Veertig worden vond ik eerlijk gezegd moeilijk, toch wel een drempel om te overschrijden, maar mijn familie en vrienden hebben dat goed opgelost door een groot verrassingsfeest te organiseren. Ondertussen ben ik er bijna aan gewend. Het heeft even geduurd.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik hardnekkig optimistisch ben. Als er tegenslagen zijn in het leven, professioneel of persoonlijk, blijf ik ondanks alles positief. Ik zal altijd proberen de zaken constructief te bekijken, dat is sterker dan mezelf. Het glas is eerder halfvol dan halfleeg. Dat is een levenshouding waar ik veel aan heb. Soms vragen mensen mij: ‘Ben jij nu niet boos?’ Waarom zou ik boos zijn? Ik vind dat een totale verspilling van energie. Ik ben liever hardnekkig optimistisch dan te zagen of te klagen.

“Zou dat genetisch bepaald zijn? Ik denk het niet, maar mijn ouders zijn ook zo ingesteld.”

3. Wat is uw passie?

“Wat is mijn passie? Dat is een vraag die ik me al vaak heb gesteld, want ik heb lang gedacht dat het noodzakelijk was om naast je werk ook een passie te hebben, zoals intensief sporten of creatief zijn met je handen, maar dat heb ik helemaal niet. Ondertussen heb ik aanvaard dat mijn werk voor een groot stuk mijn passie is, gewoon omdat ik het ontzettend graag doe en er heel veel voldoening uit haal.

“Als je passie zou definiëren als ‘datgene wat je drijft’, dan zou ik zeggen - het klinkt misschien oppervlakkig maar dat is het niet -, dat ik overal schoonheid in opzoek. Wat drijft mij om bepaalde reizen te maken? Wat drijft mij om mij in bepaalde literatuur te verdiepen? Of in bepaalde kunstvormen, of architectuur? De rode draad is telkens het ontdekken en uitpuren van schoonheid.

'Ik snap niet waarom mensen zich verkijken op negatieve zaken. Er zijn zo veel mensen in de wereld die er zo veel slechter aan toe zijn.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Wat mij drijft in mijn job is dan weer het overdragen van die passie. De Russische geschiedenis met al haar spectaculaire verhalen is daarvoor een heel dankbaar onderwerp. Ik denk dat mijn interesse daarvoor gegroeid is uit mijn liefde voor de Russische literatuur. Zoals zovele pubers dacht ik: ik ga mij eens verdiepen in Tolstoj en Dostojevski en na een paar werken was ik helemaal verkocht. (lacht)

“Het interessante aan de Russische literatuur is dat ze, veel meer dan de West-Europese, heel sterk ingaat op maatschappelijke thema’s, zeker de 19de-eeuwse literatuur. In die tijd was Rusland nog een autocratie, daar was helemaal geen politiek forum aanwezig. Het politieke forum, dat was de literatuur. Die sociale bewogenheid in combinatie met de grote gevoelens vond ik uniek en heeft mijn interesse voor de Russische geschiedenis enorm aangewakkerd. Zo ben ik bij de slavistiek terechtgekomen en bij het Russisch, die fantastisch mooie taal.”

4. Hoe was uw kindertijd?

“Ik kom uit een heel warm gezin. Mijn ouders zijn de aardigste en warmste mensen die ik ken. Heel verschillend. Mijn vader is een pur sang onderzoeker, een ingenieur, een prof materiaalkunde, echt de man die in het labo onderzoek deed en de wereld rondreisde. Daardoor hebben we redelijk jong veel van de wereld gezien. Mijn moeder is helemaal anders dan de exacte wetenschapper die mijn vader is. Ze is criminologe van opleiding maar gaf les in sociaal-cultureel werk. Maatschappelijk betrokken en vooral met een groot hart voor kunst en poëzie.

“Hun grote raakvlak is hedendaagse kunst. Dus je kunt je onze opvoeding al een beetje voorstellen. (glimlacht) Mijn broer is trouwens kunstenaar en docent aan LUCA School of arts. Mijn ouders hebben ons echt wel met de juiste bagage de wereld ingestuurd en op het juiste moment vrijgelaten, waardoor we ook snel heel zelfstandig zijn geworden. Laat ik dus zeggen dat ik ontzettend blij ben met de jeugd die ik heb gehad.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, vast en zeker. (lacht) Echt één met een grote gouden strik eromheen. Maar dat komt natuurlijk ook wel door mijn optimisme. Zoals iedereen heb ik natuurlijk ook al tegenslagen gekend. Mijn moeder is bijvoorbeeld op een bepaald moment zwaar ziek geweest maar is gelukkig goed hersteld. Als je zulke zware momenten meegemaakt hebt, mag je elke dag je beide handen kussen, vind ik. Enfin, dat is toch mijn lezing ervan.”

6. Wat is uw grootste angst?

“Zoals iedereen: dat er iets met mijn naasten zou gebeuren. En op de tweede plaats: dat de klimaatopwarming nog veel sneller gaat dan verwacht. Valt het tij nog wel te keren?”

7. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Ik denk een 9,9 of zo. (lacht) Ik snap niet waarom mensen zich verkijken op negatieve zaken. Er zijn zo veel mensen in de wereld die er zo veel slechter aan toe zijn. Dat heb ik van thuis uit wel ingepeperd gekregen. Ik ben oprecht heel gelukkig. Een beetje saai, ja.” (lacht)

BIO

• geboren in 1977 • professor slavistiek en Oost-Europakunde aan de KU Leuven • studeerde Oost-Europese talen en culturen, Internationale politiek en conflictbeheersing, en Oost-Europakunde • veelgevraagd expert inzake de actualiteit in Rusland en Oekraïne • auteur van onder andere Rusland: Onveranderlijk anders? Russische identiteit in politiek, geschiedenis en cultuur

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Hier achter ons huis kun je zo meteen het bos inlopen. Een wandeling alleen of met de kinderen vind ik altijd heel fijn. En wat ik ook heel leuk vind, is dat mijn man mij ‘s ochtends koffie komt brengen. Met een kop koffie en een goed boek in bed, dat maakt toch iedereen blij?” (lacht)

9. Welk boek zou u aanraden?

“Ik heb het probleem dat ik de laatste jaren geen romans meer lees. Soms denk ik dat de Russen het een beetje voor mij hebben verpest. Een aantal werken uit de Russische literatuur vind ik zo fantastisch dat veel hedendaagse romans er niet meer in slagen om mijn aandacht vast te houden.

“Ik lees permanent, maar dan vooral brieven en dagboeken. Het echte leven is vaak zo ontzettend boeiend, mensen hebben vaak zulke interessante dingen te vertellen, dat ik eigenlijk geen behoefte meer heb om fictie te lezen.

“Sinds een aantal maanden lees ik nu briefwisselingen tussen Britse schrijvers, diplomaten en kunstenaars van de vroege twintigste eeuw. Ik ben nu bezig aan de brieven van Evelyn Waugh, de man die ook Brideshead Revisited heeft geschreven.

“Evelyn Waugh was een briljante schrijver maar tegelijk een ontzettend irritante man. Hij was een ruziezoeker en stond erom bekend om iedereen te bruuskeren. Over zijn zeven kinderen schreef hij bijvoorbeeld dat ze te dom en oppervlakkig waren om mee gezien te worden. Dat vind ik echt hilarisch. Zelfs bij de postume publicatie van zijn dagboeken heeft hij nog eens tientallen mensen voor het hoofd gestoten. Maar tegelijk was hij een heel grappige Brit.

“De brieven die ik nu lees zijn gericht aan twee goede vriendinnen van hem voor wie hij een zwak had: Nancy Mitford en Diana Cooper, de ene schrijfster, de andere de vrouw van de Britse ambassadeur. Daaruit blijkt dat hij tegelijk een oude softie was, daarom dat ik ze ook aanraad, omdat ze tonen dat zelfs de meest onaangename mens misschien toch niet zo onaangenaam is. (lacht) En natuurlijk ook omdat het stuk voor stuk meesterwerkjes zijn en omdat de tijdgeest die hij erin beschrijft zo fascinerend is.”

10. Wat is uw zwakte?

“Côte d’or-chocolade. En misschien ook schoenen kopen en boeken. (lacht) Ik heb veel te veel schoenen, maar boeken kun je nooit te veel hebben, vind ik.”

‘Spijt en zelfmedelijden, ik vind dat echt een verspilling van energie.’Beeld © Stefaan Temmerman

11. Waar hebt u spijt van?

“Spijt en zelfmedelijden, ik vind dat echt een verspilling van energie. Spijt associeer ik met ruzie. Dat betekent niet dat ik ruzie uit de weg ga, maar ik wil er gewoon geen energie aan besteden. Je kunt beter voorkomen dan genezen.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Tijdens de eerste lockdown is mijn vroegere kinderoppas overleden. In besloten kring was er een heel onwezenlijke begrafenis en toen heb ik gehuild, omdat zij van mijn drie tot mijn twaalf jaar toch een groot stuk van mijn leven heeft uitgemaakt.”

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

(lacht) “Zoals ik zei, word ik niet snel kwaad, maar als ik kwaad word dan weten ze wel dat het nodig is. (lachje) Nu, echt door het lint gaan kan ik me niet herinneren.

“Of geen enkele student mij ooit zover gekregen heeft? (lacht) Studenten zijn doorgaans echt wel ontzettend aardig en gemotiveerd. De opleiding geschiedenis waarin ik doceer hebben ze doelbewust gekozen, het is dan ook een privilege om aan zulke studenten les te geven.

“Vier, vijf jaar geleden heb ik wel een student in mijn lokaal gehad die stomdronken, rechtstreeks van de fuifzaal, kwam binnengewandeld. Ik denk dat hij een van mijn studentes gevolgd was. Ik ging naar hem en vroeg: ‘Hallo, wat doe jij hier?’ Op samenzweerderige toon zei hij: ‘Ik zit hier niet voor de les, maar de professor zal het niet merken hoor.’ En ik: ‘Toch wel.’ (lacht) Toen is hij uiteindelijk vertrokken. Maar dat was vooral heel grappig, daar ben ik niet boos om geworden.”

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ook niet.” (lacht)

15. Welk moment zou u graag herbeleven?

“Dat vind ik een heel mooie vraag. In 2018 zijn wij met het gezin naar Italië vertrokken omdat ik onderzoek deed aan de universiteit van Pisa. We hebben daar een huisje gehuurd in een dorpje in de bergen, buiten de stad dus. Daar hebben we twee maanden geleefd en dat was echt een heel unieke ervaring, want er woonden alleen maar hoogbejaarde Italianen. Als je het dorpje uitliep kwam je midden in de natuur terecht.

'Ik moet zeggen dat de klimaatopwarming wel een test is voor mijn optimisme.'Beeld © Stefaan Temmerman

“We hebben de kinderen toen twee maanden thuisonderwijs gegeven. Ik gaf culturele kennis en mijn man buitenkennis. Voor de les biologie ging hij met hen naar de rivier. Voor de les kunstgeschiedenis gingen we de barokke palazzo’s in Lucca bezoeken. Wat we ook heel vaak deden, was ‘s avonds naar de zee rijden en een aperitivo nemen op het strand van Viareggio. Een prachtige historische plek, waar een standbeeld staat van Percy Shelley die daar verdronken is tijdens een zeiltocht in de baai. Samen met zijn vrouw Mary Shelley, die Frankenstein schreef, en de ravissante schrijver Lord Byron had hij jaren in de streek gewoond. Zulke plekken met een historische beladenheid trekken mij enorm aan.

“Die combinatie van de rust in dat bergdorpje, die prachtige regio, mijn onderzoek en mijn gezin bij mij, zo’n ervaring zou ik weleens willen herbeleven.”

16. Wat is uw vroegste herinnering?

“In de vroege jaren tachtig waren er in Brussel grote antiraketbetogingen. En aangezien mijn ouders nogal bevlogen waren, namen ze ons daar telkens mee naartoe. Ik moet een jaar of vier zijn geweest en herinner me dat ik heel dat traject van Brussel-Noord te voet moest afleggen, dat was echt een calvarieweg. Ik zeurde enorm. Op een bepaald moment stonden we midden in die mensenmassa, en ik weet nog dat mijn broer zei: ‘Lien, kijk!’ Naast ons stond een punker met een levende rat op zijn schouder. (lacht) We vonden het ineens een fantastische ervaring. Die rat maakte alles goed.”

17. Wat is een misvatting over u?

“Dat ik vooral met de actualiteit bezig zou zijn, want in de media geef ik soms commentaar bij wat er gebeurt in Oost-Europa, in Oekraïne of in Rusland, maar mijn onderzoek gaat vooral over de late 18de, vroege 19de eeuw, over de periode toen er een immense uitwisseling was van ideeën tussen Rusland en Europa.”

18. Waarover bent u anders gaan nadenken?

“Ik moet zeggen dat de klimaatopwarming wel een test is voor mijn optimisme. Ik vind dat soms heel beklemmend, maar tegelijk vind ik dat het weinig zin heeft om in paniek te schieten. Ik kan beter iets proberen te doen, op kleine schaal natuurlijk.”

19. Wanneer hebt u het laatst gelogen?

“Gelogen? Euh. Amai. Waarschijnlijk tegen de kinderen. (lacht) Om hen aan te porren om zich klaar te maken.”

'Mijn partner en ik zijn nu bijna twintig jaar samen, de essentie van de liefde tussen ons is dat we elkaar laten zijn wie we zijn.'Beeld © Stefaan Temmerman

20. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“De laatste tijd als iets wat ik moet onderhouden. Vroeger was mijn motto: ik beweeg alleen maar als het nodig is. Maar in de zomer kreeg ik een hernia en besefte ik dat je zorgvuldig met je lichaam moet omspringen.”

21. Wat vindt u erotisch?

“Daar kan ik echt niet op antwoorden. Dat vind ik een te persoonlijke vraag.”

22. Wat is uw goorste fantasie?

“Stel dat je alle populistische presidenten samen op een eiland zet zonder vrouwen - de vrouwen nemen ondertussen de wereldpolitiek over - en dat je hen confronteert met wat hun hate speech aanricht, dat zou volgens mij op iets heel goors uitdraaien.

“Iets gelijkaardigs is ooit gebeurd. In de late jaren dertig had je een periode van terreur onder het bewind van Stalin, waarbij talloze onschuldige slachtoffers zonder reden of om drogredenen gearresteerd en gefolterd werden. Een van Stalins gruwelijkste beulen was ene Nikolai Yezhov, een heel klein mannetje, een echte psychopaat die zich totaal liet gaan in de folterkamers, vaak volledig dronken. Op een bepaald moment werd het zelfs Stalin te gortig zodat hij de man heeft laten arresteren en verdwijnen. Yezhov is overkomen wat hij zelf aangericht had. Hij is ondervraagd, gefolterd en op gruwelijke wijze tot moes geslagen en zo overleden.

“Bij de vraag naar mijn goorste fantasie dacht ik daaraan. Je wil natuurlijk niet dat het ooit echt gebeurt, maar het is al gebeurd.”

23. Bent u een goede vriend?

“Ik ben niet de meest aanwezige vriend, maar mijn beste vrienden zijn ook zo. Wanneer je afspreekt na elkaar maanden niet gezien te hebben en alles is zoals voorheen, dat zijn voor mij de fijnste vriendschappen. Een vriendschap mag niet eisend zijn. Er moet wel een soort vertrouwen zijn dat je elkaar door dik en dun zal steunen. Als een van mijn vrienden in een crisissituatie zit, ben ik wel een luisterend oor.”

24. Hoe definieert u liefde?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik denk eigenlijk leven en laten leven. Dat vind ik heel belangrijk. In vriendschap en ook in liefde. Mijn partner en ik zijn nu bijna twintig jaar samen, de essentie van de liefde tussen ons is dat we elkaar laten zijn wie we zijn. Dat komt natuurlijk niet vanzelf, omdat je ook verwachtingen hebt naar elkaar toe. Soms word je daarin ontgoocheld en soms word je ook aangenaam verrast. Diepe liefde ontwikkelt zich eigenlijk doordat je keer op keer merkt dat je bij elkaar jezelf kan zijn. Twee individuen die elkaar weer ontmoeten, waardoor het ook interessant blijft.”

25. Hoe zou u willen sterven?

“Met een kop koffie en een stuk chocolade en met een boek in bed, zoiets? (lacht) De kleine gelukjes samen en dan in één seconde gedaan.”

26. Wat zou u nog graag realiseren?

“Wel, ik ben net begonnen aan een boek, een biografie over een totaal vergeten vrouw uit de achttiende eeuw, die La Muse Belgique werd genoemd. Marie-Caroline Murray, die helemaal in de marge van de geschiedenis verdwenen is, terwijl ze in Brussel en later in Wenen als intellectueel en kunstenares bijna geen gelijke kende.

“Een ontzettend interessante figuur, die ik in mijn onderzoek permanent tegenkwam in de schaduw van een aantal grote diplomaten. Daarom ben ik verder naar haar op zoek gegaan en zo heb ik in archieven heel veel interessant materiaal over haar ontdekt dat ik nu aan het uitdiepen ben.

“Wat ik wil, is nu grondig de tijd nemen om die vergeten vrouw de aandacht te geven die ze verdient. Naast mijn werk. Dat zal dus nog een paar jaren in beslag nemen.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234