Dinsdag 17/09/2019

oorlogsjournalist Nicholas D. Kristof is het geweten van Amerika

Wie New York Times-columnist Nicholas D. Kristof op straat kruist, zal niet merken dat er een bekroond oorlogsjournalist en het geweten van Amerika voorbij wandelt. Maar onder Kristofs doodnormale uiterlijk zit een combattieve geest met een missie. ‘Ik wil dat Amerikanen zich ‘s morgens in hun koffie verslikken’.

n de VS wordt hij vergeleken met Edward R. Murrow, de legendarische televisiejournalist die zijn programma steeds afsloot met de zinsnede “Good night, and good luck” en wiens leven in 2005 verfilmd werd door George Clooney. Murrow stond synoniem voor integriteit en onafhankelijkheid. Nicholas D. Kristof (1959) zal de vergelijking met zijn illustere voorganger nooit zelf maken, maar wat hij ontegensprekelijk gemeen heeft met Murrow is dat hij door het leven gaat als ‘het geweten van Amerika’. Zowel Bill Clinton, Angelina Jolie, George Clooney als De Vliegeraar-auteur Khaled Hosseini prijzen hem de hemel in voor zijn reportages in landen als China, Soedan, Afghanistan en Congo. Zijn werk leverde hem twee Pulitzers op. De eerste won hij samen met zijn vrouw Sheryl WuDun voor een reeks artikelen over de Tiananmen-opstand in China (1989). Zijn tweede Pulitzer kreeg Kristof in 2006 voor zijn columns over Darfur. Kristof was één van de eerste journalisten die uitpakte met een eigen internetblog waar zijn columns honderden reacties van over heel de wereld uitlokken. Het bekende productiehuis HBO heeft net een documentaire klaar over ‘s mans werk in Congo die volgende maand gelanceerd wordt.In het dagelijkse leven is deze gelauwerde oorlogsjournalist een soort antiheld: doodnormale looks, onopvallend gekleed en immer beleefd. “Apologize for the mess”, zegt hij wanneer hij de deur van zijn hotelkamer opent. Kristof gooit rondzwervende sokken en pantoffels in een hoekje en ploft vervolgens in een zetel. Het interview gaat door in het Ochsen-hotel in het Zwitserse ski-oord Davos. De New York Times-columnist is er een van de invités op het jaarlijkse World Economic Forum. “Beetje moe”, zegt hij. “Net terug uit Oost-Congo. Van Goma naar Davos, toch wel een cultuurschok moet ik zeggen.” Ongevraagd begint Kristof over Congo te praten, het land dat hem overdondert met morele dilemma’s. “Hoe meer ik over Congo schrijf, hoe meer ik versteld sta van het feit dat de wereld ongevoelig is voor het drama dat zich daar afspeelt. Geen enkele humanitaire crisis krijgt zo weinig aandacht per miljoen lijken. De internationale reactie is gewoon pathetisch. Ik word er bijna cynisch van: je zou haast wensen dat er in Oost-Congo ook een aardbeving of een tsunami plaatsvindt, zodat het land eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Het helpt natuurlijk niet dat de slachtoffers een zwarte huidkleur hebben en dat het conflict wordt uitgevochten door een zootje krijgsheren met onuitspreekbare namen. Toch blijft het gebrek aan aandacht erg storend. Als wij in Europa of de VS op straat geconfronteerd worden met een stervend kind, zullen de meesten onder ons alles doen om dat kind te redden. Waarom zouden we dan niet hetzelfde doen voor een kind dat op tienduizend kilometer afstand aan het sterven is? Met alle moderne communicatiemiddelen moet het toch mogelijk zijn om een verschil te maken voor landen als Congo? Om dat doel te bereiken, ben ik bereid om schaamteloos gebruik te maken van alle mogelijk journalistieke technieken. Zelf werk ik vaak met getuigenissen. Storytelling is een krachtig wapen om mensen wakker te schudden. Het verhaal van een verkracht Congolees meisje is veel sterker dan een theoretische uiteenzetting over de politieke situatie in Afrika. Ik wil dat Amerikanen zich ‘s morgens in hun eerste slok koffie verslikken. Het is belangrijk dat westerlingen zich meer betrokken voelen bij onderwerpen als Congo, Darfur, malaria en ondervoeding. Het is onze rol als journalisten om die twee werelden te overbruggen.”Ziet u eigenlijk nog een lichtpunt in de situatie in Oost-Congo?“Moeilijk te zeggen. Ik ben wel heel sceptisch over het militaire offensief dat het regeringsleger het afgelopen jaar voerde tegen de milities van het FDLR (een rebellenbeweging die voornamelijk uit Rwandese Hutu’s bestaat, van wie sommigen nog deelnamen aan de genocide van 1994 KoV). Voor de burgerbevolking was die operatie een ramp. Ik weet dat een groot deel van die FDLR-strijders regelrechte schurken zijn, maar toch vind ik dat de Rwandese president Paul Kagame meer inspanningen moet doen om die milities te demobiliseren en terug naar Rwanda te halen. Ook de Congolese president Joseph Kabila blijft in gebreke. Hij moet zijn eigen regeringsleger moderniseren en ervoor zorgen dat zijn soldaten ophouden met het verkrachten van burgers. Maar ik moet toegeven dat er in Congo de jongste jaren ook vooruitgang is geboekt. Nog niet zo lang geleden woedde er in het gebied van de Grote Meren een totale oorlog waaraan maar liefst acht landen deelnamen. Nu zijn er enkel in Oost-Congo nog grote problemen. Eveneens een stap voorwaarts was de arrestatie van krijgsheer Laurent Nkunda, begin 2009. Nu komt het erop aan om Nkunda’s opvolger Bosco Ntaganda op te pakken en aan het Internationaal Strafhof in Den Haag uit te leveren. Ntaganda liet zich inlijven in het Congolese leger en het is onaanvaardbaar dat hij nog steeds een hoge officiersfunctie uitoefent.”Een zeer Belgische vraag: onze vroegere buitenlandminister Karel De Gucht had de gewoonte om in het openbaar zware kritiek te uiten op president Kabila, terwijl onze nieuwe minister Steven Vanackere voor een zachtere koers kiest en zijn kritiek liever binnenskamers houdt. Wat is volgens u de beste aanpak?“Ik kan me moeilijk in de plaats stellen van een Belgisch minister, maar persoonlijk geloof ik in een diplomatieke dialoog met alle regimes. Het is goed om leiders als Kabila uit te nodigen en ze te bezoeken. Maar het is ook wel noodzakelijk om vrij en vrank te zijn over corruptie en mensenrechtenschendingen. Ten aanzien van Kabila moet duidelijk gemaakt worden dat hij de plicht heeft om Bosco Ntaganda op een vliegtuig naar Den Haag te zetten. Toch zie ik in Kabila geen bloedige dictator die bevelen geeft om mensen af te slachten. Zijn grote probleem is dat hij z’n soldaten niet onder controle heeft. Het Congolese leger is echt een catastrofe. Kabila beseft dat maar al te goed en daarom kondigde hij recent een zero tolerance voor seksueel geweld af. Militairen en commandanten die zich aan verkrachtingen bezondigen, zouden voortaan streng gestraft worden. Verder is het cruciaal dat er meer druk komt op Rwanda en daar kunnen de VS een nuttige rol spelen. Kigali en Washington hebben immers goede relaties. In Rwanda zelf zorgde Paul Kagame voor grote economische vooruitgang, dat kan niemand ontkennen. Maar tegelijk is Kagames strategie de belangrijkste reden waarom Oost-Congo in puin ligt. Veel westerse landen aarzelen om druk uit te oefenen op Kigali omwille van de genocide van 1994. Maar het is niet omdat er in Rwanda een genocide plaatsvond, dat we het lijden van de mensen in Congo moeten tolereren. Toen hij nog een gewoon senator was, heeft Barack Obama hierover enkele krachtige uitspraken gedaan. Maar sinds hij president is, heeft hij nog niet veel gedaan aan de situatie in Oost-Congo. Toch wel teleurstellend.”In uw recente columns drukte u meermaals uw teleurstelling uit over Obama. De Amerikaanse president zit momenteel in een serieuze dip en dreigt zijn gezondheidshervorming te verliezen. Hoe teleurstellend vindt u dat?“Dat is bijzonder erg. Volgens een Harvardstudie sterven jaarlijks 45.000 Amerikanen omdat ze geen adequate gezondheidsverzekering hebben. Een internationale schande is dat. De jongste maanden zag het ernaar uit dat Obama zijn gezondheidswet zonder veel kleerscheuren door het Congres zou krijgen. Maar op het beslissende moment verloren de Democraten een cruciale senaatszetel in Massachusetts en nu ziet het ernaar uit dat de gezondheidshervorming er niet zal komen. Bijzonder frustrerend. We were so close.”Massachusetts was bijna veertig jaar een Democratisch bastion en toch heeft Obama die senaatszetel door de Republikeinse kandidaat Scott Brown laten inpikken. Hoe kon dat gebeuren?“Ik denk dat de Democraten de woede onderschat hebben die momenteel in heel het land leeft. In plaats van de gezondheidshervorming als een moreel argument uit te spelen, heeft Obama zijn politiek kapitaal gebruikt om banken en autofabrieken te redden. Obama was vooral bezig met Wall Street en niet met de redding van main street waar mensen massaal hun jobs en huizen aan het verliezen waren. Dat heeft voor ongelofelijk veel boosheid gezorgd.”Ook bij u?“Wees maar zeker. Het feit dat Obama zijn politiek kapitaal gebruikte om een compensatie voor Wall Street-bankiers te regelen in plaats van de gezondheidshervorming voor arme Amerikanen te redden, maakt me ziek. Noem het voor mijn part gerust één van de grootste tragedies van 2009.” Wat moet Obama nu doen?“Om de economie terug op gang te krijgen en nieuwe sociale drama’s te vermijden, is er een jobwet nodig. Voor de midterm-verkiezingen zitten de Democraten met een probleem. Ik denk dat de Republikeinen het goed zullen doen. Of Obama zich tegen de volgende presidentsverkiezingen kan rechttrekken, hangt af van veel factoren. Zal de economie zich herstellen? Met welke kandidaat komen de Republikeinen op de proppen? In ieder geval: op dit moment ziet het er niet goed uit voor Obama.”Is dat niet de tragedie van Obama: mensen die het meeste nood hebben aan een ziekteverzekering en een krachtige jobwet dreigen opnieuw Republikeins te stemmen?“Tja, dat is inderdaad verbazingwekkend. Het is zelfs een echte trend: Amerikanen stemmen steeds meer tegen hun persoonlijk economisch belang. Fabrieksarbeiders en boeren kiezen voor de Republikeinen die vooral een belastingvermindering voor multimiljonairs willen. In New York heb je dan weer heel wat rijke advocaten en bankiers die Democratisch stemmen. Fascinerend is dat. Nog een ander ingrijpend fenomeen is de polarisering. Die is bijna totaal. In Amerika zijn de verschillende regio’s bijna exclusief Republikeins of exclusief Democratisch. Republikeinen en Democraten hebben hun eigen kranten, televisiestations en websites. Ik vind dat rampzalig want het betekent dat mensen enkel nog die media volgen die hun eigen vooroordelen bevestigen. Onder andere dankzij de opkomst van kabeltelevisie en allerlei websites kan je perfect door het leven gaan zonder ooit op een standpunt te stuiten dat het eigen gelijk kan bijsturen. Gevaarlijk. In Europa heb je volgens mij net het tegenovergestelde. In de seventies en de eighties was Europa een heel verdeeld continent: linkse en rechtse mensen lazen verschillende kranten, stuurden hun kinderen naar andere scholen, frequenteerden verschillende sportclubs enzovoort. Ik heb de indruk dat die scherpe tegenstellingen verdwenen zijn. Linkse en rechtse Europeanen zijn naar elkaar toegegroeid.”U gaat door het leven als een progressief schrijver. Hoe reageren conservatieven op uw columns in The New York Times?“Ik ben afkomstig uit de oerconservatieve staat Oregon. Mijn voormalige buren zijn zeer behoudsgezind: gefocust op God en het vrij wapenbezit. Mijn argumenten hebben daar geen succes. In Oregon kan ik weinig mensen overtuigen, daarover maak ik me geen enkele illusie.”Dat moet vreemd zijn. In uw eigen geboortestaat zijn uw ideeën niet welkom. Voelt u zich daardoor machteloos of maakt het u strijdlustig?“Goh, ik ben veranderd. Toen ik in 2001 mijn column in The New York Times kreeg, dacht ik: ‘Waauw! Nu kan ik met mijn pen de meningen van andere mensen beïnvloeden.’ Maar al snel besefte ik dat mijn kritische stukken over George Bush, Dick Cheney en de Irak-invasie vooral gesmaakt werden door mensen die het al met me eens waren. ‘Briljant’, zegden mij bewonderaars, maar m’n tegenstanders vonden me dom of negeerden me. Dat verklaart ten dele waarom ik vaak over onderwerpen schrijf die niet op de Amerikaanse politieke agenda staan: Darfur, seksuele exploitatie van minderjarigen, Congo. Zowel voor Democraten als Republikeinen is dit onbekend en dus ook neutraal terrein. Telkens ik over dit soort onderwerpen schrijf, heb ik de indruk dat andersdenkenden mijn columns wél apprecieren. Ik merk dat progressieve en conservatieve politici erin slagen om voor dit soort problemen front te vormen. Ze luisteren naar elkaar en slagen er soms in om samen oplossingen te zoeken. Hier kan ik als journalist wél een verschil maken.Niet enkel Republikeinen hebben het vaak moeilijk met uw columns, ook Obama zelf lijkt uw adviezen in de wind te slaan. Over de Afghanistan-oorlog schreef u dat een troepenuitbreiding onzinnig is en dat het geld voor extra militairen beter in Afghaanse scholen geïnvesteerd zou worden. Enkele dagen later kondigde Obama aan dat hij 30.000 extra militairen naar Afghanistan zou sturen. Bleef u gefrusteerd achter? “Tja, mijn pleidooi voor meer investeringen in het Afghaans onderwijs moet ergens op een verre planeet zijn terechtgekomen. Ach, Obama heeft de goede gewoonte om mijn adviezen te negeren (lacht). Ik denk dat de president en zijn medewerkers wel appreciëren dat ik als journalist in landen als Afghanistan, Soedan en Congo op het terrein ga. Maar blijkbaar komen ze steeds tot de conclusie dat ik het allemaal niet goed begrepen heb. Ik stel wel vast dat ik op dezelfde lijn zit als de Amerikaanse ambassadeur in Kaboel, Karl Eikenberry, toch ook iemand die Afghanistan goed kent. Generaal Stanley McChrystal (opperbevelhebber in Afghanistan KoV) is het dan weer grondig oneens met me. Fine, het is normaal dat er verschillende standpunten zijn. Maar toch denk ik dat ik gelijk heb.”Tijdens de Afghanistanconferentie in Londen had iedereen het over onderhandelingen met de taliban, terwijl diezelfde strijders tot voor kort als extremistische terroristen werden afgeschilderd. Op enkele dagen tijd werd het imago van de taliban binnenstebuiten gekeerd. Opmerkelijk toch?“Waarschijnlijk is het wel nuttig om met bepaalde taliban-elementen te praten. Maar als het de bedoeling is om de hele talibanbeweging in het politiek proces te integreren, is dat een zware fout. Ik denk namelijk niet dat we Mohammed Omar (leider van de taliban in Afghanistan KoV) ooit nog op andere gedachten zullen kunnen brengen. Aan de andere kant is het natuurlijk wel zo dat er tal van verklaringen zijn waarom zoveel mannen zich bij de taliban hebben aangesloten: omdat ze een beetje geld krijgen, omdat hun neef door de Amerikanen is doodgeschoten, omdat ze geen ‘bezetters’ in hun vallei willen. Zulke strijders kun je moelijk taliban pur et dur noemen en het is zeker een poging waard om ze opnieuw in de maatschappij te krijgen.Op de Londenconferentie kantten Afghaanse vrouwenorganisaties zich tégen onderhandelingen met de taliban. Vele vrouwen vrezen een terugkeer van het fundamentalistische ‘boerkaregime.’ Is hun angst gegrond?“Natuurlijk begrijp ik hun bezorgdheid. Maar ook voor Afghaanse vrouwen is het cruciaal dat hun land opnieuw stabiel wordt, zodat er meer middelen naar onderwijs en economische ontwikkeling kunnen vloeien. Onderwijs is écht het allerbelangrijkste emancipatiemiddel voor de Afghaanse vrouw. Kijk maar naar een land als Bangladesh: een min of meer stabiel land waar de afgelopen jaren veel geld in het onderwijs voor vrouwen werd geïnvesteerd. De maatschappelijke impact van die inspanning is groot. Tegenwoordig gaan daar meer meisjes naar het middelbaar onderwijs dan jongens. Deze actieve vrouwen zijn hun land letterlijk aan het optillen: de levensomstandigheden verbeteren, er komen meer jobs, meer stabiliteit en het aantal geboortes neemt af waardoor een bevolkingsexplosie waarschijnlijk vermeden zal worden. Afghanistan zou een tweede Bangladesh kunnen worden op voorwaarde dat er opnieuw stabiliteit komt.”Mensen die uw columns over Afghanistan lezen, zouden kunnen denken dat u een overtuigd pacifist bent. Maar dat bent u niet. Met betrekking tot de Darfur-oorlog pleit u voor een militaire tussenkomst. Boven het conflictgebied moet er een no fly-zone komen en de aanvalshelikopters van het Soedanese leger moeten met luchtbombardementen vernietigd worden. “Neen, een pacifist ben ik niet. Je moet voorzichtig zijn met militaire acties, maar soms kun je niet anders. De internationale interventies in Bosnië en Kosovo waren noodzakelijk. En in Rwanda heeft de internationale gemeenschap in 1994 een enorme fout gemaakt door geen einde te maken aan de genocide. Voor wat betreft Soedan vind ik dat we president al-Bashir de rekening moeten presenteren voor zijn wandaden in Darfur. Temeer omdat er opnieuw een oorlog in Zuid-Soedan dreigt, waardoor heel het land opnieuw kan ontploffen. Vergeet niet dat er tijdens de laatste burgeroorlog in het Zuiden 2,5 miljoen doden zijn gevallen. Al-Bashir speelt met vuur en de wereld moet reageren.”Maar hoeft al-Bashir zich wel iets aan te trekken van de wereld? Zijn regime krijgt de steun van China, dat vooral geïnteresseerd is in de Soedanese olie, niet in mensenrechtenschendingen.“Ik zie daar een nuance. Het klopt natuurlijk dat China weinig scrupules heeft om repressieve regimes met geld en wapens te steunen. Zimbabwe. Soedan. Maar aan de andere kant heeft ook China baat bij een stabiel Soedan. Peking wil in geen geval een nieuwe oorlog tussen Noord-en Zuid-Soedan omdat die de olieproductie in het gedrang kan brengen. Dat verklaart ook waarom de Chinese regering druk uitoefende op al-Bashir om VN-vredestroepen in Darfur toe te laten. China heeft hier een constructieve rol gespeeld. Wij in het Westen hebben de neiging om op de negatieve rol van China te focussen en dat is deels terecht. Maar dit verhaal heeft nog een andere kant: China geeft veel studiebeurzen aan Afrikanen en investeert zwaar in ontwikkelingshulp en gezondheidszorg. Het minste wat je van de Chinezen kan zeggen, is dat ze veel aandacht hebben voor Afrika en dat kan je niet van alle westerse landen zeggen.”China en de Verenigde Staten lijken af te stevenen op een zwaar conflict. Er was de cyberaanval op Google, de rel rond wapenleveringen aan Taiwan, een omstreden bezoek van de Daila Lama aan Obama, strubbelingen over de wisselkoersen. Waar gaat dit eindigen?“Alles wijst erop dat de relaties snel bergaf gaan. 2010 zal een zwaar jaar worden voor de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Op alle fronten dreigen er zware aanvaringen: economie, politiek, mensenrechten. Binnen dit spanningsveld kunnen er altijd onverwachte incidenten plaatsvinden die het conflict op scherp zetten: een botsing tussen een Chinese en Amerikaanse duikboot, straaljagers die iets te dicht in elkaars buurt komen. Zorgwekkend. Een gewapend treffen zal er zeer waarschijnlijk niet komen, maar een handelsoorlog is niet uit te sluiten. In dat geval zullen beide kampen verliezen. Zo’n handelsconfrontatie zal ook tot groeiende onenigheid leiden over kwesties als Iran, Noord-Korea en ook Birma, waar China een belangrijke speler is. Met andere woorden: het risico bestaat dat deze zware dossiers compleet geblokkeerd raken en dat zal de stabiliteit van de wereld niet ten goede komen.”U wisselt uw columns over Afghanistan, China en Oost-Congo af met stukken over lichtere onderwerpen als bergtochten en jeugdliteratuur. Blijkbaar hebt u af en toe genoeg van de geopolitiek en is er de behoefte om te ontsnappen naar andere sferen.“Ik hou ervan om af en toe wat te spelen met die column. Soms doet een mens al eens gekke dingen. Maar tegelijk maak ik me zorgen over hoeveel kinderen zelden of nooit in aanraking komen met de natuur. Ik noem dat het nature deficit disorder: kinderen die vooral binnenskamers spelen, alles weten over computerspelletjes maar nooit in bomen klimmen. Een generatie die de natuur niet heeft meegekregen, dat maakt me ongerust. Voor mij is dat een ongelofelijk belangrijk levensaspect. Elk jaar trek ik met mijn kinderen de bergen in. Wat een opluchting om even verlost te zijn van deadlines, Blackberry en e-mails. Het is zo belangrijk om opnieuw in verbinding te komen met de natuur. Het geeft mijn leven perspectief. De natuur brengt me in contact met de dingen waar ik in het leven veel om geef. Vandaar dat ik een column schreef met tips voor bergtochten. Ook kinderboeken vind ik essentieel. Tijdens mijn jeugd heb ik er ongelofelijk veel plezier aan beleefd. Helaas is het zo dat kinderen uit gezinnen met lage inkomens steeds minder in aanraking komen met boeken en dat blijkt een negatieve impact te hebben op hun IQ. Ik gebruikte mijn column om een lijst af te drukken van mijn favoriete kinderboeken en op mijn blog kunnen lezers hun lievelingsboeken aanprijzen.”In 1990 won u samen met uw vrouw Sheryl WuDunn een eerste Pulitzer-prijs voor uw berichtgeving over de Tiananmen-opstand. Ook uw jongste boek Half the Sky schreef u samen met uw vrouw. Jullie moeten wel een erg symbiotische relatie hebben.“Mensen vragen ons vaak hoe we erin slagen om samen een boek te schrijven zonder te scheiden. Ik heb dan altijd mijn antwoord klaar. Sheryl en ik voeden samen drie kinderen op en ik kan je verzekeren dat dat nog veel intenser is dan samen een boek maken. Een boek spreekt nooit tegen en kan op elk moment opzijgelegd worden. Kinderen daarentegen... Maar daarnaast schrijven Sheryl en ik over zaken waar we allebei veel om geven. Het was ook goed om Half the Sky als koppel te publiceren. Een vrouw die een boek over vrouwenrechten schrijft, heeft altijd zoiets soft. Terwijl een vrouwenboek dat alleen door een man geschreven is voor velen nogal weird is.”Minstens even opvallend is dat u uw kinderen mee op reportage neemt. In uw boek bedankt u hen omdat ze zo kalm blijven tijdens arrestaties.“Ik heb inderdaad koelbloedige kinderen. Ik ben een keertje met mijn oudste zoon opgepakt in China en de tweede maal was in Zuid-Soedan met m’n tweede zoon. Natuurlijk waren dat spannende momenten, maar echt gevaarlijk was het niet. Ik wil die gevaren ook niet overdrijven. In Londen of Parijs is de kans om overvallen te worden aanzienlijk groter. Maar los van die uitzonderlijke incidenten vind ik het fantastisch om met mijn kinderen te reizen. In december heb ik mijn dochter meegenomen naar Latijns-Amerika en binnenkort gaan we met de hele familie naar Israël en de Westelijke Jordaanoever. Ik wil dat mijn kinderen dat land met hun eigen ogen zien. Maar ook dat ze beseffen dat ze bij hun geboorte de loterij hebben gewonnen en dat ze een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van mensen die in veel moeilijkere en gevaarlijkere situaties leven.”Hoe ziet u die verantwoordelijkheid?“Ik beschouw het als een plicht om mensen die minder geluk hebben dan wij te helpen. Zie ons hier zitten! In Davos! Waarschijnlijk één van de veiligste plaatsen op aarde. In een comfortabel hotel. Pratend over mensen in Oost-Congo. Ik vind dat wij een verantwoordelijkheid hebben om het voor die mensen in Congo op te nemen. We moeten een verschil proberen te maken. Het is dát wat ik aan mijn kinderen wil meegeven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234