Dinsdag 06/12/2022

Oorlog volgens Al Qaida: twee fasen afgerond, nog drie te gaan

De ontmanteling van een terroristische cel in Duitsland afgelopen week bewijst dat zes jaar na de aanslagen van 11 september en ondanks de oorlog tegen het terrorisme Al Qaida niet verzwakt is. Integendeel, de organisatie is ongrijpbaarder dan ooit en heeft hoe langer hoe meer Europa in het vizier. Al Qaidakenner Abdel Bari Atwan heeft er net een boek over gepubliceerd. 'De volgende aanval zal niet lang op zich laten wachten.'

Door Ayfer Erkul

"Zolang Europa betrokken blijft bij Irak en de Amerikaanse agenda in het Midden-Oosten blijft ondersteunen, zal het continent door jihadisten als een legitiem doel worden beschouwd." Niets kon de boodschap van Abdel Bari Atwan in zijn pas gepubliceerde boek De geheime geschiedenis van Al Qaida beter illustreren dat de gebeurtenissen afgelopen week in Duitsland.

Toen Fritz G., Daniel S. en Adem Y., respectievelijk twee Duitsers en een Turk, werden aangehouden in Medebach-Oberschledorn, in de deelstaat Hessen, waren ze volgens de politie bezig aan de voorbereiding van twee grote aanslagen in Duitsland: een op de luchthaven van Frankfurt en een op de Amerikaanse basis van Ramstein. Bij de arrestatie werd zevenhonderd kilo waterstofperoxide gevonden, voldoende om een stevige bom te maken. Het drietal blijkt lid te zijn van de Islamitische Jihad Unie, een splintergroep van de Islamitische Beweging van Oezbekistan, die in Centraal-Azië al verschillende aanslagen pleegde op Amerikaanse doelwitten.

Met de aanhoudingen is de zaak niet afgelopen, zo denken de Duitse speurders. Vermoedelijk maakte het trio deel uit van een veel grotere organisatie, waarbij nog minstens tien anderen betrokken zijn. Mogelijk is ook dat het drietal de aandacht moest afleiden van de veiligheidsdiensten, zodat de eigenlijke terreurdaad elders en door anderen kan worden gepleegd.

Europa ligt al jaren in het vizier van Al Qaida, schrijft Abdel Bari Atwan in zijn boek. De aanslagen in Madrid en Londen en de moord op filmmaker Theo van Gogh bevestigden dat, maar waren slechts het begin. In Europa opereren talrijke, goed georganiseerde jihadisten in kleine cellen. Het grote gevaar vormen ontevreden jonge moslims, vaak van de tweede of derde generatie, die kampen met een cultureel identiteitscomplex dat door lidmaatschap van de oemma, de islamitische gemeenschap, wordt opgelost. Ze gaan over tot het plegen van aanslagen nadat ze gelijkgezinden hebben ontmoet in gevangenissen, moskeeën of via jihadistische websites.Minstens even zorgwekkend zijn de bekeerlingen. Duitsland reageerde geschokt toen twee van de verdachten, Fritz G. en Daniel S., bekeerde moslims bleken te zijn, gewone Duitse jongens die de radicale islam als levenswijze hadden gekozen. Diezelfde reactie was er ook in ons land toen Muriel Degauque, een gewone Belgische vrouw, op 9 november 2005 als eerste westerse een zelfmoordaanslag pleegde in Irak. Tot die dag had Degauque, eveneens een bekeerling, een onopvallend leven geleid in Charleroi.

De bekeerlingen zijn zo mogelijk nog gevaarlijker dan de 'gewone' terroristen van eigen bodem, schrijft Atwan. "Deze 'binnenlandse' jihadisten zijn vrijwel niet in de gaten te houden omdat er vaak niets is waarin ze zich onderscheiden van duizenden andere jongeren. Vaak plannen en organiseren de cellen hun aanvallen autonoom... Ondanks hun kennelijke onafhankelijkheid zijn de jongeren in staat om binnen een geheimzinnig netwerk te opereren dat altijd weer uitkomt bij Al Qaida."

De jongeren zijn van groot belang voor de leiders van Al Qaida. Concentreerden de boodschappen van Osama bin Laden en Ayman al-Zawahiri, de tweede man van Al Qaida, zich vroeger vooral op de situatie in het Midden-Oosten, dan neemt de organisatie sinds een tweetal jaar steeds vaker het onrecht tegen moslims in Europa op de korrel om jonge moslims van hier aan te spreken. Zo vaardigde Bin Laden na het tumult rond de Deense cartoons een fatwa uit tegen de cartoonisten. Zo fulmineerde Al-Zawahiri tegen de Franse overheid toen die een hoofddoekverbod uitvaardigde in scholen.

Om de jongeren beter te bereiken, worden de boodschappen ondertiteld in het Engels of worden jihadistische websites met instructies en ideologieën opgebouwd in een Europese taal. De tweede en derde generatie spreken nog nauwelijks of geen Arabisch. "Europa ontwikkelt zich snel tot het nieuwe front voor de militaire jihad en zeker de culturele en morele jihad. Vooral de laatste is gevaarlijk, omdat zo in potentie de frustratie en woede van alle moslims, ongeacht achtergrond, leeftijd of status, kan worden aangewend in plaats van alleen die van 'heethoofdige jongeren", schrijft Atwan.

De kans dat de drie arrestanten rechtstreekse contacten hadden met Osama bin Laden of een van zijn naaste medewerkers, is heel klein. Maar dat hoeft ook niet om een bijdrage te leveren tot de 'moderne' Al Qaida, meent Atwan. Al Qaida is allang geen normale radicale organisatie meer, maar een ideologisch project. Fysieke en geografische beperkingen zijn er niet. Ieder die wil kan bijdragen aan het project en ieder kan er zelf zijn invulling van geven.

Wat de organisatie zo uniek maakt, is dat ze als eerste radicale groepering wereldwijd opereert, via de moslimdiaspora en het internet. Iedere moslim kan wereldwijd aansluiting zoeken bij de elektronische oemma. Al Qaida kan duizenden en wellicht miljoenen van de 1,3 miljard moslims in de wereld mobiliseren door de verplichting tot de jihad.

Massa's boeken zijn er de afgelopen jaren verschenen over Osama bin Laden, het ene al beter gedocumenteerd en geschreven dan het andere. Wat De geheime geschiedenis van Al Qaida zo opmerkelijk maakt in de hele stapel is niet alleen de gedetailleerde analyse van het ontstaan van de organisatie, maar ook de persoonlijke toets die Abdel Bari Atwan aan het boek geeft. Dat kon hij omdat hij als een van weinige westerse journalisten - Bari is hoofdredacteur van de in Londen gevestigde onafhankelijke Arabische krant Al-Quds Al-Arabi - 's werelds superterrorist zelf had geïnterviewd.

Toen Abdel Bari Atwan in 1996 werd uitgenodigd om Bin Laden te interviewen voor Al-Quds Al-Arabi, was de organisatie lang niet het Al Qaida van nu. Nu zou geen enkele journalist een interview met Bin Laden weigeren, maar destijds deed de BBC, die ook was uitgenodigd, het wel. De Britse zender vond de man niet belangrijk genoeg om een hele cameraploeg naar Afghanistan te sturen. Atwan accepteerde wel, net zoals de bekende journalist Robert Fisk van The Independent.

Atwan was uitgekozen omdat hij in zijn krant Al-Quds Al-Arabi alsmaar kritiek leverde op de Arabische regimes in het Midden-Oosten. In die tijd al was Bin Laden persona non grata in zijn geboorteland Saudi-Arabië en had hij zijn toevlucht gezocht tot Afghanistan, waar de taliban aan de macht waren.

Na een lange reis via Peshawar en Jalalabad werd Atwan door zijn begeleider, wiens naam hij niet mocht weten, gedropt aan de grotten van Tora Bora, waar Al Qaida een kamp had. De Osama bin Laden die hij ontmoette was niet de man die hij in gedachten had. Atwan had luxe verwacht in het verblijf van Bin Laden, die tot de rijkste Arabieren in de regio behoorde.

Maar de Al Qaidaleider was een sober man, bescheiden gekleed met een haveloze deken om de schouders. De grot waarin hij verbleef, was ijskoud. Het avondmaal dat werd opgediend, haast oneetbaar: dikke frieten waarvan de olie af droop, een bordje gebakken eieren voor vijf man en gezouten, bijna bedorven kaas. Toiletten waren er niet en het bed dat Atwan kreeg aangeboden, in dezelfde kamer als Bin Laden, was een vuile matras op kratten handgranaten met daarnaast kalasjnikovs. Atwan, die bang was dat een van de wapens per ongeluk zou afgaan, deed in de twee nachten dat hij er was geen oog dicht.

In tegenstelling tot de armoedige en kille accommodatie was de houding van Osama bin Laden: warm, gastvrij en zelfs grappig. En intelligent. Toen al was duidelijk dat Osama bin Laden geen gewone man was en dat hij een grote rol zou spelen in de moslimgeschiedenis, schrijft Atwan. En ook de capaciteiten van Al Qaida waren al zichtbaar. Terwijl het internet in 1996 nog niet algemeen verspreid was, waren er computers in de grotten van Tora Bora en kon de organisatie op het wereldwijde web. "De wereld is tegenwoordig een dorp geworden", zei Bin Laden tegen Atwan.

Al in 1996 verklaarde bin Laden aan Atwan dat hij niet naar de Verenigde Staten zou trekken om daar te strijden. De Amerikanen, zo klonk het, moesten naar hem komen. En daarvoor moest hij hen lokken, uitdagen zelfs. Op eigen terrein, in het Midden-Oosten, kon hij de VS best aan.

Profetische woorden of grootspraak? Volgens Atwan wist Bin Laden toen al hoe hij de VS het best kon lokken. De aanslagen van 11 september waren geen spontane beslissing, maar maakten deel uit van een bewuste langetermijnstrategie van Al Qaida. Volgens 'Al Qaida's strategie tot het jaar 2020', dat op het internet circuleert, is de organisatie bezig aan een langdurige jihad met vijf belangrijke stadia.

Als eerste moesten de Verenigde Staten zover gedreven worden dat ze een moslimland zouden binnenvallen, en daar moest 9/11 voor zorgen. In de tweede plaats moest de oemma zelf wakker worden geschud. Door hun woede op te wekken, konden jihadisten aangetrokken worden. Vervolgens zou het conflict zich tot een uitputtingsoorlog uitbreiden. Fase een en twee zijn gerealiseerd, de vooruitzichten voor fase drie van de strategie zien er eveneens veelbelovend uit, met de taliban die in Afghanistan herrezen is en de niet-aflatende stroom van aanslagen in Irak. Ook de vierde fase, waarin Al Qaida moet evolueren naar een ideologie, zonder grenzen, waarbij iedereen die sympathiseert zelf cellen kan vormen, lijkt goed te vlotten, meent Atwan. Rest nog fase vijf, waarin de militaire uitgaven van de VS het land naar een bankroet leiden. "Daarna kunnen gehate Arabische regimes worden omvergeworpen en het kalifaat weer in ere hersteld", schrijft Atwan. Eigenlijk, aldus de auteur, was de invasie van Irak gewoon de vervulling van een wens voor Osama bin Laden.

Al Qaida bestrijden zoals de Amerikaanse president Bush doet met zijn oorlog tegen het terrorisme, zal niet veel opbrengen, zegt Atwan in zijn conclusie. "Het is onmogelijk een onzichtbare of ongrijpbare vijand te verslaan." Al Qaida kan volgens Atwan alleen worden aangepakt door de politieke, sociale en economische omstandigheden die niet langer acceptabel zijn voor moslims weg te nemen. "Allereerst moeten de bronnen van de rekruteerders worden afgesloten, door de ontevredenheid en de enorme haat die de VS hebben opgewekt weg te nemen - haat die vooral ontspruit uit het militaire ingrijpen maar ook uit wat moslims vaak zien als een door en door corrupte, hebberige en immorele levensstijl (in de Arabische wereld, AE). Moslims zijn het wellicht niet eens met wat Al Qaida hen op de lange termijn wil bieden - hoeveel van hen zouden onder een talibanachtig regime willen leven?-, maar dat speelt niet in het heden."

Abdel Bari Atwan, De geheime geschiedenis van Al Qaida, Luitingh-Sijthoff, 230 p., 18,95 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234