Zaterdag 21/09/2019

Oorlog in de modder van de tijd

De Brit Niall Ferguson (°1964) is een van de meest spraakmakende (wegens de stellingen in zijn boeken), een van de bekendste (wegens zijn tv-werk) en dus een van de meest invloedrijke historici van deze tijd. Meer dan tien jaar na The Pity of War (1998) verscheen eindelijk een Nederlandse vertaling (De erbarmelijke oorlog) van zijn tegendraadse kijk op de Eerste Wereldoorlog. Zeshonderd pagina’s uitdagende stellingen en tegendraadse analyse, die als geheel echter niet bevredigen. Vuistdik is in dit geval geen synoniem voor monumentaal.

Een notering in een top 100 van Time (invloedrijke actuele wetenschappers en denkers) komt nooit uit de lucht vallen, en zeker in de Angelsaksische wereld is Niall Ferguson, auteur van onder meer het immens populaire Het succes van geld een stem die niet te negeren valt, zelfs voor wie het absoluut niet met hem eens is. Die status bereikte hij door in een aantal spraakmakende boeken pittige stellingen te ontwikkelen. Vooral De erbarmelijke oorlog deed vanaf de verschijning ervan in 1998 ongemeen veel stof opwaaien bij historici. In dat boek zette Niall Ferguson ook zowat elke bestaande waarheid over ‘de Groote Oorlog’ op haar kop. Bijvoorbeeld: het ware wellicht beter voor Europa geweest dat Groot-Brittannië zijn jongens niet naar de loopgraven had gestuurd en Duitsland gewonnen had. Dan was er nadien ook geen fascisme gekomen, maar een groot en vredig Europa. Zeker voor een Brits publiek zijn dat blasfemische stellingen. Of deze, voor het Belgische publiek: de Britse regering is helemaal niet tussenbeide gekomen om de Belgische neutraliteit te verdedigen. De Britse regering heeft in Ieper en omstreken niet brave little Belgium verdedigd, maar vooral haar eigen belang.

Pikante stelling

Nu is een stevig tegendraads boek an sich zeker geen kwade zaak. Zoals zoveel academische submilieus hebben de kringetjes van professionele historici soms ook de neiging om hun eigen vooronderstellingen onvoldoende te bevragen en in hun wetenschappelijke publicaties steeds gedetailleerder in te gaan op secundaire en zelfs tertiaire kwesties. Als een angry young man dan even het stof van de geschiedkundige bibliotheek blaast, kan dat veel ingedommelde historici inderdaad doen kuchen en hoesten.Het moet gezegd: wie dit boek ter hand neemt als een eerste globale kennismaking met de Eerste Wereldoorlog, krijgt een gedetailleerd en op het eerste gezicht overtuigend pleidooi onder ogen waar amper een speld tussen te krijgen valt. Niall Ferguson borstelt een breed panorama waarin hij ongelofelijk veel aspecten van de Eerste Wereldoorlog betrekt. Hij gaat zowel in op de overwegingen van de diplomaten en politieke actoren als op de angsten, prestaties en streken van de gewone soldaten te velde. En met ongelofelijk veel ijver ontmaskert hij talloze mythes over die oorlog.Voor zover die mythes nog bestaan. Neem bijvoorbeeld Fergusons pikante stelling over België. België had het statuut van ‘neutraal land’, en Groot-Brittannië was een van de zogenaamde garanten van die neutraliteit. Ferguson analyseert hoe de Britse regering zeker niet de principieelste verdediger van die neutraliteit was. Al in 1905 had het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken een nota opgemaakt waarin gesteld werd dat de militaire hulp aan België in geval van een (Duitse) inval geen “verplichting” was die “in alle omstandigheden en tegen elk risico” genomen moest worden. België militair steunen moest altijd een kwestie van “beleid” zijn. Dat wil zeggen: het moest passen in een globale Britse politiek. En dat heeft als niet-uitgesproken consequentie: het moest dus ook altijd de Britse belangen dienen. In 1912 was de Britse staatsman David Lloyd George zelfs vooral bezorgd om de nadelen van de Belgische neutraliteit in het geval Engeland zou beslissen tot een maritieme blokkade van Duitsland.Die twijfel duurde voort in juli 1914, kort voor de Duitse troepen effectief de Belgische grens overstaken. Lloyd George hoopte in een kabinetsvergadering dat de Duitsers “alleen door de verste zuidelijke hoek” van België zouden trekken. Terwijl hij op een landkaart wees, legde hij uit dat dit slechts “een kleine inbreuk op de neutraliteit” zou zijn: “Ziet u, het is maar een beetje, en de Duitsers zullen betalen voor alle schade die ze veroorzaken.” De Britse regering verwachtte trouwens dat in voorkomend geval België niet officieel de hulp van Groot-Brittannië zou inroepen, maar zich zou beperken tot officieel protest in Berlijn. Voor zover de Duitsers er genoegen mee hadden genomen om alleen door de Ardennen te trekken, op hun oorlogstocht richting Frankrijk. Maar dat gebeurde dus niet. In hun motivatie van hun militair ingrijpen, waren er andere redenen dan alleen de edelmoedige hulp aan het kleine België. Sir Edward Grey, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, wees er na de inval op: “Het zal niet ophouden bij België. Vervolgens zal Nederland aan de beurt zijn, en na Nederland Denemarken. De positie van Engeland zou verdwijnen als zou worden toegelaten dat Duitsland Europa zou domineren.” Hetgeen voor Ferguson voldoende is om te besluiten dat de Britten zich amper wat aantrokken van de Belgische neutraliteit, en dat de enige reden om oorlog te voeren met Duitsland de verdediging van hun eigen imperiale belangen was. Hij haalt voor die stelling een kattebelletje van eerste minister H. H. Asquith aan. Daarop staat onder meer: “Het is in strijd met de Engelse belangen indien Frankrijk als grootmacht zou worden weggevaagd.” Dat levert hem zo vele jaren later de hoon van Ferguson op, die uit redeneringen als deze concludeert dat voor de Britse elite “de strategische risico’s van non-interventie (geïsoleerd raken, geen vrienden meer hebben) zwaarder wogen dan de risico’s van een interventie”. Dat Groot-Brittannië ten strijde trok, was dus één en al opportunisme en eigenbelang.Terwijl de hele beslissing toch genuanceerder lag, en maar goed ook. De Britten wensten inderdaad geen alomvattende oorlog met Duitsland. Maar was dat niet eerder een uiting van wijze voorzichtigheid dan van louter affairisme? Was het in 1914 per se fout van de beslissers in Downing Street om voor een kleine inbreuk op de territoriale integriteit van België geen honderdduizenden jongemannen de oorlog in te willen sturen? Dat standpunt is inderdaad meer politiek dan principieel, maar het lijkt vooral een redelijke overweging van de toenmalige Britse regering. Natuurlijk vreesden de Britten dat een nieuwe nederlaag van Frankrijk, na de Frans-Duitse oorlog in 1870, het machtsevenwicht in Europa definitief zou doen kantelen. Maar dat was toch ook zo in werkelijkheid?Maar wat de Britten toen zeiden en dachten, is niet de eerste obsessie van een historicus als Niall Ferguson. Hij is een wegbereider van de zogenaamde ‘counterfactual history’: geschiedschrijving die nagaat wat er geweest zou kunnen zijn indien politici en hoge militairen andere beslissingen hadden genomen. Meer klassiek aangelegde historici vinden het al moeilijk genoeg om nauwkeurig uit te leggen wat er gebeurd is. Of ze vinden het vreselijk belangrijk om elke vorm van ‘post-factumwetenschap’ uit te zuiveren in hun beoordeling. Een in dit land bekend voorbeeld: in welke mate kan men de Vlaams-nationale collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog belasten met de Jodenvervolging in de concentratiekampen? Het is een passioneel debat, waarbij essentieel lijkt uit te maken hoeveel en in welke mate de leiders van de Vlaamse beweging op de hoogte waren / vermoedens hadden / hadden kunnen weten wat er gebeurde. Veel historici - de beste vaak - beseffen dat ze vooral deemoedig moeten zijn: hun job bestaat er in de eerste plaats in daden en uitspraken in hun tijd en context te plaatsen en te reconstrueren. Dat is al moeilijk genoeg. Maar voor historici als Niall Ferguson volstaat dat niet.

Hineininterpretierung

Die gaan véél verder. Ongegeneerd bekijken ze oorlogen van weleer met alle wetenschap van vandaag, en betrekken ze alle nadien verworven inzichten in hun beoordelingen van toen. Vrijmoedig rijgt een man als Ferguson de ene hineininterpretierung aan de andere. Een citaat: “Zou de aan- of afwezigheid van het Engelse leger op het continent het lot van Frankrijk hebben beslist? Zoals we hebben gezien, zou het Schlieffenplan waarschijnlijk toch wel zijn mislukt, ook zonder de Engelse expeditiemacht, vanwege de fouten die (de Duitse stafchef, wp) Von Moltke eraan had toegevoegd. Misschien hadden de Fransen daarom zelf zonder hulp het Duitse offensief kunnen stuiten, als ze zelf niet geprobeerd zouden hebben om hun eigen bijna suïcidale offensief te beginnen in plaats van zich op hun verdediging te concentreren.” Enzovoort. Je kunt maar medelijden hebben met de tienduizenden arme drommels wier namen in de Menenpoort in Ieper gegraveerd staan omdat ze sneuvelden voor oorden als Passendale: dat Niall Ferguson toen al niet geboren was en tot opperbevelhebber van de Britse strijdkrachten was benoemd. Misschien zou er in Ieper niet één Britse soldaat gestorven zijn. Want misschien hadden de bevelhebbers toen alle juiste beslissingen genomen, hadden de diplomaten het spel volledig correct doorzien, en zou men in 1914 mogelijk eens zo verstandig geweest zijn om alle mogelijke eventualiteiten voor de volgende vier jaar correct te voorspellen. Fergusons boek bevat voldoende intrigerende stellingen en tegendraadse visies om de Eerste Wereldoorlog eens ‘anders’ te benaderen. Ware het niet dat zijn perspectief zo pedant, zo vermoeiend, zo onuitstaanbaar is. Dat hij voortdurend een sfeer evoceert van: ik weet alles beter dan ongeveer alle andere politici, militairen en historici. Om die pretentieuze aspiratie een beetje aannemelijk te maken, bedienen hij en zijn team researchers en redacteurs zich van alle mogelijke stilistische en retorische trucs. Niall Ferguson is het aan zijn stand van ‘tegendraads historicus’ namelijk verplicht om om de vijftig pagina’s toch één mythe te ontkrachten. Op een bepaald ogenblik rekent hij zelfs af met de ‘mythe’ van de hordes deserteurs die rondgezworven zouden hebben in het niemandsland tussen beide loopgravenstelsels. Als dat al een mythe is, dan zeker geen wijdverspreide. Maar dat geeft niet, want Ferguson verzint de mythes waar je erbij staat. Om ze vervolgens heel dapper en beslist als eerste te ontmaskeren.

Pedant moralisme

Ferguson doet alsof hij pioniert. Maar op talloze pagina’s in zijn boek trekt hij bijzonder laat ten strijde tegen een oud beeld van de Eerste Wereldoorlog als een nobele beschavingsstrijd van de geallieerden en het geïdealiseerde beeld van de dappere Britse soldaten en de foute Duitsers. Niall Ferguson komt van die naïeve voorstelling van zaken los - terecht, maar dat is heus al meer gedaan - om van daaruit in één klap over te slaan naar een pedant moralisme. Zijn slotzin, dat “de Eerste Wereldoorlog niets minder was dan de grootste fout in de moderne geschiedenis”, kan alleen geschreven zijn door een man die weinig begrip heeft van de complexiteit van menselijk handelen, individueel en collectief, en die zich niet kan of niet wil verplaatsen in die beperkingen, de blinde vlekken en de menselijke tekortkomingen van de vreselijke tijd van toen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234