Zaterdag 06/06/2020

Oorlog drugskartels wordt steeds driester

Mexico gaat door een hel. Halfweg juni werden er in één dag tijd 85 mensen vermoord, een record sinds president Felipe Calderón in december 2006 de oorlog verklaarde aan de drugskartels. Deze week, in de aanloop naar de deelstaat- en lokale verkiezingen van morgen, maakten de drugsbonzen duidelijk dat ze nu ook de politiek viseren. Maar de moord op gouverneurskandidaat Rodolfo Torre Cantú, vorige maandag, zal Mexico’s democratische instellingen niet breken, aldus Calderón.

Grenzen worden er in de Mexicaanse drugsoorlog onophoudelijk overschreden, zowel in wreedheid als in aantallen. Maar toen de burgers op 12 juni ontwaakten met het nieuws dat er daags tevoren maar liefst 85 doden gevallen waren, het hoogste dagaantal ooit sinds Calderón eind 2006 frontaal in de aanval ging tegen de kartels, kon zelfs het WK voetbal geen verstrooiing meer bieden. Tussen donderdag- en vrijdagavond waren in de deelstaat Chihuahua 38 mensen geëxecuteerd, in Tamaulipas twintig, in Sinaloa zes en in Guerrero vijf. Voorts werden drugsgerelateerde moorden gepleegd in de staten Baja California, Durango, Morelos, Jalisco, in Querétaro, Nayarit, Mexico en het hoofdstedelijk district. Alle feiten werden in verband gebracht met afrekeningen tussen rivaliserende bendes en bijna overal waren wapens van groot kaliber, om niet te zeggen oorlogswapens gebruikt.

Terug naar de noordelijke deelstaat Chihuaha en de daar gelegen gelijknamige stad. In het afkickcentrum Geloof en Leven - hoe paradoxaal een naam kan zijn! - werden daar die bewuste 11de juni negentien twintigers afgemaakt. Terwijl de natie aan het scherm gekluisterd was voor de match Mexico-Zuid-Afrika, keken de slachtoffers in de loop van een geweer. Of preciezer: nadat hun moordenaars keurig aangebeld hadden en zich bij de portier als politieagenten met een huiszoekingsbevel hadden voorgesteld, werden de dertig inwonenden op de grond gedwongen - het gezicht naar beneden - en met een kogelspray afgemaakt. Later vond de recherche zo maar eventjes 200 hulzen in het tehuis. Aan de executie viel met andere woorden in geen enkel opzicht te ontkomen. Meer zelfs, ook deze keer namen de huurmoordenaars de tijd om gauw nog een narcomensaje,een ‘drugsboodschap’ achter te laten.

“Dappere, moedige mensen”, las het schrijven, “deze mannen stierven omdat ze het door hun daden verdiend hadden. Dit is wat er gebeurt met varkens, ratten, moordenaars, kidnappers en verkrachters.”

Hoe de vork dan precies in de steel zat? Vermoedelijk, schrijft de Chihuahuaanse krant El Ágora, hadden sommige slachtoffers in Geloof en Leven banden met het kartel van Sinaloa en verhandelden ze cocaïne en heroïne voor Sinaloabaas en meest gezochte man van Mexico Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán. In een vergeldings-actie zouden die van het rivaliserende Juárezkartel - naar de gelijknamige ‘gevaarlijkste stad ter wereld’ op de grens met de VS - de jongelui geëlimineerd hebben.

“Wat in Geloof en Leven gebeurde, is mensonwaardig”, reageerde president Calderón vanuit het verre Zuid-Afrika. “Dit versterkt onze overtuiging dat groepen die een dergelijke barbarij begaan met alle kracht van de wet moeten worden bestreden” - een doorslagje van de woorden die het staatshoofd of zijn vertegenwoordigers de voorbije jaren, maanden en weken al zo vaak uitspraken. Drieëntwintigduizend doden in amper drie jaar tijd is nu eenmaal geen peanuts.

Er gaat in Mexico dan ook geen dag voorbij of er worden stukken van mensen ontdekt: met de kettingzaag afgezaagde hoofden en ledematen, rompen waar niets meer aanhangt maar waarin de letter Z van Zetas is gekerfd, ‘narcofosas’ of massagraven zoals onlangs nog in het koloniale stadje Taxco, of nog, het beruchte gat in de buurt van Cancún waarin een door haar belagers dood gewaande vrouw veertig dagen na de feiten teruggevonden werd: hongerig, verward maar bovenal stinkend naar de lijken in ontbinding waar ze al die tijd bij had moeten doorbrengen. De theatraliteit waar de kartels hun macabere handelsmerk van maakten kent wereldwijd haar gelijke niet en dient slechts één doel: het installeren van een absoluut terreurklimaat.

Op dat vlak kon ook de voorbije week weer tellen. Vorige zaterdag, dezelfde dag overigens waarop de zanger van narcosongs (‘narcocorridos’) Sergio ‘El Shaka’ Vega koudgemaakt werd, werden in de staat Durango opnieuw negen jeugdige afkickers weggemaaid, verdacht als ze kennelijk waren van lidmaatschap van dit of dat kartel. Maandag werd vervolgens een symbolische limiet overschreden toen in Tamaulipas de campagnecaravaan van kandidaat-gouverneur Rodolfo Torre door zestien gemaskerde mannen onder vuur genomen werd.

De dood van Torre, volgens velen de hoogst geplaatste politicus die vermoord wordt sinds de aanslag op toenmalig presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio in 1994, opent een nieuw hoofdstuk in de oorlog. Immers, leverden de kartels tot nu toe vooral strijd tegen elkaar en tegen het leger, dan blijken ook politici voortaan vogels voor de kat. Tenzij ze natuurlijk buigen voor de almacht van de bonzen en hun vrije baan geven. In de hoop een symbolische vuist te maken tegen de kartels, heeft de Mexicaanse regering de burgers opgeroepen morgen massaal uit stemmen te gaan in de 14 (van de 32) deelstaten waar nieuwe vertegenwoordigers worden verkozen.

“De democratie mag onder geen beding aan de terreur onderworpen worden”, zwoer dinsdag ook de regeringssecretaris van Tamaulipas, Fernando Gómez Mont. Mont beloofde dat zowel in zijn eigen als in de andere betrokken deelstaten “alle veiligheidsmaatregelen genomen zullen worden opdat de burgers hun rechten op vrije wijze kunnen uitoefenen”.

Inmiddels verdubbelde Mexico zijn defensiebudget de voorbije jaren tot zo’n 43 miljard peso (2,7 miljard euro), een cijfer dat duidelijk maakt dat de drugsoorlog al lang niet meer het lage-intensiteitsconflict is waar het tot voor kort voor werd gehouden. Maar dan nog: terwijl de media de Mexicanen hun dagelijkse portie horror serveren, weerklinkt almaar luider de vraag of de regering de situatie nog wel in de hand heeft.

Goed ja, de kartels worden opgejaagd en zijn nerveus, de voorbije 22 maanden zijn bij gemeenschappelijke Mexicaans-Amerikaanse antidrugsoperaties ten minste 2.000 drugsjongens gearresteerd, en ook in buurland de Verenigde Staten lijkt de ‘part time’-collaboratie van vroeger gaandeweg plaats te maken voor een structurele samenwerking.

Maar dan nog: volgens het onder Justitie ressorterende National Drug Intelligence Center in Washington verdienen de Mexicaanse en Colombiaanse kartels jaarlijks tussen 17 en 38 miljard dollar aan hun business. Volgens Shannon O’Neill van de denktank Council on Foreign Affairs (CFR) was in 1990 slechts de helft van alle in de VS verbruikte cocaïne via Mexico binnengesmokkeld, terwijl het vandaag al 90 procent betreft. “De illegale handel is drastisch toegenomen”, schrijft ook Devin Parsons van de Council on Hemispheric Affairs (COHA), “en dat ondanks het keiharde antwoord van Calderón om het netwerk van de kartels aan te pakken.”

Volgens COHA ligt de reden voor de falende strijd “in de eenvoudigste van alle economische fundamenten: vraag en aanbod”. Áls er in bestemmingsland de VS niet zoveel drugs werden geconsumeerd, dan zouden er in Mexico zoveel doden niet vallen. En daaraan gerelateerd: als de kartels in de VS niet tonnen geld verdienden en de wapenwetgeving in dat land strenger was, zou het schiettuig alweer minder makkelijk Mexico binnenraken. “Hoeveel bloedvergieten is er nodig opdat we ook in de VS een kookpunt bereiken dat ons eindelijk onze verantwoordelijkheid onder ogen doet zien in het vinden van een oplossing?”, vraagt Parsons zich nog af.

In Mexico zelf geldt intussen de consensus dat president Calderón de kanker geërfd heeft die de ooit almachtige Partij van de Institutionele Revolutie (PRI) in de laatste decennia van haar zeventig jaar durende ‘perfecte dictatuur’ liet gedijen. Of correcter nog: verstopt heeft achter een waas van corruptie, vriendjespolitiek en occasionele uitschakeling van deze of gene proteststem. Hoe tragisch ook, maar met de democratisering begonnen de lijken uit de kast te vallen, letterlijk.

Blijft de vraag hoe het land een probleem moet aanpakken dat inmiddels alle sferen van het openbare leven heeft aangetast en waarvoor de Mexicaanse burger een hoge prijs betaalt. Eén ding is alleszins zeker: in het lugubere kat-en-muisspel dat kartels en staat met elkaar spelen, kan Calderón niet winnen zolang hij niet stukken creatiever en intelligenter is dan zijn vijanden.

Dat betekent, schrijft analist Arjan Shanani van de bekende Technologische Universiteit van Monterrey, dat het harde militaire optreden hooguit als een vorm van containment kan worden beschouwd, het permanent afhakken van de permanent weer aangroeiende koppen van het monster. Het wil ook zeggen dat de autoriteiten moeten leren accepteren dat een volledige uitroeiing van de kartels onhaalbaar is. Of nog, dat ze veel meer energie moeten investeren in het scheppen van degelijke sociale, educatieve en economische kansen - onder meer door meer buitenlandse investeringen aan te trekken - zodat jongeren legale banen vinden en geen knieval maken voor het snelle gewin. Dat de bestaande wetten reëel moeten kunnen worden afgedwongen in het kader van een functionerende rechtsstaat ook. Of nog, dat de media zich minder sensationalistisch zouden opstellen en eraan herinneren dat het gros van het Mexicaanse territorium alles welbeschouwd veilig blijft. Als het een troost mag zijn: statistisch gezien worden in Mexico gemiddeld nog altijd minder moorden gepleegd dan in de kleine buurstaten van Centraal-Amerika.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234