Zaterdag 21/05/2022

'Oompje' ontsnapt alsnog

De buren in Boedapest kenden hem als een lieve opa, altijd gul met cadeautjes. Tot hij vorig jaar werd opgepakt: László Csatáry zou 15.700 joden naar de gaskamers van Auschwitz geleid hebben. Zaterdag overleed de 98-jarige Csatáry. En ontsnapte zo aan een laatste proces.

Het was kwart over drie, tonen de beelden van de Hongaarse televisie. Een oude man in geruite jas kwam van de trappen van het gerechtsgebouw in Boedapest. Dat ging nog vlot. Camera's klikten elke beweging van László Csizsik-Csatáry vast. Buiten wuifde hij ze weg. Een woord sprak hij niet, hij stapte in de wagen en reed weg. Terug naar zijn appartement.

Iets later legde hoofdaanklager Tibor Ibolya op een persconferentie uit wat de dan 97-jarige Csatáry had verklaard. Dat hij, zoals verwacht, zei 'in opdacht te hebben gehandeld en niet meer dan zijn plicht gedaan te hebben'. "Op basis van enkele zinnen in zijn verklaring was zijn houding tegenover mensen van bepaalde religies echter duidelijk", zei Ibolya, die ook nog van getuigenissen sprak. Volgens slachtoffers van Csatáry had de man, bij het transport van joden naar Auschwitz, verhinderd dat er ventilatiegaten werden gemaakt in de beestenwagens waarmee ze vervoerd werden. "Tachtig mensen in één wagon samenzetten, is volgens mij al onmenselijk."

Die beelden werden vorig jaar gemaakt, in juli 2012, vlak nadat László Csatáry was ontmaskerd, opgepakt en voorgeleid. Amper twee maanden eerder was hij door het Simon Wiesenthal Center uitgeroepen tot meest gezochte nazimisdadiger, nadat er in september 2011 al een tip was binnengekomen dat de bejaarde man ergens in Boedapest zou wonen. Na een tip aan de journalisten ervan had de Britse krant The Sun half juli prijs. Nadat ze hem al een tijdje in de gaten hielden, belde The Sun aan. Een bejaarde man deed open, beantwoordde de vraag van de journalisten niet en gooide de deur dicht. Maar de foto van de oude man, in marcelleke, was gemaakt en verscheen. Titel 1: 'The Sun finds Nazi who sent 15.700 to die.' En iets later, titel 2: 'Holocaust survivor's plea: Nail No1 Nazi.' En daarbij dus die foto.

Woest beest én kleine vis?

László Csatáry, tijdens de Eerste Wereldoorlog geboren in het Hongaarse stadje Many, was in 1944 politiechef in Kassa. Vandaag heet die stad Kosice en ligt ze in Slowakije, maar tijdens de oorlog was ze door de Hongaren bezet en heette ze Kassa. Een stadje met een joods getto en dus een stadje dat 'opgekuist' moest worden. Daar zou Csatáry graag aan meehelpen. Het getal 15.700 valt in elk verhaal dat je over de man opzoekt. 15.700 joden die door zijn toedoen onder meer op de trein naar het uitroeiingskamp in het Poolse Auschwitz zouden gezet zijn. Op de Engelstalige Wikipediapagina die Csatáry heeft, staat een verklaring uit 2012 van Yishahahu Schachar, een joodse overlever die de man ontmoette. "Ik werkte in een steenfabriek buiten het getto. Ik herinner me hoe Csatáry orders schreeuwde naar de joden. Ik werkte niet onder hem, maar ik hoorde verschrikkelijke dingen van hem. Ik herinner me dat vrouwen met hun blote handen een greppel moesten graven. Hij was een verschrikkelijke man en ik hoop dat hij voor de rechter komt."

Gusztav Zoltai, directeur van de Hongaarse Federatie van Joodse Geloofsgemeenschappen, vertelde vorig jaar: "Csatáry was een woest beest in de huid van een mens. Hij zorgde niet enkel voor de deportatie van al die mensen, hij was daarbij een vreselijke sadist." Getuigen vertelde hoe hij vrouwen en kinderen met stok en zweep te lijf ging.

Toch, de Hongaarse geschiedkundige László Karsai, gespecialiseerd in de Holocaust: "Csatáry was maar een kleine vis. Ik kan zeker tweeduizend mensen opnoemen die zwaardere misdaden begingen dan hij."

László Csosz, historicus bij het Holocaust Memorial Center in Boedapest, weet dan weer: "Csatáry was niet de crimineel nummer 1, maar hij is wel een belangrijk en fascinerend geval. Natuurlijk gehoorzaamde hij zijn orders, maar hij voerde ze zeer actief en met het nodige sadisme uit. Csatáry wist zeer goed dat de joden die hij liet vervoeren naar de dood reden." Csatáry sprak ook vloeiend Duits, wat hem daar in die functie tot een vertrouwensman van de nazi's maakte.

Meteen na de Tweede Wereldoorlog was de rol van Csatáry al belicht, sterker nog: in 1948 werd hij, weliswaar bij verstek, tot de dood veroordeeld voor oorlogsmisdaden in het toenmalige Tsjechoslowakije. Maar hij kon vluchten, geraakte in 1949 in Canada en vestigde zich in Montréal onder het voorwendsel dat hij een Joegoslaaf was. Iedereen liet hem met rust. Csatáry werd kunsthandelaar en verkreeg in 1955 zelfs het staatsburgerschap. Tot de Canadezen er in 1997 achter kwamen dat hij had gelogen over zijn achtergrond. Csatáry verloor dat staatsburgerschap, Csatáry vluchtte Canada uit.

Naar Hongarije. Zijn land van herkomst nog wel, blijkbaar zonder dat hij de aandacht naar zich toe trok. Geen mens wist waar hij woonde. Of beter: de man slaagde er feilloos in zijn identiteit verborgen te houden voor de buren. In de tamelijke chique buurt waar Csatáry vorig jaar nog een appartement betrok, werd hij 'Oompje Csatáry' genoemd. Zijn buren vonden hem een lieve opa, altijd goed gekleed, een man met wie ze altijd wat vriendelijke woorden uitwisselden. Met Kerstmis zorgde hij voor cadeautjes. Toch realiseerden ze zich vorig jaar, toen hij ontmaskerd werd, dat ze hem niet zo goed kenden en dat ze eigenlijk amper iets van hem wisten. Dat hij drie appartementen bezat in Boedapest: wisten ze niet. Dat zijn naam niet voluit op de brievenbus hing: stonden ze nu pas bij stil. Het waren de journalisten van The Sun die zagen dat daar 'Smith L. Csatáry' stond. Ook bij de bel van zijn woning zou 'Smith' gestaan hebben.

Operatie Laatste Kans

Een dik jaar na de ontmaskering overleed László Csatáry, zaterdag, aan de gevolgen van een longontsteking. En in een eerste reactie op die dood, zei Efraim Zuroff "diep teleurgesteld" te zijn dat Csatáry dood is. Zuroff is de directeur van het Simon Wiesenthal Center in Jeruzalem. "Het is zonde dat Csatáry, een veroordeelde medeverantwoordelijke voor de Holocaust die bovendien geen greintje berouw toonde, toch in zijn geboorteland werd aangeklaagd maar nu op het nippertje aan gerechtigheid en bestraffing ontsnapt."

Uit elk woord van Zuroff droop de ontgoocheling. Het was immers juist zijn Simon Wiesenthal Center, genoemd naar de ondertussen overleden bekende nazi-jager, dat Csatáry vorig jaar bovenaan op de lijst van de meerst gezochte nazimisdadigers had gezet. Zuroff noemde die campagne Operatie Laatste Kans, zowel omwille van de hoge leeftijd van eventuele getuigen als van de daders. Het Simon Wiesenthal Center liet grote advertenties plaatsen onder de titel 'Nazi-Mörder sind noch unter uns' en, bijvoorbeeld, een gouden tip die kon leiden tot het terugvinden van Csatáry was goed voor een beloning van 25.000 dollar.

Zo'n tip kwam binnen uit Hongarije. Het Center waarschuwde meteen de Hongaarse autoriteiten, maar toen actie uitbleef, werden ook de media ingelicht. En daar sprong onder meer The Sun op. Na de ontmaskering van Csatáry rezen er vragen bij hoe de Hongaarse autoriteiten er de voorbije jaren vooral niét in geslaagd waren de man een strobreed in de weg te leggen. Toen hij in 1997 Canada uit vluchtte, kon hij zich simpelweg in dat land vestigen. Niemand die opkeek. Niemand bij wie een belletje ging rinkelen. De Nederlander Adam Gellert, voormalig jurist bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, verwonderde zich daar vorig jaar over in de Nederlandse krant Trouw. "Niemand maakte zich destijds druk om een 82-jarige Hongaar die uit het buitenland terugkeerde. Bovendien was hij na de oorlog in Slowakije veroordeeld, niet in Hongarije. Zijn terugkeer is niemand opgevallen. Dat komt omdat de overheidsdiensten slecht met elkaar samenwerkten."

Gellert deed zelf onderzoek naar Csatáry en reisde met de trein naar Slowakije. "Ik heb er zelf in diverse archieven gezocht. Dat was een kwestie van een dag." De Hongaarse administratie vroeg documenten aan in Slowakije en wachtte doodleuk tot ze drie maanden later in Boedapest aankwamen. En het lijkt erop dat de Hongaarse autoriteiten een wankele verhouding onderhouden met het oorlogsverleden. Onder de huidige leider Viktor Orbán werd een reeks controversiële figuren, zoals de Hongaarse dictator Miklós Horthy en openlijk antisemitische auteurs zoals József Nyírö, gerehabiliteeerd en opnieuw geïntroduceerd in het Hongaarse lessenpakket.

Zoektocht gaat voort

Sinds Csatáry was teruggevonden, stond de man onder huisarrest in Boedapest. En rustig werd zijn oude dag daarmee dus niet. Eind juli vorig jaar al liet Tomás Borec, de Slowaakse minister van Justitie, weten Csatáry in Slowakije voor de rechter te willen zien verschijnen. Er kwam overigens een nieuwe aanklacht: Csatáry zou ook, tijdens de Tweede Wereldoorlog, verantwoordelijk geweest zijn voor de moord op honderden tegenstanders van de Hongaarse fascistische organisatie Pijlkruisers in Kosice. De zoon van een van de slachtoffers diende die klacht in. En afgelopen maart zette de rechtbank in Kosice de doodstraf, waartoe Csatáry in 1948 in het toenmalige Tsjechoslowakije was veroordeeld, om tot levenslang. De reden was om die, nu levenslange, straf effectief te kunnen doen ingaan.

In Hongarije zelf dan weer werd de man in juni officieel in staat van beschuldiging gesteld, maar het Hoger Gerechtshof schortte die uitspraak in juli op juist omdat Csatáry voor diezelfde feiten al eens veroordeeld werd in 1948. Er zou moeten uitgezocht worden of die straf in Hongarije kon overgenomen worden.

Einde verhaal? Toch niet. Er was opnieuw een zaak ingeleid en die zou op 26 september voorkomen in Boedapest. Waarbij de voorwaardelijke wijze in deze zin meteen toch het einde van dit verhaal betekent: de dood van het 98-jarige 'oompje' betekent toch het laatste punt in de droevige historie waar László Csatáry verantwoordelijk voor was.

Ergens in een kantoor in Jeruzalem vloekte Efraim Zuroff zondag. Alsnog ontsnapte László Csatáry aan een straf, de jarenlange inspanningen van het Simon Wiesenthal Center ten spijt. Maar Operatie Laatste Kans stierf niet mee met de gevelde Hongaar. Er bestaat immers nog altijd een lijstje met 'meest gezochte nazimisdadigers'. Daarop staan onder meer de Duitsers Alois Brunner, Aribert Heim en Gerhard Sommer, al is het van niet iedereen zeker of ze nog in leven zijn. Hans Lipschis, tot voor kort eveneens op dat lijstje, werd in mei 2013 opgepakt. De bijna 94-jarige man liet bij zijn arrestatie weten enkel in Auschwitz te hebben gewerkt, als kok.

Natuurlijk gaat het om stokoude mannen. Maar de vraag of leeftijd de rechtspraak in de weg moet staan, heeft Efraim Zuroff altijd afgewezen. Vorig jaar nog zei hij aan het Algemeen Dagblad dat de ouderdom van Csatáry geen bescherming mag bieden. "Hij rijdt zelfs auto", zei Zuroff verbaasd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234