Vrijdag 18/06/2021

Ook vrouwen trekken ten strijde

tentoonstelling en boek over de rol van de vrouw in de oorlog

Vrouwen hebben na de 18de eeuw in oorlogen meestal een rol aan het thuisfront of in de verpleging gespeeld. Pas na de Tweede Wereldoorlog trokken ze zelf ten strijde. Gewezen oorlogscorrespondente Kate Adie schreef een boek over de rol van de vrouw in oorlogstijd. Het geknipte boek voor 11 november, Wapenstilstand en Vrouwendag.

Londen

de Volkskrant

Peter de Waard

Tweehonderd Britse vrouwen belandden in de Tweede Wereldoorlog in de gevangenis omdat ze dienst weigerden. Ze hadden gewetensbezwaren of ze wilden uit religieuze overtuiging niet aan een oorlog meedoen. Hun symbool werd een witte klaproos, waarvan er een is te zien op de expositie Women and War in het Imperial War Museum in Londen.

"Groot-Brittannië was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige land dat in 1943 ook alle vrouwen tot 51 jaar mobiliseerde", zegt Kate Adie, auteur van het boek Corsets to Camouflage, over de geschiedenis van vrouwen en oorlog, dat ter gelegenheid van de expositie is verschenen. De tweehonderd vrouwen die weigerden aan de oproep te voldoen, vormden een kleine minderheid.

Honderdduizenden gingen wel: niet om aan het front te vechten, maar om in ondersteunende diensten actief te zijn, of om in veruit de meeste gevallen vacante functies op te vullen van elders vechtende mannen. Zij moesten het thuisfront bewaken en het routineuze werk op het land en in de fabrieken overnemen.

De nu 89-jarige Iris Bower zat van alle Britse vrouwen nog het dichtst bij het vuur. Als hoofdverpleegster in Princess Mary's Royal Air Force Nursing Service werkte ze in een veldhospitaal. Ze was bij de invasie in Normandië op 6 juni 1944 de eerste vrouw die het strand op stormde. "Ik zie nog de verbaasde gezichten van de mannen die mij zagen. Ik was in gevechtstenue, droeg een helm en volledige bepakking. De Tommy's riepen: 'Kijk maar uit Adolf, nu is het met je gedaan.'"

Niet altijd hebben mannen zo lacherig gedaan over de oorlogsinspanningen van vrouwen. In de geschiedenis zijn er legendarische vrouwelijke oorlogsleiders en krijgers geweest: Catherina de Grote, Jeanne d'Arc en de Keltische koningin Boadicea, die slag leverde met de Romeinen. "Vrouwen hebben altijd gewonden verpleegd. Maar hun aanwezigheid op het slagveld zelf was in de geschiedenis afhankelijk van de dan geldende maatschappelijke visie op hun kwetsbaarheid en status", stelt Adie.

Nog in de 18de eeuw waren vrouwen in de voorste linies te vinden. Kit Davies werd door Daniel Defoe lovend beschreven als oorlogsheld. Ze toonde in de woorden van Defoe "ongeëvenaarde moed en persoonlijke dapperheid". Aan het einde van de Marlborough-campagnes in 1712 werd ze als oorlogsheld gevierd en bezongen.

Legers waren in die tijd nog chaotisch en mobiel. Vrouwen stonden dicht bij de krijgers - als kooksters, naaisters en verpleegsters, en als hoeren. Toeschouwers waren gefascineerd door vrouwen die ook durfden mee te vechten, niet zelden als mannen vermomd. "Ze waren populair, ze werden gezien als avontuurlijk en hoewel ze een bedreiging waren voor bestaande conventies, werden ze bewonderd voor hun vermetelheid om als mannen te opereren", zegt Kate Adie.

In het begin van de 19de eeuw veranderde dat. Er kwamen kazernes, medische keuringen, eigen ondersteunende diensten en garnizoensregels. Het militaire apparaat werd een op zichzelf staande wereld. Vrouwen mochten slechts bewonderend toekijken.

Toen Florence Nightingale op de Krim arriveerde, kregen vrouwen wel weer een rol als verpleegsters. Maar niet alle vrouwen wilden zich zo makkelijk schikken in die verzorgende rol. "Voor vrouwen is het wilde plezier van de strijd niet weggelegd, noch de bezieling van het esprit de corps of het hartverwarmende gevoel van kameraadschap. Hun lot is de maandenlange harde routine", klaagde het magazine Lady tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Maar in februari 1917 werd het tekort aan manschappen zo nijpend dat vrouwen als plaatsvervangers werden opgeroepen. Binnen enkele weken marcheerden de vrouwen van het Women's Army Auxiliary Corps (WAAC): kokkinnen, serveersters, chauffeuses of klerken. Aan het einde van de oorlog telde het WAAC al honderdduizend vrouwen. Tientallen andere organisaties met de W van Women rezen als paddestoelen uit de grond: WAF, WEC, WEI, WFL, WFC, WTS, WVR, WL, WFGU. Ontluisterende verhalen over vrouwen aan het front kwamen er van het oostfront. Katherine Hodges, toen in Petrograd en later ambulancechauffeur in Frankrijk, zag daar in het Russische leger een vrouwelijk zelfmoordbataljon. "De commandant dacht niet dat vrouwen echt bruikbaar waren op het slagveld, maar dat ze wel het moreel van de troepen konden opkrikken door voor te gaan in de strijd. De mannen zouden zich gaan schamen als ze zouden zien dat de vrouwen als eerste uit de loopgraven klommen. (...) Elke vrouwelijke strijder had cyanidepillen bij zich voor als ze gevangen zou worden genomen of bang zou worden te worden verkracht." In de Tweede Wereldoorlog bleven Britse vrouwen ver weg van het front. Wel speelden ze een essentiële rol in de luchtverdediging. Ze bedienden luchtdoelartillerie en zoeklichten. Joan Thompson bewaart er goede herinneringen aan. "We waren jong, achttien meiden in een hut, en als het tijd voor actie was, trok je vliegensvlug je broek aan en zette je helm op. Oh, we hadden veel lol. Je kreeg de vijandelijke vliegtuigen in het vizier en gaf de hoogte van het doel door en dan, natuurlijk: Vuur!" Wat aan de vrouwen knaagde, of ze nu luchtafweer hadden bediend, in de munitiefabrieken, op het land of in de verpleging hadden gewerkt, was het totale gebrek aan erkenning na de oorlog. Er was geen certificaat, geen medaille en geen ceremonie. Er waren alleen verplichtingen. Vrouwen moesten vooral zo goed mogelijk hun van het front teruggekeerde vaders, mannen en zonen opvangen. Ze kregen meteen na V-Day opdracht weer zo vrouwelijk mogelijk te worden. Ze kregen zelfs kleedgeld om er weer uit te zien zoals de mannen zich hen herinnerden. "Laat de borsten zo goed mogelijk uitkomen."

Nu, zestig jaar later, terwijl de medailles van de mannen al beginnen te roesten, krijgen de vrouwen alsnog de erkenning via de expositie Woman and War. Adie zegt dat het naïef en fout is om net te doen of vrouwen geen deel uitmaken van oorlogen. "Ze zijn oorlogen begonnen, ze zijn er de oorzaak van geweest. Ze hebben legers gemobiliseerd en zijn uitstekende leiders geweest."

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de rol van de vrouw geëvolueerd. "Vrouwen zijn meer geïntegreerd in het bestaande leger. Maar er is vrijwel geen land waar de vrouwen een actieve functie hebben in de infanterie of cavalerie. Ook niet in het Israëlische leger. De vrouwen dragen daar dan wel machinegeweren, maar meestal vervullen ze gewoon administratieve functies. Nederland en Noorwegen hebben misschien nog de meeste vrouwen met gevechtstaken, maar die legers beperken zich tot vredesmissies."

Of vrouwen moeten worden aangemoedigd of juist ontmoedigd om gevechtsfuncties in een leger te vervullen, is volgens haar niet de vraag. "De vraag is of ze de kans daartoe moeten hebben. En het antwoord daarop lijkt mij duidelijk."

'Vrouwen zijn oorlogen begonnen, zijn er de oorzaak van geweest. Ze hebben legers gemobiliseerd en zijn uitstekende leiders geweest'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234