Woensdag 05/08/2020

Prostitutie

Ook Oostende opent ‘megabordeel’: ‘Steden worden de grootste pooier van Vlaanderen’

De oude prostitutiebuurt in Oostende.Beeld Damon De Backer

In Oostende start volgend jaar de bouw van een groot bordeel, naar het model van Villa Tinto in Antwerpen. Is raamprostitutie nog wel van deze tijd? ‘Het blijft een grijze zone: in feite worden de steden de grootste pooier van Vlaanderen.’

Hij is minder bekend dan het Antwerpse Schipperskwartier of het Glazen Straatje in Gent, maar ook Oostende heeft zijn rosse buurt. In de wijk Hazegras, tussen het station en het Mercatordok, bieden sekswerkers vanachter een dertigtal vitrines hun diensten aan. Maar de panden waarin ze werken zijn uitgewoond en de buurt is verloederd. Het vorige Oostendse stadsbestuur, toen nog met Johan Vande Lanotte (sp.a) als burgemeester, lanceerde het idee om de vitrines te verplaatsen naar Hangaar 1, een vervallen maar beschermde havenloods aan het station van Oostende.

Na jaren onderhandelen met de Waregemse projectontwikkelaar Ion is de kogel de kerk. Oostende verkoopt Hangaar 1 voor een symbolische euro aan Ion, dat het gebouw daarna voor 27 jaar in erfpacht teruggeeft aan de stad. Die zal het op haar beurt verhuren aan een uitbater. In ruil tekent Ion voor een stadsvernieuwingsproject met een microbrouwerij, een brasserie en werkruimtes. Aan de andere kant van de loods komt Hangar d’Amour, een bordeel met een politiekantoor en een dokterspraktijk, te vergelijken met het ‘megabordeel’ Villa Tinto in het Antwerpse Schipperskwartier.

Met Hangar d’Amour wil Oostende prostituees een veilig werkplek bieden, naar het voorbeeld van Villa Tinto in het Antwerpse Schipperskwartier waar een dokterspraktijk en politiekantoor aanwezig is.Beeld Damon De Backer

Een stap vooruit? “Dat zal nog moeten blijken”, zegt een sociaal werker, die actief is in de Oostendse prostitutiebuurt. “De sekswerkers vragen zich af of het cliënteel zal blijven komen. Hun arbeidsomstandigheden gaan erop vooruit: de faciliteiten worden properder en minder bouwvallig. Maar de nieuwe site ligt verder weg van de stad. Hoe zal de buurt ontsloten worden? En zal de prostitutie op die manier niet weggemoffeld worden?”

Onrechtstreeks raken de bezorgdheden van de sekswerkers aan de vraag of raamprostitutie nog een plaats heeft in het straatbeeld. Veel van het sekswerk is al verdwenen naar escortbureaus, online adverteren en thuis ontvangen. Maar niet alle prostituees kunnen of willen dat. Bovendien ervaren ze het werk achter vitrines en de daarmee gepaard gaande vleeskeuring niet als denigrerend.

“Dat is een grote misvatting”, zegt Daan Bauwens van Utsopi, de vakbond voor sekswerkers. “Men denkt bij prostitutie meteen aan mensenhandel. Er zijn wantoestanden in de sector, maar voor de meesten is sekswerk, hoe je het ook draait of keert, een bewuste keuze.” Ook Klaus Vanhoutte van Payoke, een Belgisch opvangcentrum en vzw voor prostituees en slachtoffers van mensenhandel, hoedt zich voor al te vanzelfsprekend moralisme. “Ja, het is een vleesmarkt, maar voor de meisjes maakt dat geen verschil.” Als de kassa maar rinkelt.

Discretie

De plannen voor Hangar d’Amour in Oostende worden nogal gemakkelijk omschreven als een ‘megabordeel’, maar dat behoeft enige relativering. “Zo mega is dat niet”, zegt de lokale sociale werker. “Het gaat om een bestendiging van de huidige situatie. In de wijk Hazegras zijn er tussen de 30 en 35 ramen. Die worden per shift van twaalf uren verhuurd aan sekswerkers. Op zijn ruimst geteld spreken we over zestig tot zeventig mensen die dag en nacht werken.”

De prijs van een vitrine in Oostende hangt af van de arbeidssituatie van de sekswerker. Sommigen werken met een dienstercontract, zoals bijna alle raamprostituees in het Gentse Glazen Straatje. En in Gent liggen de prijzen sowieso hoger dan in Antwerpen, waar een vitrine tussen de 80 en 100 euro kost per shift. “Meisjes die ingeschreven zijn als dienster hebben een arbeidscontract en betalen dus sociale zekerheidsbijdragen”, aldus de sociale werker. “Dat bepaalt mee de raamprijs.”

Beeld Damon De Backer

De Oostendse sekswerkers reageren gemengd op de komst van Hangar d’Amour. “Voor velen is het een discussie die zich boven hun hoofden afspeelt. Ze zijn er niet zo mee bezig”, weet de sociale werker. “Er wordt al enkele jaren over gepraat, maar het project is een tijdje in de koelkast verdwenen. Het personeelsverloop in een prostitutiebuurt is groot, niet iedereen is even goed op de hoogte van het reilen en zeilen op haar werkplek. We hebben de sekswerkers wel ingelicht en de meesten zijn tevreden dat ze in betere omstandigheden en faciliteiten zullen kunnen werken.”

Volgens Daan Bauwens is niet iedereen geneigd mee te verhuizen naar een nieuw, groot bordeel. “Een sekswerker van in de zestig liet ons weten dat ze liever blijft op de plek waar ze is. Ze is niet van plan de concurrentie aan te gaan in een nieuwbouw die bevolkt wordt door jonge meisjes met een wespentaille. Ze vindt dat sekswerkers de keuze zouden moeten krijgen op welke plek ze hun job uitoefenen.”

Anderen maken zich zorgen over de passanten, klinkt het. “Het bordeel wordt geïntegreerd in een project waar ook andere functies aan bod komen: werken en horeca. De sekswerkers hopen dat het wandelverkeer zo wordt ingericht dat niet iedereen langs de vitrines moet. Er is tenslotte enige discretie nodig om in de ramen te kunnen werken”, vindt de sociale werker. Al blijkt dat een tweesnijdend zwaard te zijn: “Sekswerkers klagen meer over het gebrek aan respect van hun klanten dan over fysiek geweld.”

Het is ook maar de vraag hoe het sekswerk zal evolueren, zegt Wendy Gabriëls, coördinator van Violett in Antwerpen, een organisatie die informatie, advies en hulp biedt aan sekswerkers. “Het effect van de coronacrisis op de zichtbare prostitutie zal blijven duren. Het kan zijn dat er daardoor zaken onder de radar gaan terechtkomen. En hoe minder zichtbaar, hoe slechter de situatie voor de kwetsbaarste sekswerkers, die sowieso gevoelig zijn voor chantage.”

Voor Gabriëls is niet de schaal maar de vorm van het sekswerk cruciaal. Een transparant systeem zoals in het Antwerpse Schipperskwartier met 312 ramen, inclusief Villa Tinto dat 51 kamers telt, is beheersbaar en komt de veiligheid van de sekswerkers ten goede. “De stad heeft er een beleid rond gebouwd met onder meer een politiecodex, waarin is vastgelegd dat de kamers van de sekswerkers voldoende ruim en verlucht moeten zijn. Er zijn ook regels omtrent het sanitair en medisch-sociale hulpverlening.”

“In Antwerpen zat de prostitutie verspreid over de hele stad”, zegt Klaus Vanhoutte van Payoke. “De belangrijkste reden om alle sekswerkers samen te brengen in één buurt was het inperken van de straatprostitutie. Door de tippelaarsters een alternatief te bieden, konden ze hun job voortaan veilig uitoefenen.”

In een megabordeel zoals Villa Tinto kunnen de sekswerkers bovendien geregistreerd en gecontroleerd worden. “Op die manier heb je een beter zicht op de meisjes. Je kan nagaan wie achter welke vitrine zit en vanwaar ze komen”, zegt Vanhoutte. “Dat klinkt erger dan het is, want die controle komt in de eerste plaats de sekswerkers ten goede. In Antwerpen worden vitrines niet zomaar verhuurd. Als een nieuw meisje zich meldt, wordt dat meteen doorgegeven aan de stad. De politie zal binnen de 24 uur haar identiteit controleren. Er worden geen vitrines verhuurd aan wie geen Nederlands spreekt en zogezegd iemand meebrengt om te vertalen. Daarmee stop je de mensenhandel niet, maar je werpt toch een aantal barrières op.”

Eroscentrum

Toch blijft het dubbel. Sekswerkers beschermen betekent niet dat je ze legaal tewerkstelt. “De meisjes krijgen geen werknemersstatuut”, zegt Wendy Gabriëls. “Sekswerk blijft een niet erkend beroep en het is strafbaar om het te faciliteren. Als sekswerker of als de boekhouder van een sekswerker ben je niet strafbaar, wel als je het organiseert.” Precies daar ligt het kalf gebonden: wat Antwerpen doet met Villa Tinto is in principe tegen de wet, maar het wordt gedoogd. De uitbater van het bordeel wordt niet juridisch gedagvaard, verhuurders van kamers blijven buiten schot.

“Prostitutie op zich is niet strafbaar: het is niet verboden om seksuele diensten te koop aan te bieden”, bevestigt Klaus Vanhoutte. “Ook achter een vitrine zitten is toegestaan, maar je mag geen actie ondernemen om klanten te lokken. Op het raam kloppen of passanten lokken blijft verboden. Maar de hele organisatie errond zit in een grijze zone. Je zou kunnen stellen dat Antwerpen, en bij uitbreiding alle steden met een gedoogde prostitutiebuurt, de grootste pooiers van Vlaanderen zijn.”

Overigens zijn sekswerkers zelf geen vragende partij voor een wettelijk statuut. “Om de nogal evidente reden dat ze op die manier honderd procent van hun opbrengst in eigen zak kunnen steken”, zegt Vanhoutte. “Sekswerkers maken zich niet druk over sociale zekerheid of hun pensioenopbouw. Ze zijn alleen maar bezig met geld verdienen. Velen stappen bewust in het beroep. De laatste tijd zijn er veel meisjes uit Oost-Europa aan de slag in Antwerpen. Ze blijven drie maanden en leven de rest van het jaar in relatieve luxe in hun thuisland. We mogen niet blind zijn voor gedwongen prostitutie en mensenhandel, maar het is niet omdat daar veel aandacht naar gaat, dat dat het vaakst zou voorkomen – integendeel.”

Ook het wijdverspreide idee dat sekswerkers grote sommen verdienen, blijkt achterhaald. “De opbrengst is mager”, zegt Wendy Gabriëls. “Je verdient gemiddeld vijftig euro aan een klant. Stel dat je tijdens een shift van twaalf uren zo’n zes, zeven klanten ontvangt: dat zijn geen exuberante bedragen. Bovendien krijgen de meisjes geen uitkering als ze werkloos zijn en hebben ze geen recht op een kinderpremie na een bevalling.”

Of raamprostituee anno 2020 überhaupt nog gedoogd moet worden, is een no-brainer voor Gabriëls. “Door de coronacrisis merken we dat de sekswerkers die nog niet online waren, dat nu wel zijn – ook al hebben ze daar niet de garanties die ze achter het raam wel hebben. Nogal wat privé-escorts zijn bij de pinken en kunnen hun eigen boekhouding doen. Maar voor de kwetsbaarste meisjes blijft het raam de enige optie. In het online circuit stoten ze op drempels zoals de taal en de tarieven en valt de bescherming van de vitrines weg.”

In Amsterdam woedt de discussie of prostituees nog thuishoren op de Wallen wel volop. Daarover praten was lang taboe, maar omdat de overlast door het seks- en drugstoerisme de spuigaten uitliep, besloot burgemeester Femke Halsema in te grijpen. Verschillende scenario’s deden de ronde, van de 330 ramen sluiten tot meer vitrines erbij. In februari stelde Halsema een nieuwbouw voor buiten de stad. Over de vorm moet nog worden nagedacht: een veilig prostitutiehotel waar sekswerkers achter ramen zitten of een eroscentrum met veel horeca en ander erotisch entertainment, zoals Pascha in Keulen, een bordeel van tien verdiepingen en tevens het oudste eroscenter van Duitsland.

Beeld Damon De Backer

Maar Antwerpen, laat staan Oostende, is Amsterdam niet. Plannen om de prostitutie uit de stad te weren, zijn in Vlaanderen niet aan de orde. “Het voordeel in Antwerpen was dat Villa Tinto en de herinrichting van het Schipperskwartier destijds deel uitmaakten van het stadsvernieuwingsproject van Het Eilandje”, zegt Gabriëls. “In Antwerpen zijn er ook geen stadstours die door het Schipperskwartier voeren, zoals het toerismeverkeer op de Wallen. De straten zijn er zo aangelegd dat je er niet terechtkomt als je er niet moet zijn.”

Het Schipperskwartier geldt zelfs als voorbeeld in Europa, weet Gabriëls. “Onlangs is een delegatie uit Den Haag, waar ze nadenken over de bouw van een superbordeel, in Antwerpen komen kijken naar hoe wij het met Villa Tinto aanpakken. In het buitenland, zeker in Nederland en in Groot-Brittannië, staan we toch een beetje bekend als een vrijhaven, zeg maar de Vrijstaat Christiania van de seks. Het is zelfs zo dat trans-sekswerkers liever in de buurt van het Schipperskwartier wonen dan elders in de stad, omdat er meer tolerantie is en het stigma minder groot is. Het is een plek waar ze zich aanvaard voelen.”

Pooierschap

Toch is niet alles peis en vree in de Belgische prostitutie. De aanpak van de steden blijft verschillend, zegt Daan Bauwens van Utsopi, de vakbond voor sekswerkers. “Het Antwerpse en het Gentse model geven de prostitutie een plaats in de stad. Ook in Schaarbeek is de prostitutie zichtbaar, maar in Brussel is er de bijkomende moeilijkheid dat elke gemeente het anders aanpakt op zijn grondgebied. Dat heeft ertoe geleid dat er in sommige straten twee verschillende regelingen van kracht zijn.”

Bauwens heeft het over de Linnéstraat, de Groenstraat en de Plantenstraat, achter het Noordstation, die zowel door Schaarbeek als door Sint-Joost-ten-Node lopen. “Er was een eenvormig reglement, onder meer over hygiëne en het toegestane aantal personen per oppervlakte. Dat was er gekomen nadat een kleine groep Belgische huiseigenaars van Turkse origine de huur had verdubbeld en verdriedubbeld, waarop de blanke sekswerkers vertrokken en enkel de slachtoffers van mensenhandel overbleven. Plots was er een instroom van jonge vrouwen die niemand kende en die aan de slag gingen in bordelen waarvan de gezondheidsomstandigheden vaak te wensen overlieten.”

“Toen Emir Kir in 2014 burgemeester werd van Sint-Joost-ten-Node, blies hij het overleg op en stelde een eigen reglement op, dat vernietigd werd door de Raad van State. Sindsdien is er in Sint-Joost-ten-Node geen prostitutiereglement meer en is de gemeente het speelveld geworden van de Nigeriaanse maffia en malafide huisjesmelkers, die ook verhuren aan slachtoffers van mensenhandel. Dat is je reinste pooierschap, terwijl in het tweede deel van de straat, in Schaarbeek, alles geregeld en gecontroleerd is.”

Overigens worden grote bordelen niet overal met hetzelfde enthousiasme onthaald. Toen er in de Marnixstraat in Seraing plannen waren voor de bouw van een groot eroscenter, viel dat niet in goede aarde bij een bepaald segment van de Franstalige bevolking. “Het zag er nochtans veelbelovend uit”, aldus Bauwens. “De rue Marnix is een vervallen straat met aan de ene kant de hoogovens, relieken uit het industriële verleden van Luik, en aan de andere kant de vitrines. Maar sommige huizen zijn niet veilig meer, ze staan op instorten. Als een pand onbewoonbaar wordt verklaard, staan de sekswerkers op straat. Het probleem was vooral dat huiseigenaars geen investeringen meer deden omdat er al acht jaar plannen voor de bouw van het eroscenter. Het was een poging om de buurt op te waarderen – er was zelfs sprake van een binnentuin en een wasserette. Er zouden drie shifts komen in plaats van twee, en tegen aanvaardbare prijzen.”

De Franstalige vrouwenraad zag die emancipatie niet zitten. Ze torpedeerde het voorstel door klacht tegen onbekenden neer te leggen bij de onderzoeksrechter voor het openhouden van een huis van ontucht. Dat leidde ertoe dat Seraing afzag van het project. “Bij Utsopi waren we daar erg ontzet over”, zegt Bauwens. “De stad Seraing zou zogezegd deelnemen aan sekswerk, terwijl het eroscenter bedoeld was om de prostitutie op het grondgebied te controleren en de 160 sekswerkers de mogelijkheid te geven in veilige en hygiënische omstandigheden te werken.”

“Deze sekswerkers hebben net als iedereen rechten en plichten,” zo luidde de reactie van Francis Bekaert, de PS-burgemeester van Seraing. “Het wordt tijd men zich op federaal niveau buigt over hun statuut en hun arbeidsvoorwaarden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234