Zondag 04/12/2022

'Ook na zestig jaar ben ik nog altijd nerveus'

Met zijn initialen kun je schrijven: Alberto Zedda kent Rossini van A tot Z. Zelf zegt de 86-jarige dirigent, nu 'Otello' leidend in de Vlaamse Opera, dat hij nog elke dag iets nieuws ontdekt in het werk van de componist. Maar ook: 'Als ik dirigeer, dan bén ik Rossini.'

Het gesprek is een half uurtje ver en nu vangt het oor een getik op dat onbewust al een hele tijd hoorbaar was. Onder tafel tapt Alfredo Zedda zijn woorden en zinnen ritmisch mee.

Zijn handdruk was zacht daarnet, zijn wangen dragen vlekken als jaarringen, zijn mond zal twee uur lang geen stille holte blijven. Het is nochtans echt: op 2 januari 1928 werd hij geboren in Milaan. Hier zit hij, na een klein wandelingetje door de spelonken van de Vlaamse Opera, in wat de loge van de maestro is. Een kaal kamertje, een zetel, een tafel. Hij pratend.

De voornaam zal hij twee uur lang geen enkele keer uitspreken, je moet al een ernstig quizzer zijn om te weten dat Gioacchino voor Rossini staat, maar Rossini valt wel duizend keer. Alberto Zedda is dé wereldspecialist. Hij is ook de man die in Pesaro, waar de componist in 1792 werd geboren, het Rossini Opera Festival leidt. Hij was het die hier, in dit gebouw, de muzikale leiding nam voor Semiramide en Il viaggio a Reims van dezelfde Rossini. Dat we hier, in Antwerpen, zitten is geen toeval. "Ik heb héél vaak in Antwerpen en in Luik gewerkt", zegt hij. "Misschien wel meer dan in de rest van de wereld. Op Italië na dan, misschien. Belgen houden van Rossini. In andere landen duurde het langer, maar Belgen stonden altijd open voor de niet zo gewone opera en voor het besef dat Rossini geen mindere componist was."

Tussen zijn achttiende en zevenendertigste levensjaar schreef hij veertig opera's. Daarna ging hij met pensioen. De rest van zijn lange leven - nog negenendertig jaar - leidde hij het bestaan van een beroemde ex-componist. Hij flaneerde, liet zich fêteren en ontving al wie even wou zonnen in zijn uitstraling. Hij trouwde met de mooiste courtisane van Parijs en interesseerde zich alleen nog voor... eten.

Het fragment komt uit Weet wie je eet, een boek van Marcel Grauls (uitgeverij Van Halewyck) , die onder het titeltje 'Tour-nedos Rossini' een prachtig portret borstelt van de Italiaanse componist en van wat uiteindelijk zijn invloed op de keuken was. Later citeert hij Rossini: "Ik zoek motieven om muziek te schrijven, maar mij komen alleen patés, truffels en verwante zaken voor de geest." En schrijft hij dat meesterkok Antonin Carême in 1833 al de term 'à la Rossini' in zijn geschriften gebruikte en dat tientallen gerechten naar Rossini genoemd werden: van côtelettes d'agneau en coquilles de volailles tot oeufs brouillés. 'Het bekendst is wel zijn tournedos', lees je. 'Biefstuk met schijfjes ganzenlever, truffels en madeirasaus.'

Op het tafeltje voor de maestro staat alleen een bekertje water en het gesprek zal pas aan het einde even over eten gaan. Nu is hij nog te vol van muziek. Van Rossini. Van de generale repetitie voor Otello. "Rossini lijkt op geen enkele andere componist. Je kunt ervan houden of je kunt er niet van houden, maar hij heeft een ongelooflijk tragische kracht. Opera gaat altijd over liefde, dood, trouw, vrienden en vijanden. Dat is altijd hetzelfde. Het verschil met Rossini is dat hij dat verhaal niet met dezelfde woorden vertelt. We herkennen onze gevoelens wel bij Verdi, maar de maat van de gevoelens is groter bij Rossini. We herkennen de liefde, maar niet de liefde tussen twee personen. Het gaat meer over het probleem dat liefde is."

"As in 'Otello'. Zijn Engels klinkt heerlijk Italiaans, maar dat we hier zitten heeft natuurlijk met Otello te maken. De Otello van Gioacchino Rossini, zijn verhaal van over de Moor die verliefd wordt op Desdemona, maar door haar vader gehaat wordt om zijn huidskleur. Een opera die voor het eerst werd opgevoerd op 4 december 1816, in het Teatro del Fondo van Napels. Een opera die, tweehonderd jaar later, schokkend actueel is. "Het gaat inderdaad over diversiteit", zegt Zedda. "Over de tegenstellingen tussen zwart en blank. En zeer modern: Desdemona is het slachtoffer, de hele wereld is tegen haar. Helaas is diversiteit tot vandaag iets waar we voor moeten vechten. Racisme is blijkbaar iets wat heel moeilijk te beheersen valt. Maar daarin zit ook de grootsheid van een opera. Wat goed is, blijft hedendaags. Shakespeare kun je vandaag nog lezen. Così fan tutte van Mozart blijft actueel. Zo is het ook met Rossini."

Zelf ontdekte hij Rossini, zegt hij 'pas laat': "Daarvoor had ik al van alles gedaan, maar ik kon gewoon niet geloven dat je met belcantismo zulke grote gevoelens kon weergeven. De toonladder is op zich niet expressief, maar Rossini maakte er gebruik van. Als ik je met een zwaard wil doden, steek ik op het juiste moment. Zijn De barbier van Sevilla is erotisch omdat het niet zomaar do-re-mi-fa-sol is. Hij maakt er een streling op je hand van. Dát is zijn mirakel en toen ik jong was, zag ik daar de potentie nog niet van in. Melodie is bij hem niet zo belangrijk, het is hóé je het zingt. En hij heeft grote interpretaties nodig. In La traviata van Verdi krijg je ook met wat mindere zangers tra nen in je ogen. Bij Rossini moet het groots gebracht worden.

Vergelijk het met de kunst. Als mijn neef een bolletje tekent, lijkt het nergens op. Als Miró een bolletje tekent, worden er miljoenen voor betaald."

Dat uitdiepend, legt hij uit waarom Rossini (die eerst alleen geprezen werd om zijn opera buffa, de komische werken, en pas later om de ernstige opera) zo laat gewaardeerd werd. "De romantici begrepen dit niet. Niemand kon dat zingen. Zoals we nu pas begrijpen waarom Picasso een gezicht in vier stukken schilderde of de Guernica. Zo kunnen we ook nu pas Rossini begrijpen."

Dat voetje, onder tafel: het is de metronoom van zijn woorden. Misschien was de voet van zijn vader de metronoom van zijn wieg, daar in Milaan, niet zo ver van de Scala? "Nee, ik ontdekte de muziek pas laat. Ik was al achttien. Thuis was er geen muziek. Ja, mijn zuster speelde wat de piano en ik probeerde daar ook wel eens op. Maar dat was écht veel slechter dan een amateur. Ik kon het niet. Toen ik achttien was, had ik het grote geluk een meisje te ontmoeten die vol was van muziek. Bij haar kwam alles samen: liefde en muziek. Ik werd voor allebei even enthousiast."

Even verschijnt het geluk van die leeftijd op zijn gezicht. Hij studeerde filosofie. Maar dat meisje - "ze heette Giuliana" - bracht hem in die andere wereld. "Nu moet ik zeggen dat dat mijn grote geluk was. Het zorgde ervoor dat mijn zoektocht naar muziek heel bewust was, open dus, maar ook al meteen kritisch. Claudio Abbado (de Italiaanse dirigent die vorige maand overleed, RVP) werd later mijn grote vriend. Claudio was vijf jaar jonger dan ik, maar hij zat al in de muziek toen hij amper vijf was. In muziektermen leek het altijd alsof ik vijf jaar jonger was dan Claudio. In zijn familie was het allemaal 'muziek'. Mijn vader werkte in een chemisch bedrijf. (lacht) Die was al niet blij toen ik filosofie ging studeren en toen ik nadien zei dat ik muziek ging doen, trok hij helemaal bleek weg." Met Giuliana werd het, pour la petite histoire, overigens niks. "Maar één keer later, toen ik eens een concerto van Mozart dirigeerde, zat zij wel aan de piano."

Weet u nog welk muziekstuk, of welke componist, u eerst raakte? Het was niet Rossini.

"Dat weet ik niet meer. Maar vermoedelijk was het Bach. Mozart heb ik pas later ontdekt, dat vond ik wat moeilijker. Ik hield wel snel van Franse muziek: Debussy, Ravel... Opera kwam veel later. De eerste jaren vond ik immers dat muziek geen woorden nodig had. Het was pas toen een leraar ons in de Scala meenam naar La sonnambula van Bellini dat er iets gebeurde. De mise-en-scène door Visconti was zo absurd, Maria Callas was er gekleed als diva. En tóén snapte ik dat de sleutel tot die muziek niet onze logica is, maar dat het meer kon zijn. Plots voelde ik: 'Oh, ik kan ook van La sonnambula houden'."

In 1956 dirigeerde de jonge Zedda toch zijn eerste opera: De barbier van Sevilla. "Ik deed het alleen anders dan voorheen", zegt hij. "Wat me veel kritiek opleverde. Het was een schandaal. De kranten schreven: 'De jonge maestro kent de traditie niet.' Wat helemaal niet klopte. Ik kende de traditie wel, ik begreep ze ook, maar ik ging er niet mee akkoord. Dat ze het 'gewoonlijk zo deden', kon me niks schelen. Ik maakte gewoon een kritische editie van De barbier. Hoe oud is traditie? Vijftig jaar? Honderd jaar? Wel, ik leef nu. En ik was niet geconditioneerd door die opvoeding."

Hij zegt er nog iets bij: "Gelukkig zat Claudio op mijn lijn." Opnieuw Claudio Abbado dus. Ze werkten samen, hij maakte de hoogtepunten van Abbado in de Scala van Milaan mee, zijn bewondering voor de overleden maestro is heel erg groot. Toen Abbado onlangs stierf, was dat voor Zedda geen verrassing. "We volgden hem dag na dag. Na zijn laatste concert in Luzern (in 2012, RVP) was hij niet alleen heel erg moe, we wisten ook dat hij een nieuwe kanker had. We verloren stilaan de hoop. We waren nauw verbonden. Toen hij in de Scala werkte, was mijn zuster zijn artistieke secretaresse."

Hoe groot was Abbado voor u?

"Claudio startte de Rossini-renaissance mee op. Ik bezorgde hem Il viaggio a Reims en hij kwam ervoor naar het kleine theater in Pesaro. Normaal is dat ver beneden de waardigheid van een dirigent met zo'n status. Claudio begreep dat het moest.

"In zijn periode, samen met Paolo Grassi, was de Scala de top van de top. Simon Boccanegra is een van de mindere opera's van Verdi, maar als Claudio die dirigeerde... mamma mia, dan leek dat plots de béste opera van Verdi. Dat was het natuurlijk niet, maar Claudio kreeg je wel zover. Hij was echt een fantastische dirigent, die toonde dat élke opera ook modern gebracht kon worden. Hij stond op het niveau van Arturo Toscanini."

Nog een fragment uit Weet wie je eet, een citaat van Rossini zelf: "Eten, liefhebben, zingen en verteren zijn de vier bedrijven van de komische opera genaamd Het Leven, dat verdwijnt als schuim van een fles champagne. Wie het laat weglopen zonder ervan te drinken, is een arme dwaas."

Alberto Zedda is 86: wat een energie. Hij heeft het schuim niet laten weglopen. Maar straks dirigeert hij meer dan drie uur lang Otello. Het antwoord op de vraag naar zijn conditie is, alweer, Rossini. "Mijn geluk is mijn leven met Rossini. Hij is pure energie. Mensen denken altijd dat energie in iets stoppen krachten kost. Nee, door energie te géven, krijg je zelf energie."

Van cellist Pablo Casals is de beroemde uitspraak: 'Bach is mijn beste vriend'. Is Rossini dat voor u?

"Hij is een echte vriend voor het leven. Al weet ik niet hoe hij als mens was en denk ik dat we op veel vlakken anders waren. Hij was zeer mysterieus. Op filosofisch vlak zijn we wel dezelfden. Je hebt tradities om het leven te bekijken zoals Aristoteles, Plato of zelfs Jezus Christus, wij zijn meer van Epicurus. Niet alleen het spirituele telt, geluk zit ook in plezier. Dat zit in zijn muziek.

"Alleen ontdek je dat plezante al op het eerste niveau. Daar is zijn muziek gemakkelijk. Stop je op dat niveau, dan kan dat. Maar je kunt naar een tweede en een derde niveau zoeken en na vijftig jaar met zijn muziek ben ik nog altijd niet aan het laatste gekomen. Op papier ziet het er eenvoudig uit, maar ik ontdek nog elke dag iets nieuws."

Is eten en drinken, zoals bij Rossini, net zo belangrijk? Doet u iets speciaals om zo fit te blijven?

"Dankzij mijn vrouw, die geweldig kookt, eet en drink ik niet te veel. Zij ziet erop toe, want ik ken eigenlijk geen maat. Zij stopt me tijdig. Maar ik eet niks speciaals. De dag van een concert pasta bianco, zonder saus dus. En ik eet het eten van het land waar ik ben. Als ik in Japan ben, eet ik geen pasta: dan eet ik Japans. Hetzelfde met wijn. Ik heb hem liefst rood, ook bij vis trouwens, ik hou veel van de wijnen van Piemonte. Een goeie barolo bijvoorbeeld. Maar bij vis kun je geen zware barolo drinken. Dat moet ook niet. En het hoeven niet altijd grote namen te zijn. (met een lachje) In Frankrijk drink je ook niet alleen Romanée-Conti."

U dirigeert hier Otello, voor het eerst in vijftig jaar, maar bent u nog zenuwachtig de avond van een concert?

"Zestig jaar geleden was ik nerveus, dat ben ik nog steeds en dat zal de volgende zestig jaar niet anders zijn. En het maakt geen verschil of het nu in Antwerpen of de Scala in Milaan of een klein theatergebouw is. Ik voel overal hetzelfde. Ik heb de verantwoordelijkheid om die avond de componist te worden en wat hij schreef over te brengen op het publiek. Muziek leeft niet op papier en het orkest heeft dus een dirigent nodig. Als ik dirigeer, dan bén ik Rossini of Beethoven."

Tot slot: wat hebben 86 jaar leven geleerd over het leven en de wereld?

"Ik lees op dit moment een boek over de economie en over de echte kern van de crisis. Wel, het is geen economische crisis. Het is een morele crisis. Ze proberen mensen honderd jaar terug in de tijd te zetten door een oorlog te voeren tegen sociale verworvenheden en de volksgezondheid. Wat nu gebeurt, is een poging om het beleid van mensen als Thatcher en Reagan opnieuw voort te zetten.

"En verder weet ik dat niet mensen als Berlusconi verschrikkelijk zijn, maar wel de 18 miljoen Italianen die voor hem gestemd hebben. Mensen als Berlusconi of, verder terug in de geschiedenis, Mussolini zullen altijd terugkeren. Dat moet je aanvaarden. Het drama is alleen dat ze op een bepaald moment een meerderheid achter zich krijgen. Dat vind ik verschrikkelijk. De jaren na de Tweede Wereldoorlog herinner ik me als de mooiste die er waren. We dachten dat alles beter zou worden. Misschien droomden we wel van utopieën. Maar laat me net dat mooi vinden. Ik wil nog altijd dromen van utopieën."

Otello ging gisteravond in première in de Vlaamse Opera. Er zijn nog vijf voorstellingen in Antwerpen en vanaf 28 februari ook vier in Gent. www.vlaamseopera.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234