Zaterdag 04/12/2021

Ook mama is klaar voor het front

Het echtpaar Um en Abu Jaafar en hun dochter Faten, gefotografeerd in hun huiskamer in Aleppo, Syrië. Een gezellig, zelfs intiem tafereel, ware het niet dat vader en moeder zich hebben gehuld in gevechtskledij. Klaar om de soldaten van president Bashar Assad het hoofd te bieden. In een vorig leven, toen Assad nog zonder protest over Syrië heerste en de oppositie monddood was, was Um Jaafar kapster. Tot de revolte losbarstte en ze haar man zag vertrekken naar het front. Abu Jaafar werd commandant bij de plaatselijke groepering Sawt al-Haq (Stem van het Recht). Zijn echtgenote volgde snel, nadat haar man haar had opgeleid in het gebruik van wapens.

De Syrische oorlog blijft een mannenzaak, maar in het afgelopen jaar doken verschillende vrouwelijke strijders op in video's en op persfoto's. Zo fotografeerde Reuters-fotograaf Muzaffar Salman, die ook deze foto nam van Um Jaafar, eerder deze maand ene Guevara, een Syrisch-Palestijnse vrouw die in de straten van Aleppo rondloopt met een FN-aanvalswapen. Opvallend, want ondanks het stof en rook had ze eyeliner op en droeg ze schoenen met hakken.

Blijven het verhaal en motief van Um Jaafar om een AK-47 te hand te nemen voorlopig nog onduidelijk, dan is er intussen wel meer bekend over deze Guevara. De Britse krant The Telegraph interviewde haar twee weken geleden. De 38-jarige Guevara - een schuilnaam - blijkt jarenlang lerares Engels en directrice geweest te zijn van een middelbare school. Nu is ze, als ze nog in leven is, een belangrijke scherpschutter bij een eenheid van het Vrije Syrische Leger in Aleppo. Iedere dag zoekt ze met het vizier van haar geweer, dat ze wurmt in een gat in de muur van een verlaten gebouw, naar Syrische soldaten die toevallig haar pad kruisen. "Ik denk wel dat ik soldaten heb gedood", zegt ze. "Je kan nooit zeker weten dat ze dood zijn, maar ik heb hen toch minstens vier of vijf keer geraakt."

Guevara vertelde dat ze bij het verzet ging na de dood van twee van haar kinderen, een jongen van zeven en een meisje van tien. Ze stierven tijdens een luchtaanval die hun huis in Aleppo vernielde. Guevara zwoer wraak te nemen. Ze was toen al jarenlang ondergronds activiste tegen het regime van Assad. Ze verliet haar eerste echtgenoot omdat die niet revolutionair was. Haar tweede man ziet het allemaal met lede ogen aan, zijn vrouw mét hoofddoek maar wel in kaki gevechtstenue. "Maar ik dreigde hem te verlaten als hij mij niet wilde leren schieten." Nu vecht ze met haar echtgenoot in dezelfde eenheid.

Het is niet duidelijk hoeveel vrouwen vechten aan het Syrische front, noch welke rol ze hebben binnen de verschillende groeperingen van het Vrije Syrische Leger. Op het internet circuleren verschillende video's van vrouwelijke rebellen, maar het is niet geweten op welke manier ze deelnemen aan gevechtsoperaties en of er al werden gedood in de strijd. Vaak wordt er schamper gereageerd en krijgen vrouwen aan het front de naam onfatsoenlijk te zijn en onislamitisch. "Zijn er geen mannen meer dat vrouwen moeten vechten?", luiden commentaren onder YouTubefilmpjes en op Facebooksites.

Mannennaam

Die houding ervoer ook Thuwaiba Kanafani, die vorig jaar in juli aankondigde dat ze vocht bij een groepering die deel uitmaakte van de Suqur al-Shams Brigades.

De leider van de brigade was er als de kippen bij om te zeggen dat hij helemaal geen vrouwelijke strijders in zijn rangen telde en dat dat tegen zijn geloof zou zijn. Kanafani, een 40-jarige Syrisch-Canadese ingenieur, had haar getuigenis nochtans in een filmpje op het internet gezet, met een munitiegordel om de hals en geflankeerd door een twintigtal gewapende mannen.

Kanafani had haar veilige leventje in Canada opgegeven om aan het Syrische verzet mee te doen, vertelde ze destijds aan de Nederlandse krant Trouw. Ze had een week lang training gekregen in de bergen rond Aleppo.Maar echt vechten deed ze niet, gaf ze toe. Ze hield zich aan de Turks-Syrische grens vooral bezig met het binnensmokkelen van mensen, wapens en medicijnen. "Niet echt gevaarlijk", verklaarde ze.

Net als de eerder genoemde Guevara moest ook de 22-jarige Nour al-Hassan het eerst tegen haar man opnemen voor ze actief kon gaan vechten aan het front. Ze hield koppig vol en uiteindelijk zwichtte haar wederhelft. "Ik leerde haar wapens gebruiken", zei echtgenoot Mahmoud aan Al Jazeera. Nu is Nour een scherpschutter in de Sheikh Saeed-wijk van Aleppo. Daar proberen rebellen de soldaten van het regime terug te drijven en de hoofdroute naar de luchthaven van Aleppo te blokkeren. Haar medestrijders noemen haar Abu al-Nour, een mannennaam, en prijzen haar schietkunst.

Zelf zegt ze dat ze haar vrouwelijkheid achterlaat als ze naar het strijdtoneel vertrekt. Niemand houdt vrouwen tegen om ook te vechten in Syrië, zei Nour op de Arabische nieuwszender. "Maar ze doen het niet, wellicht omdat ze niet gelovig genoeg zijn of gewoon geen moed hebben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234