Woensdag 21/08/2019

Ook leuk voor langer dan 24 uur

Het begon met ene meneer Durant die een wedstrijd voor automobielen organiseerde om zijn streek te promoten. Meer dan honderd jaar later kent iedereen de 24 Uren van Le Mans. Maar weinigen hebben de stad in het departement van de Sarthe al eens in alle rust bezocht. Tijd om een geheim van filmproducers te onthullen.

Herkent u deze foto?", vraagt Hervé Guyomard, president van de Automobile Club de l'Ouest (ACO). "De man die naar zijn auto wandelt terwijl de anderen al bijna achter het stuur zitten, is Jacky Ickx. Zo protesteerde hij in 1969 tegen de traditionele start van de 24 Uren. En hij had gelijk: door de piloten eerst naar de auto te laten rennen, vertrokken velen zonder hun gordel vast te klikken. Monsieur Le Mans haalde zijn slag thuis: Ickx won niet alleen de race, het volgend jaar weerklonk het startschot pas nadat de piloten vastgeklikt achter het stuur zaten."

We staan in de controlekamer van het Bugatti Circuit, de omloop met een lengte van 4,180 km aan de rand van Le Mans. Terwijl leerlingen van de pilotenschool over het circuit scheuren, houdt een man in de controlekamer een wand met schermen in het oog. Als er een auto van de weg gaat en stilvalt, schakelt de man meteen lichtsignalen aan op het parcours, die naderende piloten aanmanen vaart te minderen.

Er wordt zogoed als elke dag gereden op het Bugatti-parcours, en niet alleen door pilotenscholen. Alles met wielen eronder betwist hier zijn 24 Uren: motoren, vrachtwagens, quads, fietsen, skates...

Maar dé 24 Uren van Le Mans, de uithoudingsrace voor auto's die dit jaar zijn negentigste verjaardag vierde, wordt betwist op het Circuit de la Sarthe. Een deel van de 13,626 km lange omloop valt samen met de Bugatti-omloop, maar het grootste deel ligt buiten de omheining.

Via een parallelle weg rijden we met Guyomard naar de bekende Dunlop-curve en stoppen bij het kapelletje. Er hangt een verdroogde bloemenkrans en een Deense vlag ter nagedachtenis van Allan Simonsen. De race was zaterdag 22 juni 2013 amper tien minuten bezig toen de Aston Martin-piloot in de vangrails belandde en later in het ziekenhuis overleed. Zijn landgenoot Tom Kristensen, de onbetwiste Monsieur Le Mans van vandaag, vierde 24 uren later in mineur zijn negende overwinning.

Britse invasie

Voorbij het kapelletje gaat het Circuit de la Sarthe over op de openbare weg. Guyomard stelt voor dat parcours te volgen. Even later verraden alleen de hoge rails aan de kant van de weg dat de piloten op dit publieke asfalt jaarlijks om de overwinning strijden.

Net voor een restaurant hangt nog een Deense vlag met 'R.I.P. Allan Simonsen' erop. "Hier, na de Tertre Rouge-bocht, vond de crash plaats", zegt Guyomard. "Het was van 1997 geleden dat er nog een dodelijk ongeval te betreuren viel."

Een beetje verder wijst hij naar de andere kant van de weg. "Je moest eens weten hoeveel compensatie die bedrijven eisen omdat ze door de 24 Uren tijdelijk niet toegankelijk zijn. Maar wij zitten hier al honderd jaar, dus wisten ze wat hen te wachten stond", gromt Guyomard. "Daar tussen de bomen wordt tijdens de race wild gekampeerd. Tijdens de race staan overal rond het circuit tenten."

Vooral de Britten zijn gek op de 24 Uren; met 80.000 maken ze bijna een derde van de toeschouwers uit. "Ze maken er een stevig feestje van met veel bier", zegt Guyomard. "Achteraf hebben we drie weken nodig om afval te ruimen."

De weg, bekend als de Mulsanne Straight, is een lange, rechte streep. Om de piloten te verplichten snelheid te minderen, is er op twee plaatsen een chicane, een afbuiging naast de weg gemaakt.

Op het einde draaien we rechts af in de scherpe Mulsanne-bocht. Vanop de achterbank fluistert Guyomard me in het oor met welke vaart de piloten passeren en hoe snel ze weer optrekken. Het helpt alvast voor de inleving. Hij wijst ook naar de hutten tussen het lover waar de koerscommissarissen zitten. "We werken met drie- à vierduizend vrijwilligers van elf nationaliteiten", zegt Guyomard. Ondertussen naderen we de Indianapolis-bocht. Ik stel me voor dat l'heure blue net voorbij is en dat ik na de donkere strook met de bomen in vijfde versnelling de opkomende zon in de ogen krijg. Mijn pilotenhanden worden een beetje klam.

Autopioniers

Dromen doen we verder in het Museum van de 24 Uren, gelegen bij de ingang van het parcours. Voor we de maquettes van het circuit en de honderdvijftig historische sportkarren kunnen bewonderen, moeten we door een hall of fame. Vierentwintig Le Mans-sterren met een bijbehorend voorwerp wachten je op. Natuurlijk treffen we hier onze nationale trots Jacky Ickx, net als landgenoot Olivier Gendebien, viervoudig winnaar van Le Mans.

De rij der groten in het museum opent met Georges Durand, Guyomards voorganger. Durand zette via een autowedstrijd de toeristische attracties in het stroomgebied van La Sarthe in de kijker. In 1906 haalde hij met het comité van het Circuit de la Sarthe de eerste Grote Prijs van de Automobile Club de France naar Le Mans. In 1913 transformeerde het organisatiecomité tot ACO, de automobielclub die vandaag nog altijd de touwtjes van de 24 Uren in handen heeft. Het idee om jaarlijks een uithoudingsrace te organiseren, kreeg in 1923 vaste vorm met de eerste 24 Uren op een 17,24 km lange omloop van Pontlieue naar Mulsanne en Arnage.

Het museum maakt ook duidelijk dat Le Mans in 1923 niet zomaar een stadje ten westen van Parijs was, maar de thuis van pioniers van de Franse auto-industrie. In 1920 had Louis Renault zich er gevestigd, terwijl de familie Bollée er al decennia lang actief was. Eerst was Bollée een klokkenmaker, maar we zien ook de rekenmachines en andere instrumenten waarmee de familie naam maakte. Amédée Bollée ontwikkelde vervolgens stoomauto's en zijn zonen Léon en Amédée-Ernest-Marie richtten een automobielfabriek op.

Léon pakte in 1895 uit met de Voiturette, een driewieler met een horizontale motor en met rubberen banden, die opgenomen is in de tentoonstelling. Daarna lanceerden de broers nog meer experimentele automobielen voor de geprivilegieerde klasse.

In 1908 assembleerden de gebroeders Wright in de fabriek van Léon hun vliegtuig. Wilbur Wright voerde hier op 8 augustus 1908 de eerste vlucht op het Europese vasteland uit. Bollée was toen al een welvarende familie met aanzien, en de avenue Paris in het centrum van Le Mans werd kort erna omgedoopt tot avenue Bollée.

Depardieu en DiCaprio

De avenue Bollée is omzoomd met platanen en brede trottoirs, maar het wandelgebied in de stad verplaatste zich naar het quartier Saint-Nicolas. Hier, in het commerciële hart met restaurants, winkels en openluchtmarkten vind je tussen de straatklinkers bronzen afdrukken van voeten en handen die toebehoren aan winnaars van de 24 Uren.

Vlakbij ligt op een heuvel aan de oever van de Sarthe de historisch stad, Cité Plantagenêt. De kathedraal Saint-Julien staat met haar indrukwekkend achterste naar de nieuwe stad gericht. In deze kathedraal trouwde in 1129 Mathilde, dochter van Hendrik I van Engeland met Geoffroy Plantagenêt (Godfried van Anjou). Uit dit huwelijk ontstond het Huis Plantagenêts, de dynastie die meer dan drie eeuwen over Engeland regeerde. Kleinzoon Richard Leeuwenhart trouwde met Bérengère van Navarra, die als weduwe in Le Mans woonde.

Aan de rand van Le Mans vind je l'abbaye de l'Epau, een van de laatste Franse cisterciënzerabdijen, die in 1229 door haar werd gesticht. Le Carré Plantagenêt, het museum aan de voet van de kathedraal, brengt een prachtige evocatie met beelden en geluiden van die roerige geschiedenis.

Vandaag slingeren geplaveide straatjes zich omhoog naar vredige pleintjes met 15de-eeuwse vakwerkhuizen die in tientallen Franse films vereeuwigd zijn. Dit ongeschonden geheel, aan de kant van de rivier omgord door een goedbewaarde Gallo-Romeinse muur, staat op de kandidatenlijst voor Unesco-werelderfgoed.

Op het plein voor de kathedraal werden onder andere scènes opgenomen voor Cyrano de Bergerac (1990) met Gérard Depardieu. De prehistorische menhir op de zuidwestelijke hoek van de kathedraal, waarvan gezegd wordt dat hij bij aanraking de vruchtbaarheid stimuleert, komt niet voor in de film. Wel het hoekhuis op de Place Saint-Michel, dat omgevormd werd tot banketbakkerij Ragueneau. Daar beginnen ook de trappen naar de lager gelegen rue des Chapelains en de rue de Vaux, waar de held een houten balk op zijn hoofd krijgt.

Goed zeven jaar later stond Depardieu hier opnieuw, dit keer met Leonardo diCaprio, Jeremy Irons en John Malkovich, voor The Man in the Iron Mask, een film naar het boek van Alexandre Dumas.

Maar je hebt de films niet nodig om het historisch erfgoed te waarderen. Als je maar vijf minuten kunt uittrekken voor de kathedraal, sla dan in de chapelle de la Vierge de ogen op naar het plafond. De beschildering met 47 musicerende engelen brengt je in de zevende hemel. Je zou zweren dat de engelen weggevlogen zijn uit Van Eycks Lam Gods.

Lichtjes dronken

Tweehonderd meter voorbij de kathedraal bel ik aan bij het poortje van Maison St-Pierre. De tuinmuur verbergt een binnenkoer en het prachtige huis waar ik de volgende nachten logeer. De brede 12de-eeuwse trap geeft je de eerste keer het gevoel dat je lichtjes dronken bent. Chantal Le Priol kwam hier wonen omdat de Cité Plantagenêt een oase van rust is. Het laatste weekend van september, tijdens Entre Cour et Jardin, stelt ze samen met andere bewoners van de Cité Plantagenet haar binnentuin open, gedecoreerd met planten.

In Maison St-Pierre logeren vooral vaste gasten die ieder jaar naar de 24 Uren voor auto's en motoren komen. Maar ook filmcrews palmen het huis geregeld in, onder andere voor de televisieserie Nicolas le Floch, over een politieheld in het 18de-eeuwse Parijs.

Veel toeristischer moet Le Mans voor mijn gastvrouw niet worden. "Ben ik blij dat het hier niet is zoals op Le Mont-Saint-Michel. Dit is nog een hechte gemeenschap, waar iedereen trots is op zijn huis en er zorg voor draagt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden