Dinsdag 15/06/2021

Ook in de burgerdemocratie heeft er maar één het laatste woord

Als je in een andere partij ingaat tegen de top ben je een dissident, als je dat in de VLD doet ben je een stroming'Eigenlijk is Guy Verhofstadt de Peter Pan van de VLD: hij is een groot kind, bijna constant met zichzelf bezig, maar wel de enige die kan vliegen'

Liberalen houden van een stevige discussie, zoveel is zeker. Maar ook in de burgerdemocratie moet er iemand het laatste woord hebben. En bij de VLD is dat al vijfentwintig jaar lang Guy Verhofstadt.

Het was niet met bescheiden am-bities dat Guy Verhofstadt be-gin jaren negentig aan de omvorming van zijn partij begon. De PVV-voorzitter was boos, bijzonder boos. Hoewel de liberalen bij de verkiezingen van 1987 een duidelijke overwinning hadden behaald, waren de christen-democraten achteraf toch met de socialisten in zee gegaan. Voor Verhofstadt zat er niets anders op dan oppositieleider te worden. Gedaan met zijn vice-premierschap. Enkele jaren later bleek wie de verantwoordelijke was geweest voor dat 'hoogverraad'. ACV-leider Jef Houthuys had zich mateloos geërgerd aan de neoliberale ideeën en de budgettaire orthodoxie van de jonge Verhofstadt: met da joenk viel niets meer te beginnen. En dus liet hij de CVP-top weten dat er maar eens geswitcht moest worden van coalitiepartner. Dringend.

Voor Verhofstadt was die ene episode symptomatisch voor de Belgische ziekte die hij al langer op het spoor was. Als het erop aankwam, waren het niet de verkozen politici die aan de touwtjes trokken maar wel allerlei schimmige en minder schimmige figuren die zich het best thuisvoelden in de achterkamertjes van de Wetstraat, luidde de analyse. Organisaties die aan de democratische controle ontsnapten (zoals vakbonden of allerlei standenorganisaties) hadden onevenredig veel in de pap te brokken. Daardoor, zo zei Verhofstadt, was de fameuze kloof tussen burger en politiek ontstaan.

In zijn Burgermanifesten begon de Gentenaar radicale voorstellen te formuleren om onze democratie anders, democratischer te organiseren. In de beginselverklaring van de VLD, die in november 1992 boven de doopvont wordt gehouden, klinkt die filosofie luid door. "Wij willen een geloofwaardige tegenpool creëren, een politieke beweging, een nieuwe partij die een alternatief vormt voor de machts- en standenpartijen die vandaag het roer in handen hebben", staat er. En even verder: "De politiek moet er zijn voor de burgers en niet voor de drukkings- en belangengroepen."

Daarom sprak de spiksplinternieuwe partij zich bijvoorbeeld uit voor de rechtstreekse verkiezing van de eerste minister en voor de invoering van bindende referenda. Om de invloed van de partijhoofdkwartieren op de samenstelling van de parlementen terug te schroeven zou de lijststem worden afgeschaft. En het sluitstuk, of misschien beter het beginpunt, van die ommezwaai was de organisatie van de eigen partij. Daarom startte de VLD als eerste in Vlaanderen met de rechtstreekse verkiezing van haar partijvoorzitter en van alle andere partijorganen. In het partijbestuur zou minstens de helft van de leden geen mandataris zijn. En ook aan de lijsten voor de verkiezingen moesten alle leden vanaf dan hun goedkeuring verlenen. Het deed een onderzoeker van de Vrije Universiteit Brussel onlangs besluiten dat de Vlaamse liberalen de meest democratisch georganiseerde partij zijn. Dat zie je misschien nog het best op de partijcongressen van de VLD, waar een heel andere cultuur heerst dan bij bijvoorbeeld de SP.A. Voor een potentieel explosief onderwerp bij de socialisten op een congres belandt, moet het eerst een lange mars door de partijcenakels afleggen. Dissidente geluiden zijn daardoor meestal al weggefilterd vóór er tv-camera's te bespeuren vallen. Tenzij de dissidentie echt groot is, tenzij ze een meerderheid vormt in een bepaalde federatie of een belangrijke afdeling. Bij de VLD verloopt dat anders. Daar kan ieder lid op een congres het woord vragen en zijn partijgenoten trachten te overtuigen. Soms sterft zo'n afwijkende mening een stille dood. Zo kwam Ward Beysen in november 2002, net voor zijn vertrek uit de partij, met een stoet voorstellen naar de Heizel, zonder één keer meer dan twintig medestanders te vinden. Maar soms zit de partij plots ook met een heel nieuw standpunt opgescheept. Op datzelfde congres in 2002 overtuigde Vincent Van Quickenborne zijn partijgenoten om de macht van het koningshuis aan banden te leggen en om voor een confederalistisch staatsmodel te kiezen. "Verhofstadt heeft al dikwijls gevloekt op zijn eigen burgerdemocratie", vertelt een medewerker van de premier. "De kans op accidenten is bij de VLD nu eenmaal groter dan bij andere partijen."

Gebruiken de liberalen dan helemaal geen filters op zo'n congres? Natuurlijk wel, maar het zijn heel andere filters. Zo kan de voorzitter van het congres bepalen hoe er gestemd moet worden. Dat kan van doorslaggevend belang zijn. Het was niet toevallig dat de Antwerpse VLD-leiding haar achterban in december 2000 liet stemmen over een totaalpakket van vier kandidaat-schepenen maar hen tegelijk ook de mogelijkheid gaf om hun individuele voorkeur kenbaar te maken. Ludo Van Campenhout en co. wilden Christian Leysen, de kandidaat van nationaal voorzitter Karel De Gucht, immers liever niet naar het stadhuis sturen. En wat gebeurde er? Christian Leysen ging roemloos ten onder. Als er niet individueel gestemd was, had Leysen het wellicht wél gehaald. De congresvoorzitter en de congrescommissie kunnen de uitslag ook sturen door de sprekerslijst te bepalen. Zo kunnen ze Willy De Clercq, de éminence grise die nog steeds bijzonder veel aanzien geniet, als voorlaatste agenderen. Of zo kunnen ze Guy Verhofstadt als enige vanachter een pepiter op het podium 'zijn liberale vrienden' laten bewerken. De congresvoorzitter kan bij de ene ook aan de spreektijd gaan knibbelen om die vervolgens bij iemand anders toevallig even uit het oog te verliezen. Het is mede dankzij dit soort trucjes dat Karel De Gucht er op het laatste congres in slaagde om een ruime meerderheid van 83 procent te verwerven die van het migrantenstemrecht géén regeringszaak wilde maken. Een strakke leiding, heet dat dan. Maar goed, genoeg over die congressen. Zelfs bij de VLD, zelfs in de burgerdemocratie worden daar, op een aantal uitzonderingen na, niet de echte knopen doorgehakt. Daarvoor trekken ook liberalen zich liever terug in beperkte gremia. Laat ons dus maar een beetje opklimmen in de cenakels van de liberale macht. Dan komen we eerst uit bij de vergadering van het partijbestuur op maandagvoormiddag, op het gelijkvloers van het partijhoofdkwartier in de Melsensstraat. Zeker in de aanvangsjaren van de VLD had dat bestuur (dat sinds 1992 dus rechtstreeks verkozen wordt) een redelijke grote invloed.

Dat is nu eigenlijk niet meer het geval, zeggen de toppers van de partij unisono. "Door alle verruimingen zitten we daar tegenwoordig met ongeveer veertig mensen bij mekaar", klinkt het bij een vooraanstaand VLD'er. "Dat is leuk om eens te debatteren maar te groot om nog efficiënt te werken. Laat staan om er echte beslissingen te nemen." Daardoor fungeert het partijbestuur nu eerder als een soort ontladingsmoment. Voor de niet-mandatarissen is die maandagvoormiddag het enige moment waarop ze de kopstukken iets kunnen toefluisteren. Figuren die net niet tot de absolute partijtop behoren (zoals Annemie Neyts, André Denys of Herman De Croo), nemen er graag de tijd voor een deftig exposé.

Als dat exposé afgelopen is, blijkt de premier er vaak al vandoor te zijn. Iets voor de middag spoedt Verhofstadt zich naar het koninklijk paleis voor zijn wekelijkse audiëntie bij Albert. Ook dat haalt het soortelijk gewicht van het partijbestuur natuurlijk naar beneden: zonder Verhofstadt kan er nu eenmaal niets beslist worden bij de liberalen. Het zorgt er ook voor dat het gemor iets groter is tijdens die bijeenkomsten dan toen Verhofstadt zelf nog voorzitter was. "De Coveliersen en de Dedeckers maken graag van zijn afwezigheid gebruik om te zeggen wat voor rampspoed ze in het weekend hebben gehoord tijdens hun contacten met de basis", zegt een VLD-topminister. "Ze spuwen hun gal dan en zeggen hoe ontevreden de gewone militanten er wel bij lopen."

Nu, écht mee beslissen mogen die sakkeraars niet, maar zeggen dat ze compleet van geen tel zijn, zou ook fout zijn. Tijdens de discussie over het migrantenstemrecht bleek het afgelopen jaar maar al te goed hoe zwaar een Coveliers op de sfeer in de VLD kan wegen en hoe ook hij de koers van zijn partij mee bepaalt. Nu SP.A'er Jan Van Duppen Steve Stevaert publiek de mantel heeft uitgeveegd, zullen we wellicht nooit meer iets van hem horen. Wel, Coveliers ging in het verleden al véél verder, maar is er nog steeds. Om het met een boutade te vatten: als je in een andere partij ingaat tegen de top ben je een dissident, als je dat in de VLD doet ben je een stroming. Het verklaart ook het relatieve succes van in wezen piepkleine VLD-debatclubjes zoals Liberales of Nova Civitas.

(Er is trouwens nog een verklaring waarom de VLD-partijtop het veel moeilijker heeft om iedereen op dezelfde lijn te krijgen dan de collega's van SP.A of VLD. De liberalen hebben geen eigen zuil, waaruit kandidaten en medewerkers gerekruteerd worden. Zowat elke liberale mandataris is naast zijn politieke activiteit ook nog eens arts, advocaat of professor. Die onafhankelijke positie maakt de gemiddelde liberaal een stuk moeilijker controleerbaar. Doordat de partij nu ook een legertje kabinetsmedewerkers te werk kan stellen, wordt de balorigheid iets getemperd. Maar als de VLD opnieuw in de oppositie zou belanden, verdwijnt ook dat temperende effect. Spektakel verzekerd wanneer de opvolging van Verhofstadt geregeld moet worden!)

Toch doet ook de VLD-top natuurlijk alle moeite om de excessen van de burgerdemocratie in de hand te houden. Daarom wordt er ook voor de start van het partijbestuur al druk vergaderd op de Melsensstraat. Partijvoorzitter Dirk Sterckx gaat dan met de verschillende fractieleiders (Francis Vermeiren, Paul Wille en Hendrik Daems) rond de tafel zitten om te kijken welke gevoelige dossiers er in het parlement zitten aan te komen. Bij dat overleg zijn ook Wouter Gabriels, de kabinetschef van premier Verhofstadt, en Jan Kerremans, de kabinetschef van Vlaams minister-president Bart Somers, aanwezig. Als er een gevoelig wetsvoorstel, zoals dat over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, op de politieke agenda staat, wordt daar een gemeenschappelijke houding bepaald. Kwestie van te vermijden dat de drie fracties elk een andere richting uitlopen.

De G5

Maar de belangrijkste vergadering van de week staat maandagmiddag geagendeerd. Zodra Verhofstadts onderhoud met koning Albert erop zit, zo rond halfeen, trekt hij naar het kabinet van Patrick Dewael. Ook Karel De Gucht, Dirk Sterckx en Bart Somers geven dan present voor een middaglunch. Die ontmoeting noteren de kopstukken in hun agenda als de 'G5'. Vroeger vond dat toptreffen plaats op het kabinet van Verhofstadt, maar sinds Dewael een klassekok van het Leuvense restaurant Couvert Couvert wist binnen te halen, werd de locatie van het toptreffen gewijzigd. Het zijn tenslotte liberalen. In campagnetijd, de laatste maanden dus, voegt ook communicatie-adviseur Noël Slangen zich bij de vijf top-VLD'ers.

Misschien zijn die bijeenkomsten nog het best te vergelijken met die van de Teletubbies (Stevaert, Vande Lanotte, Vandenbroucke en Janssens) bij de SP.A. Het is daar dat het regeringswerk en eventuele spanningen in de coalitie besproken worden. Het is daar dat de strategie van de partij vastgelegd wordt. Het is daar dat er met de pionnen geschoven wordt en ministers worden aangewezen. Hoewel, de vergaderingen van de G5 verlopen zonder agenda en zijn niet gespeend van enige chaos. "Bij de VLD wordt er overal en nergens beslist, het verloopt organisch. Dirk Sterckx trok bijzonder grote ogen toen hij voor het eerst mee rond de tafel zat", klinkt het bij een van de betrokkenen.

Net zoals bij de Teletubbies speelt ieder lid van de G5 zijn eigen rol. Dirk Sterckx kwam er het laatst bij en heeft vooral een heilzame invloed op de sfeer in de groep. Eender welke VLD'er die zich bij het duo Verhofstadt-Dewael voegt, heeft het gevoel het vijfde wiel aan de wagen te zijn. Dat gold ook voor Karel De Gucht. Nu Sterckx bij de partijtop hoort, zit er meer evenwicht in de groep. Na het koningsdrama dat zich in februari tussen Verhofstadt en De Gucht afspeelde, is dat geen detail. Bovendien heeft Sterckx een iets minder ontwikkeld ego dan het gemiddelde G5-lid - ook dat kan helpen in een vergadering.

Sinds Bart Somers vorige zomer Patrick Dewael opvolgde aan de top van de Vlaamse regering, heeft ook hij een plek gekregen in het VLD-topoverleg. Maar echt op tafel kloppen is er daarom nog niet bij - daarvoor weegt de minister-president vooralsnog iets te licht. In de partijhiërarchie moet Karel De Gucht nog altijd een tikje, zeg maar een stevige tik, hoger ingeschat worden. Ook na zijn defenestratie als voorzitter telt die laatste nog altijd mee in de VLD. Als de liberalen uitgenodigd worden op de onderhandelingen voor een volgende Vlaamse regering, zal De Gucht erbij zijn. Zoveel is nu al duidelijk. Ook op interne partijmeetings blijft De Gucht zijn voorzittersrol ten volle spelen.

Maar laat ons overgaan tot de nummer twee. Dat is onbetwistbaar Patrick Dewael. Al 25 jaar lang is de Limburger de schaduw van Guy Verhofstadt. Samen met De Gucht en Slangen is hij een van de weinigen die de 'numero uno' durft tegen te spreken. En toch heeft dat in zijn geval maar één keer tot een zweem van conflict geleid. Toen Verhofstadt na het failliet van Sabena aan de Vlaamse regering vroeg om één miljard in een nieuwe luchtvaartmaatschappij te pompen (SN Brussels Airlines), ging Dewael, samen met De Gucht, dwarsliggen. Maar veel andere voorbeelden van botsingen zijn er niet. "Omdat Patrick zijn positie kent", klinkt het bij een G5-lid. "Hij schikt zich in zijn rol van tweede man, daardoor zijn er geen wrijvingen. Zolang Keith Richards niet vraagt om te zingen bij de Rolling Stones, is er ook geen probleem met Mick Jagger." Waarna we bij de absolute nummer één Guy Verhofstadt zijn beland. Hij is de vleesgeworden VLD. Is de Gentenaar dan de grote dictator die iedereen die het niet met hem eens is genadeloos de mond snoert? Niet echt. Wie een scheldkanonnade kan verdragen, kan zich heel wat rebellie veroorloven. Veel te veel, vindt een aantal collega-top-VLD'ers zelfs. Eigenlijk vindt Verhofstadt het ook bijzonder moeilijk om conflicten open en bloot op tafel te smijten. Tijdens de weken voor het koningsdrama met De Gucht sluimerde het ongenoegen bij Verhofstadt. Dat leidt dan tot scheldtirades tegen andere VLD-kopstukken. Maar in persoonlijke ontmoetingen veegt de premier de ergernissen liever onder de mat waarna de problemen beginnen te etteren. "Guy vlucht bijna altijd voor een probleem, tot het echt niet meer houdbaar is", zegt een intimus. "En op dat moment heeft de onvrede zo'n proporties aangenomen dat er geen bedaren meer bij is. Dan komen de autoritaire trekjes wél aan de oppervlakte."

Het beest

Maar dat gebeurt alleen als het leiderschap van Verhofstadt gecontesteerd wordt, dan komt het beest naar boven. Annemie Neyts mocht het eind jaren tachtig ooit in de ogen kijken en ook Karel De Gucht voelde het klauwen. Maar voor het overige? Eigenlijk voelde geen enkele topliberaal zich de afgelopen 25 jaar geroepen om aan de poten van de voorman te zagen. Wie kan er inhoudelijk op tegen Verhofstadt? Wie kan er zeggen dat het programma van de partij bijna uit zijn persoonlijke pen komt? Wie kan een VLD-zaal zo makkelijk in vuur en vlam zetten? Wie is er een groter campagnebeest? "Niemand komt tot aan zijn enkels", zegt een G5-lid. "En wie het leiderschap ter discussie stelt, moet een alternatief kunnen aandragen. En voorlopig is er niemand die dat kan belichamen."

En de andere ministers, degenen die 's maandags niet op de Lambermont worden uitgenodigd? Hebben zij dan helemaal niks te zeggen? Dat is overdreven. Ook zij zakken één keer per week af naar het kabinet- Dewael. Op die woensdagavond worden ook de fractieleiders en kamervoorzitter Herman De Croo opgetrommeld. Maar dan wordt er vooral aan de teamspirit geschaafd. Het is het uitgelezen moment om eens een tête-à-tête in te lassen met een collega-excellentie.

Neen, dan zijn er andere figuren die wellicht een grotere inbreng hebben maar die liever achter de schermen opereren. Zo is er Hedwig De Koker, 'The Fixer' van de VLD. Naast zijn talrijke zitjes in raden van bestuur is hij ook penningmeester van de partij, coördineert hij als secretaris het werk van de kamerfractie en staat hij aan het hoofd van de studiedienst. Ook de kabinetschef van de regeringsleiders horen hier thuis. Jan Kerremans, de kabinetschef van Bart Somers, draait al jaren mee in de partij en weegt daarom (zeker op dit moment) veel zwaarder dan Wouter Gabriels, de kabinetschef van Verhofstadt. Dan is er natuurlijk ook nog Dirk Verhofstadt, die zijn broer bijna constant voedt met nieuwe ideeën, boeken, manifesten. Ook Noël Slangen fungeert als persoonlijk klankbord van Verhofstadt, en heeft daardoor een flinke vinger in de pap. Er gaat geen dag voorbij waarop de premier geen tien keer uitroept: 'En wat vindt Noël daarvan?' of 'Bel eerst eens naar Noël.'

Eigenlijk zijn er zelden of nooit mensen die opklimmen in de VLD-hiërarchie, zonder dat ze een persoonlijke band hebben met de premier. In de aanloop naar de verkiezingen behoorden ook Marc Verwil-ghen en Hendrik (toen nog Rik) Daems tot het leidende liberale kwartet - De Gucht was er toen nog niet bij. Maar beiden hebben ze ondertussen een stapje achteruit moeten zetten. Uiteindelijk blijft de VLD toch nog altijd de partij van Guy Verhofstadt. Tot wanneer de kiezer het liberale opperhoofd naar Toscane stuurt, zal dat ook zo blijven. Een toppoliticus van het niveau van Verhofstadt steekt nu eenmaal niet om de tien jaar zijn hoofd om de hoek, zo'n figuur kan een partij maar beter koesteren. "Eigenlijk is hij de Peter Pan van de VLD", vat een intimus van de premier het samen. "Hij is een groot kind, bijna constant met zichzelf bezig, maar wel de enige die kan vliegen."

Ruud Goossens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234