Zaterdag 07/12/2019

Ook Franstalige Vlamingen zijn hier thuis

We kennen het schilderij van Magritte dat een pijp voorstelt met daarbij het opschrift 'Ceci n'est pas une pipe'. Misschien zullen we over het B-H-V-akkoord ooit hetzelfde zeggen: 'Ceci n'est pas une scission'.

De euforie vervliegt. Nu er meer details bekend geraken, zwelt de kritiek aan. Ja, de Franstalige Brusselse partijen kunnen geen stemmen meer ronselen in de 29 gemeenten van Halle-Vilvoorde voor de verkiezingen voor de Kamer en het Europees Parlement. Voor een hervormde Senaat kunnen nog altijd Franstaligen uit Halle-Vilvoorde gecoöpteerd worden. De zes faciliteitengemeenten ('De Zes') blijven afgestemd op Brussel. Hier kunnen de bewoners zelf uitmaken of ze een kruisje zetten op een lijst in Vlaams-Brabant of in Brussel. Het Belgische surrealisme doet de groeten. Aan het deelakkoord bengelt ook een prijskaartje, financieel (meer geld voor Brussel) en semiterritoriaal (de idee van een Metropolitane Gemeenschap 'Brussel-Brabant').

Deze kritische punten zijn elders al genoegzaam opgelijst. Laat ons even stilstaan bij de morele en psychologische dimensie van de kwestie. Ik kan begrijpen dat er een zucht van verlichting opging bij vele Belgische staatsburgers toen de eerste signalen over het akkoord de wereld werden ingestuurd. Eindelijk na 48 jaar iets wat er als een splitsing uitziet en een molensteen rond de nek van België wegneemt. Maar wat is het karakter van die splitsing? Is ze evenwichtig en proper of zelfs maar echt? Aan dat laatste kon je beginnen te twijfelen als je minister van Staat Armand De Decker (MR) doelend op 'De Zes' hoorde zeggen: "Dit is een electorale uitbreiding van Brussel." Inderdaad, 'De Zes' zullen verder 'verbrusselen'.

Ierse Republiek

Die woorden verklaren misschien waarom de Franstalige partijen (met uitzondering van bliksemafleider Maingain) zich zo vlotjes neerleggen bij een akkoord waarover het establishment in Vlaanderen zich zo euforisch uitlaat. De Latijnse dichter Vergilius omschreef het onbehaaglijke gevoel dat een hogepriester in Troje besloop toen hij het Trojaanse paard als geschenk van de Grieken zag binnengehaald worden met het vers 'Timeo Danaos et dona ferentes' of 'ik vrees de Grieken ook al brengen ze geschenken'. Want Armand De Decker zei verder nog: "Over enkele tientallen jaren telt de Rand alleen nog maar francofone inwoners."

Wat is een toegeving op korte termijn als je de buit binnenhaalt op lange termijn? Zal de Rand zoiets worden als Frans-Vlaanderen waar alleen oude mensen nog wat Vlaemsch praten? Is de Nederlandstaligen hetzelfde lot beschoren als de protestanten in de Ierse republiek? Zal er over een of twee generaties een Vlaamse politicus in de Rand zich even bitter uitlaten als de Noord-Ierse dominee Ian Paisley die zijn verzet tegen elk compromis in Noord-Ierland staafde door te verwijzen naar het afkalven van de protestantse bevolkingsgroep in de Republiek Ierland sinds het Engels-Ierse akkoord van 1922? Als die historische parallel ook maar een klein beetje klopt, zijn we voor de komende vijftig jaar vertrokken voor een verder smeulende strijd over het culturele en linguïstische karakter van Brussel en Vlaams-Brabant. Een duurzame oplossing zou een confederale structuur kunnen bieden die vanuit artikel 35 van de grondwet vertrekt. Wat doen we zelf en wat doen we nog samen met onze Franstalige confederatiegenoten?

'Verstekelingen'

Dat de Franstaligen in de Rand door Franstalig België nog altijd niet gezien worden als volwaardige Vlamingen, blijkt uit de woorden van Béatrice Delvaux, senior writer van Le Soir: "Het zuiden van het land heeft een zware geste gedaan en ten dele de Franstaligen opgeofferd die buiten de zes faciliteitengemeenten wonen." (DM 16/9) Hoezo? Deze mensen wonen wel in het 'noorden'. Ze zijn burgers van Vlaanderen, geen verstekelingen die alleen door een vermeende band met het 'zuiden' konden overleven. Vanwaar komt toch die angst van Franstaligen voor het eigen lot binnen een meer autonoom Vlaanderen? Zijn er soms aanwijzingen dat ze vervolgd zullen worden? Als we mevrouw Delvaux op haar woord mogen nemen, valt het ergste te vrezen. Zou ze zich dan ook geen zorgen moeten maken over de tienduizenden buitenlandse EU-ambtenaren, diplomaten, journalisten en ex-pats die met hun gezinnen in Brussel en Vlaams-Brabant wonen? Vlaanderen is bij mijn weten toch een democratisch land, een open society, waar niemand voor lijf en leden, laat staan het behoud van de eigen cultuur, hoeft te vrezen, niet? Misschien spiegelt mevrouw Delvaux zich aan een verleden waar de bourgeoisie in Vlaanderen Frans sprak. Nostalgie heeft geen zin. Niettemin mag de pendel niet naar het andere uiterste slaan en leiden naar het uitgommen van andere culturele leefwerelden.

Ik pleit ervoor dat Vlaanderen vanuit een sterke positie als soevereine staat of als zelfverzekerde deelstaat zijn eigen Franstaligen, zijn Franstalige Vlamingen, verder naar waarde schat. Dat kan het doen door bijvoorbeeld, naar het eigen verleden toe, de scheppingen van zijn in het Frans schrijvende dichters zoals Emile Verhaeren, Charles De Coster of Marie Gevers als volwaardig deel van zijn cultureel erfgoed uit te dragen, zoals dat gebeurt in het Emile Verhaeren Museum in Sint-Amands in Klein-Brabant.

Geen angst

Angst hoeven de Franstaligen in de Rand niet te kennen. Eerder is het tegendeel waar: dat de Nederlandstaligen verder moeten worstelen om niet kopje onder te gaan in een streek waar de verfransingsdruk verder gaat ondanks de veronderstelde splitsing van B-H-V.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234