Zondag 19/09/2021

Ook de mens eist zijn rechten op

Zo’n 25 jaar geleden reed in Puerto Ayora welgeteld één auto rond, van de directeur van het Darwinonderzoeksstation. Vandaag is het in het grootste stadje van de Galápagosarchipel uitkijken geblazen voor je de straat oversteekt. Want hier wonen niet alleen dieren en planten, maar ook mensen. Hoe langer hoe meer illegale migranten ook. Te veel mensen op een te kleine oppervlakte eisen hun rechten op. Of hoe natuurbescherming moet wijken voor stadsuitbreiding.

Santa Cruz, in een taxi op weg naar Puerto Ayora, het toeristische en economische hart van de Galápagoseilanden. De wagen flitst langs afgegraasde velden vol doodgewone koeien en geiten. Langs dorpjes die er net zo armoedig uitzien als in andere achtergestelde Zuid-Amerikaanse gehuchten. Langs mensen in even gammele auto’s. Langs schamele huizen met haastig in elkaar getimmerde daken van golfplaten. Maar niet langs ongerepte stukken natuur of wonderlijke dieren.“Señora, is het goed als ik hier een ommetje maak?” De taxichauffeur mindert op een kilometer voor aankomst vaart. Hij wijst naar een hobbelig zandweggetje vol stenen en rondslingerend afval. “Langs de hoofdweg moeten we de controlepost van Ingala passeren y no hay papeles”, klinkt het als we een tikje argwanend opkijken. “Ik heb geen papieren.”Wie Galápagos officieel binnen wil, moet eerst langs de immigratiedienst Ingala. Wij hebben er een identiteitskaart moeten kopen. Tien dollar voor drie maanden, geen dag langer. Plus 100 dollar inkombelasting. Manuelo woont hier al vier jaar, zegt hij. Eveneens gekomen met een toeristenvisum, gebleven zonder wat voor papieren dan ook. Eerst alleen, nu al een tijd met zijn vrouw en twee kinderen.Zijn zoontjes lopen hier school. Zonder papieren en zonder problemen, vertelt hij. Niemand vraagt hen wat. Of hij niet wil terugkeren naar Ecuador, naar Baños, waar hij vandaan komt? Hij draait eens met zijn ogen. We zijn goed gek zeker. Hier is het veel beter wonen. “Hier heb je geen diefstal, geen geweld.” Hij vertelt druk en kriskrast tussen de straatjes. Zijn gsm rinkelt, tot vier keer toe. Telkens vrienden met min of meer dezelfde boodschap. “Als ze de politie ergens hebben gezien, waarschuwen ze me.” Hij lacht zijn tanden bloot en slalomt er netjes omheen. “Dat is dan 5 dollar, señora!”

Geldwolven en moordenaars

Amerikaanse dollars. Dat is wat steeds meer Ecuadorianen van het vasteland naar deze uithoek lokt. Liever hier illegaal en onderbetaald, dan daar legaal en gegarandeerd straatarm. Ook voor illegale arbeid liggen de lonen hier nog een pak hoger dan op het vasteland. Plus, het onderwijs is goed. En met het nog steeds boomende toerisme - al topt de economische crisis de hoogste pieken ook hier af - blijven er jobs genoeg: horeca, bouw, transport.Velen kiezen net als Manuelo voor dat laatste. Urenlang toeren ze rond in een van de vele duur gehuurde witte pick-uptaxi’s. Telkens weer hetzelfde ritje, hopend op een passagier. Als een troep vogels cirkelen ze rond dezelfde prooi. Maar het wordt almaar drukker op het circuit. De marges krimpen, de druk op de ketel zwelt aan. En dan vallen er slachtoffers. Twee jonge fietsers zomaar van de baan gereden door twee taxi’s. De ene meteen dood, de andere vecht nog voor zijn leven. In de stad was de analyse snel gemaakt. Dat de chauffeurs weer veel te hard reden. Zo hard dat ze wel tegen elkaar moesten botsen. En dat allemaal om 15 dollar extra te verdienen aan toeristen. Ze zeggen dat een van de chauffeurs hier illegaal was. Geen wonder dat hij was weggevlucht. Dat het geldwolven en moordenaars zijn! Oei. Twee woorden te veel.“Wij zijn geen moordenaars!”, ontsnapt de woede een dag later ook aan de andere kant. “Wij eisen respect. Wij hebben ook kinderen”, klinkt het in de lamgelegde hoofdstraat uit honderden monden tegelijk. Een hele ochtend lang circuleert er geen enkele witte taxi meer in Puerto Ayora. Iemand in de protesterende massa steekt enthousiast zijn hand op. Manuelo. Vandaag is iedereen solidair.Dit is Puerto Ayora anno 2009. Op reclameborden niet meer dan een stip in een maagdelijk natuurparadijs, in het echt een uit zijn voegen barstend stadje, als een te klein gekochte broek waarvan de knoop op springen staat. De infrastructuur en de mentaliteit van een dorp, maar hoe langer hoe minder op maat gesneden voor te veel ontluikende problemen van te veel mensen op een te kleine oppervlakte. Officieel is nog altijd maar 3 procent van het landoppervlak van de Galápagoseilanden bewoond en niet beschermd als Nationaal Park. Officieus wordt gewag gemaakt van 5 tot 10 procent. In Puerto Ayora alleen al wonen vandaag bijna 20.000 mensen. Zo’n 25 jaar geleden telde het hooguit 2.000 zielen.

De Flintstones

Dezelfde plaats, amper een kwarteeuw vroeger. Het is 1983 als de jonge Elena Albarado uit het Ecuadoriaanse Ibarra haar eerste indrukken van de Galápagos probeert te verwerken. Een ballingsoord voor de zwaarste misdadigers van Ecuador, dat was het enige wat ze er als kind over wist. Later leerde ze tijdens haar opleiding hotelmanagement dat het vooral een toeristische trekpleister was. Al zag ze niet meteen in waarom. Toen ze in Puerto Ayora arriveerde, was er niets. Geen straten, geen drinkbaar water, geen elektriciteit, en dus ook geen tv, radio of koelkast. En welgeteld één auto. “Alleen de directeur van het Charles Darwinonderzoeksstation had er een”, vertelt de eigenzinnige vrouw die vandaag eigenares is van het cultureel centrum Casa del Lago in Santa Cruz. “Zo’n oud model zoals in The Flintstones.”De buitenwereld druppelde toen nog binnen aan een gemiddelde van één vliegtuig om de acht dagen. “Wij gebruikten het militaire vliegtuig dat elke twee weken kwam. Zonder echte zitplaats, gewoon tussen de bagage.” Informatie over Ecuador of haar familie sijpelde slechts sporadisch binnen. “Om de week kregen we een krant met nieuws.”Gedragscodes van thuis werkten hier niet. Wie in Puerto Ayora schoenen droeg, was een outcast. Dus beet Elena op haar tanden en kweekte eelt op haar voetzolen. “Wilde je hier wonen, dan maalde je niet om schoenen en kleren. Dat deed je op het continent, in de stad. Een Galápageno leefde dicht bij de natuur. We waren één grote familie. We hadden heel weinig comfort, maar waren gelukkiger dan nu.”Naarmate het dorp uitbreidde, werd Elena meer en meer de spil in de culturele ontwikkeling ervan. “Velen hingen hier gewoon rond. Kinderen groeiden op met een heel eng idee over het leven. Als je vroeg wat ze later wilden worden, kreeg je steevast hetzelfde antwoord: ‘Visser, zoals papa.’ Om hun wereldbeeld te verruimen hebben we Casa del Lago opgestart.”Zelf schoolde Elena Albarado zich om tot natuurgids voor alle eilanden in het natuurpark. Ze wijdde toeristen in in de wereld van de slome zeeleguanen, de niet-vliegende aalscholvers, de nieuwsgierige zeeleeuwen en de pijlsnel duikende blauwvoetgenten met hun verbazend trefzekere waaghalzerij. “Vijf jaar heb ik gegidst. Op het einde deed ik dat voor de Galapagos Explorer II, een van de grootste schepen toen. Daar konden wel honderd toeristen op.”Elena genoot van de natuur. “Maar sommige toeristen waren ontzettend oppervlakkig. Ze begrepen niets van de Galápagos en kwamen hier alleen maar omdat ze geld hadden of om een spectaculaire foto mee naar huis te nemen.” Maar het toerisme zou niet stoppen. Alleen Elena kon ermee kappen. Eind jaren tachtig trok ze de deur achter zich dicht en ging naar New York. “Ik moest. Ik kreeg het gevoel dat ik hier deelnam aan de vernietiging van deze wonderlijke plek.”

Zaakjes regelen

In 1997 keert Elena terug naar “het levende museum van de evolutie”. Voorgoed. Ze herkent de plek niet meer. “Overal reden auto’s, er woonden allemaal nieuwe mensen en er liepen veel kleine kinderen rond. Je zag gebouwen in beton en veel huizen hadden elektriciteit. Het zag er allemaal veel beter uit, maar het voelde slecht. Dit was mijn Galápagos niet meer.”Een jaar later komt er een speciale wet voor de Galápagoseilanden. Er komen beperkingen op migratie, mensen als Elena krijgen een visum als permanente bewoner. Er komen regels voor binnen- en buitenlandse investeringen, voor de aankoop van grond. Meer regels, meer belangen, meer spelers. “In het begin hadden we geen burgemeester. De priester en de eerste havenkapitein waren de gezagsdragers. Maar de politici begonnen almaar meer te vechten op dit kleine plekje.”De wet heeft de problemen aangezwengeld in plaats van ze op te lossen, vindt Elena. “Er kwamen meer migranten. Iedereen begon zaakjes onder tafel te regelen. Mensen probeerden nog snel hun ouders, broers of zussen te laten overkomen. Na de wet zou je enkel nog een tijdelijk visum krijgen, tenzij je aan bepaalde voorwaarden voldeed. Velen hebben vlak voor 1998 nog snel de oversteek gemaakt.”Ook veel laaggeschoolde arbeidskrachten uit Ecuador kwamen er hun geluk en fortuin zoeken. Elena: “De mannen werkten in de bouwsector, hun vrouwen gingen poetsen bij de gringo’s (blanke westerlingen, NC). De gringo’s betaalden westerse lonen, zodat niemand hier nog wilde werken aan Ecuadoriaanse tarieven. Voor de lokale bevolking, Galapageños, was dat onbetaalbaar. Dus gingen zij op het vasteland rekruteren.”Vandaag heeft de Galápagos soms Amerikaanse trekjes, vindt Elena. “Veel is totaal nieuw voor ons. Tegenwoordig krijgt iedereen met een eigen zaak regelmatig controle van Ingala, om na te gaan of alle werknemers wel legaal zijn. Nu wonen hier naar schatting 20.000 mensen. Maar bij de officiële telling vonden ze er maar 15.000 met papieren. Reken maar uit.”

Bont allegaartje

De forse bevolkingsgroei ontgaat ook de buitenwereld niet. Toen de Unesco het Galápagos Nationaal Park in 2007 op de lijst van bedreigd erfgoed zette, stipte de culturele arm van de Verenigde Naties ook de toenemende immigratie en bijbehorend transport aan als duidelijke gevaren voor het natuurgebied. Hoe meer mensen, hoe meer contact met de buitenwereld, hoe meer het fragiele ecosysteem doorbroken wordt en uitheemse soorten kunnen binnenglippen.Vorig jaar zette de regering meer dan duizend illegale Ecuadorianen met harde hand uit de Galápagoseilanden. Minstens tweeduizend anderen werden geregulariseerd. “De regering wilde op die manier tonen dat ze de immigratie onder controle had”, zegt Gabriel Lopez, directeur van het plaatselijke Charles Darwinonderzoeksstation (CDRS). “Maar die stroom leg je niet zomaar stil. Vergis je niet: dit is geen spontane migratie, het is georganiseerd. De lokale bevolking zal goedkopere werkkrachten van het continent blijven rekruteren. En de inheemse bevolking die werk nodig heeft, zal willen blijven komen tegen een lager loon dan waar ze hier recht op hebben omdat het sowieso beter is.”Felipe Cruz, een van de CDRS-werknemers, is een geboren en getogen Galapageño. “Toen de speciale wet er kwam voor de archipel, dacht iedereen dat de kous daarmee af was. Maar we vergaten die te implementeren. Zonder controle werkt geen enkele wet, zeker hier niet.”Cruz weet dat iedereen wel een goede reden vindt om de wet te omzeilen. “Mijn moeder is 84 jaar oud. Ze heeft dringend verzorging nodig. Zelf kan ik dat niet doen. Het is een ontzettende rompslomp om op legale wijze een verpleegster te laten overkomen van het vasteland. De verleiding is groot om een makkelijkere weg te kiezen. Er zijn genoeg illegale achterpoortjes. Jezelf controleren is aartsmoeilijk.”Dat de lokale bevolking vandaag een bont allegaartje is van vroege kolonisten, avonturiers, lokale vissers en binnenlandse immigranten van allerlei slag speelt ook mee, schetst Cruz. “Elders giet je een bestaande levenswijze in wetten om dat gedrag te verankeren. Als je dat hier probeert, wordt de regel meteen met voeten getreden.” Lopez knikt. “Hier heerst een voorpostmentaliteit. Alles kan zolang je er maar mee wegkomt.”

Naïef

Galápagos is ieders en niemands kind. Land van Ecuador, land van de nieuwe bewoners, legaal of illegaal, van de eerste kolonisten, van de Charles Darwinadepten, van de onderzoekers, van Unesco, ja zelfs van de toeristen. Velen willen er rechten, weinigen de plichten.Die belangen botsen meermaals, soms heel hard. “Maar hier leven nu eenmaal niet alleen dieren en planten, hier wonen ook mensen”, verwoordt Elena het. In 2000 kwam het na eerdere uitbarstingen in de jaren negentig opnieuw tot zware onlusten tussen de lokale bevolking en de natuurbeschermers. De lokale vissers protesteerden fors tegen vervroegde sluiting van het zeekomkommerseizoen wegens overbevissing. Zij zagen een enorme bron van inkomsten verdwijnen. Ook eisten ze, gelokt door hoge prijzen voor haaienvinnen, het recht op om de beschermde haaien in de archipel te mogen vangen. De discussie werd zo grimmig dat men zelfs gebouwen van het onderzoeksstation aanviel en verschillende natuurbeschermers bedreigde.Finaal gaf de regering toe aan de vissers. Een diepe ontgoocheling voor de natuurbeschermers. “Wie hier woont, kiest niet voor de Galápagos, maar voor zijn eigen belang”, zegt Felipe Cruz, terugblikkend op die periode. “Daar zijn we ons heel erg bewust van geworden. Dat is gebleken uit de voorbije jaren van participatief beleid. We hoopten dat het anders zou uitdraaien, maar dat was naïef. Zelfs als mensen de noodzaak van natuurbescherming begrijpen, zullen ze geen actie ondernemen als die hun eigen portemonnee schaadt.”

Verboden producten

Hun positie als onderzoeksstation is daarbij niet de makkelijkste, vervolgt Cruz. “Wij bestuderen wat het beste is voor het voortbestaan van het ecosysteem, maar wij hebben alleen maar een adviserende rol. Er is nood aan een sterk politiek signaal: wie hier wil komen wonen, moet beseffen dat in een natuurgebied andere regels gelden dan op het continent.”De “continentalisatie van de levensstijl op Galápagos” noemt Gabriel Lopez dat probleem. “Wie hier komt wonen, wil hetzelfde comfort als op het vasteland. Ze willen evenveel keuze aan groentes en fruit, ze willen huisdieren houden. Leg maar eens uit dat hun geliefde kat inheemse soorten zoals de zeeleguanen bedreigt. Of dat hun favoriete groente een gevaar betekent voor een kwetsbare plant of dat ze zo vreemde insecten kunnen importeren.”Verboden: look, watermeloen en maniok. Kersen, pensen en rundslever eveneens. Beperkt toegestaan: courgettes, broccoli, ananas. Verboden: levende dieren, katten, honden. Om 14 uur rammelt Johnny Vasquez van Ingala in het broeierig hete leslokaaltje het lijstje van verboden producten af. Voor nieuwkomers Erico en Maria uit Quito, die een stukje van hun heimat in hun nieuwe leven hoopten te importeren, is dat best hard ontwaken.De vijf uur durende ‘inburgeringscursus’ over de Galápagoseilanden is sinds enkele maanden verplicht voor wie hier wil komen werken. Alleen wie slaagt voor het examen, krijgt een tijdelijke verblijfsvergunning. De nieuwe immigranten leren er begrippen als ‘uitheemse’ en ‘inheemse soorten’, de waarde van de unieke maar kwetsbare biodiversiteit van de eilanden, het belang van natuurbescherming, de do’s-and-don’ts. van een leven in een Nationaal Park.Het is zware kost. Enkele ingedommelde deelnemers schrikken wakker als de lesgever een dia toont van een erg schadelijke vuurmier. “Dit is een van de meest invasieve insecten ter wereld. Deze mier valt zelfs schildpaddenjongen aan.” Nog een dia: cijfers over in beslag genomen verboden producten. Wie brengt die het meest binnen? “Buitenlanders: 20 procent. Ecuadorianen: 35 procent. Permanente en tijdelijke inwoners van de Galápagos: 45 procent.” Lichte verontwaardiging in de zaal.Of er vragen zijn? Een lokale radiojournalist die de cursus bijwoont, steekt zijn hand op. “Vroeger kon er onderhandeld worden over de import van bepaalde producten. Is die tijd voorbij?” De lesgever knikt. “Ik wist niet dat er zoveel regeltjes waren”, zegt Maria na afloop. Ze is haar man gevolgd, die hier een baantje als taxichauffeur vond. Ze klagen niet. “Nu leren we hoe we deze unieke plek moeten beschermen.” Dat bewustzijn kweek je niet van de ene dag op de andere. Dat ontwikkel je door hier een tijdje te leven, weet ervaringsdeskundige Elena van Casa Cultural. “In Quito (de hoofdstad van Ecuador, NC) zie je kinderen die steentjes gooien naar vogels of ze proberen te vangen. Hier weten kinderen dat ze de dieren niet mogen aanraken. Als je kinderen ziet die dat toch doen, weet je dat ze hier niet zijn opgegroeid.”

Smekende menigte

Positieve evoluties, toch ziet ook een optimist als Gabriel Lopez donkere wolken aan de horizon. Wat hij hoorde en vooral niet hoorde tijdens de voorbije verkiezingen verontrust hem. “Ik ben naar speeches van alle kandidaten gaan luisteren. Stuk voor stuk hadden ze de mond vol over groei, ontwikkeling en economische opportuniteiten. Maar ik heb niemand horen praten over natuurbescherming of de nood aan ecologische ontwikkeling. Dan weet je genoeg.”Nog zo’n veeg teken aan de wand vind je aan de rand van Puerto Ayora. “Kijk eens naar terrein Le Mirador”, drukt Christophe Grenier, hoofd sociologie van het CDRS, ons op het hart. “Een deel van het Nationaal Park waar je enkele van de laatste populaties van de beschermde scalesiaplanten vindt. Je weet wel, familie van de bekende madeliefjesboom. Helaas is het ook een oud stort.”Voor het eerst staat het Nationaal Park 70 hectare beschermd gebied af voor stadsuitbreiding, legt Grenier uit. In ruil krijgt het park een ander stuk land van Puerto Ayora. “Oude landbouwgrond die ecologisch niets waard is. Cynisch dat zo’n ruil net in het Darwinjaar gebeurt.”Je herkent Le Mirador meteen, voegt hij er lichtjes spottend aan toe. “Er hangt een groot bord met een foto van de president van Ecuador met een uitzinnige menigte onder hem. Net alsof hij land schenkt aan zijn volk.”Onbedoeld gidst Manuelo, onze illegale taxichauffeur, ons ernaartoe. Zijn sluiproute passeert langs Le Mirador. “Hier zal de stad achthonderd huizen bouwen”, wijst hij trots. “Plaats voor achthonderd gezinnen, het is broodnodig.” Zijn ogen blinken. Hij heeft er geen recht op, want hij heeft geen papieren. Maar hij droomt er wel van.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234