Zaterdag 07/12/2019

Ook de foute gedachten zijn vrij

Ian Buruma hekelt de Spaanse wetgeving die met het Francoverleden wil afrekenen

@5 INFO Opinie:Ian Buruma is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan het New Yorkse Bard College. Zijn nieuwste boek heet Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance.

@4 DROP 2 OPINIE:In oktober heeft het Spaanse parlement een wet op het historische geheugen goedgekeurd. Daarmee zijn bijeenkomsten en herdenkingen ter ere van wijlen dictator Francisco Franco verboden. Zijn falangistische regime zal officieel aan de kaak worden gesteld en zijn slachtoffers zullen worden geëerd.

Er zijn voldoende redenen om een dergelijke wet goed te keuren. Veel mensen die tijdens de Spaanse burgeroorlog door de fascisten zijn omgebracht, liggen in anonieme massagraven. Extreem rechts denkt nog altijd met de nodige nostalgie terug aan Franco's dictatuur. Eerder dit jaar kwamen zijn aanhangers bij elkaar aan zijn graf. "We hebben de burgeroorlog gewonnen", zo klonk het, terwijl de socialisten, de vreemdelingen en vooral de moslims het moesten ontgelden. Reden genoeg dus voor de socialistische premier José Luís Rodríguez Zapatero om via de wetgeving de demonen van de dictatuur uit te drijven. Al was het maar om de democratie gezond te houden.

Maar de wetgeving is een bot instrument om af te rekenen met het verleden. Op een historische discussie rust in Spanje geen taboe, maar het verbieden van ceremonies die het verleden herdenken, is misschien wel een stap te ver. De drang om zowel het verleden als het heden naar zijn eigen hand te zetten, is natuurlijk een typisch kenmerk van een dictatuur. Dat kan door valse propaganda te verspreiden, door de waarheid te verdraaien of door de feiten te verdoezelen. Iedereen die in China in het openbaar begint over wat er in juni 1989 is gebeurd op het Tienanmenplein (en op vele andere plekken), maakt op hardhandige wijze kennis met de Chinese staatsveiligheid. En veel van wat er onder roerganger Mao is gebeurd, is nog altijd taboe.

Maar Spanje is een democratie. Soms zijn de wonden van het verleden nog zo vers dat zelfs democratische regeringen hun burgers opzettelijk het stilzwijgen opleggen om de eenheid te bevorderen. Toen Charles de Gaulle de Franse republiek na de Tweede Wereldoorlog nieuw leven inblies, ging hij voorbij aan het Vichyregime en aan de collaboratie met de nazi's. Hij deed alsof alle Franse staatsburgers goede republikeinse patriotten waren geweest.

Waarheidsgetrouwere versies, zoals Le chagrin et la pitié, de meesterlijke documentaire van Marcel Ophüls uit 1969, werden niet meteen op applaus onthaald. Ophüls' film werd in 1981 voor het eerst vertoond op de Franse staatszender. Ook Spanje heeft zijn moderne geschiedenis na de dood van Franco in 1975 merkwaardig discreet behandeld.

Maar het geheugen laat zich niet aan banden leggen. In Frankrijk heeft de nieuwe generatie, geboren na de oorlog, de stilte doorbroken met een stortvloed van boeken en films over de Franse collaboratie, de Holocaust en het collaborerende Vichyregime. En dat op een manier die soms deed denken aan de Spaanse inquisitie. De Franse historicus Henri Russo noemde deze nieuwe houding 'het Vichysyndroom'.

Spanje lijkt een soortgelijk proces door te maken. De kinderen van Franco's slachtoffers maken de stilte van hun ouders goed. Plots is de burgeroorlog alomtegenwoordig: in boeken, tv-programma's, films, academische seminaries en nu ook in de wetgeving.

Dat is niet louter een Europees fenomeen. Het wijst ook niet op een sluimerend autoritarisme. Het gaat integendeel vaak gepaard met meer democratie. Toen Zuid-Korea met harde hand werd geregeerd door de militaire leiders werd er niet gepraat over de Koreaanse collaboratie met de Japanse koloniale overheid in de eerste helft van de twintigste eeuw. Dat sommige van die leiders, en dan vooral wijlen Park Chung Hee, zelf hadden gecollaboreerd, was daar natuurlijk niet vreemd aan. Maar nu, onder president Roh Moo-hyun, is de nieuwe zogenaamde verzoeningswet niet alleen een uitlaatklep geworden voor de historische verzuchtingen. Ze heeft ook geleid tot een jacht op de vroegere collaborateurs.

Er zijn lijsten opgesteld met de namen van de mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in het Japanse koloniale regime. Ook de universiteitsprofessoren en de politiecommissarissen ontbreken niet. Zelfs hun kinderen staan op de lijsten. Dat weerspiegelt het confuciaanse geloof dat families verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun individuele leden. Dat veel familieleden, zoals Geon-hye, de dochter van Park Chung Hee, de conservatieve oppositiepartij steunen, is dan ook geen toeval.

Het verleden wordt aan een kritisch onderzoek onderworpen en dat is essentieel om een open maatschappij op te bouwen. Maar als ook overheden zich dat onderzoek toe-eigenen, is de kans groot dat historici een wapen worden dat wordt ingezet tegen politieke tegenstanders. En dat kan al net zoveel schade aanrichten als een verbod op historisch onderzoek. Dat is meteen een goede reden om het historische debat over te laten aan schrijvers, journalisten, filmmakers en historici.

De inmenging van de overheid is alleen in heel beperkte mate te rechtvaardigen. Veel landen vaardigen een wetgeving uit die de mensen moet beletten anderen aan te zetten tot geweld. Maar sommige landen gaan nog een stap verder. Zo zijn de ideologie en de symbolen van de nazi's verboden in Duitsland en Oostenrijk. En in dertien landen, waaronder Frankrijk, Polen en België, is de ontkenning van de Holocaust een misdaad. Vorig jaar heeft het Franse parlement een wet goedgekeurd die ook de ontkenning van de genocide in Armenië strafbaar maakt.

Maar zelfs als extreme behoedzaamheid soms te begrijpen is, is het niet altijd verstandig om weerzinwekkende of gewoonweg bizarre interpretaties van het verleden te verbieden. Een verbod op bepaalde opinies, hoe verwerpelijk ook, leidt ertoe dat de verdedigers ervan dissidenten worden. Vorige maand heeft de Britse schrijver David Irving, die in Oostenrijk in de cel zat omdat hij de Holocaust had ontkend, de vrijheid van meningsuiting verdedigd op een debat aan de universiteit van Oxford.

De Spaanse burgeroorlog kunnen we niet vergelijken met de Holocaust, maar zelfs de wrange geschiedenis laat ruimte voor interpretatie. De waarheid kan alleen worden achterhaald als de mensen de vrijheid hebben om ernaar op zoek te gaan. Veel dapperen hebben hun leven gewaagd of verloren toen ze die vrijheid verdedigden. Een democratie heeft het recht om een dictatuur te verwerpen. De nieuwe Spaanse wet is in voorzichtige bewoordingen opgesteld, maar je kunt de mensen beter de vrijheid geven om hun politieke sympathieën te uiten, hoe wansmakelijk die ook zijn. Een wettelijk verbod bevordert immers de vrijheid van denken niet, maar staat die vrijheid in de weg.

© Project Syndicate

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234