Woensdag 16/10/2019

Kernkabinet

“Ook Al Qaida bestond uit strijders die niet mochten of wilden terugkeren naar hun land”

Gevangen vrouwen en kinderen in het Koerdische kamp Al-Hol in Syrië. Laila Ben Allal: “Ook kinderen van delinquenten hebben recht op een waardig leven.’” Beeld AFP

België weigert twee IS-weduwen terug te halen uit Syrië. Maar is het wel verstandig om hen en vele duizenden andere Europese Syrië-strijders en hun gezinnen de rug toe te keren? Laila Ben Allal: “Als we hen aan hun lot overlaten, komen ze misschien opnieuw in extremistische netwerken terecht.”

Op last van een kortgedingrechter moet België twee IS-weduwes en hun zes kinderen terughalen uit het Koerdische kamp Al-Hol in Syrië. De regering erkent dat ze de minderjarigen moet opvangen, maar tekent beroep aan tegen de beslissing om Tatiana Wielandt en Bouchra Abou­allal te repatriëren. “Ze hebben doelbewust en herhaaldelijk ons land de rug toegekeerd”, stelde Maggie De Block (Open Vld). “Dat ze nu verwachten dat we hen komen halen, is ons uitlachen.”

Wat vindt u van deze stelling?

Laila Ben Allal: “De IS-vrouwen maakten deel uit van een terroristische organisatie die verantwoordelijk is voor de aanslagen in Europa. De reacties zijn dus niet verwonderlijk, maar feit is ook dat het Belgische onderdanen zijn die in maart al in eerste aanleg veroordeeld zijn tot vijf jaar cel. Ze zijn de verantwoordelijkheid van onze justitie.”

Wat zijn de risico’s als ze daar blijven?

“We zien dat de veiligheidssituatie in Syrisch Koerdistan snel verandert door de komende VS-terugtrekking. De kans dat ze er, al dan niet tijdens nieuwe conflicten tussen strijdende partijen, vroeger dan later op vrije voeten komen is groot. Dan riskeren ze zich weer bij hun vertrouwde – of nieuwe – extremistisch-islamistische netwerken te voegen, terwijl er nu een kans is om ze hier door justitie deskundig te laten omkaderen.”

De Belgische besluiteloosheid is geen alleenstaand geval. Elk Europees land worstelt met de vraag of Syrië-strijders en hun gezinnen moeten terugkeren of niet. Is er nood aan een allesomvattende aanpak van betrokken lidstaten?

“Zoals er een coalitie van welwillende landen was om IS tijdens de oorlog te bombarderen, zou er nu ook een coalitie van welwillende landen kunnen zijn om de overlevende Europese Syrië-strijders te berechten die schuldig zijn aan oorlogsmisdrijven en andere mensenrechtenschendingen.

In de gebieden waar IS heerste, werden mensen in het openbaar geëxecuteerd. Tienduizenden mensen zijn verdwenen. Er zijn ziekenhuizen en woon­wijken gebombardeerd. Voor dat laatste draagt de coalitie überhaupt ook een deel van de verantwoordelijkheid. Ook inzake de burgerslachtoffers moet Europa zich duidelijk positioneren.”

Syrië is een land in oorlog. Hoe ziet u dat praktisch gebeuren?

“Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt ­worden tussen de Syrië-strijders die vervolgd of veroordeeld werden – ofwel hier, ofwel ter plaatse – en zij die op de dool zijn. Wie al vervolgd en veroordeeld werd in een EU-lidstaat, zoals de betrokken IS-weduwen, zou kunnen worden uitgeleverd om hier een straf uit te zitten – tenzij ze daar oorlogsmisdaden pleegden die eerst lokaal berecht moeten worden. Wie ginds vervolgd of veroordeeld werd, zou van zijn lidstaat wel consulaire ­bijstand kunnen krijgen, waar mogelijk, om een zo eerlijk mogelijke rechtsgang te garanderen.

“Het grote probleem stelt zich met de duizenden Syrië-strijders en families die in Syrië of buurlanden juridisch en identitair in een soort niemandsland zijn terechtgekomen. (Vanuit België vertrokken sinds 2012 naar schatting 400 Belgen naar Syrië om te strijden, van wie er tot nu 130 terugkeerden, red.) Hun dossiers zouden door een pan-Europese onderzoekscommissie van magistraten onderzocht kunnen worden, al dan niet in samenwerking met het Internationaal Strafhof (ICC). Die commissie zou als een soort raadkamer advies kunnen verlenen om ze te vervolgen – of niet, in het geval van onschuldige familieleden of passieve meelopers. Wie vervolgd moet worden, zou dan kunnen worden doorverwezen naar de justitie van hun land van herkomst, naar de lokale justitie als er garanties zijn op eerlijke processen, of naar ­bijvoorbeeld een soort nieuwe strafkamer bij het ICC in Den Haag, of ook op een neutrale plek als ze verdacht worden van oorlogsmisdaden.”

Waarom is er nood aan dergelijke rechtsgang?

“Het is voor de slachtoffers, maar ook voor onze samenlevingen, van belang om lessen te trekken, opdat dit zich niet meer zou herhalen.”

Is er ook een veiligheidsoverweging waarom we dit beter zelf doen?

“De mogelijkheid bestaat dat, als we deze mensen aan hun lot overlaten, ze in Syrië of elders opnieuw in extremistische netwerken terechtkomen. Het zou me niet verbazen mocht dat nu al het geval zijn. IS had eind vorig jaar volgens een VN-rapport nog altijd ongeveer 30.000 strijders, onder wie veel buitenlanders, ter beschikking in Syrië en Irak. Denk ook aan Afghanistan, waar bin Laden en Ayman al-Zawahiri in de jaren 90 terreurbeweging Al Qaida stichtten met internationale moedjahedien die na hun vroegere strijd tegen de Russen niet meer naar hun land terug mochten of wilden. Ze wreekten zich met allerlei aanslagen, met uiteraard 9/11 als triest hoogtepunt. De Algerijnse burgeroorlog (1991-2002) werd ook mee aangevuurd door Algerijnse Afghanistan-strijders die te lang aan elke controle of opvolging waren ontsnapt.”

Hoe voorkom je dat sommigen bij uitlevering aan ons land, in onze gevangenissen of na hun vrijlating hier, blijven aanzetten tot geweld?

“De kans is groter dat ze ginds blijven radicaliseren als ze daar aan hun lot worden overgelaten. Net om een nieuwe vicieuze cirkel van radicalisering en geweld te vermijden is het nodig dat betrokken EU-lidstaten samen gerechtelijke controle op onze jihadisten in Syrië in handen nemen.

“De strijd tegen IS stopt niet met de zogenaamde val van Raqqa, noch door terugkeerders op te sluiten. Er zijn zoveel ‘experts’ die denken dat ze extremistische groepen en radicalisering kunnen analyseren door een eenmalige trip naar Syrië te boeken, of discussies te volgen op sociale media. Het wordt tijd dat de media daar ook een rol in opnemen en deskundigen aan het woord laten die de mechanismen begrijpen. Bovendien moeten we dringend ingrijpen in de gevangenissen, de broeihaarden van radicalisering. Denk maar aan de uitlatingen van ronselaar Jean-Louis Denis, die bij zijn vrijlating aangaf niet te zijn veranderd.”

Vindt u dat er ook nood is aan amnestie voor sommige Syrië-strijders of familieleden, van wie bewezen is dat ze geen misdaden pleegden?

“Zeker en vast, een parlementaire commissie zou zich hierover kunnen buigen. Het is noodzakelijk om de grieven van families ter harte te nemen – ik denk aan jongeren die in de val zijn gelokt of met de beste humanitaire intenties zijn vertrokken, ouders die hun kind verloren zijn, maar van wie de ronselaars nu vrij rondlopen in ons land.”

Is het een optie om voor de niet-gerechtelijk vervolgde Syrië-strijders een soort waarheids- en verzoeningscommissie op te richten, zoals Zuid-Afrika deed na de apartheid?

“Daar zou diezelfde parlementaire commissie zich over kunnen ontfermen.”

Ongeveer 150 kinderen van Belgische strijders zijn nog ergens in Syrië of Irak. Moeten de kinderen van IS-strijders die naar hier terugkeren recht hebben op een andere identiteit, om hun leven bij voorbaat niet te hypothekeren?

“‘We kunnen kinderen niet met alle zonden van de wereld beladen en veroordelen voor de fouten van hun ouders’, zei een Vlaamse pleegvader laatst nog tegen mij. Hij vertelde dat de vader van zijn pleegzoon in ons land bij verstek veroordeeld is voor de moord op zijn vrouw. Een andere identiteit kan een oplossing zijn, naar het voorbeeld van Marc Dutroux: zijn twee zonen dragen een andere naam. Maar belangrijker is een goede opvolging en professionele ondersteuning, zodat deze kinderen weer deel kunnen uitmaken van de maatschappij waartoe ze behoren. Ook kinderen van delinquenten hebben recht op een waardig leven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234