Zondag 31/05/2020

Ooit de schande van de stad, nu een voorbeeld voor velen

Walter Pauli

Mimount Bousakla: "Ik was de eerste allochtoon die aangeworven werd bij de Mercator-bank (tot deze week nog HBK-Spaarbank, WP). Ik had hier bewust gesolliciteerd, omdat in deze bank de filosofie geldt van 'klant is klant, klant is koning, ongeacht zijn nationaliteit'. Dat mag wel, want ongeveer de helft van ons cliënteel is allochtoon. Wie hier aan het loket staat, moet dus wel multicultureel ingesteld zijn. Let wel, dat betekent niet dat ik hun taal spreek. Als allochtonen tegen mij in hun taal beginnen, zeg ik hen: 'Ik ben hier niet aangenomen als tolk, maar als commercieel medewerker.' Sommigen komen hier al twintig jaar en hebben al die tijd hun plan getrokken in het Nederlands. Maar als ze aan het loket een allochtoon zien, beginnen ze ineens in het Arabisch of het Berbers. Daar doe ik dus niet aan mee.

"Daarbij kwam dat een aantal oudere Belgische klanten zich die eerste weken eerder afwijzend opstelde. Je zag ze denken: 'Ze ziet er toch vreemd uit.' En dan merk je dat ze hun verrichtingen extra nakijken, zelfs tweemaal, in plaats van gewoon te doen. Of ze vragen 6.000 frank en ze herhalen het nadrukkelijk: 'zes-dui-zend', alsof ik geen Nederlands begrijp.

"Maar dat veranderde snel. De klanten bekijken me nu als medewerkster van de bank en niet als allochtoon. Het gebeurt zelfs dat ze bij mij komen klagen over hun allochtone buurman, wat die weer heeft uitgespookt. Ik zeg dan: 'Ja, ik ben zelf allochtoon.' 'Ja maar ja, jij bent toch zo anders', antwoorden ze."

En is dat zo?

"Ik ben opgegroeid tussen twee culturen. Thuis was ik een Marokkaanse, op school een Belgische. Tegelijk ging ik naar een katholieke school. Dat was de keuze van mijn vader, omdat er katholieke scholen zijn voor meisjes alleen. Mijn vader is gelovig, maar ook wel ruimdenkend. Thuis kregen bijvoorbeeld ook de dochters islamlessen. Hij heeft me ook nooit verboden om op school de misvieringen bij te wonen. Ik was trouwens de eerste van de klas voor godsdienst. De eerste discriminatie die ik ooit heb meegemaakt, was toen iemand van de directie naar mij kwam: 'Kijk Mimount, jij komt uit een andere cultuur en wij weten nu dat we dat moeten respecteren. Daarom geen misvieringen meer voor jou.' Ik vond dat verschrikkelijk. Ik ging zo graag naar die mis. Ik wilde er ook altijd voorlezen, en ineens mocht dat niet meer. Die man deed dat dus met de beste bedoelingen, maar ik voelde er mij alleen maar slecht bij. Ik heb toen echt zitten huilen. Bij mij kwam het over van: 'Jij mag niet meedoen.'

"Nu zijn Marokkaanse ouders zelden echt betrokken bij het onderwijs, wat ik heel spijtig vind. Mijn vader is nooit mee geweest naar een ouderdag. Dat komt omdat allochtonen denken dat dat niet belangrijk is. Als er in Marokko iets fout is met een leerling, neemt de leerkracht zelf contact op met de vader. In België verloopt die communicatie schriftelijk. Dan moet er al iemand komen om dat briefje te vertalen. Dat kost moeite, en soms komt het er dus niet van."

Maar waarom blijft dat soort 'misverstanden' maar duren? De grote golf van Marokkaanse immigratie dateert uit de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig. Dat is nu al dertig jaar geleden. Is er intussen nog niet voldoende tijd geweest om bijvoorbeeld wat elementaire noties van het Nederlands op te doen?

"Ik denk niet dat je die eerste generatie veel kunt verwijten. Toen mijn vader in de jaren zestig naar hier kwam, werd hij met open armen ontvangen. Hij werkte eerst in een Limburgse mijn, dan in een fabriek in Wilsele, nabij Leuven. Hij spreekt goed Frans, en dat was prima voor zijn werkgever en voor de collega's. Ze hebben nooit meer gevraagd. Nu zeggen wij dikwijls: 'Maar papa, je had toch beter Nederlandse taallessen gevolgd.' 'Wanneer had ik dat moeten doen?', antwoordt hij dan. 'Ik heb dag en nacht gewerkt, en overuren geklopt, en daarbuiten in het zwart geklust.' Wat wil je? We waren thuis met zeven kinderen en hij was de enige kostwinnaar. Daarom had men van in het begin de voorwaarde moeten stellen: zoveel uur Nederlandse taallessen. Verplicht."

In een vrije tribune, geschreven met een aantal andere migranten, drukte u het begin dit jaar nog voorzichtiger uit: 'Het leren van de taal wordt vaak als een praktische noodzaak ervaren om maatschappelijk te participeren. Daarom moet een ruim aanbod uitgewerkt worden om iedereen de mogelijkheid te geven die taal te leren.' Vandaag bent u kordater: u wil nieuwe migranten dwingen een cursus Nederlands te volgen.

"Inderdaad. Want hoe ging het destijds? Men stelde geen enkele voorwaarde aan de gastarbeiders om naar België te komen. Aan de muur van het Belgische consulaat in Marokko hing gewoon een aanplakbiljet dat ze veel volk nodig hadden, hoe meer, hoe beter... Mijn vader komt uit een klein dorpje, Nador. Zijn vader had vier vrouwen, dus ook veel kinderen, en zo waren er ginds nog een paar anderen. Er leefden in dat dorp dus nogal wat jongemannen die weinig te doen hadden. Op een dag heeft de Marokkaanse politie die jongens gewoon opgepakt: 'Europa zoekt werkvolk en het is maar tijdelijk. Jullie gaan daar even goed geld verdienen en dan mogen jullie terug.' Maar intussen hebben ze hun gezin laten overkomen, de kinderen zijn hier opgegroeid en nu zegt mijn vader: 'Ik wil wel naar Marokko teruggaan', maar hij krijgt niemand meer mee. Geen van de kinderen wil mee, geen van de kleinkinderen, en dus blijft ook hij hier.

"Zijn generatie heeft het ook heel moeilijk met de opvoeding van de kinderen. Als een Marokkaanse vader handelt zoals hij meent dat goed is - zeg maar: de harde aanpak - dan spreekt men hier van kindermishandeling. Daardoor zeggen veel ouders: 'Goed, als het niet mag zoals ik het wil, dan doe ik niets.' Mijn vader heeft ons dan weer altijd ingelepeld: 'Als ik één politieagent aan de deur zie, vliegen jullie terug naar Marokko.' Dat dreigement heeft gewerkt.

"Het is thuis fout beginnen lopen aan het einde van mijn humaniora, toen ik een informatiedag bijwoonde aan de KU Leuven. Na afloop daarvan stond mijn vader mij buiten op te wachten, samen met vier andere mannen. Hij was verschrikkelijk boos: 'Ik heb je gezegd dat je niet verder mag studeren, en jij moet naar mij luisteren. Ik wil niet meer dat je verder studeert. Je bent een vrouw. Je hebt je taak gedaan door je middelbaar diploma te halen. Dat is al meer dan voldoende. Nu ga je trouwen. Ik heb kandidaten voor je.'

"Ik was vreselijk geschokt. Met vader was er nauwelijks nog communicatie. Moeder begreep mijn standpunt wel, maar zij legde mij uit: 'Vader wordt op jouw gedrag aangesproken door de hele gemeenschap.'"

De Marokkaanse gemeenschap van Leuven kwam uw vader dus onder druk zetten opdat hij u aan banden zou leggen?

"Inderdaad. Dat komt omdat mijn vader er een man met aanzien en een goede reputatie, een voorbeeld voor de rest van de gemeenschap. En ook de kinderen moesten de naam Bousakla hoog houden.

"Ik was dus een braaf meisje, ging altijd met vader mee naar de moskee. En dan ineens was er die breuk. Mijn vader heeft me vaak gezegd: 'Mimount, wat jij mij vraagt, is gewoon onmogelijk.' De helft van de familie kwam niet meer langs omdat ik van plan was hogere studies aan te vatten.

"Uiteindelijk heeft vader mij gewoon opgesloten. Toen heb ik tegen moeder gezegd: 'Ik wil per se mijn rijbewijs halen, ook al mag vader dat niet weten.' Zij heeft toen twee weken lang uitvluchten moeten zoeken om te verklaren waar ik was. Meestal was ik zogezegd babysitten bij een van mijn zussen: 'Jamilla moet werken, en Mimount past op de kinderen.'

"Op twee weken tijd had ik mijn rijbewijs te pakken. Vooral het praktijkexamen was stresserend. Ik reed goed, maar telkens ik een allochtoon op straat zag, begon ik te bibberen en deed alles verkeerd. De instructeur vroeg me wat er scheelde, maar ik kon hem toch niet uitleggen dat ik bang was van elke Marokkaan, dat iemand mij zou kunnen herkennen en het aan mijn vader zou vertellen. Gelukkig was ik meteen geslaagd, terwijl mijn broer zeven keer heeft geprobeerd en maar niet kon slagen. Dat is zo bij ons: de jongens moéten hun rijbewijs halen, de meisjes wordt het sterk afgeraden.

"Maar goed, die toestand kon niet blijven voortduren. Ik heb het huis verlaten en ben in Antwerpen terechtgekomen. Op één dag had ik een studio gevonden: een tafel, een stoel, een matras, meer niet. Gelukkig had ik wat gespaard en kon ik wat meubeltjes kopen, maar ik kan je verzekeren dat het afzien was, zeker als je opgegroeid bent in een grote familie, met altijd mensen om je heen, drukte en gezelligheid. En ineens zit je helemaal alleen."

In die periode was u al voorzitter van de Leuvense Jongsocialisten: er zullen wel niet veel jonge socialisten zijn voor wie het bij hen zo nobele begrip 'emancipatiestrijd' zo pijnlijk concreet en reëel is.

"Ook al was ik naar Antwerpen verhuisd, toch bleef ik actief in Leuven. Ik was er al van jongs af maatschappelijk geëngageerd. In de jaren tachtig heb ik bijvoorbeeld de voorloper van de Leuvense integratieraad mee opgericht. Nu had mijn vader er niets op tegen dat ik de mensen hielp die het minder hadden. Hij keek wel wantrouwig omdat al die mannen altijd bij mij moesten zijn om hun papieren om Belg te worden in te vullen, maar hij liet mij doen. Zeker omdat die mensen zeiden: 'Uw dochter heeft mij goed geholpen.'

"Ik was ook al vroeg geïnteresseerd in de politiek. Ik ben bij verschillende partijen gaan horen, maar in de SP herkende ik mij het meest. Eerst werd ik secretaris, dan voorzitter van JS Leuven. In Leuven durfden we echt standpunten innemen tegen de eigen partij, meer dan later bij JS Antwerpen. Ik herinner me een discussie over stemrecht voor migranten in Leuven, toen ik Bruno Tobback ben vergeten uit te nodigen voor de vergadering. (lacht) Maar Bruno valt over het algemeen bijzonder goed mee, hoor."

U had nooit het gevoel de excuusmigrant van dienst te zijn?

"Neen. Ik heb nooit de indruk gehad dat ze mij kozen omwille van de positieve discriminatie, wel omdat ik een uitgesproken mening heb. In het begin was ik ook niet geïnteresseerd in een politiek mandaat, wel in het anonieme werk achter de schermen. Patrick Janssens mij gepolst om in Antwerpen mee te doen, en vooral Leona Detiège heeft me toen erorm gesteund. Dat deed mij wel iets, want naar haar kijk ik op. Ze is toch een van de boegbeelden van de vrouwenemancipatie. Tegelijk vroeg Louis Tobback om terug naar Leuven te komen. Ik wilde wat bedenktijd, maar voor ik het wist had ik zowel in Antwerpen als in Leuven een plaats op de lijst. Dat was even een nachtmerrie. Uiteindelijk viel de keuze op Antwerpen. Maya Detiège heeft me over de streep getrokken: 'Je kunt het niet maken om voor Leuven te kiezen. We hebben hier in Antwerpen veel meer nood aan allochtonen dan in Leuven.' Dat klopt wel, vond ik.

"Tenslotte, en ik hoop dat Louis Tobback het me ooit kan vergeven, kon ik Leuven en haar allochtone gemeenschap niet meer aan. Als ik in Leuven was opgekomen voor de gemeenteraadsverkiezingen, met mijn foto hier en daar op straat, had mijn vader het helemaal bestorven. Een dochter die studeerde kon al niet, laat staan een die in de politiek ging. Ik weet wel, bij Agalev Leuven was een vrouw van Marokkaanse origine lijsttrekker, maar zij is getrouwd met een Marokkaan, en dan mag het nog. Maar niet een ongetrouwde vrouw."

Al bij al hangt u een zeer beklemmend beeld op van de Marokkaanse gemeenschap. U bent wel positief over de onderlinge sociale controle, maar u verkrampt achter het stuur van uw wagen tijdens uw rijexamen, u kunt in uw eigen stad niet studeren, u mag er geen politiek bedrijven. Dat is gruwelijk.

"Dat klopt, maar je moet er ook rekening mee houden dat ik in Leuven de allereerste dochter van een migrant was die het huis verlaten heeft. Iedereen wist het, iedereen ging bij mijn moeder aankloppen en uithuilen: 'Toch erg wat Mimount gedaan heeft.' Eerst ging ik verder studeren, dan weigerde ik te trouwen, begon zomaar auto te rijden, ging vervolgens zonder hun toestemming zelfstandig wonen, om dan nog eens in de politiek gaan. Die mensen konden niet meer volgen.

"Uiteindelijk, tot voor de verkiezingen, waren die allochtonen nog tamelijk tevreden dat ik politiek actief was, zij het op de achtergrond. Als die mannen van de verenigingen problemen hadden met hun subsidieaanvraag, kwamen ze wel bij mij terecht. Die verkiezingen waren er echter te veel aan.

"Intussen zijn de geesten in beweging, ook in Leuven. Kennissen zeggen me nu: 'Mimount, je hebt afgezien, maar je hebt goede keuzes gemaakt.' Ik hoor ook dat er zelfs ouders zijn die tegen hun dochters zeggen: 'Kijk maar eens wat Mimount Bousakla bereikt heeft.' En mijn voorbeeld geeft sommige vriendinnen van vroeger zelfvertrouwen. Ze hebben allemaal al drie, vier kinderen, een aantal is nu aan het scheiden. Dat hadden ze vroeger wellicht nooit gedurfd, maar inmiddels weten ze dat het mogelijk is hun eigen leven zelf meer in handen te nemen."

En wat vindt uw vader?

"Die zal nooit tegen mij zeggen dat ik het goed doe. Daarvoor is hij te trots, maar van mijn schoonbroers krijg ik regelmatig te horen dat hij op reis naar zijn familie in Marokko niet meer beschaamd over mij is, wel integendeel. Mijn ouders komen ook opnieuw bij mij op bezoek, al heeft het wel vijf jaar geduurd voor wij elkaar weer hebben ontmoet. Toen was ik afgestudeerd. Ik had bereikt wat ik wilde en heb opnieuw contact gezocht."

U verwijst naar uw vriendinnen, die blijkbaar onder enige druk zijn moeten trouwen, vaak op jonge leeftijd. Zal u daar als politica een punt van maken?

"Niet van de gearrangeerde, wel van de gedwongen huwelijken. Dat zijn twee compleet verschillende fenomenen. Ik vind het spijtig dat zoveel Belgen het verschil niet kennen. Als 'schepen' van het district Antwerpen valt de onwetendheid van ambtenaren daarover op. Dat verschil is juist cruciaal. Gedwongen huwelijken, daar ben ik tegen, altijd en overal. Je kunt niet iemand verplichten om met een ander te huwen, maar gearrangeerde huwelijken moeten kunnen.

"Sommigen huwen via een huwelijksbureau. Daar brengt men mensen met elkaar in contact. Wel, dat is ook een gearrangeerd huwelijk. In de joodse gemeenschap bestaan grotendeels alleen gearrangeerde huwelijken, bij de adel ook, maar dan maakt men er geen punt van. Het perfecte voorbeeld van het gearrangeerde huwelijk zijn Filip en Mathilde. Dan vraag ik mij af: 'Hebben die ook de hele procedure moeten volgen die zoveel allochtonen opgelegd wordt? Nu is ook niet ieder Marokkaans huwelijk gearrangeerd. Al mijn zussen hebben het bijvoorbeeld anders aangepakt. Die hadden iemand op het oog, en die jongens zijn dan de hand van mijn zus komen vragen. Maar het gebeurt ook dat de familie afkomt met een kandidaat: 'Kijk eens, iemand van een goede familie. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij werkt veel.'"

Rookt niet, drinkt niet, ijverig en braaf: ze praten Marokkaanse meisjes vreselijke venten aan.

"Zo gaat dat. De meisjes zeggen dus: 'Ja.' En ik zei telkens: 'Neen.' Dat was dus telkens een schande voor die jongen en zijn familie. Ik heb ook nooit een akte ondertekend op het Marokkaanse consulaat. (Bousakla legt uit dat de al dan niet gearrangeerde huwelijken verlopen met medewerking van de Marokkaanse overheid. Die laat mensen huwen naar Marokkaans recht, daarna wordt zo'n huwelijk in België enkel geofficialiseerd, WP)

"De meeste gearrangeerde huwelijken gebeuren op reis in Marokko. Dat heeft veel te maken met het negatieve beeld van allochtone jongens, ook binnen de Marokkaanse gemeenschap. Ik ken een aantal allochtone meisjes die gewoon geen zin hebben om met een allochtone jongen van hier te trouwen. Zij stappen dan mee in een wijdverbreid vooroordeel: 'Dat zijn dieven en criminelen.' Als men dan toch moreel verplicht is om met een Marokkaan te trouwen, zoeken ze die liever in Marokko. 'Die zijn tenminste opgevoed, hebben gestudeerd en behaalden een diploma', luidt het dan."

U hebt tot dusver nog niet eenmaal gealludeerd op de islam, terwijl dat geloof in zoveel analyses over de migrantengemeenschap centraal staat. Speelt de islam dan echt zo weinig mee?

"Mijn vader heeft me altijd geleerd: 'Islam is een persoonlijke zaak. Je moet er niemand anders mee lastig vallen.' Een van mijn zussen draagt een hoofddoek. Die gelooft er echt in. Tegelijk heeft zij ook een enorm respect voor het leven dat ik leid. Belgen moeten het dus niet allemaal zo zwart-wit zien. Ook bij de islam begint alles met respect, respect langs beide kanten. Ik ben niet tegen de islam, integendeel. Ben je gelovig, ben je moslim, fijn, maar hou het voor jou. Maar je hebt wel recht op respect."

Uw problemen om te mogen studeren hebben dus absoluut niets met de islam te maken?

"Het is te zeggen: de mannen hebben de koran altijd misbruikt om hun positie te verrechtvaardigen. Nu ben ik blij dat vader ons verplicht heeft om de koran te bestuderen. Ik kan Arabisch lezen en schrijven. Ze kunnen je dan minder wijsmaken. Ik heb de koran zelfs gebruikt in de discussies met mijn vader. 'Jij verbiedt mij om te studeren, terwijl de koran verplicht om te studeren en bij te leren, dat is belangrijk. Ikra, het begin van de koran, is toch onderwijs? Het is dus een plicht voor een gelovige om te studeren. Bovendien heeft een van de vrouwen van de profeet een leger vol mannen geleid. Als zij dat voorbeeld geeft, waarom zou ik dat dan niet mogen?' Ik vind de islam zeer emanciperend, als je die godsdienst juist toepast. In de praktijk maakt men er spijtig genoeg misbruik van."

En wie is 'men'?

"De allochtone gemeenschap, en dan vooral de mannen. Sommige imams spelen daarin een centrale rol. Zij moeten de regels van de koran vertalen voor iedereen. Dat is althans de theorie. In de praktijk is dat niet zo. De gemeenschap betaalt zijn loon, dus doet zo'n imam snel zijn best om bij iedereen op een goed blaadje te staan, vooral bij de mannen. En dus kunnen vrouwen minder gemakkelijk bij hem terecht."

Hebt u er ooit zelf aan gedacht om een hoofddoek te dragen?

"Mijn vader heeft het ooit gevraagd, toen we nog minderjarig waren. Ik heb hem op zijn beurt gevraagd waarom ik dan wel ineens een sluier zou moeten dragen. 'Omdat je dan niet geviseerd zal worden door de gemeenschap hier in Leuven', was zijn antwoord. Sorry, dat vonden we een flauwiteit. 'Goed', antwoordde hij, 'ik heb mijn plicht als vader gedaan. Ik ga het jullie niet opleggen.' (kordaat) Maar ik ben ook niet tégen een hoofddoek."

Vindt u het soms een teken van emancipatie?

"Voor sommige vrouwen wel. Kijk, had ik wel een hoofddoek gedragen, had ik wellicht minder problemen gehad om te mogen studeren. Veel eerstegeneratievrouwen mogen en durven zonder hoofddoek niet buiten te komen. Wel, maak daar dan geen punt van, steun hen tenminste als ze zich eens op straat vertonen of naar de Nederlandse taallessen voor vrouwen gaan. Met hoofddoek heeft geen enkele vrouw daar moeite mee. Sta dat dan toch toe. Als dat kledingstuk een hulp kan zijn, wees dan zo tolerant.

"Want daar komt het natuurlijk op aan: zowel allochtonen als autochtonen zullen meer hun best moeten doen en zich harder bewijzen. Ik heb al gesproken over de verplichte taallessen voor de allochtonen. Voor nieuwkomers zouden verplichte inburgeringscursussen ook een goede zaak zijn, zoals de Nederlandse praktijk bewezen heeft.

"De inspanningen moeten echter niet alleen van migranten komen. Het is niet normaal dat we nog altijd erop moeten hameren dat migranten dringend stemrecht moeten krijgen. Dat is de toch basis van de democratie? Ik zie dat niet zomaar als een recht. Het is fundamenteler. Het is een mensenrecht. Ik werk hier, ik studeer hier, ik betaal belastingen, waarom zou ik niet mee moeten beslissen? En neen, soepele naturalisaties zijn niet het alternatief. Ik ga mijn vader toch niet eerst zijn Marokkaanse nationaliteit moeten afpakken voor hij mag stemmen, na meer dan dertig jaar in België geleefd te hebben?

"Je moet mensen niet verplichten om zich te integreren. Dat gaat toch niet. Je moet hen wel goede kansen geven daartoe en allochtonen moeten die dan grijpen. Geef hen een job, laat hen toe in het onderwijs en discrimineer hen niet. Doe dus niet zoals die katholieke scholen die maar een bepaald percentage migranten toelaten en de rest doorsturen. Wij betalen hier belastingen: wij hebben evenveel recht op een goed onderwijs. De opdracht voor een beter samenleven ligt dus bij beide partijen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234