Woensdag 17/07/2019

Oogstrelende film noir-parel van 'The Two-Headed Director'

'Het is de Coen-broeders al vaak verweten dat hun flamboyante, geraffineerde en gestileerde manier van filmmaken zelfgenoegzaam en artificieel overkomt en meer met vorm dan met inhoud te maken heeft. Maar het levert ons hier opnieuw twee uur onvervalst filmplezier op.' Dat schreven we indertijd over The Big Lebowski en daar hoeven we dus geen letter aan te veranderen nu The Man Who Wasn't There, de nieuwe film van de getalenteerde broers, aan zijn carrière in de Belgische bioscopen begint.

Brussel / Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

Jawel, er is hier misschien opnieuw sprake van 'style over substance'. Jawel, het is best mogelijk dat wat er verteld wordt minder belang heeft dan de wijze waarop het gebeurt. Maar die manier is dan wel zo mooi en elegant, zo geraffineerd en verbluffend, zo doordrongen van filmliefde en -talent dat men wel ademloos moet toekijken en voluit genieten.

De broers Ethan (°1957) en Joel (°1954) Coen, ook bekend als The Two-Headed Director, debuteerden in 1984 met de gestileerde neo-noir thriller Blood Simple, waarmee ze zich dadelijk van het enthousiasme van een uitgebreide schare fans verzekerd wisten. Dat succes is sindsdien alleen maar toegenomen, want ook de flamboyante ontvoeringskomedie Raising Arizona (1987) en de briljante gangsterfilm Miller's Crossing (1990) verwierven snel een cultstatus. In 1991 kregen ze in Cannes de Gouden Palm voor de surrealistische, macabere en Faustiaanse komedie Barton Fink (over een getalenteerd toneelauteur uit New York die naar Hollywood wordt gelokt). Voor zijn vertolking van de titelrol kreeg John Turturro in Cannes toen ook de Beste Acteur-prijs.

Drie jaar later kwamen de Coen-broers hun dure, extravagante en misschien wel overgeproduceerde (maar toch ondergewaardeerde) romantische komedie The Hudsucker Proxy voorstellen op de Croisette. In 1996 deden ze weer mee aan de Cannes-competitie met hun uitstekende, spannende en van zwarte humor doordrenkte thriller Fargo, waarvoor ze door de jury onder leiding van Francis Ford Coppola terecht beloond werden met de Prijs voor de Beste Regie. Naderhand hielden ze aan die film ook nog een oscar voor het Beste Scenario over, terwijl Frances McDormand bekroond werd met een oscar als Beste Actrice voor haar vertolking van de hoogzwangere politiechef Marge Gunderson. Nadien volgden nog de grandioze en speelse bowling- en misdaadkomedie The Big Lebowski en de 'homerische musical' O Brother, Where Art Thou?, die vorig jaar ook al geselecteerd werd voor het Festival van Cannes. En dit jaar krijgen ze daar, ex-aequo met David Lynch (voor Mulholland Drive), nog maar eens de Prijs voor de Beste Regie voor de fascinerende, oogstrelende en inventieve film noir-parel die The Man Who Wasn't There geworden is.

Het in prachtig zwart-wit gefotografeerde verhaal speelt zich anno 1949 af in het Californische stadje Santa Rosa en draait om de zwijgzame en introverte haarkapper Ed Crane (rol van Billy Bob Thornton) die vermoedt dat zijn vrouw Doris (opnieuw een sterke vertolking van Frances McDormand, fetisjactrice en echtgenote van Joel Coen) een verhouding heeft met haar baas Big Dave (rol van James 'Sopranos' Gandolfini). Als de louche zakenman Tolliver (rol van John Polito) aan de kapper dé businessdeal van de toekomst - een investering in een droogkuisketen! - voorstelt, besluit Ed Crane, die de hele film omkadert met zijn (letterlijk en figuurlijk) droge, want schor ingesproken commentaar, de nodige fondsen te verzamelen door Big Dave via een anonieme brief te chanteren.

Die beslissing zet echter een noodlottige cascade in gang van moord, oplichting, misverstand, bedrog en nog zo'n paar menselijke (on)hebbelijkheden, waarin verder ook nog plaats wordt gelaten voor vliegende schotels(!), paranoïde weduwen, Italiaanse familiefeesten, pianosonates van Beethoven, vroegrijpe buurmeisjes en in juridische pleidooien verwerkt gefilosofeer over het 'Heisenberg Uncertainty Principle' door een advocaat die zowaar Fred Riedenschneider blijkt te heten.

Alle elementen uit het film noir-arsenaal zijn uiteraard aanwezig: van de sublieme, scherpe schaduwfotografie en de even sfeerrijke als unheimliche lokaties over de sombere voice over-commentaar, tot en met het existentiële fatalisme. Ed Crane is zo afwezig dat hij alleen maar als toeschouwer naar zijn eigen leven kan kijken. Maar er valt niets te zien. En als hij dan uiteindelijk toch iets probeert, heeft dat voor hemzelf en zijn omgeving zo'n desastreuze gevolgen dat het wel lijkt alsof de goden hem alleen maar hebben opgemerkt om eens goed te kunnen lachen.

Van het film noir-genre is reeds vaker gezegd en geschreven dat het de artistieke uitdrukking is van de filosofische vaststelling 'that the universe doesn't play fair'. In de handen van de ironische Coen-broers levert het in ieder geval schitterende cinema op.

Met Billy Bob Thornton, Frances McDormand, James Gandolfini, Michael Badalucco, Jon Polito, Katherine Borowitz, Scarlett Johansson, Tony Shalhoub en Richard Jenkins.

HHHHI

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden