Dinsdag 18/05/2021

Ooggetuigenverslag van George Weller pas na zestig jaar gepubliceerd

Weller in 1945: 'Elke dag sterven in de ziekenhuizen mannen, vrouwen en kinderen zonder zichtbare verwondingen'

Na de bom: de eerste westerse journalist in Nagasaki

De beelden die George Weller in Nagasaki zag, zouden hem zijn leven lang bijblijven. Weller, de eerste westerse journalist die in september 1945 het verboden gebied van de door de atoombom verwoeste stad bezocht, aanschouwde ziekte en pijn die de wereld nog nooit had gezien. Hij beschreef Nagasaki als 'een oorlogswoestenij'. Zijn ooggetuigenverslagen werden gecensureerd en pas nu, drie jaar na zijn dood, worden ze gepubliceerd.

Londen

The Independent

Andrew Buncombe

Wellers onverbloemde verhaal, een maand na de bom, trok de aandacht van de militaire censoren van generaal Douglas MacArthur. De generaal, die bang was voor de impact van Wellers berichten op de wereldopinie, zorgde ervoor dat de stukken die de journalist uit Nagasaki stuurde nooit werden gepubliceerd.

Tot nu. Drie jaar nadat Weller op de leeftijd van 95 jaar is overleden, zestig jaar nadat de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki meer dan 200.000 mensen doodden en het nucleaire tijdperk inluidden, zijn enkele van Wellers ooggetuigenverslagen in een Japanse krant verschenen. Ze schetsen een rauw, uniek beeld van de verwoestingen die de bom heeft aangericht en van de gruwelijke gevolgen van de radioactieve straling, die Weller en de verbijsterde dokters met wie hij sprak 'ziekte X' noemden.

Op 8 september 1945 schreef Weller: "De uitgeholde of platgeslagen geraamten van de wapenfabriek van Mitsubishi tonen wat de atoombom doet met staal en steen, maar wat het gespleten atoom met menselijk vlees en botten doet, ligt verborgen in twee ziekenhuizen in de binnenstad van Nagasaki. Kijk naar de ingedrukte gevel van het VS-consulaat, 5 kilometer van het middelpunt van de ontploffing, of naar de voorkant van de kathedraal, anderhalve kilometer in de andere richting, die als peperkoek is weggescheurd, en je weet dat het vrijgemaakte atoom niets in zijn weg ontziet."

De ontdekking van Wellers opmerkelijke berichten zijn te danken aan zijn zoon Anthony, ook een schrijver en journalist, die na de dood van zijn vader in 2002 diens bezittingen opruimde. In zijn huis in het Italiaanse San Felice Circeo ontdekte Weller junior in een doos met documenten 75 bladzijden doorslagjes van verslagen over de oorlog in de Stille Zuidzee die zijn vader verloren had gewaand. Alles samen was het ongeveer 25.000 woorden.

Wellers vader had in de voorbije jaren vaak over die stukken gepraat. "Hij vond het enorm frustrerend dat ze waren gecensureerd. Het was een van de grootste verhalen van zijn leven. De kopieën lagen op enkele meters van de plek waar hij altijd zat. Een van de kamers van het huis puilde uit van de documenten van meer dan 65 jaar als buitenlands correspondent. Dozen en kratten vol papieren. Ik zocht in een krat vol beschimmelde documenten over de oorlog in de Pacific en daar waren ze. De krat stond vlak bij zijn favoriete stoel. Hij wist niet dat hij die papieren nog had."

De manier waarop Wellers berichten werden onderdrukt is nog treffender omdat het hem zoveel moeite had gekost om Nagasaki te bereiken. Op 9 augustus was de stad aan de zuidkust van Japan verwoest door de 'Fatman', een atoombom van 4,5 ton die om twee minuten over elf op 1.500 voet hoogte tot ontploffing werd gebracht. Generaal MacArthur, de bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, riep Nagasaki en het grootste deel van zuidelijk Japan uit tot verboden gebied. Weller, die al een Pullitzer-prijs op zijn naam had, geraakte tot op het afgelegen eiland Kyushu. Hij bezocht er met officiële toelating een gewezen basis van Japanse kamikazes maar ontdekte ook dat de stad op het vasteland, op slechts enkele honderden meters van het eiland, een spoorverbinding met Nagasaki had. Met de boot, de trein en twee legerauto's die hij met veel lef had opgeëist door zich voor een hogere officier uit te geven, slaagde hij erin om verscheidene dagen voor de andere westerse journalisten Nagasaki te bereiken.

Weller, die in het begin van de oorlog als een van de allerlaatste journalisten uit Singapore en later Indonesië was vertrokken terwijl de Japanners oprukten, was aanvankelijk niet tegen de atoombom gekant. "De Japanse militairen hadden hem elke wroeging ontnomen", zegt zijn zoon. De eerste verslagen uit Nagasaki tonen dat hij dacht dat de kernbom, hoe dodelijk ook, uiterst nauwkeurig had gewerkt.

Een van de vroegste berichten begint als volgt: "De atoombom wordt misschien beschouwd als een wapen dat willekeurig kan worden ingezet, maar in Nagasaki is ze selectief gebruikt, zo schoon en genadig als een gigantische kracht kan zijn." Wat volgt zijn de conclusies van de auteur, die de ruïnes als eerste bezoeker heeft geïnspecteerd, na een grondig maar nog altijd onvolledig onderzoek van de oorlogswoestenij.

Weller dacht dat de bom niet meer dan 24.000 slachtoffers had gemaakt (achteraf bleken het er meer dan 75.000 te zijn, plus 75.000 gewonden en in latere jaren talloze doden als gevolg van de bestraling), en dat het dodental vooral te wijten was aan slecht gebouwde schuilkelders en de weigering van de plaatselijke overheid om het luchtalarm ernstig te nemen. Later voegde hij eraan toe: "Niemand hier in Nagasaki heeft kunnen aantonen dat de bom anders is dan andere, behalve in de intensiteit van de lichtflits en de veel grotere explosiedruk."

Maar naarmate hij door Nagasaki zwierf, ziekenhuizen vol zieken en stervenden bezocht, de verwoesting van de stad zag en met verbijsterde Japanse dokters praatte die de slachtoffers niet konden helpen, begon hij te beseffen dat er iets verschrikkelijks aan de hand was. Hij zag kinderen met rode vlekken op hun huid, mensen die kaal waren geworden, patiënten met een zwartgeblakerde tong, mensen met tetanus. In een van de ziekenhuizen vertelden de dokters dat een maand na de explosie nog altijd gemiddeld tien mensen per dag stierven.

Weller merkt dat de dokters de symptomen van hun patiënten nauwkeurig hadden genoteerd: haaruitval, huidbloedingen, zwerende lippen, diarree, een gezwollen keel. Hun rode bloedlichaampjes waren afgenomen en ze hadden bijna geen witte bloedlichaampjes meer. Een ander bericht: "De 'ziekte van de atoombom', niet gediagnosticeerd en niet behandeld, blijft levens eisen. Elke dag sterven in de ziekenhuizen mannen, vrouwen en kinderen zonder zichtbare verwondingen. Sommige mensen hebben drie of vier weken rondgelopen in de waan dat zij ontsnapt waren. De dokters beschikken over alle moderne medicijnen maar staan machteloos tegen de ziekte."

Nadat hij erin was geslaagd om Nagasaki binnen te glippen en de verwoesting met eigen ogen te zien, maakte Weller de fout zijn berichten naar Tokio te sturen om ze door de militaire censuur te laten goedkeuren. MacArthur, beducht voor hun mogelijke weerslag op de publieke opinie, liet ze vernietigen. Volgens Wellers zoon dacht zijn vader dat hij de doorslagjes had verloren en stierf hij in de overtuiging dat de censuur had gewonnen.

Terwijl het Pentagon Wellers rapporten verzweeg en soortgelijke verslagen uit Hiroshima van de Australische journalist Wilfred Burchett ontkende, spaarde het VS-ministerie van Defensie geen moeite om zijn eigen burgers ervan te overtuigen dat de straling van atoombommen ongevaarlijk was. William Laurance, een wetenschappelijk journalist van The New York Times (die zoals later bleek als 'consultant' op de loonlijst van het Witte Huis stond), werd samen met andere verslaggevers naar de testzone in New Mexico gebracht om te demonstreren dat er geen reststraling was. Hij schreef: "Dit historische gebied in New Mexico, het toneel van de eerste kernexplosie ter wereld en de wieg van een nieuw beschavingstijdperk, gaf vandaag het meest afdoende antwoord op de Japanse propaganda dat de straling in de dagen na de explosie slachtoffers zou hebben gemaakt."

Gregg Mitchell is hoofdredacteur van het blad Editor and Publisher en coauteur van het boek Hiroshima in America: A Half Century of Denial, dat uitvoerig ingaat op de officiële ontkenning van de gevolgen van atoomwapens en op de controverse rond de Amerikaanse beslissing om de bom te gebruiken toen veel waarnemers in het Westen ervan overtuigd waren dat Japan op het punt stond te capituleren. Hij noemt het verhaal van Wellers gecensureerde en daarna verloren gewaande berichten een van de grootste raadsels uit de geschiedenis van de journalistiek. "Het is geen Deep Throat, maar het blijft belangrijk voor de geschiedenis van de atoombom en van de journalistiek. Het is een van die grote mysteries. We hebben ons altijd afgevraagd wat er in die rapporten stond. Nu we ze terug hebben, is het raadsel opgelost."

Volgens Wellers zoon had de journalist niet verwacht dat zijn rapporten uit Nagasaki door de censuur zouden worden tegengehouden. Hij dacht dat hij de drie weken in Nagasaki "als een getuige" had doorgebracht. "Hij vocht al vier jaar tegen de censuur. Ze wilden niet dat het Amerikaanse volk een slecht beeld zou krijgen van de bommen. De mensen mochten niet denken dat niet MacArthur maar een handvol wetenschappers in New Mexico de oorlog had gewonnen."

Het slot van een van de meest treffende berichten verwijst naar die wetenschappers, die niet veel later in de stad zouden arriveren om de straling te meten. "Op 11 september zullen 25 Amerikanen aankomen om het gebied van de inslag in Nagasaki te onderzoeken. De Japanners hopen dat zij een remedie zullen meebrengen voor 'ziekte X'."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234