Zaterdag 07/12/2019

‘Onze wereld is toch maar een decor van bordkarton’

Hans Op de Beeck houdt van het halfduister, net zoals hij van dubbelzinnigheid houdt. Zijn werk is figuratief, mooi, gedetailleerd uitgewerkt en tot in de puntjes verzorgd. Het lijkt eenvoudig en erg toegankelijk. Maar tegelijk roept het stekelige vragen op, zijn er dubbele bodems en zitten er onverhoeds scherpe haakjes aan.

De kapitein en het kamermeisje van de Sea of Tranquillity mogen dan in Argos staan alsof ze zo uit Madame Tussauds komen, de figuren kijken je niet aan, ze zijn anders. Het kamermeisje draait zich om en cijfert zich weg - ze moet eigenlijk onzichtbaar zijn -, de kapitein staat met zijn ogen dicht en het hoofd geheven. Dat creëert meteen extra bevreemding in het stille, nachtelijke, unheimische ‘museum’.

“Ik hou van de nacht”, zegt Hans Op de Beeck, “omdat alles dan anders is. De dingen staan er werkloos bij en worden sculpturaler. Alles krijgt een soort spikkeling, doordat onze ogen zich moeten aanpassen aan weinig licht, net zoals een camera. Alles klit samen tot een stemming. Overdag is alles in gebruik: je navigeert overdag ook zonder vraagtekens. Maar als je ’s nachts een speeltuin ziet of aan een verlaten kruispunt staat, is het helemaal anders omdat alle spelers weg zijn. Het verkeer is weg en de reden waarom je zou stilstaan is weg. Dan komt het decor heel erg tevoorschijn: de manier waarop we de ruimte getemd en gestructureerd hebben om er overdag vlot door te gaan. Dat decor is belangrijk als je iets wilt vertellen over hoe we leven vandaag. We vermenselijken onze omgeving tot onze logica, zodat ze iets geruststellends krijgt.”

Ook in het totaalkunstwerk Sea of Tranquillity treedt het decor op de voorgrond. Het werk was eerder in de Franse havenstad Saint-Nazaire te zien. Daar vond Hans Op de Beeck zijn inspiratie.

“Tijdens een verblijf in 2008 raakte ik geïntrigeerd door het merkwaardige verleden van het havenstadje. Het was in de Tweede Wereldoorlog een Duitse marinebasis en de U-bootbunkers staan er nog altijd. Na de oorlog is de stad niet organisch gegroeid maar kreeg ze een strak rasterpatroon opgelegd. In dat kleine stadje worden nu nog altijd ’s werelds grootste cruiseschepen gebouwd. En het vreemde is dat die reusachtige monumenten, waarvan de bouw zoveel tijd en energie heeft gekost, wegvaren en nooit meer terugkeren.”

De grootste

“In Saint-Nazaire werd de Queen Mary 2 gebouwd, toen (in 2004, ER) het grootste passagiersschip ooit. Die drang om de ‘grootste’ de ‘eerste’ of de ‘hoogste’ te hebben, intrigeert me, en daar gaat dit werk voor een stuk ook over. Dat zijn holle categorieën. Neem nu het hoogste gebouw ter wereld in Dubai. Dat mag dan het grootste zijn, het is deels onverkocht gebleven en het is bovendien niet bepaald een architecturaal meesterwerk. Die categorie ‘hoogste’ zegt dus helemaal niets over dat ding. Maar blijkbaar hebben we dat soort categorieën nodig. De mens heeft een passionele drang voor reusachtige objecten die enerzijds onze verbeelding prikkelen en voer zijn voor mythische verhalen, en die anderzijds ons overweldigen en laten voelen hoe onbetekenend we als individu zijn. Deze tentoonstelling gaat over het succes en het falen van zo’n onderneming.”

“De Queen Mary 2 lijkt erg op de Titanic. In een wereld waar zo veel bijgeloof heerst als de scheepvaart is dat niet goed, natuurlijk. Voor de bouw ervan waren tienduizend arbeiders nodig. Saint-Nazaire zelf beschikte niet over genoeg werkkrachten en moest gastarbeiders aantrekken. Die mensen, onder meer een groep Indiërs, werden te slapen gelegd in containers. In een grote maquette laat ik die slaapplaatsen zien. Omdat sommige arbeiders onvoldoende technisch geschoold waren, werden zij weggestuurd. Er zijn stakingen uitgebroken omdat arbeiders, die bij de vele onderaannemers werkten, te weinig, te laat of helemaal niet uitbetaald werden. Enfin, dat staat allemaal in schril contrast met het prachtige koffietafelboek dat werd uitgegeven en dat vol sprookjes en leugens staat. Op de koop toe gebeurde er dan nog een ongeluk: tijdens een open dag op de scheepswerf stortte een loopbrug in, waarbij zestien doden vielen.”

Flamboyant ontwerp

De buitenkant van de Sea of Tranquillity - “een fictief schip”, zegt Hans Op de Beeck er meteen bij - is niet lieflijk, maar heeft iets dreigends. De kop van het schip lijkt op een insect, een geschutskoepel of een gevechtsvliegtuig. “Ja, de kop heeft iets agressiefs en defensiefs”, beaamt de kunstenaar. “Maar voor de rest heb ik er een state of the art-schip van willen maken. Het zou een ontwerp van een flamboyant architect als Zaha Hadid of Frank Gehry kunnen zijn. Ik heb mijn ontwerp wel voorgelegd aan een ingenieur om er zeker van te zijn dat het ook echt zou kunnen varen. En dat is het geval. Ik wou iets ontwerpen dat vandaag zou kunnen bestaan, geen sciencefiction. Normaal leunt de architectuur van zo’n cruiseschip meer aan bij de shopping mall, maar dat soort esthetiek heb ik niet gebruikt. Ik wou het niet te kitscherig maken.”

Enerzijds is er de grandeur van het schip, anderzijds is er de bevreemding en de leegheid. Die komt tot uiting in de koele, strak geregisseerde film met zijn knisperige kleuren. Het is de eerste keer dat Hans Op de Beeck voor een video met professionele acteurs werkte. De cast mag er zijn: Johan Leysen (als kapitein), Wim Opbrouck, Katelijne Verbeke, Leah Thys, Pascale Platel, Hubert Damen en Sandrine, die de zangers speelt. Muziek is er wel in de stille film, een jazzsong door Hans Op de Beeck zelf geschreven.

De film is een superieur staaltje van technologie met ‘echt’ acteurswerk in een digitaal gereconstrueerde 3D-omgeving. “Alles is opgenomen in een green key-studio, behalve de echte locaties als het Brugse concertgebouw (dat onder meer gebruikt wordt als een van de theaters van het cruiseschip, ER) en een Mies van der Rohe-achtige villa.” In de film speelt het schip de hoofdrol. Er wordt geen woord gezegd, net zoals er in de tentoonstelling niets wordt uitgelegd. Personages voeren een eenzame pantomime op, er is geen psychologische duiding en nauwelijks contact of interactie. Wel veel leegte. “Een beetje David Lynch”, lacht Hans Op de Beeck. “Donker maar aantrekkelijk.”

Hans Op de Beeck maakt graag de vergelijking tussen een cruiseschip en een shoppingcentrum. “Ook daar is alles veilig en vooruitgedacht. Het is door en door gepland. Een cruiseschip is een drijvende shopping mall. Het is een wereld die bestaat en die tegelijk onwerkelijk is. Alles is naar binnen gekeerd. In zo’n shopping mall of op zo’n cruiseschip lijkt het wel of er geen buitenwereld meer bestaat. Je vraagt je soms af waarom mensen op zo’n schip willen meegaan: het vaartuig is zo enorm dat je zelfs de deining van de zee niet meer voelt. Zelfs een storm voel je nauwelijks. Vreemd dat er rond de cruise nog altijd een aura van avontuur hangt.”

“In een stad wordt gemoord, op een cruiseschip niet. Je kunt als passagier zo’n schip ook niet ‘ontdekken’. Ja, ergens zit een klein Italiaans restaurantje verstopt zodat het ontdekt zou worden - om de passagiers bezig te houden. Zo’n schip is niet organisch gegroeid zoals een stad. Vergeet ook niet dat eten een hoofdactiviteit is op zo’n schip. Het draait om pure consumptie. Aan boord is voorts alles aanwezig: er is zelfs een schip met een park, nep natuurlijk. Helemaal getemde natuur. Cruiseschepen lijken ook sterk op de zogeheten gated communities: afgesloten gemeenschappen in de VS of Zuid-Afrika, waar de vrijheid én de controle verpletterend zijn, maar waar men zich wel veilig voelt.”

“Ik heb er een all inclusive-reis van willen maken: in de film zie je een asverstrooiing - de dood is aanwezig - en een operatie voor plastische chirurgie. Ook plastische chirurgie houdt een ontkenning in van tijd, van identiteit en van je eigen lichaam.”

“De aantrekkingskracht van de cruise komt voort uit onze manier van leven. Het hele jaar door hard werken, nine to five. Vrije tijd en vakantie betekent dan ook vaak niets doen, totaal niets doen. Escapisme, drie weken weg op een cruiseschip. Zo’n schip is de verheerlijking van de leegte. Pas op, zo’n verlangen is legitiem, ik doe daar niet geringschattend over. Voor alle duidelijkheid: ik uit geen kritiek op het fenomeen, ik heb van de personages in de film geen karikaturen gemaakt, en ik wil ook niet zeggen dat wie rijk is en dat soort cruises maakt ‘slecht’ is. En wie arm is dan ook ‘goed’ is. De werkelijkheid zit iets complexer in elkaar. Maar ik stel wel vragen bij het fenomeen. Elke illusie heeft haar schaduwkant.”

In scène gezet

“Eigenlijk gaat Sea of Tranquillity over hoe we ons leven ensceneren. De living, de kinderkamer, of: welke auto koop ik? Het is ridicuul en tegelijk belangrijk, want je kind moet in een mooie kamer opgroeien en je moet je goed voelen in je living. Vandaar de lange discussies over een zitbank, bijvoorbeeld. Maar tegelijk ben je bezig een identiteit te construeren. Uiteindelijk is alles een bordkartonnen decor, ook mijn ‘museum’ (lacht).”

“Ik speel heel graag met tegenstellingen als werkelijk versus onwerkelijk, representatie versus echtheid. Het is belangrijk om te weten dat wij alles zelf maken in het atelier. Ik werk met vijf vaste assistenten. Alles is bij ons ontworpen: de vitrinekasten, de transportkisten, de kleding, het schip. Ik werk niet met ready mades en ik gebruik niets uit de werkelijkheid. Alleen in de film heb ik bestaande rekwisieten gebruikt. Sea of Tranquillity is dus geen reconstructie, het is een werkelijkheid op zich.”

Tussen de grote zwart-witaquarellen - vaak Spilliaertachtige vergezichten doordrongen van “de melancholie van de zee” - hangt een gezicht op Tokio. “Het had evengoed Dubai of Las Vegas kunnen zijn”, verduidelijkt Op de Beeck. “Tokyo is een instant stad: je wordt ’s morgens wakker en er staat ergens weer een nieuw gebouw. Het is ook een veilige stad met stil verkeer. Ze hebben een namaak Eiffeltoren die iets groter is dan de originele in Parijs en ze hebben een namaak Chrysler Building. Pas op, ik kom er graag: het is een erg creatieve stad. Maar je voelt de architectuur aan als namaak. Het is een stad met meer representatie dan echtheid. Daarom hangt de aquarel ook in deze tentoonstelling.”

“Ik hou van het donker, maar soms wordt het mij ook wat te veel”, zegt Hans Op de Beeck aan het eind van ons gesprek. “Daarom heb ik eens een spierwit sneeuwlandschap gemaakt dat in de witte mist baadt: een driehonderd vierkante meter grote installatie, die ik op de Biënnale van Singapore en het Holland Festival in Amsterdam heb getoond.

“Van dat sneeuwlandschap zag je dat het een decor was, een constructie met ribben, die aan de buitenkant niet beschilderd was. Als je erin stapt kom je in een illusie terecht. Je geeft je over aan die illusie. Het is een manipulatie van de zintuigen: als kijker weet je dat ook. Als je die voorwaarde aanvaardt, kun je erin meegaan. Dat is ten slotte ook de uitgangspositie van schilderkunst. Het gaat om één millimeter verf op paneel of doek. Als toeschouwer aanvaard ik het voorstel, van een oude meester als Patinir bijvoorbeeld. Ik ga voor zijn schilderij zitten en ik vertoef in die werkelijkheid. Ik heb wel eens gezegd dat ik in de authenticiteit van fake geloof.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234