Dinsdag 23/07/2019

Armoede in steden

Onze steden kreunen onder armoede, maar er is iets aan te doen

Skyline van Antwerpen. Beeld belga

Meer jobs voor laagopgeleiden, bijvoorbeeld door de recyclage-industrie te verwelkomen. Het is volgens experts slechts een manier om de armoede in de Belgische steden, die volgens nieuwe cijfers bijna nergens in Europa hoger ligt, te bekampen. 'Je kunt niet verwachten dat migranten allemaal kenniswerkers worden.'

Hoe vergaat het onze stedelingen?

Niet goed. Ronduit slechts zelfs, zo blijkt uit nieuwe cijfers van de Europese statistiekdienst Eurostat. In onze steden leeft 28,4 procent van de bevolking, zo'n 908.000 personen, in armoederisico. Dit betekent dat zij moeten leven van een inkomen dat lager ligt dan de armoededrempel, bepaalde uitgaven of goederen niet kunnen betalen of (langdurig) werkloos zijn.

Binnen de Europese Unie lopen alleen in Griekenland en Bulgarije meer stedelingen het risico om in armoede te vervallen. De slechte Belgische score valt vooral op als er een vergelijking wordt gemaakt met onze buurlanden. Zowel Nederland (18,6 procent), Frankrijk (19,6 procent) als Duitsland (24,1) doen het een stuk beter.

Eenzelfde grauw beeld duikt op als wordt gekeken hoeveel stedelingen tussen 20 en 64 jaar werk hebben. Terwijl de teller bij ons stopt bij 60,8 procent, ligt het Europees gemiddelde rond 70 procent. Elk ander land, behalve Griekenland, presteert een stuk beter. In België zelf kennen Luik en Charleroi de grootste werkloosheid, al mogen Brussel, Antwerpen en in iets minder mate Gent ook niet juichen.

Waarom zijn onze steden zoveel armer?

Volgens experts schildert Europa de situatie op het terrein iets te pessimistisch af. Zo heeft veel te maken met de manier waarop een stad wordt gedefinieerd. Waar rijke stadsdelen of voorsteden in andere landen vaak deel uitmaken van de metropolitane regio, daar zullen Brasschaat of Waver in de statistieken niet bij Brussel en Antwerpen worden geteld.

"Bij ons wonen de armen dichter en de rijken verder van het centrum", zegt stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen). "Als je de rand meetelt, krijg je een ander resultaat. Maar zelfs dan scoren we in West-Europa niet bijster goed."

Dat heeft vooral te maken met wie ervoor kiest om in de stad te gaan wonen. Een blik op de bevolkingscijfers van Gent maakt dat duidelijk. Er kwamen in 2015 liefst 4.000 Gentenaars, vooral Oost-Europeanen, bij. Zij kwamen vooral terecht in armere wijken, die ooit de thuishaven waren van fabrieken. "Er werden kleine woningen gebouwd voor arbeiders", zegt ruimtelijk planner Pascal De Decker (KU Leuven). "Tot op vandaag zijn die goedkope woningen, die nu migranten aantrekken, blijven staan. Deze cijfers zijn dus een erfenis van een negentiende-eeuws beleid."

Stadsbesturen hebben geprobeerd om die trend te keren. Zo hopen zij met (prestige)projecten jonge tweeverdieners en rentenierende babyboomers naar de stad te lokken. Zij slagen daar wel gedeeltelijk in, maar hadden zich die moeite volgens Oosterlynck kunnen besparen. "In de praktijk zie je dat de stadsvlucht voor tweeverdieners helemaal niet verdwenen is. Veel heeft te maken met hun woonwens. Zij zien de stad, zeker als ze kinderen hebben gekregen, vaak als onveilig en minder leefbaar en trekken naar de randgemeentes. En die strijd kan de stad niet winnen."

Wat kan de stad dan wel doen?

Eigenlijk best veel. Om te beginnen zouden stadsbesturen niet langer uitsluitend moeten focussen op de kenniseconomie. In de plaats zouden zij volgens Oosterlynck moeten inzetten op laaggekwalificeerde jobs. Niet alleen door sociale tewerkstelling te creëren, maar ook door de maakindustrie te verwelkomen.

"Je kunt niet verwachten dat migranten in een generatie allemaal hooggekwalificeerde kenniswerkers worden. Zorg voor werk in bijvoorbeeld fietsherstel of de sector van hergebruik, waar de kringwinkels een succesvol voorbeeld van zijn. Helaas stellen stadsbesturen hun beleid te eenzijdig af op de goedgeschoolde blanke autochtoon. Het Het is natuurlijk ook glamoureuzer om de creatieve industrie te ondersteunen."

Ook zouden politici volgens Oosterlynck de drempel tot de reguliere economie voor nieuwkomers moeten verlagen. Hij denkt aan de markt, die een van de weinige overgebleven economische zones is waar je relatief eenvoudig kan instappen. "Zij zijn wel ondernemingsgezind, maar hebben het moeilijk om een bedrijfje uit de grond te stampen. Waarom geven we hen de eerste jaren geen statuut waardoor ze enkele fiscale voordelen krijgen en tijdelijk aan minder administratieve regels moeten voldoen?"

Maar daar hoeft het niet bij blijven. Zowel Oosterlynck als De Decker meent dat de stad ook gefinancierd moet worden door wie haar gebruikt voor werk of plezier, maar er niet wil wonen. Bijvoorbeeld door de fiscale inkomsten te herverdelen tussen randgemeentes en steden, maar ook door het transport naar de stad duurder te maken. "België voert een bewuste politiek om mensen uit de stad te houden", zegt De Decker. "De hedendaagse bewoner van de randgemeente betaalt de kostprijs van zijn verplaatsing, zowel per wagen als met het openbaar vervoer, niet. Die kan gerust hoger worden gelegd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden