Zaterdag 20/04/2019

Mussentelweekend

Onze reporter ging mee mussen tellen: ‘Als jullie weg zijn, zijn ze hier binnen de twee minuten’

Mussentelweekend 2019 in Zaventem. Serge Rottie en zijn vrouw Marleen Penninckx hebben hun tuin aantrekkelijk gemaakt voor mussen. Beeld Damon De Backer

Naar jaarlijkse gewoonte hebben duizenden vogelliefhebbers dit weekend weer de Vlaamse huismussen geteld. Maar de laatste jaren tellen de liefhebbers er steeds minder. ‘Door de kleine kolonies zijn de mussen tegenwoordig heel kwetsbaar.’

“Vijf jaar geleden telden we twaalf koppels, nu nog een koppel of zes”, zegt Serge Rottie bij een kop koffie in de keuken. Samen met zijn echtgenote Marleen Penninckx is hij een van de 3.500 vogelliefhebbers die elk jaar aan de vogelbescherming melden hoeveel mussen ze tellen. Nog tot woensdag kunnen ze cijfers doorgeven.

Echt moeilijk is dat niet. Gewoon naar buiten kijken en observeren, luiden de instructies. Het koppel, dat vlak bij de luchthaven van Zaventem woont, heeft van zijn huis en tuin een miniparadijs gemaakt voor allerlei dieren. Ze schiepen daarmee een kleine groene oase voor zichzelf.  “Enkele jaren geleden zagen we hier mensen aan de tuin staan”, vertelt Marleen. “Eerst vertrouwden we het zaakje niet helemaal en hielden we hen in de gaten. Toen bleek dat zij gewoon de mussen aan het tellen waren. Sindsdien doen wij ook elk jaar mee.” 

Wat Serge en Marleen in hun eigen tuin vaststellen, komt overeen met de resultaten van de laatste jaren. In 2002, bij het begin van de metingen, telden de vogelliefhebbers hier gemiddeld zes tot tien huismusmannetjes. Vorig jaar was dat gemiddelde gedaald naar één tot vijf. “We merken dat de kolonies van mussen steeds kleiner worden”, zegt Inge Buntinx van Vogelbescherming Vlaanderen. “Hoewel we geen absolute cijfers hebben over het aantal mussen, weten we wel dat de helft van de kolonies nog maar bestaat uit vijf koppels of minder. Dat maakt de mussen ontzettend kwetsbaar. Want als ze nu een slecht seizoen hebben, kan zo’n kleine kolonie meteen uitgeroeid worden.” 

Serge Rottie en Marleen Penninckx, huisvesten allerlei dieren in hun tuin. Beeld Damon De Backer

Je moet geen volleerde vogelexpert zijn om vast te stellen dat de mussen het moeilijk hebben, vindt Buntinx. Terwijl je de diertjes vroeger overal zag, ook als bijvoorbeeld je in de stad een terrasje deed, zijn die vogels tegenwoordig uit het beeld verdwenen. Het gebrek aan groen, in de vorm van stadstuintjes, hagen of struiken, is de oorzaak. “Zeker provincies als Antwerpen doen het echt niet goed”, zegt Buntinx. “In Limburg en West-Vlaanderen tellen we nog de grootste kolonies, omdat er daar natuurlijk meer landbouw is. Mussen houden van die oude open stallen om hun nesten in te bouwen. En van paardenweiden om hun voedsel in te zoeken.” 

“Mussen nestelen zich ook graag onder dakpannen”, vult Marleen Penninckx aan. “Maar tegenwoordig worden alle spleten in de huizen dichtgemaakt om ze beter te isoleren. Maar dat is natuurlijk heel slecht voor de mussen.” “Er zijn ook te veel katten”, zegt Serge nog. “Je moet rekenen dat een kat per jaar 25 vogels pakt.”  

Dak boven hoofd

Een volledig dichtgemaakt huis is gelukkig niet het geval ten huize Rottie, waar ook enkele mussen een dak boven hun hoofd hebben. De kleine kolonie heeft een nest onder enkele dakpannen gemaakt en heeft twee vooruitgeschoven uitkijkposten. Een in de pruimelaar in de tuin, en een in de dakgoot van de buren. Ook aan de zijkant van het huis zijn speciale stenen aangebracht. Holle blokken, waar mussen makkelijk hun nest in kunnen bouwen. “De kinderen horen de mussen ’s zomers wel piepen in hun kamer, maar verder heb je daar geen last van”, zegt Serge. Kijk, daar zitten er nu juist drie”, wijst hij naar de pruimelaar. 

Maar ondanks alle inspanningen is er dus toch ook hier sprake van minder mussen. Waar dat dan aan ligt? “Ik vermoed dat een deel van de populatie gewoon verhuisd is”, zegt Serge. “De tuinen rond ons zijn veranderd. De buurman had een tuin vol struiken en bomen, maar heeft die met de renovatie van de tuin allemaal weggedaan. Mussen hebben altijd een groene corridor nodig, om van de ene populatie naar de andere te kunnen vliegen, voor sociaal contact. We hebben de vogelsoorten ook zien veranderen in onze tuin. De merels zijn er ook op achteruitgegaan, maar spechten, ganzen of een reiger zien we dan weer vaker.” 

Twee mussen in de dakgoot. Beeld Damon De Backer

Na een volledige rondleiding door de tuin, waar ook kippen huizen in een hok, en salamanders, kikkers en vissen in de vijvers, wandelt het koppel met ons naar een voederplank, waar vetbollen boven hangen. Terwijl de twee honden achter elkaar aan zitten, haalt Marleen een bak, gevuld met zaadjes boven en strooit die over de plank. Ondertussen gaat de fotograaf binnen een kanjer van een lens halen, om de vogeltjes op de gevoelige plaat vast te leggen.

Maar er gebeurt niets. 

Terwijl we wachten, vliegt er een mees voorbij, die een nest heeft in een vogelkastje boven het raam. Omdat het broedseizoen is, zijn enkele mannetjesmussen wel heel actief en schieten ze elkaar achterna ter hoogte van de dakgoot van de buren. Maar in zaadjes heeft voorlopig niemand zin. 

“Normaal duurt het nochtans geen vijf minuten”, zegt Serge. “Meestal komen ze natuurlijk ’s ochtends eten, en ’s avonds nog eens. Vanmorgen waren ze ook nog volop bezig met het nest. Maar ze zijn natuurlijk wel op hun hoede als er  vreemd volk is. Als jullie weg zijn, denk ik dat ze binnen de twee minuten op de plank zitten.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.