Vrijdag 30/10/2020

Onze ramp en hun ellende

De gebeurtenissen in New York en Washington werpen een onverkwikkelijke vraag op: waarom doet de aanslag op het World Trade Center ons zoveel meer dan veel grotere catastrofes met veel meer slachtoffers, bijvoorbeeld in de Derde Wereld?

'In de geschiedenis van de wereldbeschaving is een nieuwe bladzijde omgeslagen.' De Albanese schrijver Ismail Kadare sprak deze woorden bij het begin van de Kosovo-oorlog in 1999. Hij drukte daarmee zijn optimisme uit over de toekomst. Eindelijk zou de nieuwe wereldorde dan echt gestalte krijgen, gebaseerd op respect voor de democratie en de mensenrechten. De beschaafde wereld zou niet langer toestaan dat ruim vijftig jaar na Auschwitz nog mensen worden vervolgd en vermoord om hun ras of godsdienst. Achteraf bezien was de Kosovo-oorlog vooral een inbreuk op de regels van het volkenrecht. De humanitaire rampspoed werd er slechts door vergroot. Het Westen weet zich intussen gegijzeld door dezelfde 'vrijheidsstrijders' die het eerder te hulp schoot. De Verenigde Staten konden evenmin vermoeden dat hun steun aan het islamitische verzet tegen de Russische bezetting van Afghanistan de tovenaarsleerling Osama bin Laden zou voortbrengen.

Op dinsdag 11 september werd opnieuw een bladzijde in de geschiedenis van de menselijke beschaving omgeslagen. Ditmaal heeft hoop plaatsgemaakt voor angst en bezorgdheid. Daartoe is ook alle reden.

Het is waarschijnlijk slechts een kwestie van uren of dagen voor de eerste kruisraketten op Afghanistan of Irak worden afgevuurd. Nu de oorlogstrom iedere dag luider klinkt, is er geen weg meer terug. En wie zou niet willen dat deze onmenselijke daad wordt gewroken? Wie waagt het nog kritiek uit te oefenen op de Verenigde Staten? Bewijzen de aanslagen op New York en Washington niet hoe kwetsbaar wij allemaal zijn en is daarom nu niet in de eerste plaats solidariteit op zijn plaats?

Geen beschaafd mens zal de nabestaanden van de slachtoffers onder de puinhopen van het World Trade Center en het Pentagon zijn medeleven onthouden. Dat maakt die ene vraag, hoe ongepast hij ook lijkt, niet minder legitiem: waarom schokt juist de dood van deze mensen ons zo diep, waar oorlogen elders in de wereld soms nauwelijks nog het nieuws halen? Hoe komt het dat wij na anderhalve week nog zo verdoofd zijn dat een open en rationale discussie amper mogelijk is, dat het willen begrijpen van wat de daders heeft bewogen, al bijna gelijk wordt gesteld met het vragen van begrip? Hoe kan het dat eertijds kritische intellectuelen zich bijna verontschuldigen voor de keren dat ze in het verleden tegen Amerika hebben gedemonstreerd, opdat vooral niet wordt getwijfeld aan hun onvoorwaardelijke solidariteit? Voor 'relativisme' of 'kleinzielig antiamerikanisme' is nu even geen plaats!

Hoe groot het schokeffect ook is, bleek tijdens de Poolse landdag die de omroepen vorige week zondag in Amsterdam organiseerden en die moest doorgaan voor een debat. Een belangrijk deel van de avond ging heen met een emotionele discussie over de vraag of het conflict in het Midden-Oosten wel een rol mócht spelen. Zulke terreurdaden kunnen immers door geen enkel motief worden gerechtvaardigd. Wie dit in politieke termen probeert te begrijpen, maakt van de daders meer dan de gewetenloze criminelen die ze zijn.

De beelden van de vliegtuigen die zich in de twee torens van het World Trade Center boren staan nog altijd helder op het netvlies. Beelden die angst inboezemen, maar ook fascineren, alsof we onszelf er steeds opnieuw van moeten doordringen dat we niet naar een rampenfilm kijken maar naar de werkelijkheid, die zich hier in een nooit gedachte gruwelijke gedaante manifesteert.

Wie is niet verbijsterd door alleen al de omvang van de tragedie? De vermoedelijk vijfduizend doden doen iedere terreuraanslag uit het verleden verbleken tot een onbeduidend incident. Hier is een grens overschreden, dit is geen aanval op Amerika, maar, zo zei ook premier Kok president Bush deze week na, een aanval op de menselijke beschaving.

Toch bevredigt deze verklaring voor onze reactie niet helemaal. Een journalistieke wet wil dat de aandacht voor een ramp wordt bepaald door het aantal slachtoffers gedeeld door de afstand. Afstand moet hier niet alleen worden begrepen als de fysieke afstand tussen ons en de slachtoffers, maar ook als de psychologische afstand. Het verlies van een naaste doet nu eenmaal meer pijn dan de dood van een onbekende in een ver land.

Eurocommissaris Bolkestein parafraseerde in het tv-programma Buitenhof president Kennedy's beroemd geworden uitspraak ("Ich bin ein Berliner") bij zijn bezoek aan Berlijn in 1963: "We are all New Yorkers." De politieke lotsverbondenheid en de culturele verwantschap tussen Europa en Amerika maken dat de doden in Manhatten ook 'onze' doden zijn. Wij delen, met alle verschillen die er ook zijn, samen genoeg gewoonten en voorkeuren om ons met hen te kunnen identificeren. Velen van ons stonden zelf ooit op het dak van de Twin Towers.

Deze identificatie verklaart ook onze ogenschijnlijke onverschilligheid tegenover het leed elders in de wereld. Onverschilligheid die niet alleen voortkomt uit de geografische afstand tussen ons en verre brandhaarden, uit de afstomping die onvermijdelijk het gevolg is wanneer slecht nieuws zich blijft herhalen, maar ook uit de psychologische afstand. De duizenden verdwenen mannen uit Srebrenica woonden als het ware bij ons om de hoek. Zij waren net als wij Europeanen en toch stonden zij, als het erop aankomt, verder van ons af dan de inwoners van New York.

Niemand zal beweren dat Irakezen, Koerden, Palestijnen of Afghanen in menselijk opzicht minder zijn dan de Amerikanen die op 11 september de dood vonden. De doden die zij soms dagelijks tellen, zullen door iedereen worden betreurd. Het zijn echter geen doden van 'ons', maar van 'hen'. Het zijn mensen die de pech hadden in de verkeerde tijd in het verkeerde land te wonen. Hun doden zijn de collateral damage van een wereldorde die ons de illusie gaf van een eeuwigdurende en eeuwig groeiende welvaart.

Wij registreren hun leed, proberen het waar mogelijk te verzachten, maar verder hebben wij hen uit onze gedachten gezet. Hun dood verandert de machtsverhoudingen in de wereld niet. De werknemers in het World Trade Center en het Pentagon wisten niet beter of aan het eind van de dag konden zij terugkeren naar hun veilige voorsteden, verschoond van armoede en criminaliteit. Als iets de schok die 11 september bij de Amerikanen heeft veroorzaakt, kan verklaren, is het het besef dat de rust in suburbia definitief is verstoord. Dat hekken noch particuliere beveiligingsdiensten bescherming bieden tegen de broze buitenwereld. De keerzijde van de mondialisering is dat ook de problemen die zij veroorzaakt voortaan van ons allemaal zijn.

Amerika rouwt en probeert zichzelf te hervinden. Op veel plaatsen in de wereld wordt iedere dag gerouwd om dierbaren die het leven verloren door oorlog en terreur. Het leed van de slachtoffers en hun nabestaanden in de VS wordt daarmee niet gerelativeerd. Het leed van de een kan nooit worden weggestreept tegen dat van de ander. Maar toch.

Op de dag van de aanslagen in New York en Washington kwamen bij beschietingen door het Israëlische leger negen Palestijnen om het leven. Een onbeduidend aantal, afgezet tegen de duizenden slachtoffers in de VS en het nieuws, haalde dan ook nauwelijks de kranten. Dat geldt al langer voor de even routinematige als zinloze bombardementen op Irak of de kinderen die daar dagelijks vroegtijdig sterven door de westerse boycot van Saddam Hoessein. In Kosovo staan we toe dat de Albanezen met geweld de autonomie veroveren die de Koerden elders met geweld wordt ontzegd.

Voor al deze slepende kwesties en tragedies zijn verklaringen te geven, machtspolitieke argumenten en strategische afwegingen. We bedoelden het goed met de nieuwe wereldorde, maar internationale politiek is nu eenmaal gebaseerd op belangen en dan schiet de moraal er nog wel eens bij in. Het onvermijdelijke resultaat is dat de mensenrechten die wij onszelf toekennen, voor anderen niet altijd zijn weggelegd. Het mag dan ook niemand verbazen dat in sommige landen de bevolking niet bij voorbaat overtuigd is van de morele superioriteit van onze normen en waarden.

Menigeen heeft zich verbijsterd afgevraagd hoe mensen kunnen juichen bij het zien van zoveel leed als werd aangericht op 11 september. Deze vorm van leedvermaak achten wij terecht moreel verwerpelijk. De vraag zou echter moeten luiden hoe onze moraal zich zou houden als terreur en geweld een onderdeel van het dagelijks leven zijn.

De wereld is vanaf vandaag definitief veranderd, was de bijna eensgezinde conclusie die reeds enkele uren na de aanslagen op alle zenders werd getrokken. Of dat zo is, zal vooral afhangen van de manier waarop wij reageren. Voor honderden miljoenen mensen zal de dag van morgen niet anders zijn dan de dag van vandaag: een strijd om het naakte bestaan. Zij vrezen, waarschijnlijk niet zonder reden, dat de aangekondigde oorlog ter verdediging van de westerse beschaving, in de praktijk vooral zal neerkomen op een oorlog ter verdediging van westerse belangen.

Het lijkt onbegonnen werk te willen begrijpen wat mensen beweegt zichzelf en duizenden onschuldigen op te offeren voor een doel waarvan wij alleen een vermoeden hebben. Het is een nog zwaardere opgave wanneer men zich geen ander wereldbeeld dan het eigen kan voorstellen. Wie de Amerikaanse reacties van na 11 september op een rij zet, wordt vooral getroffen door onbegrip en ongeloof. Dat niet iedereen in de wereld overtuigd is van de superioriteit en de onvermijdelijkheid van de Amerikaanse levenswijze, was al moeilijk te geloven. Het idee dat er zelfs mensen zijn die de American Dream verwerpen, ja met geweld willen vernietigen, gaat het bevattingsvermogen te boven. Er rest dan slechts één antwoord: wraak.

Iedere staat heeft het recht en de plicht zijn burgers te beschermen tegen aanvallen van buiten. Nu juist het machtigste land ter wereld niet in staat is gebleken zijn burgers deze bescherming te bieden, is de roep om vergelding een logische reactie. Kosovo heeft ons nogmaals geleerd dat oorlogen die worden gevoerd om de eer te redden, waarin morele doeleinden in conflict komen met de militaire en politieke werkelijkheid, een extra groot risico inhouden. Want wanneer is de eer gered, wanneer is de vernedering ongedaan gemaakt en wanneer heeft de vijand voldoende geboet? En tegen wie wordt deze oorlog eigenlijk gevoerd?

Dat de nieuwe wereldorde van Bush sr. een te hoog gegrepen ideaal was, belet zoon Bush niet een stap verder te gaan. Doel van de aangekondigde oorlog tegen het terrorisme is niets minder dan de "uitroeiing van het kwaad". Hier ligt een nieuwe, ambitieuze, welhaast bijbelse missie die de rol van de VS in de wereld moet herbevestigen en het spreekt voor zich dat zij in deze strijd alle beschaafde landen naast zich weten. Vergeten zijn alle recente demonstraties van unilateralisme, variërend van het verzet tegen een internationaal strafhof, de verwerping van het klimaatverdrag, tot de dreigende opzegging van het ABM-verdrag.

Een strijd tegen het kwaad veronderstelt dat men een duidelijke scheiding weet aan te brengen tussen goed en kwaad en het lijdt geen twijfel dat voor Bush 'goed' samenvalt met de Amerikaanse normen en waarden. Wie zijn vijand gelijkstelt aan het kwaad, ontslaat zich van de plicht zich te verdiepen in diens achtergronden en motieven, zoals de gelijkstelling van Milosevic aan Hitler eigenlijk iedere verdere discussie over de rechtvaardigheid van de oorlog tegen Servië overbodig maakte. Het komt er nu op aan de vijand "op te jagen en uit te roken". Wanted: Osama bin Laden, dead or alive.

De belangrijkste vraag voor de toekomst is niet of Osama bin Laden al dan niet schuldig is aan de aanslagen, waar hij zich schuilhoudt en of het zal lukken hem uit te schakelen. Belangrijker is de vraag hoe groot de schade zal zijn die is aangericht, politiek en humanitair, voordat Washington beseft dat het ondoenlijk is alle Bin Ladens van deze wereld uit de weg te ruimen.

Wie met een beroep op een hoger moreel doel coalities sluit met landen zoals Pakistan, die de waarden die daaraan ten grondslag liggen allerminst delen, en die doorgaans hun eigen agenda hebben, komt vroeger of later hopeloos in de knoei. Wie meent te kunnen uitmaken wat goed en kwaad is in deze wereld, miskent dat deze begrippen niet overal dezelfde inhoud hebben en dat dat nu juist de bron van veel conflicten is. Of het nu gat om Israël, Tsjetsjenië of Noord-Ierland: de terrorist van de een is de vrijheidsstrijder van de ander. En de bondgenoot van vandaag kan de vijand van morgen zijn. Zie Irak, zie Afghanistan.

Landen hebben geen vrienden, maar belangen, zei president De Gaulle ooit. De Verenigde Staten hebben altijd als geen ander laten zien hoe je die belangen verdedigt. Een wereldorde die, in weerwil van alle volkenrechtelijke afspraken en verdragen, uiteindelijk is gebaseerd op het recht van de sterkste, waarbij één land steeds bepaalt welke regels gelden, brengt ons geen grotere veiligheid, maar wel meer problemen.

Veel inwoners van Panama zullen terugdenken aan de dag in 1989 toen president Bush sr. een Amerikaanse invasiemacht stuurde om president Noriega op te halen. Ook de Panamezen wilden graag van deze corrupte generaal af, maar begrepen niet waarom zij daarvoor moesten betalen met de dood van naar schatting vier- tot vijfduizend landgenoten. Niet dat wij daar lang van wakker lagen. Het waren hun doden, niet die van ons.

© de Volkskrant

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234