Zaterdag 26/11/2022

Onze Poolse helden van 1944 vieren nu wel mee, maar zijn een beetje triest

Zestig jaar geleden forceerden ze de doorbraak voor de geallieerden in Normandi�. Ze bevrijdden verscheidene Vlaamse steden, verloren hier 500 makkers en konden in 1945 nergens meer naartoe. Velen bleven hier. Net nu de bevrijding wordt herdacht, krijgen de laatste levende helden van de 1ste Poolse pantserdivisie te horen dat hun pas in 2002 bekomen oorlogsrente wordt afgeschaft. Douglas De Coninck bericht.

Czeslaw Kajpus bedoelt het niet spreekwoordelijk. "Als je in Siberië piste, dan bevroor het voor het de grond raakte." In het benepen maar vrolijk ingerichte rijtjeshuis in Beveren haalt de 83-jarige oud-strijder een exemplaar van zijn in 1996 min of meer in eigen beheer uitgegeven boek uit de salonkast. De kaart op pagina 20 laat zien aan wat voor reis hij in maart 1940 begon, en hoe die zeven jaar later eindigde in Beveren.

Als 18-jarig joch had Kajpus zich in september 1939 in zijn geboortestad Rowno aangesloten bij het verzet tegen de Russische bezetter. "Ik regelde valse papieren voor Poolse soldaten die wilden vluchten." Hij werd opgepakt en kreeg levenslange dwangarbeid. Siberische kampen, voettochten bij -40 tot -50 graden, nutteloze arbeid in de sneeuw. Hij zou de martelingen blijven ondergaan tot begin 1942, na het verdrag tussen Stalin en Churchill. "De Russen lieten hun Poolse gevangenen vrij, zodat wij mee tegen Hitler konden strijden."

In lompen, veelal zonder schoenen, begonnen duizenden uitgehongerde Polen vanuit Siberië naar Krasnovodsk aan de Kaspische Zee te stappen, duizenden kilometers zuidwaarts. "In het beste geval vond je een kameel", zegt Kajpus. "Velen hebben die tocht niet overleefd. Idealisme? Je stond er niet bij stil. Hitler en Stalin hadden Polen verdeeld. Wij wilden ons land terug. In het Midden-Oosten kwamen 140.000 Polen aan, in Engeland 64.000."

De kaart in het boek laat wat pijltjes zien, Rusland, Europa en het Afrikaanse continent. "Ik moest in 1942 eerst naar Teheran voor een opleiding tot officier", vertelt Kajpus, als betrof het een ommetje tot bij de bakker. "De Russen hadden 50.000 van onze officieren vermoord. Ons leger-in-wording had een gebrek aan officieren." Per auto en per schip ging de reis via het Suez-kanaal en Madagaskar naar het Zuid-Afrikaanse Durban. Kajpus had geen idee waar Tipperary liggen mocht, maar zong uit volle borst mee: 'It's a long way to Tipperary'. En inderdaad. Vanuit Durban vertrok op 6 september 1942 een Brits schip met aan boord 3.000 passagiers onder wie Kajpus en zijn compagnie. Naam van het schip: de HMS Laconia.

Dé Laconia?

Czeslaw Kajpus: "Ja, ik was erbij toen die op 12 september 1942 voor de kust van Freetown werd getroffen door torpedo's uit de u-boot van de legendarische Duitse kapitein Werner Hartenstein. Die schipbreuk, dat was Dante in het echt. Ik heb vooral nog dat beeld van de voorsteven die opeens uit het water stak en die vuurtjes die oplichtten in het donker. Mensen die wisten dat ze zouden sterven en een laatste sigaret opstaken. Ja, de Laconia, waar nadien uitvoerig over is gesproken op het nazi-proces in Neurenberg (de Duitse admiraal Dönitz stond er terecht vanwege het bevel om tegen een Brits-Duits akkoord in geen drenkelingen op te vissen, ddc). Ach, kapitein Hartenstein volgde ook maar instructies."

Ik dacht dat haast niemand de ramp met de Laconia overleefde.

"Er waren 900 overlevenden, onder wie ikzelf en mijn maat Waclaw. Wij hadden reddingsvesten bemachtigd. We hebben een nacht en een dag in de oceaan gedobberd, eerst tussen de drijvende lijken, ons vastklampend aan wrakhout. Waclaw was gewond geraakt aan zijn linkerbeen. Bij de explosies? Een haaienbeet? Nooit geweten. We waren de uitputting nabij toen een reddingssloep van de Laconia ons oppikte. Drie dagen later zagen we een periscoop uit het water te voorschijn komen. De U-156, de u-boot die ons had getorpedeerd. Kapitein Hartenstein heeft ons aan boord gelaten en goed behandeld. Zijn onderzeeër is daarna, met ons aan boord, bestookt door een Amerikaanse Liberator. Het is toen dat admiraal Dönitz beval te duiken en geen drenkelingen meer te redden. Logisch dat ze hem in Neurenberg hebben vrijgesproken. De Duitsers hebben ons trouwens laten overstappen in een Frans schip."

Dakar, Casablanca, een oefenkamp in de Sahara, Gibraltar. Na een reis om de halve wereld kan Kajpus zich eind 1942 in Schotland aansluiten bij de 1ste Poolse panterdivisie. "Het wachten op D-Day kon beginnen."

In zijn al even benepen huisje in Sint-Gillis-Waas vertelt Sylvester Bardzinski (86) hoe zijn bataljon in september 1939 in Warschau de opmars van de Duitsers probeerde te stuiten. "Op 17 september kwam het bericht dat ook de Russen Polen waren binnengevallen. We kregen het bevel te vluchten naar Roemenië of Hongarije, en dan naar Frankrijk, waar generaal Sikorsky een nieuw Pools leger zou vormen."

Geen geluk. Frankrijk viel sneller dan verwacht. Bardzinski belandde in een Roemeens gevangenenkamp. "Ik heb drie keer proberen te ontsnappen, één keer door me met een maat te verstoppen in een houten waterkuip op een ossenkar. We werden ontdekt, maar, zoals in het spreekwoord: derde keer goede keer." In maart 1940 weet Bardzinski te voet en per trein Boekarest te bereiken. "Op de ambassade kregen we paspoorten en de instructie om via Modena door te reizen naar een vissersdorp in de streek van Bayonne. Daar gingen we met bootjes aan boord van een passagiersschip naar Plymouth."

"Ik weet nog, dat gevoel toen ik in die kajuit op dat bed ging liggen: eindelijk. Ze stuurden ons naar een kamp in Schotland, 15.000 Polen bij elkaar. We kregen Britse uniformen en 10 shilling. Het was feest toen onze eerste Sherman-tank aankwam. Drie jaar hebben we getraind. In mei 1944 kwam het bevel om de radio niet meer te gebruiken. Nu wisten we: de grote dag is nabij."

De Polen komen op 6 juni 1944 tijdens de landing in Normandië niet in actie. Het duurt tot 30 juli voor ze aan land gaan in de geïmproviseerde haven in Arromanches. Normandië is grotendeels bevrijd, maar veel schot lijkt er in de opmars niet te zitten. De troepen van de Franse generaal Leclerc houden zich amper aan Amerikaanse bevelen, generaal Bradley en zijn Britse collega Montgomery raken het niet eens over de te volgen strategie.

Op 17 augustus 1944 krijgt Montgomery bij het bekijken van stafkaarten een ingeving. Aan twee fronten hebben Britten, Amerikanen en Canadezen de Duitsers zowat omsingeld. Nabij het stadje Falaise rest een zone van 10 kilometer waarlangs ze nog uit de wurggreep kunnen ontsnappen. De 'zak van Falaise' moet meteen dicht, beslist Montgomery. Voor die heikele klus - nergens zoveel Duitse troepen als daar - is kanonnenvlees nodig. Twee Canadese en de 1ste Poolse pantserdivisie worden aangeduid.

Sylvester Bardzinski: "Montgomery is ons komen toespreken: 'You and me, we're gonna fight together. We're going to kill the Germans. A lot of them!' Tot daar zijn toespraak (lacht). Wij hadden al zware verliezen geleden. Tijdens onze vuurdoop in Caen verloor ons eerste regiment 22 van de 52 tanks. Bij de Slag van Falaise werden we ingezet om in Mont-Ormel 'heuvel 262' in te nemen. We moesten door de Duitse linies heen. Waanzin. En we wisten: als dit te lang duurt, zitten we zonder bevoorrading. Het was één chaos, dat gevecht. De Duitsers hadden het plan van Montgomery doorzien en stuurden een SS-pantserkorps op ons af. Onze generaal Stanislaw Maczek zag het gevaar. We hebben het gered. Op die heuvel hadden we op zeker moment meer krijgsgevangenen dan eigen manschappen. We konden geen kant meer uit. Ik herinner me die Duitse generaal die tussen de explosies door bleef roepen: 'Ik ben niet gevangen, jullie zijn mijn gevangenen!' Na drie dagen, op 21 augustus, zijn de Canadezen gekomen. 'Alleen Polen krijg je zo gek', zeiden ze. Montgomery feliciteerde ons: 'Wij hadden de Duitsers in de fles gestopt, jullie hebben er de kurk op geduwd.'"

De Slag bij Falaise is het laatste grote gevecht in Normandië. Historici zijn het erover eens dat Hitler sinds de val van Stalingrad geen zwaardere klap is toegebracht. Als ultieme joker van de geallieerden hebben de Polen de poort naar de vrijheid geopend. Al op 25 augustus staan Amerikanen en Fransen in Parijs.

Czeslaw Kajpus: "Wat zich op die heuvel heeft afgespeeld, is niet te beschrijven. We hadden geen brandstof of munitie meer. 1.300 Polen zijn daar gesneuveld. Ik herinner me dat ik na drie dagen in slaap viel in een greppel achter mijn tank. 's Ochtends bleek dat ik op het lijk van een Duitse soldaat had geslapen."

Sylvester Bardzinski: "We kregen geen tijd om te vieren of te rouwen. Op de briefing stak de commandant vier stafkaarten in zijn vest. Eén kaart betekende 25 kilometer. Twee weken lang waren we amper vooruit geraakt. Nu was het: doorrijden. Onderweg stootten we nog op tegenstand, maar bij de Duitsers was het moreel gebroken. Het was nu of nooit. Op 3 september zaten we in Abbeville. En wij maar denken: elke kilometer is een kilometer dichter bij Polen."

Het is 6 september 1944 als de 1ste Poolse pantserdivisie in het West-Vlaamse Abele de Belgische grens overschrijdt.

In een kadertje aan de muur heeft Sylvester Bardzinski de vele gedenkplaatjes een mooi plekje gegeven. Poperinge, Ieper, Tielt, Roeselare, Lokeren, Sint-Niklaas... Zijn regiment werd in elk van die steden bedolven onder de bloemen, fruit en kusjes. Dansende mensen alom. "De Belgen waren liever, warmer dan de Fransen", vindt Bardzinski. "Meisjes schreven lieve woorden op onze tanks. Ze vonden ons verlegen, wat we ook waren. Door de radio bleef het bevel komen: doorrijden."

De Polen hebben hard gevochten bij de bevrijding van Vlaamse steden. Getuige de vele zerken op de Poolse militaire begraafplaats in Lommel en op kerkhoven in Antwerpen, Tielt, Brussel, Leopoldsburg, Adegem en Stekene. Zo'n 400 Poolse soldaten hebben in 1944 op Belgische bodem het leven gelaten. En hoe. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Ieper in de as gelegd. "Zoiets zal onder mijn bevel niet gebeuren", had generaal Mazcek besloten. De Polen bevrijdden de hun toegewezen gemeenten straat per straat. Er ontplofte niet één bom.

Sylvester Bardzinski ontmoette Marcella tijdens een dagje verlof in Sint-Gillis-Waas. De bewoners waren naar het gemeentebestuur gestapt met de eis om hun in vochtige tenten overnachtende helden een bed te mogen aanbieden. "Het mocht", knipoogt Bardzinski naar de half verlamde dame in de rolstoel naast hem. "Onze commandant schreef de namen van de soldaten op de huisdeuren. En dat, dat is mijn grote geluk geweest. Ik heb een dochter en drie kleinzonen die alle drie ingenieur zijn. Ik ben een gelukkige oude man."

In zijn boek schrijft Czeslaw Kajpus: 'Je gaat aan boord van een schip dat getorpedeerd wordt en opnieuw steekt de man met de zeis de armen naar je uit (...). Als soldaat neem je deel aan vreselijke gevechten, zie je vrienden met wie je al die tijd hebt opgetrokken sneuvelen. Je beseft dat elke dag je laatste kan zijn. En dan kom je met je tank in Beveren en komt het geluk zo naar je toegewandeld.'

Simonne: "Ik was toen vijftien. Ik heb er nog geen moment spijt van gehad."

De Polen hebben nog een weg af te leggen, tot in het Duitse Wilhemshaven, 4 mei 1945. Ze blijven vechten tot de capitulatie. "Die laatste dag is mijn jongste broer gesneuveld", zegt Kajpus. In maart 1947 worden de Poolse divisies ontbonden en moeten de overlevenden het zelf maar uitzoeken. 282 Polen keren naar België terug, naar hun Marcella's en Simonnes. Volgens de laatste telling zou er vandaag nog een 25-tal van hen in leven zijn.

Dertien onder hen werden op 1 september in de stadsschouwburg in Tielt uitgenodigd voor de avant-première van 'Vechten voor geen vaderland', een beklijvende documentaire van regisseur Bart Verstockt. Met zijn dertienen werden ze op het podium geroepen voor een staande ovatie die tien minuten aanhield. "Als je dan bedenkt dat we in 1984 bij de herdenking van de bevrijding in Sint-Niklaas met meer dan honderd waren", zucht Kajpus. Hij is secretaris van de Kring Benelux, de organisatie van Poolse oud-strijders. Soms vraagt hij zich af of er voldoende is geijverd voor hun rechten.

Bart Verstockt: "De Polen konden na de oorlog nergens heen. Hun land was door de akkoorden van Jalta weggeschonken aan Stalin, met wie in 1939 alle ellende was begonnen. Hun droom was altijd geweest om met hun tanks Warschau binnen te rijden. Vergeet niet dat zij als enige van de vier grote geallieerde legers letterlijk op weg waren naar hun vaderland. Hun drive moet echt enorm geweest zijn. Vergeet niet dat tijdens de Duitse bezetting Polen een vijfde van de burgerbevolking heeft gekost. Nu keerde dat land hen onder communistisch bewind de rug toe. Ze verloren hun nationaliteit en werden staatloos, politieke vluchtelingen eigenlijk."

Czeslaw Kajpus: "Weet u wat er na de oorlog van generaal Maczek is geworden? Bordenwasser in een hotel in Edinburgh. Hier in Beveren vestigde zich een Poolse oud-strijder als schoenmaker. Hij liet zich door de vrouw van de consul ompraten om terug te keren. Ze hebben hem in Polen meteen in de gevangenis gegooid wegens 'aangetast door kapitalistische ideeën'."

Bart Verstockt: "De meesten spraken Frans noch Nederlands, betaalden zich eerst blauw aan arbeidsvergunningen en verwierven pas in de jaren vijftig de Belgische nationaliteit. Het heeft voor velen onder hen vijftien jaar of langer geduurd voor ze hun families terugzagen."

Sylvester Bardzinski: "Ik heb me in Sint-Gillis-Waas snel kunnen aanpassen. Dat is de beste remedie tegen heimwee. Ik ging werken in een carrosseriebedrijf en sloot me aan bij het vrijwillige brandweerkorps. Eens per week pinten gaan pakken. Dan maak je gauw vrienden."

Czeslaw Kajpus: "Ik werd elektrotechnicus in een aluminiumbedrijf. Ik heb mijn moeder eind jaren veertig voor het eerst teruggezien. Anderen hebben tot in 1963 of langer moeten wachten. Mijn moedertje is hierheen gereisd. Daar zat ze. Mijn broers kwamen. 'Dat ik dit nog mag meemaken', snikte ze. Ze heeft de hele avond geweend. Toen pas kwamen wij erachter dat ook zij in 1940 naar Siberië was gestuurd."

In 1983, in het vooruitzicht van 40 jaar bevrijding, krijgen de dan 136 overblijvende Polen van het ministerie van Landsverdediging per brief te horen dat hen het statuut van 'nationale erkentelijkheid' is toegekend. De brief eindigt met een kille zin: 'Aan dit statuut is geen voordeel verbonden.'

De Polen vragen ook niks. Ze zijn blij met hun nieuwe vaderland, een handdruk van de paus tijdens diens bezoek in 1985, een ontvangst door premier Dehaene of het geregelde onderhoud van de zerken in Lommel. Er gaan decennia overheen voor er in de persoon van de Wase SP.A-politica Magda De Meyer iemand opstaat die zich afvraagt waarom deze mensen geen recht hebben op een oorlogsrente. De 1ste Poolse pantserdivisie bevrijdde ook heel wat Nederlandse steden, wat net zulke nauwe banden schepte. Na de oorlog kregen de Poolse soldaten daar meteen de nieuwe nationaliteit en het oud-strijdersstatuut. "In Groot-Brittannië ook", stelt Kajpus. "Alleen in België kon het om de een of andere reden niet."

De Meyer pluist wetteksten uit, schrijft ministeries aan. Op 22 augustus 2002 boekt ze resultaat. Ze hadden er zich al niet meer aan verwacht, maar nu ontvangen Kajpus, Bardzinski en co. een brief van het ministerie van Financiën. Ze ontvangen een oorlogsrente, te becijferen op basis van het aantal dienstjaren vermeld in het soldatenboekje.

"Bij mij was het 535,12 euro per jaar", zegt Bardzinski. "Meer dan dat bedrag was het het gebaar dat me gelukkig stemde. Ik zat in de hoogste categorie omdat ik dat boekje sinds 1939 altijd goed had bewaard." Tijdens zijn avonturen in Siberië of de ramp met de Laconia had Czeslaw Kajpus minder oog voor administratie. "Bij mij was het 243,34 euro. Beter dan niks, natuurlijk."

Uiteindelijk wordt het niks. Op 15 juni van dit jaar treffen de Poolse oud-strijders in plaats van de driemaandelijkse postassignatie een brief van Financiën in de bus: 'Dit voordeel kan alleen toegekend worden aan diegenen die de Belgische nationaliteit bezaten op het ogenblik van het aangaan van de verbintenis. Aangezien u op dat ogenblik de Belgische nationaliteit niet bezat werd de u toegekende rente ten onrechte uitbetaald en dient zij te worden afgeschaft. Aan de Nationale Kas voor Oorlogspensioenen werd de nodige onderrichtingen gegeven om de rente niet langer uit te betalen.'

Weg oorlogsrente, weg gebaar. "Uitgerekend in de periode waarin zoveel Belgische steden de bevrijding herdenken", zegt Magda De Meyer, die woensdag minister van Landsverdediging André Flahaut interpelleerde. "Het stomme is dat de ambtenaar bij Financiën gelijk heeft. De wet stelt dat alleen wie tijdens de oorlog Belg was recht heeft op die rente. Verander die wet dan, stelde ik voor. Flahaut voelt daar weinig voor. Hij zegt dat hij de deur niet wil open zetten voor 'misbruiken', wat natuurlijk flauwekul is. Het gaat om een paar tachtigers. Hun situatie is uniek. Er waren ook Canadezen en Britten die hier bleven, maar zij ontvingen in eigen land een oorlogspensioen. Ik snap dit niet. Moet men werkelijk zo moeilijk doen voor die paar oude mensen?"

Het gaat de Poolse oud-strijders niet zozeer om de oorlogsrente, maar om de daaraan gekoppelde wetsbepaling die stelt dat wie tijdens de oorlog vocht voor 'zijn' vaderland, ook recht heeft op volledige terugbetaling van medische kosten. Dat nog maar net verworven recht speelden ze op 15 juni ook kwijt. Vergelijken is gevaarlijk, maar een Belg die tijdens de Achttiendaagse Veldtocht aardappelen heeft geschild, leverde in de ogen van de wetgever meer verdiensten dan Kajpus en zijn makkers.

"Dat zit me wel hoog", zegt hij. "Zo'n oorlog laat sporen na in je lichaam. Ik heb velen in armoede weten sterven, bedolven onder de medische facturen. Ik vind niet dat je eerst kunt zeggen 'u hebt dat recht' en het na twee jaar weer afnemen." Het schepencollege in Tielt stuurde vorige week een unaniem goedgekeurde protestmotie naar de ministers Reynders en Flahaut. Ook vanuit andere door de Polen bevrijde gemeenten zijn acties op komst.

Van iets als verzuring is in het keukentje in Sint-Gillis-Waas echter geen sprake. "Ik weet zeker dat dit een misverstand moet zijn", houdt Sylvester Bardzinski de moed erin. "En stel - stel - dat de wet niet wordt veranderd, dan moeten we toch onthouden dat mensen zoals Magda De Meyer er alles voor hebben gedaan."

Onvoorstelbaar, vindt het SP.A-kamerlid: "Het positivisme bij die mensen. Ik probeer nu een parlementaire meerderheid te vinden voor een wetswijziging bij hoogdringendheid. Ik kan me niet voorstellen dat iemand hiertegen kan zijn. Lukt het, dan hebben we over drie à vier maanden een nieuwe wet. Ik hoop dat ik niemand moet overtuigen wat deze mensen voor ons land hebben gedaan. En ik hoop vooral dat er tegen dan niet weer één overleden is."

Zondag werd in Beveren 60 jaar bevrijding herdacht, een gelegenheid waarbij de gemeente een straat omdoopte in 'Polenlaan'. Czeslaw Kajpus prikte nog eens al die insignes op zijn jasje. Want helemaal vanuit Warschau was de Poolse minister van Landsverdediging Maciej Gorski overgekomen. Kajpus kreeg een oorkonde waarin de minister hem "namens het Poolse volk" dankte voor wat hij heeft gedaan.

Hij laat ons de oorkonde zien. Zijn stem slaat bijna over. "Hier heb ik 60 jaar op gewacht. En eigenlijk, weet u, zou ik dit stuk papier voor nog geen 10.000 euro willen ruilen."

De documentaire 'Vechten voor geen vaderland', een coproductie van CCCP-productie met de VRT, is op 30 september te zien op Canvas.

'Ik weet zeker dat dit een misverstand moet zijn', houdt Sylvester Bardzinski (86) de moed erin. Hij heeft 45 jaar gewacht op een bedankje uit Warschau en 58 jaar op het statuut van oud-strijder. Maar Financiën is formeel: njet

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Ieper in de as gelegd. 'Zoiets zal onder mijn bevel niet gebeuren', besloot generaal Mazcek. De Polen bevrijdden de Vlaamse gemeenten straat per straat. Er ontplofte niet één bom

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234