Zondag 14/08/2022

ReizenDominicaanse Republiek

Onze journaliste verbleef in een Dominicaanse Club Med en deelt haar survivaltips

Poseren als een pro is een populaire bezigheid in deze Dominicaanse Club Med. Beeld Sofie Goossens
Poseren als een pro is een populaire bezigheid in deze Dominicaanse Club Med.Beeld Sofie Goossens

Aan de dromers onder ons die ooit een vakantie in een paradijselijk resort willen beleven: neem een wit kledingstuk mee, blijf binnen rond zonsopgang, eet als een koning en dein onbezorgd mee op het luchtkasteel. Onze journaliste verbleef in een Dominicaanse Club Med en deelt haar survivaltips.

Sofie Goosens

Ik ken het wel, een vakantieresort. Ik ben er weleens doorheen gewandeld. Maar er een vakantie gesleten heb ik nog nooit. Op mijn 23ste hees ik een backpack op mijn rug en sindsdien gaat mijn hart sneller slaan van een simpel bamboehutje dan van een marmeren badkamer waarin de poetsvrouw elke dag een handdoek in de vorm van een zwaan vouwt en wie weet nog wat bloemetjes op het bed strooit. Ik vind dat heel attent, maar als hotelpersoneel me opwacht met een nat doekje om mijn gezicht af te deppen, denk ik al gauw: komaan, stop dat weg, ik ben geen prinses, hoor. Misschien heeft het daarmee te maken, met die prinses. Dat ik er geen ben. Als kleuter al haatte ik prinsessen. Het liefst stak ik al die roze jurkjes in de fik, en zou ik juichen naast een zee van brandbare tule. Die kleuter die prinsessen haat, zit er nog altijd. Diep vanbinnen. En die boekt geen luxeresorts waar je ’s avonds moet gaan dineren in jurkjes. Maar soms moet je kleuters het zwijgen opleggen, moeten ze stoppen met drammen en die broccoli opeten. En dat jurkje dragen. Het is tijd om dingen los te laten, en dus geef ik me over aan de geneugtes van het vakantieresort. En nog wel aan de moeder der resorts: Club Med.

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en tuur door het busraam. Zie ik dat goed? Staat ons daar een net rijtje personeel op te wachten? Ja, ik zie het goed. Ze zwaaien naar onze aankomende bus. Een minuut later zet ik voet aan grond in een exclusief resort in de ­Dominicaanse Republiek: Club Med Michès Playa Esmeralda. Een mondvol, die ik altijd weer vergeet. Ik hoop dat ik op een dag niet de weg hiernaartoe moet vragen. Maar dat gebeurt niet. Want dit is een verborgen paradijs, zo staat in mijn welkomstbrochure. Verborgen paradijzen zijn vaak moeilijk te vinden en waarschijnlijk is het dus ook moeilijk om er weer weg te raken.

DMM 28/05 reizen  Beeld Sofie Goossens
DMM 28/05 reizenBeeld Sofie Goossens

Voorlopig ben ik blij met het vinden van mijn eigen kamer. Een plattegrondje komt van pas, want het resort is ingedeeld in vier werelden. Mijn wereld is de Emerald Jungle, voor volwassenen die bovenal rust zoeken. Kijk, ze kennen me nu al. Mijn Deluxe-bungalow zit verscholen tussen de tropische planten, en wanneer de deur openbliept, blijken luttele seconden later ook alle lichten te werken via wonderlijke sensors. Ik hoef dus alleen maar voorbij het toilet te schrijden om daar een lamp aan te laten gaan. Heerlijke luiewijvendomotica. Algauw lig ik als een

pasja op bed, met vijf kussens achter mijn hoofd en gepersonaliseerde witte badsloffen aan, ik tokkel wat op de iPad en steek Oreo’s in mijn mond – dat ligt allemaal standaard op de kamer. Nee, sneu is het hier niet. Maar wel een beetje angstaanjagend hoe snel je gewoon raakt aan luxe: na pakweg een uur vraag ik me af of ik zo’n witte golfkar zou nemen tot aan het strand of gewoon zou wandelen.

Schommelen with a view: je hoeft niet altijd aan het zwembad te liggen. Beeld Sofie Goossens
Schommelen with a view: je hoeft niet altijd aan het zwembad te liggen.Beeld Sofie Goossens

Instagram-oefeningen

Flipfloppend door het leven gaan is nog altijd het leukst, dus slenter ik de palmbomen tegemoet en de blauwe leegte die daar in de verte tussen danst. Ik hou van de zee, zeker als ze tropisch is. Intussen passeer ik een zware concurrent: het zwembad. Imposant, idyllisch en geflankeerd door loungebedden met witte, wapperende doeken. Als je een strooien hoed hebt en een cocktail in je hand, kun je hier een gewéldig decorstuk zijn. Dat kan ook op het strand trouwens, waar ik deernes spot die zo elegant mogelijk tegen een palmboom proberen te leunen en zwoel naar hun gsm kijken. Er worden hier zware Instagram-­oefeningen gedaan. Maar wat me meer bevalt, is dat het strand er ongerept bijligt. Het zand is zelfs niet perfect poederwit en de zee mag hier golven. Er zijn geen vervelende jetski’s, er is geen strandbar en dus ook geen mensen die lallend met een blik bier in het water staan. Er zijn alleen de blauwe zee, wat bergen aan de einder en links en rechts oneindig strand, of zo lijkt dat toch. Ik begin te wandelen, tot ik een man in een hokje tegenkom. Ik vraag of dit resort grenzen heeft, een muur, een einde. Hij maakt een handgebaar: ik kan nog een heel eind verder langs de branding. Ik kom geen mens tegen. Op een bepaald moment groeien de palmen tot in zee en begint het struikgewas toch wat dicht te worden. Dit moet het einde van het verborgen paradijs zijn. Terwijl ik uitrust op een horizontale palmboom, slik ik per ongeluk een vliegje in. Ik jaag een mug weg. En een smaragdgroen vogeltje schiet voorbij. Dat ik in het resort zelf nog geen insect, vlinder of vogel ben tegengekomen, vind ik plots wat raar. We zitten immers in de warme tropen, midden in een gigantisch palmoerwoud.

De witte waas is geen ochtenddauw, maar insectenverdelger. Elk resort sproeit. ‘Volgens de hoogst mogelijke ecologische normen’, verzekert Club Med. Beeld Sofie Goossens
De witte waas is geen ochtenddauw, maar insectenverdelger. Elk resort sproeit. ‘Volgens de hoogst mogelijke ecologische normen’, verzekert Club Med.Beeld Sofie Goossens

Palmbomen in de mist

Het mysterie ontrafelt zich de ochtend daarop. Terwijl de zon opkomt, doe ik een verkennend rondje. Verderop hangt precies wat mist, en ik schrik als ik op het strand een wagentje zie rondrijden dat witte wolken verdelger sproeit. Die dag uit ik mijn diepe verontwaardiging tegenover iedereen die het wil horen en de mensen van Club Med. Want dit is niet zomaar een chic resort. Nee, dit is een eco-chic resort. En er wordt heel wat moeite gedaan: wegwerpplastic is uit den boze (er steken kartonnen rietjes in je cocktail), er liggen hier zo’n 45.000 vierkante meters zonnepanelen te blinken, negenhonderd mensen uit het nabijgelegen vissersdorp Michès werden opgeleid om hier te kunnen werken, er wordt lokale koffie en cacao gebruikt, de uniformen van het personeel zijn van gerecycleerde plastic flessen gemaakt en de tweeduizend palmbomen die voor dit paradijs neergingen, zijn netjes verplaatst en herplant. Ecologisch verantwoord toerisme, dus. Nu wist ik niet, als resort­rookie, dat zowat élk resort op aarde sproeit. Niemand wil dat insecten de boel daar overnemen, dat snap ik enigszins. En Club Med verzekert me dat alles wat ze gebruiken het BREEAM-label heeft: een eco-friendly certificering, om de hoogst mogelijke ecologische normen te kunnen bereiken. Oké dan. Binnensmonds mompel ik nog even dat alle beesten er toch maar lekker aan gaan, maar dan besef ik dat je best doen ook oké is. En dat niets perfect is. Dat ben ik ook niet, want ik ben tenslotte met het vliegtuig naar hier gekomen, en niet per zeilboot.

null Beeld Sofie Goossens
Beeld Sofie Goossens
Droomstranden voor jezelf en een luxueuze oase van rust: een straf is dit allerminst. Beeld Sofie Goossens
Droomstranden voor jezelf en een luxueuze oase van rust: een straf is dit allerminst.Beeld Sofie Goossens

Dresscode: elegant

Ik sta onder de regendouche als er op mijn deur wordt geklopt. En nog eens. En nog eens. Nonde­pietjes. Druipend en in mijn gepersonaliseerde witte badjas doe ik de deur open. ‘Mi amor!’ Het is de poetsvrouw, met de avond­service. Dat is even wennen voor mij, want ik hoef niet per se iemand in mijn kamer die nu de kussens opschudt en het bed opmaakt. Ik bedank vriendelijk en ga verder met mijn stresserende bezigheid: me klaarmaken voor het diner. Vanavond is het zover, dan ben ik een prinses. Of alleszins iemand met een jurk aan. Die jurk moet ook nog eens wit zijn, want dat is de dresscode. Daar houden ze wel van, in dit resort, van dresscodes. Het is niet de bedoeling dat je hier ’s middags met je zandlijf en lekkende bikini in het beachrestaurant wat frieten komt halen, om maar iets te noemen. Zelfs bij de sunrise yoga en aquagym staat er op het digitale mededelingenbord ‘Dresscode: elegant’ vermeld. Toen ik dat las, wilde ik even terug naar mijn smoezelige bamboehut, maar ik ademde eens diep in en sprak mezelf toe: jawel, je kunt dit. Dus ik trek die jurk aan en wandel elegant naar het restaurant, waar werkelijk iedereen er piekfijn, wit en shiny uitziet. Omdat witte kledij ook perfect samengaat met vlekken maken, wordt er uiteraard verfijnd gegeten. Hier geen doordeweekse hotelkeuken. Er zijn verschillende eetkamers en buffetten en het ziet er zo lekker uit dat ik me gulzig op de voedseleilandjes stort. Terwijl ik de kaviaar, kreeft en dumplings opscharrel, vergeet ik algauw de elegantie van een prinses uit te stralen. Er pletst iets op de grond, en het bandje van mijn nieuwe sandaal snijdt in mijn enkel, zodat ik een heel klein beetje mank. Maar dat verdwijnt allemaal in het niets bij het degusteren van mijn decadente en ronduit heerlijke avondmaal.

Stap zeker eens buiten het resort voor wat Dominicaanse couleur locale. Beeld Sofie Goossens
Stap zeker eens buiten het resort voor wat Dominicaanse couleur locale.Beeld Sofie Goossens

Geen taxi

Na enkele dagen begint het te knagen: hoe zou het daarbuiten zijn? In de echte wereld? Niet dat je je hier verveelt, want naast nietsdoen kun je ook van alles doen: een zeilcruise, paardrijden op het strand, de golven in met een elektrisch surfboard, naar een Club Med-beachparty gaan, een ecologische groentetuin aanleggen of – als je je écht verveelt – muziek leren spelen op fruit. Maar zover laat ik het niet komen. Ik vraag of ze een taxi kunnen bellen die me naar Michès brengt, het vissersdorp een zevental kilometer verderop. Ik stuit op een klein beetje weerstand, want “het is niet omdat iets authentiek is, dat het ook mooi is, en er zijn veel interessantere excursies”. Ik weet zeker dat er met Michès niks mis is, maar ik laat me overtuigen om een van de resort­excursies te doen. Dat is tenslotte wat de andere gasten hier ook doen. En zo geschiedde. Wanneer we het domein verlaten, voelt het alsof de poorten van een luchtkasteel openzwaaien. Een oude Dominicaanse man die met een plastic zakje van de supermarkt komt gewandeld, een kakelende kip en lachende mensen op een brommer: ze lijken plots uit een ­ander universum te komen. De baai van Samaná – da’s de regio waar ons resort zich bevindt – blijkt een mooie brok natuur te zijn. We zien veel verlaten stranden, omzoomd met groene wouden vol kokosnoot, en bescheiden dorpjes met een kleurige, luie vibe. Ik zou het geen straf vinden om nog eens terug te keren naar de Dominicaanse. Net zoals het ook geen straf is om terug te keren naar het resort. Vanavond wandel ik elegant naar het restaurant in dresscode ‘jungle’. Maar toegegeven: de muggenbeten die ik vandaag verzameld heb, maken het nog nét wat beter.

Praktisch

Het resort Club Med Michès Playa Esmeralda is een ­eco-chic resort met oog voor duurzaam toerisme. Een all-inn premiumverblijf start vanaf 1.301 euro p.p./week (laagseizoen en vliegtuigticket niet inbegrepen).

Meer info op clubmed.us/miches

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234