Zondag 31/05/2020

Pesten

Onze journalist vraagt zich af: "Oei, was ik misschien zelf een pester?"

Michiel Martin.Beeld Franky Verdickt

De Week Tegen Pesten is voor journalist Michiel Martin (26) een aanzet tot reflectie. Over de pesterijen waar hij zelf aan deelnam, maar evengoed over de pesterijen die zijn oudere zus getekend hebben.

“Weet je, gij waart eigenlijk nogal een pesterke.” Waarom hij het plots zei, weet ik niet. Misschien waren het wel de ongemakkelijke barkrukken waar we die zomer op zaten. Het Tieltse café waar we na de middelbareschooluren op vrijdag onze eerste slokken bier stoer naar binnen trokken, was na tien jaar nog geen haar veranderd.

Het antwoord was al even ongemakkelijk. “Echt? Allez … Ik? Een pesterke?” Met mijn neus keihard op de feiten gedrukt, al wist ik enkele minuten later niet helemaal waarvoor ik me aan het excuseren was.

1. 'Ik vind pesten niet oké en ik zal er nooit aan meedoen.'

De belofte die vasthangt aan het eerste stipje van de Ketnet-actie Samen Tegen Iemand Pesten (STIP IT) mag ik dus op mijn rug schrijven. Wat deed ik dan precies, vraag ik wanneer ik dezelfde persoon anderhalf jaar later terugbel. Specifieke zaken schieten hem niet te binnen. “Ik weet ook niet zo goed of het gericht was naar mezelf of mijn vrienden, maar het waren wellicht van die kleine dingen. Met die typische ‘Michiel Martin-arrogantie’ van je.”

Auch.

Met wat meer maturiteit zie je ze plots, die kleine dingen. Niet schoppen, duwen of slaan. Niet de extreme filmtaferelen van ‘
jock versus nerd’ in de wandelgangen van de school. Eerder subtiel, onzichtbaar en schijnbaar onschuldig. Vanuit het perspectief van de (mede)pester dan toch.

Julie Martin werd gepest.Beeld Franky Verdickt

Survival of the strongest

“Ik ga ervan uit dat het voor jou veeleer amusant aanvoelde”, reageert ‘pestdeskundige’ Gie Deboutte, voorzitter van het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten. Inderdaad, hoe meer er gelachen werd, hoe beter het voelde. “Wellicht was het ook meer binnen een groepscultuur, ergens in het middenstuk van die middelbareschooljaren?” Het is makkelijk om ja te knikken bij een term als ‘groepscultuur’.

“Survival of the strongest”, noemt hij het. Als dominante figuren in een groep de pesttoon zetten, volgt het grut. “Zo overleef je, zo ben je ‘cool’. Bewust of onbewust belandt iemand anders onderaan in de pikorde.”

Het veilige gevoel van de higher ground, het hoeft maar één trapje hoger te zijn op de hele ladder. Want eerlijk, een populaire patser was ik op school zeker niet. Integendeel, magere stylo met een hoog stemmetje dat pas laat zakte. “Michiel, Michiel”, riepen enkele gasten me stelselmatig na met hun hoogste kopstem. Dat ik de plaats – de ingang van de wc’s – nog zo scherp voor me zie, toont dat het me raakte.

“Moet je dat nu pesten noemen?” Deboutte hoort de vraag vaak, de lijn tussen plaagstoten en kwetsen is soms flinterdun. Hij lijst de drie vragen op die hij tijdens opleidingssessies meegeeft om vast te stellen wanneer iemands grenzen zijn overschreden door pestgedrag. Eén: is het slachtoffer overstuur, wat is er aan de hand? Twee: is dit meermaals gebeurd? Drie: heeft het slachtoffer iets teruggedaan of laten weten dat het niet oké was?

Flashback naar mijn vijfde middelbaar. Aan de basketbalvelden komen we in een klein groepje Thomas tegen – niet zijn echte naam – en het stappenplan is ongeveer als volgt. Eén: hoongelach, gevolgd door kwetsende woorden. ‘Stommen aap’, zeg ik. Hij is duidelijk overstuur. Twee: dit is, helaas, niet de eerste keer. Drie: hij werpt me op de grond met een judoworp. Ik ben verbaasd, maar ik lach. Ik weet dat ik in zijn hoofd zit.

Pesten dus, niet eens zo subtiel als ik eerder deed vermoeden. Dan hoopt een mens dat het bij die ene persoon bleef, al durf ik er mijn hand niet voor in het vuur te steken.

Incasseren

Het kan diepe wonden slaan, daarvoor hoeft een mens niet eens zo ver te kijken. De fotograaf die mijn portretfoto neemt, vertelt over hoe zijn broer die bagage meesleept en vertrekt even later naar Sint-Niklaas om mijn zus Julie te fotograferen. 31 en een sterke vrouw: onderwijzeres, creatieve tekenziel en helaas onmogelijk te pakken te krijgen voor een afspraak, want altijd plannen.

Gepest, quoi? Dan is ze er blijkbaar toch sterker uit gekomen, denkt u misschien. “Bullshit”, zegt ze over dat soort toverlijntjes. Ze praat er niet graag over, die zes middelbare jaren die aanvoelden als een ‘struggle of the weakest’, het buitenbeentje. “Een algemeen gevoel van uitsluiting”, noemt ze het.

“Het waren de klassieke pesterijen in de eerste jaren. ’Amai, gij stinkt’, of een cynische ‘waar heb je die broek gekocht’. En toen de 'meshes' plots trendy waren bij anderen, kreeg ik te horen dat ik met mijn hoofd in een verfpot was gevallen”, vertelt ze. Altijd verbaal, vaak gericht op het uiterlijk en soms heel letterlijk. “Wat een lelijke kop heb jij.” Een continue periode van incasseren. Tot in de derde graad, toen koeiengeluiden haar achtervolgden in de studiezaal.

Zelfs haar beste vriendinnen weten er het fijne niet van. “Het heeft heel fel bepaald wie ik nu ben, maar tegelijk staat het los van waar ik nu sta. Ik voel niet de behoefte om me daarvoor te verantwoorden.” Dat ze dat nu in de krant doet, heeft eerder met ondergetekende te maken. Ze kan moeilijk neen zeggen.

“Het zijn echt geen extreme verhalen”, verontschuldigt ze zich op voorhand voor de reactie die ze straks vreest: 'Get over it.' Een gedachtegang die Deboutte bij kleine pesterijen vaak terugziet in klaslokalen. “Zeker bij mannelijke leerkrachten ligt de gevoeligheid daarvoor lager: je moet tegen een stoot kunnen. Maar sommige slachtoffers verinnerlijken die stoten wel.”

Kapotgeslagen pingpongballetje

Sinds ze me enkele jaren geleden voor het eerst over de pesterijen vertelde, merk ik het bij mijn zus in de kleine details. Hoe ze snel in haar schulp kruipt bij een verbaal conflict, of hoe ze de dingen die ik zeg altijd erg persoonlijk neemt. “Als ik een nieuwe situatie binnenstap, ben ik op voorhand al bang dat ik klappen ga incasseren. Dat mensen me ‘niet boeiend’ zullen vinden.”

Onzekerheden die versterkt zijn door die ene confrontatie, een aantal jaar geleden. De man die ooit de koeiengeluiden maakte, stond plots naast haar op het perron en keek recht in haar gezicht. “In die seconde ging er alleen haat door mijn hoofd, ik wilde hem kapotmaken. Maar in zijn ogen was er geen enkele blijk van herkenning. Hij wist niet eens wie ik was, terwijl hij zo veel diepe sporen heeft achtergelaten.”

“Een instrumentele pester”, herkent Deboutte die beschrijving. “Iemand voor wie pesten een puur machtsspel is en de slachtoffers een inwisselbaar pingpongballetje. Als het kapotgeslagen is, pakt de pestkop gewoon een ander.” 

Het zijn volgens hem vaak jongeren met gebrekkige primaire relaties, zoals met de ouders. “’Zie me graag’ is de onderliggende boodschap, maar ze hebben een betonlaag over hun emoties gegoten”, zegt Deboutte.

Dat mijn zus er als pingpongballetje uit werd gepikt, linkt ze zelf aan een gebrek aan weerbaarheid. “Ik was geen ‘Queen B’, ik had geen stoer wederwoord.” Maar vriendinnen in andere klasgroepen, met een vergelijkbaar karakter, bleven gespaard. “Daar was er, zo leek het toch, een leuke sfeer. Er was geen profileringsdrang om de foute redenen.”

Redenering omkeren

Bij die laatste zin blijf ik een hele tijd hangen. Dat is volledig wat ik zelf deed. Anderen een kwetsende opmerking toesturen, om zelf mijn sociale positie te behouden of te versterken. Daar ligt, zo bevestigt Deboutte, net de kracht van de Ketnet-stippen. “Omdat je de redenering omkeert. Je bent ‘cool’ als je pesten niet tolereert.”

Vier stippen alleen zullen niet alles veranderen, natuurlijk. Als Deboutte in lerarenopleidingen vraagt hoeveel mensen meer dan drie uur vorming rond pesten gekregen hebben, gaan amper handen de lucht in. “Nochtans is het belangrijk dat die leerkrachten allemaal op dezelfde lijn staan, dat ze over voldoende kennis beschikken. Alleen zo kun je de cohesie in een groep op lange termijn versterken.”

Het Finse Kiva-model eigenlijk. In de Vlaamse scholen waar dat antipestprogramma is ingevoerd, ziet hij een halvering van de pestcijfers. “Omdat van dag één een spiegel wordt voorgehouden aan zowel leerkrachten als leerlingen. Want eens de omgang binnen zo’n groep verstoord is, kan het pestgedrag zich manifesteren.”

Het zijn allemaal stukjes in een complexe puzzel. Eentje waar we als volwassenen misschien te weinig op reflecteren. Eén op de zeven werknemers wordt minstens één keer per week gepest. Die nieuwskop van eind 2017 kwam ook bij Deboutte hard binnen. “Hallucinante cijfers.” Het is naïef om te denken dat dit gedrag zich enkel nabij de schoolpoort voordoet. “Grijp dat besef aan als een kans”, zegt hij. “'Hier doe ik niet meer aan mee. Niet als leider, maar ook niet als volger.'”

2. 'Ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt.'

3. 'Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij.'

4. 'Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die wordt gepest.'

Drie moeilijke beloftes, drie stippen. De vierde dus niet. Heb ik bij iemand sporen nagelaten? Ik weet het eerlijk gezegd niet. “Er is één ding wat je kunt doen”, zegt Deboutte. “Iets zeggen wat voor die persoon, die misschien denkt dat je je daar totaal niet van bewust bent, een pak van zijn hart kan zijn.”

Op papier net iets te makkelijk. Ik hoop dat ik Thomas snel tegenkom op het perron, en hem recht in de ogen kan kijken.

Lees ook het standpunt van opiniërend hoofdredacteur Bart Eeckhout: De waarheid is wellicht dat pesten niet uit te roeien valt. Dat mag niet verhinderen om het tegen te gaan (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234