Donderdag 28/05/2020

Onze jongens in den vreemde

OVER DE GRENZEN. Wie Vlaamse acteurs aan het werk wil zien, moet steeds vaker buitenlandse films en series bekijken. Zijn onze acteurs zo goed, of is dit vooral het gevolg van de lucratieve tax shelter?

De Vlaamse acteurs beleven hoogdagen. Dit jaar komen er wellicht meer Vlaamse bioscoopfilms uit dan ooit tevoren. En daar bovenop zijn er nog een vijftiental films die niet Vlaams zijn, maar wel met Vlaams talent uitpakken. Koen De Graeve duikt binnenkort op in het Nederlandse Onder het hart. Geert Van Rampelberg zien we in de Argentijnse jungle in La tierra roja, Johan Heldenbergh zit in de Franse film La résistance de l'air, Veerle Baetens in Un début prometteur, Wim Willaert in het Waalse Je suis mort mais j'ai des amis, Tom Audenaert in het Brits-Franse Moonwalkers en Sam Louwyck heeft de voorbije jaren meer films in het buitenland en in Wallonië gedaan dan bij ons.

De acteurs treden daarmee in de voetsporen van de Belgische filmmakers, die al langer een deel van hun brood in het buitenland verdienen. Regisseurs als Jacob Verbrug-gen, Michaël Roskam, monteurs als Nico Leunen en Alain Dessauvage, cameramensen als Nicolas Karakat-sanis en Danny Elsen, setdesigners, focus pullers... De lijst is lang.

Een van de belangrijkste redenen waarom we alsmaar meer Vlamingen in buitenlandse producties zien, is wellicht de tax shelter, een fiscale maatregel die het voor buitenlandse producenten interessant maakt om bij ons te draaien. Het geld dat hier te rapen valt, moet deels in ons land worden uitgegeven. Tot voor kort spendeerden buitenlanders hun centen hier gewoonlijk aan techniek en locaties, maar nu zien we ze steeds vaker ook Vlaamse acteurs aan het werk zetten. Zo zagen we Michael Pas in Nymphomaniac, krijgen we Hilde Van Mieghem en Jos Verbist te zien in de Franse film Diamant noir en mocht Tom Audenaert aantreden naast Rupert Grint en Ron Perlman in Moonwalkers.

De wereld wordt gewoon internationaler en internationale productiehuizen gaan meer samenwerken om van fiscale gunstmaatregelen te profiteren. "En daardoor zijn wij als acteurs een soort pasmunt geworden", zegt Geert Van Rampelberg. "En dat is heus niet zo negatief als het klinkt. Er wordt gewoon meer samengewerkt over de grenzen heen. Maar het is niet zo dat men in het buitenland nu ineens zegt: 'We moeten nu allemaal in België zijn, want die acteurs zijn daar beter dan elders.' Nee, ik denk dat er wereldwijd in elk land genoeg goede spelers rondlopen.

"De vragen die ik uit het buitenland krijg, gaan nog altijd via Vlaamse productiehuizen, die dan een internationale samenwerking aangaan. Zoals de film die ik nu ga doen met Christophe Van Rompaey, Vincent en het einde van de wereld, waarvoor we ook in Frankrijk gaan draaien: in Parijs, in de Provence en ook in Gent. Met Franse acteurs en met Belgen."

Volgens Michael Bier, een Franstalige casting director die vaak acteurs zoekt in opdracht van buitenlandse producenten, is de tax shelter niet de doorslaggevende factor waarom onze acteurs zo gewild zijn buiten Vlaanderen.

"Tot voor een paar jaar spendeerden buitenlandse producties de centen die ze hier uitgaven liever aan technisch personeel. Maar nu vragen ze resoluut naar onze acteurs. Er zijn steeds meer Vlaamse acteurs die internationaal bekend geworden zijn. Buitenlandse regisseurs willen met hen werken om wie ze zijn, niet omdat ze fiscale voordelen genieten."

Serge de Poucques, zaakvoerder van Nexus Factory, een Belgisch productiehuis dat als coproductiepartner optreedt voor tal van buitenlandse films, treedt hem bij. "Ik zou liegen als ik zeg dat de tax shelter geen invloed heeft op die trend, maar in de eerste plaats zijn het de regisseurs die beslissen met wie ze werken. En zij houden vaak weinig rekening met financiële overwegingen. Dus ik denk dat het ene niet zonder het andere kan: zonder tax shelter geen coproductie, maar zonder het talent evenmin."

Sam Louwyck sprak de voorbije maanden Spaans, Duits, Frans, Engels en ook Italiaans voor de camera. Zo kwam het dat hij vorig jaar op de rode loper in Cannes nog aan de zijde van Monica Bellucci stond om er Le meraviglie te presenteren, een film waarin hij de mannelijke hoofdrol vertolkte en die uiteindelijk met de prijs van de jury aan de haal ging.

"Dat Vlaamse acteurs redelijk gewild zijn in het buitenland heeft ook te maken met onze manier van spelen", zegt Louwyck. "Het komt meer uit de buik en minder uit het hoofd. En we zijn het gewend om heel efficiënt te werken. We zijn heel flexibel en hebben geen streken."

"Ik praat veel met Franse casting directors, met regisseurs en agenten, en ze zijn gewoon gek van de Belgen, en meer bepaald van de Vlamingen", zo zegt Michael Bier. "Het is onze toon en onze manier van spelen die hen zeer bevalt. Onze acteerstijl is écht. In film moet het er tegenwoordig allemaal echt uitzien."

Jérémie Renier toeterde het nog overal rond toen hij in Waste Land met Peter Van den Begin , Natali Broods en Peter Van den Eede gespeeld had: "Vlaamse acteurs zijn echt. En ze durven zich belachelijk te maken, ze zijn niet bang om op hun bek te gaan. Ze steken veel meer hun nek uit dan de mensen waar ik doorgaans in Frankrijk mee werk."

Het Schoenaerts-effect

Dat is wellicht ook de reden waarom je tegenwoordig alsmaar meer Vlamingen in Nederlandse films ziet. Nederland mag dan al decennialang het uitverkoren coproductieterrein zijn, we zien nog zelden Nederlandse acteurs in onze films, terwijl we een waslijst kunnen opstellen van Vlaamse acteurs (Ella-June Henrard, Romi Van Renterghem, Wim Opbrouck...) die dit jaar in Nederlandse films te zien zijn. "Ja, dat is wat we van Nederlandse producenten, maar ook van festivalcuratoren en op alle buitenlandse filmmarkten steeds vaker te horen krijgen", zegt Christian De Schutter, die met Flanders Image alle grote festivals en filmmarkten aandoet: "Mensen in het buitenland staan soms versteld van de naturel waarmee hier geacteerd wordt."

De Schutter beaamt dat er sprake is van een trend. Hij ziet daar verschillende verklaringen voor. "Het feit dat Matthias Schoenaerts echt voet aan wal krijgt in het buitenland, zorgt ervoor dat zijn collega's hun ambities ook hoger gaan stellen. Dat dit nu pas gebeurt, heeft deels te maken met de Vlaamse nuchterheid, met onze bescheidenheid. Ons DNA verschilt van dat van de Nederlanders, die door hun gezonde dosis chauvinisme en handelsgeest makkelijker de grenzen oversteken.

"Jan Decleir zit wel al jaren in veel Nederlandse producties en Filip Peeters en Hilde Van Mieghem vonden vlot hun weg naar Duitsland, maar wat wel nieuw is, is dat we nu ook mensen van bij ons in Franse, Zwitserse films zien, Britse producties ook." Vooral prestigieuze Britse series durven ons talent aan het werk te zetten : Veerle Baetens in The White Queen, Jurgen Delnaet en Hilde Heijnen in Parade's End en Titus De Voogdt in The Missing.

Universeler en commerciëler

Volgens Tom Audenaert mag de verklaring voor de toegenomen vraag naar Vlaamse acteurs ook bij de kwaliteit van onze films gezocht worden. "We worden toch steeds meer opgepikt, doordat er meer films van bij ons van zich laten spreken op filmfestivals en elders. Ik heb dat zelf meegemaakt. Voor mij is het allemaal begonnen met Hasta la vista'. Toen wou Benoît Mariage me per se aan de zijde van Benoît Poelvoorde in Les rayures du zèbre, en ook Jaco Van Dormael castte me onlangs nog in een klein rolletje in Le nouveau testament. Hij wou me voor een grotere rol, maar mijn agenda liet het helaas niet toe. Ik ga nu ook een serie doen in Wallonië. Van het één komt dikwijls het ander."

Christian De Schutter denkt ook dat een succesvolle film alles in beweging kan brengen. "Had Matthias Schoenaerts niet in Rundskop gezeten en Veerle Baetens niet in The Broken Circle Breakdown, dan zou het buitenland er ook wel achter gekomen zijn dat het hier om talent met de grote t gaat, maar het zou veel langer geduurd hebben. Zonder die vehikels die van festival naar festival gaan en van prijs naar prijs, zouden Matthias en Veerle niet gestaan hebben waar ze nu staan. Johan Heldenbergh zal het ook wel ondervonden hebben. De hele Franse filmwereld heeft hem zien zwaaien met die César voor beste buitenlandse film. Iedereen die iets betekent in de Franse film heeft The Broken Circle Breakdown gezien. En zo belandde ook Johan in een Franse film."

"De Vlaamse film is een stuk universeler en commerciëler dan de Waalse", zegt Michael Bier. "En daardoor reist de Vlaamse film beter. In Wallonië zijn er wel de gebroeders Dardenne, die veel prijzen winnen, maar hun films hebben in het buitenland nooit de populariteit gehad die een film als The Broken Circle Breakdown had."

Toptalent en taalfouten

Peter Jan Van Mieghem, agent bij Vinck & Partners, het agentschap dat veel Vlaamse toptalenten vertegenwoordigt, vindt dat er van de tax shelter-voordelen nog veel te weinig terugkomt naar acteurs.

"De tax shelter is een fantastische maatregel, maar ik zou ervoor pleiten om de regelgeving aan te passen zodat er een verplicht deel van het budget naar onze acteurs vloeit. Mocht er echt in ons talent geïnvesteerd worden, zouden er nog velen volgen op Matthias Schoenaerts en Veerle Baetens."

Maar wie wil slagen in het buitenland werkt best aan zijn talen, meent Van Mieghem. Dat is nu nog al te vaak een struikelblok. "Als er één andere Vlaamse acteur naast Matthias Schoenaerts is die een internationaal parcours heeft afgelegd, dan is het Johan Leysen. Hij spreekt wel zijn talen. Echt accentloos Engels is er in 80 procent van de gevallen echter niet bij. Maar de 20 procent die het kan, werkt er hard aan.

"Het hoeft niet allemaal Engels te zijn. Er zijn weinig acteurs die kunnen beweren dat hun Frans impeccable is, om nog te zwijgen van het Duits. Ik adviseer onze cliënten om zo veel mogelijk aan hun talen te werken. De markt binnen Vlaanderen blijft beperkt en binnen Europa gaan er steeds meer Engelstalige coproducties komen. Talen leren dus, want met acteren kunnen we concurreren op wereldniveau. Daar maak ik me geen zorgen over. Wij hebben topacteurs."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234