Vrijdag 27/01/2023

Onvrijheid als hoogste goed

Voor velen is hij de architect van het zwart-witte huis aan de Scheldekade in Antwerpen. Geïnspireerd door een ontwerp van Adolf Loos voor Joséphine Baker is de woning Van Roosmalen dan ook een opvallende verschijning. Maar b0b Van Reeth (55) heeft veel meer gerealiseerd dan dat: de voorbije dertig jaar werkte hij zich in de kijker als een boeiend en bijwijlen controversieel architect. Dat maakt van hem de geschiktste kandidaat voor de baan van bouwmeester, zo oordeelde de Vlaamse regering enkele weken geleden. Van Reeth krijgt tot 2004 de tijd om het architectuurbeleid in Vlaanderen een gezicht te geven.

Steven Heene

De muren van zijn kantoor in Antwerpen hangen vol schetsen, doortrekpapier, ansichtkaarten en foto's. Daaronder, half verscholen en op groot formaat: een ode van Hugo Claus aan b0b. (Die schrijfwijze ontstond trouwens toevallig tijdens zijn opleiding tot architect: een student-layouter had geen doordrukletters genoeg om 'bob' te schrijven en zette dan maar een nul tussen de b's, Van Reeth was gecharmeerd en maakte er zijn signatuur van.) Alles in het vertrek ademt warmte en goede smaak, maar Van Reeth zelf maakt een nogal zenuwachtige indruk. Logisch, we schrijven eind december 1998. Over enkele dagen, op maandag 4 januari, begint zijn carrière als eerste Vlaamse bouwmeester, een functie die te vergelijken valt met die van rijksbouwmeester in Nederland. Tot zijn belangrijkste taken behoort "het begeleiden van de lokale overheid in haar streven naar een goede en kwalitatief hoogstaande openbare architectuur", met als doel die architectuur "een zichtbare meerwaarde" te geven en bij te dragen tot een "genereuze" leefomgeving. Ik vraag hem wat er die eerste dag op het programma staat, en hij glimlacht: "Naar het schijnt is er een grote nieuwjaarsreceptie, voor mij een gelegenheid om enkele mensen te leren kennen."

Wat ging er door u heen toen u hoorde dat u de eerste Vlaamse bouwmeester zou worden?

"Wel, euh... Ik had eigenlijk gehoopt dat iemand anders het zou worden (lacht). Let op, ik vind het heel belangrijk dat die bouwmeester er eindelijk is. In die zin heb ik mijzelf er een beetje ingepraat, denk ik. Ik ben met die headhunters (Heidrick and Struggles, SH) gaan praten nadat zij me hadden uitgenodigd. Toen ik daar buitenkwam, was ik een kandidaat. En het is een eer om bouwmeester te zijn natuurlijk. Ik had er ook met mijn partners over gepraat, of het kon. Bouwmeester zijn is geen voltijdse baan: vier dagen op zeven. De andere dagen blijf ik hier op kantoor werken."

Hoe zult u te werk gaan?

"Ik wil eerst een team samenstellen. Delegeren is nodig om goed te kunnen functioneren, en ik ben nu op zoek naar enthousiaste pragmatici. Want ik zie het bouwmeesterschap niet als een baan voor mij alleen - dat is ook niet de bedoeling. Er zal waarschijnlijk een architect bij zitten, iemand die zich inzet voor vorming en communicatie, en dan nog iemand voor het financiële en het juridische. Plus uiteraard iemand voor de logistiek, een secretaris of zo. Het is in ieder geval belangrijk dat er in die 'denktank' voldoende openheid en diversiteit bestaan, en een brede culturele interesse. Ik zou graag zien dat iedereen boven zijn bevoegdheden en diploma's uitstijgt, maar dat zal veel met mijn eigen enthousiasme te maken hebben."

Mag u zelf een kantoor kiezen?

"Nee, die plek wordt mij toegewezen. Ik weet al waar: in het Ferrarisgebouw (een lelijk staaltje van overheidsarchitectuur in Brussel, SH). Ik zal voorbeeldige meubelen proberen te kiezen om het in te richten. We zullen maar meteen gedetailleerd te werk gaan, als we aan die nieuwe functie een gezicht willen geven."

Ressorteert de Vlaamse bouwmeester onder het ministerie van Cultuur, zoals in Nederland?

"In de hiërarchie van de Vlaamse overheid sta ik apart. We zitten niet in de ambtenarij, hoewel we er vaak mee zullen overleggen. Door in en bij de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap kantoor te houden is er ruimte voor veel informeel contact. Maar ik rapporteer rechtstreeks aan de ministerraad."

U krijgt ook een budget?

"Ik heb begrepen dat er een budget op de begroting staat, maar hoe groot dat is, weet ik niet. Het zal nodig zijn om adviezen in te winnen, de actualiteit te volgen door middel van tijdschriften, studiereizen en colloquia te organiseren, en publicaties te verzorgen."

Zult u nog tijd hebben om les te blijven geven aan het Henri Van de Velde-instituut?

"Dat is zowat het enige wat ik zal moeten opgeven. Ik dacht eerst verlof zonder wedde aan te vragen voor vijf jaar, maar toen besefte ik dat ik zestig zal zijn als mijn baan van bouwmeester afgelopen is. Ik zal het zeker missen. Ik vind dat als je de pretentie hebt om iets te vertellen, je dat ook moet doen. Niet om iemand te overtuigen maar om te getuigen. Zeker tijdens een atelierles (Van Reeth is hoogleraar architectonisch ontwerpen, SH) komen studenten voortdurend met voorstellen. Het komt erop neer die voorstellen nog boeiender te maken dan ze al waren, door bijvoorbeeld te vragen: waarom? Naar het schijnt kon ik luidruchtig en streng zijn als lid van een examencommissie, maar mij ging het altijd om de aanmoediging. Het is niet omdat je kritisch bent dat je niet aanmoedigt. Ach, misschien doe ik het dan toch nog een paar jaar, wie weet."

Een voor de hand liggende vraag: wat is kwaliteit in de architectuur? Welke criteria hanteert u daarvoor?

"Vanuit je ervaring als architect weet je dat kwaliteit niet iets is dat je zomaar in huis hebt. Dat hangt van heel veel dingen tegelijk af. Om te beginnen van een goede bouwheer of opdrachtgever. Dat laatste kan alleen als de opdrachtgever een visie heeft: een eisen- maar ook een voorkeurprogramma. Hij moet die visie kunnen verwoorden, duidelijk zijn over de budgetten en over zijn aspiraties. Hoe hij denkt het zich vandaag te kunnen permitteren om een plek in de ruimtelijke ordening te privatiseren bijvoorbeeld, zelfs al gaat het om de overheid. Die bouwheer maakt de keuze voor de grond. Je kunt dat doen vanuit een eigen belang, maar ook voor een groter belang, in een poging om iets bij te dragen tot de gemeenschap.

"De tweede voorwaarde om kwaliteit te bereiken is de keuze van de architect. Ik geloof in de pluriformiteit van architectuur. Er zijn meerdere architecturen zeg maar, en elk ervan is legitiem en de moeite waard. Maar ik geloof vooral in avontuurlijke architecten. Dat wil zeggen: mensen die bereid zijn het hele proces aan te gaan en die verrast kunnen worden door wat ze zelf gemaakt hebben. Dat zijn volgens mij de besten. Je hebt er ook anderen natuurlijk, die een product afleveren. Mensen bij wie je een Gehry of een Meier kunt bestellen. Ik geloof niet dat dat de bedoeling is.

"Kwaliteit bereik je door het bouwproces aan te gaan met anderen. Het ontwerpen vormt daarin een erg belangrijke schakel. Vaak staat de architect dan alleen - dat moet je proberen te vermijden. Het ontwerp is met andere woorden niet van de architect alleen maar ook van de bouwheer en van iedereen die erbij betrokken is. Nu is het dikwijls zo dat je als architect iets ontwerpt en dat je daarvoor bekritiseerd wordt door een van de betrokkenen, dat een en ander moet worden herwerkt. Bij sommige architecten leidt dat tot compromissen. Ook dat is niet de bedoeling. Wil je echt iets bereiken, dan moet het met de verschillende partijen samen."

Schuilt daarin uw grootste uitdaging: het vermijden van compromissen die vaak alleen op middelmatigheid uitdraaien?

"Kijk, als je denkt aan kwaliteit, dan moet je proberen aan alle partijen duidelijk te maken dat het niet op compromissen aankomt. De absolute onvrijheid die je nodig hebt als architect moet je daarbij beschouwen als een van je grootste creatieve middelen. Het is een ongelooflijk misverstand dat architecten vrij zouden moeten zijn. Dat is je reinste flauwekul. Het is juist door een goed begrepen onvrijheid dat de creativiteit naar boven komt.

"Je zult mij nooit horen beweren dat ik weet wat architectuur is. Ik heb altijd het tegenovergestelde gezegd. Liever ga ik op zoek naar wat architectuur allemaal kán zijn. Dat bedoel ik met avontuurlijke architecten. Je moet geen ontwerpers hebben die komen aandragen met betekenissen, want die heb je dan nog niet. Betekenissen moeten groeien door het werk zelf. Zoals schrijven. Het is door woorden dat je uiteindelijk tot een tekst komt. Het is niet zo dat je de volledige tekst op voorhand kent."

Heeft Vlaanderen voldoende architecten met visie?

"Ik denk het wel. Er lopen hier heel wat goede architecten rond, ook bij de jongeren. Maar er zijn er natuurlijk niet zoveel die grote opdrachten uitvoeren. Waarom? Omdat Vlaanderen weinig grote opdrachten heeft, toch veel minder dan Nederland. Dan krijg je van die typisch Belgische producten, de 'huisjes' om maar iets te noemen. Het lijkt mij vaak jammer om zoveel energie en architectuur in een huisje proberen te steken. Maar dan merk je toch dat architecten op die manier een mentaliteit en een handschrift ontwikkelen die de moeite waard zijn. Ik beweer niet dat er bij de tienduizend architecten in België veel interessante ontwerpers zitten, maar ik denk wel dat er een paar honderd zijn die weten waar ze mee bezig zijn."

Er is kortom een groter gebrek aan bouwheren met een visie?

"Inderdaad. Architecten hebben niet zoveel visie nodig als een bouwheer. Zij hebben weliswaar een architecturale visie, maar dat is een verwerking van de visie van de bouwheer."

Het gebrek aan kwaliteitsvolle architectuur in Vlaanderen heeft dus in eerste instantie niets met de opleidingen te maken?

"Dat ligt zeker voor een stuk wel aan de opleidingen, maar... Kijk, ik geef al meer dan vijfentwintig jaar les en ik heb altijd gezegd: je moet geen les geven om jonge mensen te ontmoeten. Je komt er immers veel oude ventjes tegen. Er zijn er die met vreemde bedoelingen aan dit vak beginnen. Oké, misschien doen we dat wel allemaal. Ik bijvoorbeeld wou het liefst grote gebouwen maken en dat is in Vlaanderen niet echt de bedoeling (grijnst). Zodra we aan het studeren waren wou ik het liefst sociale woningen bouwen. Dat leek me de zinvolste manier om dit beroep uit te oefenen. Maar er zijn er ongetwijfeld velen die architect willen worden omdat ze denken dat ze veel geld zullen verdienen. Wat natuurlijk een complete misvatting is, ocharme.

"Maar goed, de opleiding is in die zin dan toch veranderd dat we beseffen dat we niet alleen ontwerpers moeten opleiden, maar mensen die in de administratie kunnen gaan, die bij de brandweer terecht kunnen komen, bij verzekeringskantoren enzovoorts. Daarom is het zo belangrijk dat een architect, als hij in contact komt met een bouwheer, weet wat architectuur kan zijn en hoe kwaliteit kan ontstaan, maar ook wat ruimtelijke ordening is. Dat is nu niet altijd het geval. In de administratie bijvoorbeeld kom je soms mensen tegen die vreemde opvattingen hebben over wat architectuur is. Dan wordt het moeilijk om goede gesprekspartners te vinden."

Hoe gaat u proberen om die mentaliteit te wijzigen? De bouwmeester heeft toch zoiets als een voorbeeldfunctie.

"Dat klinkt een beetje Davidsfondsachtig, maar het klopt wel ja. Het is de bedoeling van de overheid om dat te bereiken. Maar dat is al voor een deel gelukt, denk ik. De gebouwen van de Vlaamse overheid - er zijn er wel niet zoveel - gelden al als voorbeeld voor sommige projectontwikkelaars of industriëlen. Alleen zijn de realisaties niet meteen progressief of avantgardistisch. Door een bouwmeester aan te stellen wil men nu die architecten bereiken die daar wel mee bezig zijn. Nogmaals, dat kan erg pluriform. Van Koolhaas tot Grassi, noem maar op."

Nu noemt u enkele buitenlandse architecten. Staat er eigenlijk een clausule in uw contract die zegt dat een bepaald deel van de ontwerpen voor overheidsgebouwen Vlaams moet zijn?

"Er is mij niets van die aard gezegd. Wat nu op tafel ligt, is een beleidsnota. Die moet in de komende maanden uitgewerkt worden, onder andere door ons. Het is niet zo dat de overheid stelt dat bepaalde ontwerpen Vlaams moeten zijn. Dat verwacht ik ook niet. Het is wel de bedoeling dat ik autonoom adviseer. De middelen waarmee men ontwerpers zal selecteren gaan trouwens breed. Boven een bepaald bedrag moet er bijvoorbeeld een wedstrijd worden georganiseerd. Dat zegt toch al iets over het mogelijk internationaal karakter van het nieuwe beleid. Die wedstrijdaankondigingen worden gepubliceerd in diverse tijdschriften in heel Europa."

Bestaat het gevaar niet dat de bouwmeester als schaamlapje voor de overheid zal dienen?

"Dat zal ervan afhangen in hoeverre men de publieke opinie wil manipuleren en of dat überhaupt de bedoeling is. Ik denk dat ik relatief genoeg bekend ben en dat men weet dat ik mij niet als een schaamlapje laat gebruiken. Maar je weet maar nooit natuurlijk. Volgens mij wil de Vlaamse regering door het aanstellen van een bouwmeester een mentaliteitsverandering teweegbrengen. Er zijn verschillende jaarboeken over Vlaamse architectuur verschenen waarin auteurs kritiek hadden op wat de overheid heeft gerealiseerd. Men beseft nu blijkbaar dat er zoiets bestaat als moderne architectuur en dat een bouwmeester iets kan bereiken, wat in Nederland trouwens al werd bewezen. De interesse is er trouwens niet alleen voor architectuur maar ook voor de integratie van beeldende kunst."

U bent ook lid van de orde van architecten, die al langer bekendstaat om haar gevoeligheid voor kritiek. Kan dat niet tot een schizofrene situatie leiden?

"Geen idee. Het hoeft niet zo te zijn. Ik ben ook geen bouwmeester om kritiek te geven, maar om ervoor te zorgen dat er iets constructiefs gebeurt. Het zou kunnen dat mij soms bepaalde uitspraken zullen ontvallen, maar dan zien we wel wat de consequentie daarvan zal zijn. Ik zal wel proberen om mij diplomatisch te gedragen, ook al zal dat niet altijd makkelijk zijn (lacht)."

Kees Rijnboutt, de vorige rijksbouwmeester in Nederland, zei dat hij geschrokken was door de omvang van het werk: talloze dossiers, discussies, aanvragen. Is vijf jaar wel voldoende om iets te bereiken?

"Die vraag stel ik mij samen met u. Het is vooral mijn ambitie om een dienst uit te bouwen, om ervoor te zorgen dat iets opgebouwd wordt waarop men verder kan werken. Wat nieuwbouw in Vlaanderen betreft zal het trouwens niet zó veel zijn. Het hergebruiken van gebouwen daarentegen zal misschien meer aan de orde zijn. En het zou best kunnen dat de functie van bouwmeester mettertijd meer gaat omvatten dan alleen maar overheidsgebouwen. Het is trouwens voorzien dat er binnen die vijf jaar elk jaar iets bijkomt. Zo word ik ook bevoegd voor landschappen, bruggen, wegen..."

Laten we het even over stedenbouw hebben. Volgens u moet er in Antwerpen een brug komen naar Linkeroever.

"Schepen van Cultuur Eric Antonis vroeg mij om advies voor Antwerpen tegen het jaar 2000 en dat was mijn antwoord: een brug. Nu wordt het verkeer tussen Helsinki en Lissabon te veel gehinderd door de stad aan de stroom. Heel merkwaardig."

En Brussel? Zal de Vlaamse bouwmeester niet verstrikt raken in het kluwen van overheden?

"Ik ben blijkbaar zo naïef om daar het beste van te hopen. Ik weet het bij God niet. Ik heb ook geen goed zicht op de situatie, anders zou ik er misschien niet aan beginnen (lacht)."

Op welke van uw eigen projecten kijkt u tevreden terug?

"Die vraag kan ik niet zo meteen beantwoorden. Je staat niet 's morgens op om architectuur te maken - je staat op om te gaan werken. En architectuur is een zoektocht, zoals ik al zei. Voor een ontwerper levert het ontwerpen het grootste plezier op. Je moet telkens opnieuw inschatten wat de verwachtingen zijn. Momenteel zijn we met verschillende projecten in Nederland bezig: Leiden, Utrecht, Amsterdam, Delft. Dat is het boeiende aan de horizontale structuur van dit bureau. Er zijn zes of zeven projectarchitecten en daardoor kun je heel wat werk tegelijkertijd aan. Alles verloopt ook horizontaal: iedereen weet waar iedereen mee bezig is en heeft daar zijn invloed op. Niet voor niets is A.W.G. een coöperatieve vereniging, dat valt samen met de mentaliteit die we hebben."

Zo'n beetje het horizontale overlegmodel dat u voor ogen hebt als bouwmeester?

"Precies."

Steven Heene

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234