Vrijdag 30/10/2020

Onverzoenlijke taal tijdens de plaatselijke 'baraza'

Vredesbijeenkomsten in Keniase Rift Valley moeten einde maken aan etnische spanningen

Aernout Zevenbergen

IN BURNT FOREST

'Vergeven?" De 19-jarige Bilha klinkt met haar tong en kijkt naar de grond. "Onmogelijk." Bilha werd twee weken geleden met haar vriendin Josephine door zes jongens verkracht toen ze 's avonds van het Keniaanse dorpje Burnt Forest naar huis liepen. "Dit weggetje is verboden voor Kikuyu's", hadden de jongens gezegd voordat ze de meisjes de bosjes in sleurden.

"Een Kalenjin vergeven is verspilde moeite", vindt Bilha. "Ze zullen hun misdaden nooit afleren." Bilha weet waar ze over praat. Burnt Forest, gelegen in de Keniaanse Rift Valley, was al vaker het decor van etnisch geweld. Vanaf 1992 vielen Kalenjins en Kikuyu's elkaar herhaaldelijk aan. Dit jaar bleven de onlusten beperkt tot brandstichtingen en de twee verkrachtingen. Het zwaartepunt van het etnisch geweld dat in januari en februari in de Rift Valley woedde, lag in Njoro, Molo en Laikipia. Zeker honderd doden vielen bij onlusten. Om een einde te maken aan de spanning tussen de volkeren in de Rift Valley beleggen regionale overheden bijeenkomsten, zogenaamde baraza's. Zo ook in Lorian, net buiten Burnt Forest.

De hoogwaardigheidsbekleders van Burnt Forest zitten er een beetje verloren bij op hun houten bankje in het gras. De hoge heren zijn allen hun scepter vergeten. En zonder scepter kan er niet worden gesproken. Juist om het spreken waren de functionarissen naar het grasveldje buiten het dorp getrokken. Zij zouden op deze baraza voor eens en voor altijd het tribalisme in hun gebied de kop indrukken. De districtsfunctionaris, het opperhoofd van de regio, twee dominees, en Kikuyu- en Kalenjin-oudsten zijn naar Burnt Forest gekomen om herhaling te voorkomen. Een goed gesprek moet iedereen de ruimte geven zijn of haar grieven te uiten om zo de voedingsbodem voor etnische haat weg te nemen. Een goed gesprek geeft de bestuurders ook de mogelijkheid zalvende woorden uit te spreken. Maar wat is de waarde van een zalvend woord als de scepter, symbool van autoriteit, ontbreekt?

"Wie van jullie wil zijn staf afstaan?", vraagt Ezekiel Cheruiyot, chief van het gebied, daarom aan de verzamelde herders en boeren die voor hem in het gras zitten. De bijna honderd mannen en vrouwen op leeftijd kijken zwijgend voor zich uit. Jongeren zijn nauwelijks aanwezig op de baraza. De jeugd wordt verantwoordelijk gehouden voor de etnische onlusten. Aan ouderen is het om hen tot de orde te roepen, bijvoorbeeld door de bendes geen zegeningen meer te geven voor zij aan hun wandaden beginnen. Na wat aandringen is een man bereid zijn wandelstok in te leveren.

Cheruiyot opent de bijeenkomst en geeft het woord en de scepter aan George Gicheru, Kikuyu-oudste. "Amani, amani, amani - vrede, vrede, vrede." Gicheru roept het uit als een bede. Zijn grijze haar glimt als zilver onder het felle zonlicht. "Kenia heeft 44 volkeren, en is het thuis geworden van Europeanen en Indiërs. We moeten vrede serieus nemen. Erover praten is niet genoeg. Tijdens de vrijheidsstrijd baden we samen voor de onafhankelijkheid. Nu steken we elkaars huizen in brand."

De oudste ijsbeert door het gras en zwaait de scepter vervaarlijk in het rond. Hij probeert een reactie van het publiek uit te lokken. "Alleen wijzelf kunnen het probleem oplossen. Denk na over je eigen rol in het verleden. Vraag uzelf: heeft dat wat ik heb gedaan bijgedragen tot de ellende?" Het blijft oorverdovend stil.

Kipruto Barsaye, de Kalenjin-oudste, doet een poging zijn mensen te verleiden. De scepter wijst dreigend naar het publiek. "Wat hebben jullie op je hart? Zeg het." Niemand reageert. Barsaye gooit het over een andere boeg: "Jullie zijn niet schuldig aan het geweld. We weten allemaal dat rijke buitenstaanders en politici ons hebben opgehitst. Maar een volgende keer mislukken ze als we de spanningen tussen de volken weg kunnen nemen. Daarom: wat heb je op je hart? Wat doet je buurman verkeerd?"

Het pleidooi van Barsaye mag niet baten. Zeker niet nadat de hoogste baas van de regio, Isaiah Nakoro, een jonge man ruw het zwijgen oplegt. De man was twee dagen eerder aangevallen omdat hij een Kalenjin is. Hij wil vrede, smeekt om vrede. "Je bent een ophitser", is het antwoord van Nakoro, "ga zitten en zwijg." Het voorval ontneemt de rest van de aanwezigen de moed nog iets te zeggen.

De toehoorders in het grasveldje laten de toespraken over vergeving en vrede onverschillig over zich heen komen. Ieder van hen weet dat de notabelen van de regio machteloos staan tegenover de politiek van de echte machtigen, ver weg in de hoofdstad Nairobi. Zelfs een scepter kan daar niets aan veranderen. "Het gedonder hier houdt pas op als deze generatie politici weg is. De mensen zijn doodmoe van het vechten dat hen niets dan ellende heeft gebracht."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234