Zaterdag 22/02/2020

Ontwikkelingspsychologe Eveline Crone over het andere brein van adolescenten

De puber kan het ook niet helpen

De pubertijd wordt niet voor niets de apenjaren genoemd. Psychologe Eveline Crone ontdekte waarom jongeren het zo moeilijk hebben met afspraken en regels.

door Malou van Hintum

Wie Crones boek Het puberende brein leest, krijgt bijna medelijden met jongeren tussen pakweg tien en zestien jaar. Ze voelen zich terecht onbegrepen door volwassenen die ingewikkelde dingen vragen als: "Waarom ben je niet thuisgekomen op de afgesproken tijd?" "Waarom heb je je proefwerk niet voorbereid, terwijl je er zo slecht voor staat?" Pubers kunnen het per slot van rekening óók niet helpen dat het emotiegedeelte van hun hersenen overactief is en hun rationele hersensysteem nog niet goed in staat om die emoties te beheersen. En dat ze daardoor makkelijker risico's nemen en gevoeliger zijn voor spanning, sensatie en kortetermijnbeloningen dan die ouderlijke betweters.

Ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, kan het zó in de fMRI-scanner laten zien: de nucleus accumbens, het pleziercentrum in de hersenen, staat bij jongeren veel gevoeliger afgesteld dan bij volwassenen. Alleen al het verwachten van een snelle beloning zorgt ervoor dat het actief wordt, en zorgt er daarmee ook voor dat risico's worden onderschat en langetermijneffecten naar de achtergrond verdwijnen.

Zegt u nu dat pubers slachtoffer zijn van hun brein?

"Pubers zijn veel kwetsbaarder, omdat hun cognitieve en emotionele breingedeelten nog niet goed op elkaar zijn afgestemd. Daardoor raken ze gemakkelijker uit balans. Het gebied waar de emotionele spanning en opwinding zit, kan ineens de overhand krijgen. Omdat die balans zo kwetsbaar is, zie je dat ze de ene keer heel volwassen reageren en de andere keer juist helemaal niet. Zelf kunnen ze dat niet goed uitleggen, en volwassenen begrijpen het meestal niet. Die zien een lastig kind dat onverstandige dingen doet, niet wil luisteren en zich niet aan de afspraken houdt."

Toch wordt vaak gezegd dat de pubers van nu vervelender zijn dan die van vroeger.

"Dat is onzin. Pubergedrag is van alle tijden. Het verhaal over Romeo en Julia maakt duidelijk dat pubers zich in de zestiende eeuw ook niet aan de regels van hun ouders hielden, en onverantwoorde risico's namen. Puberhersenen hebben altijd anders gewerkt dan volwassen hersenen. Pubergedrag hangt samen met ontwikkelingsfasen van de hersenen, niet met maatschappelijke ontwikkelingen."

Pubers die 's avonds niet in en 's ochtends niet uit bed willen, gedragen zich behoorlijk irritant.

"Naarmate ze ouder worden, vindt de melatonineafgifte in hun hersenen op een later moment in de avond plaats. Ze gaan niet vroeg naar bed, want ze zijn helemaal niet moe. Wat dat betreft, beginnen ze steeds meer op volwassenen te lijken. Maar omdat hun lichaam nog in de groei is en energie nodig heeft, hebben ze wél meer slaap nodig dan volwassenen. Het is dus logisch dat ze zich 's ochtends verslapen, en dat ze in het weekend heel lang uitslapen. Want door de week lopen ze een chronisch slaaptekort op, omdat schooltijden zijn afgestemd op werktijden van volwassenen."

Pubers vergeten vaak hun huiswerk te maken, of de juiste boeken in hun tas te stoppen. Zijn zulke dingen echt zo moeilijk?

"Voor een puber wel. Pubers kunnen rekenen, maar daarom nog niet met hun geld uitkomen. Ze kunnen een planning maken, maar zich eraan houden is weer wat anders. Ze hebben daarbij de hulp van hun ouders of leerkrachten nodig, die als een soort externe frontale cortex functioneren: het gebied in de hersenen dat verantwoordelijk is voor plannen en informatie onthouden. Dat gebied ontwikkelt zich bij pubers langzamer dan hun emotionele breinsysteem, en delft daarom regelmatig het onderspit. Dat betekent niet dat ouders hun kinderen voortdurend alles achterna moeten dragen. Maar je kunt er evenmin van uitgaan dat ze die verantwoordelijkheid helemaal zelf aankunnen. Ze hebben sturing nodig; iets wat ze zelf trouwens helemaal niet begrijpen."

Meisjes staan erom bekend dat ze gedisciplineerder zijn dan jongens. Bevestigt uw onderzoek dat?

"Nee. Wij vinden in de pubertijd nauwelijks verschillen in het functioneren van de hersenen tussen jongens en meisjes. Het enige verschil dat we vinden, heeft te maken met risicogedrag. Wanneer we jongens en meisjes in ons lab laten gokken zie je dat jongens meer risico's nemen. Maar dat verschil is niet kenmerkend voor de puberteit; dat zie je bij volwassenen ook. Dat we verder nauwelijks verschillen vinden, kan te maken hebben met onze meetmethoden. Zo kunnen we bijvoorbeeld in het laboratorium veel moeilijker sociale interacties onderzoeken; terwijl de peergroup in het leven van pubers heel belangrijk is. We doen zeker verder onderzoek om te zien of er verschillen tussen jongens en meisjes zijn."

Een positief geluid dat je over pubers hoort, is dat ze veel beter kunnen multitasken dan volwassenen: msn'en, telefoneren, tv kijken, ze kunnen het allemaal tegelijk.

"Dat is een mythe. Pubers wekken misschien de indruk dat ze dat allemaal heel goed tegelijk kunnen, maar onze data laten dat niet zien. Multitasken vereist een heel goed werkgeheugen, en juist dat is bij pubers nog in ontwikkeling. Je moet informatie goed kunnen filteren, alleen dan kun je doelgericht en efficiënt een opdracht uitvoeren. Om goed te kunnen filteren, heb je een adequaat functionerend inhibitiesysteem nodig: je moet op tijd kunnen bepalen welke informatie relevant is en welke niet. Dat inhibitiesysteem verbetert in de loop van de tijd. Jongeren van achttien kunnen veel beter informatie filteren dan kinderen van twaalf. Maar hoe dat tijdsverloop eruitziet, weten we nog niet precies. Wat je wel mag concluderen is dat pubers juist niet aan te veel prikkels blootgesteld moeten worden als ze een opdracht moeten uitvoeren. Want dat kunnen hun hersenen nog niet aan."

U hebt ook ontdekt dat straffen lang niet altijd helpt om jongeren in het gareel te houden.

"Dat is een interessant verschil tussen volwassenen en kinderen. Volwassenen reageren op negatieve feedback, maar kinderen van acht jaar zijn veel gevoeliger voor positieve feedback. Rond het twaalfde jaar vindt er een omslag plaats: de ene keer helpt straf, de andere keer beloning. Er breekt een transitiefase aan, maar op welke leeftijd die eindigt, weten we nog niet."

Hoewel u veel worstelende ouders, leerkrachten en ook pubers ziet, geeft de puberteit ook positieve kansen, zegt u.

"Het is een unieke fase met veel creativiteit, vindingrijkheid en idealisme. Pubers kunnen wonderbaarlijk goed technische apparaten aan de praat krijgen en originele oplossingen bedenken. We weten er nog veel te weinig van hoe dat in elkaar zit, maar we hebben wel een vermoeden. We denken dat, juist omdat de frontale cortex nog niet is uitgerijpt in de puberteit, en gedachten en informatie nog niet goed worden geremd, die creativiteit de ruimte krijgt."

© De Volkskrant

Het puberende brein van Eveline Crone wordt uitgegeven bij Bert Bakker (Standaard Uitgeverij) en kost 17,95 euro.

Psychologe Eveline Crone:

De balans tussen de cognitieve en emotionele breingedeelten van pubers is erg kwetsbaar. Daarom reageren ze soms heel volwassen, en soms helemaal niet

n Feestende jongeren op Laundry Day in Antwerpen. Het pleziercentrum in de hersenen staat bij jongeren veel gevoeliger afgesteld dan bij volwassenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234