Donderdag 19/09/2019

Ontwerpenvoor een zonnige wereld

Op 13 november reikt de Dienst Vormgeving van het VIZO voor de tiende keer de Henry van de Velde-prijzen uit. Er zijn vijf categorieën, elke laureaat wordt beloond met 2.500 euro. De Prijs voor Loopbaan gaat naar Bob Daenen van Tupperware. 'Prachtig dat design tegenwoordig niet langer louter wordt gezien als een elitaire branche, maar ook als een sociale taak.'

Door Catherine Vuylsteke

Bob Daenen weet nog goed wat hij aantrof toen hij in 1966 bij Tupperware ging werken. "Het bedrijf zat duidelijk aan zijn afzetplafond. Er was een Europees antwoord nodig op Europese behoeften, met als grote moeilijkheid dat de markt zo gefragmenteerd is: het aanvoelen van schoonheid en functionaliteit, of het belang daarvan, is naargelang de windhoek uiteenlopend. Bovendien is het licht in pakweg Denemarken anders dan in Griekenland, wat de perceptie van een object behoorlijk beïnvloedt. En toch: de investeringen zijn zo groot dat alleen een behoorlijke markt het interessant zou maken.

"De uitdaging bestond er dus in dingen te maken die voor Duitsers evengoed acceptabel zouden zijn als voor Italianen of Britten, terwijl je weet dat een Duitser bij zijn productkeuze naar degelijkheid kijkt en bereid is tot investeren voor de lange termijn, terwijl de Brit goedkoper koopt en sneller vervangt. Italianen zijn dan weer veel emotioneler in hun koopgedrag en kiezen sneller voor een mooi kleurtje. Precies om dat op te lossen, heb ik toen een Europees productie-ontwikkelingscomitee opgericht, een kerndenkgroep met mensen uit de verschillende landen, en dat werkte goed." Zo goed dat Daenen later 'vice-president of product development and design' bij Tupperware werd. Tegenwoordig mag hij zich 'vice-president innovation' van de plastic-gigant noemen.

Sinds de Henry van de Velde-prijzen in 1993 voor het eerst werden toegekend, is er qua selectiecriteria niet echt veel veranderd, meent Inge Vranken, verantwoordelijk voor de Galerie van het VIZO. "Wel zijn het de jongste twee jaar niet alleen de vaste juryleden die mogen oordelen wat gelauwerd hoort en wat niet. We hebben er ook andere externe experts bij betrokken, mensen uit de interieur- en designwereld, wat de prijzen nog aan belang doet winnen."

Het effect dat zo'n Prijs sorteert, is ook afhankelijk van de laureaat. Een man (behalve Claire Bataille zijn er tot nu toe geen vrouwen geweest) die de Prijs voor Loopbaan krijgt, heeft al minstens dertig jaar beroepservaring. "Zo'n man heeft het al gemaakt, die prijs is een eer maar opent niet meteen nieuwe carrièremogelijkheden. Datzelfde geldt voor de gelauwerde bedrijven: mensen kennen Bulo of Samsonite, ook zonder een Henry van de Velde-prijs. Dat ligt bij de Prijs voor Jong Talent uiteraard anders. Die mensen worden in zekere zin ontdekt, ze krijgen aandacht, pers, hun product wordt breed bekeken en dat helpt hen meestal wel bij hun verdere loopbaan. In binnen- en buitenland gaan deuren voor hen open."

In tien jaar tijd is er aan de manier van selecteren misschien niet veel veranderd, maar toch is de uitkomst daarvan geëvolueerd. "We zien steeds meer industriële vormgevers op de voorgrond treden. Aan industrieel vervaardigde producten werd vroeger nooit de naam van een ontwerper gekoppeld, de jongste tijd gebeurt dat meer. Bedrijven spelen daar ook op in: ze beseffen dat hun producten nu beter verkopen als ze kunnen zeggen dat ze zijn ontworpen door een man of vrouw die haar strepen liefst internationaal heeft verdiend, zelfs al betreft het pakweg een botervlootje."

Die trend valt ook af te lezen uit de selectie voor de Publieksprijs: de voorbije vier jaar betrof het elke keer een product van een industrieel designer.

Ook vormelijk is er een duidelijke evolutie waarneembaar: "De natuurlijke materialen blijven belangrijk, maar anno 2003 zijn kunststoffen weer acceptabel. Dat heeft met de sterkere invloed van de vormentaal van de jaren zestig en zeventig te maken, denk ik, die ook doorwerkt in het grotere gebruik van kleur.

Bestaat er behalve bijvoorbeeld 'Belgische mode' ook Belgisch design? Vranken vindt in zekere zin van wel. "Kijk, het is voor onze ontwerpers noodzakelijk om zich internationaal waar te maken: de eigen markt is te klein. Tegelijk zie je algemeen een soort van moeheid ontstaan: er is een overaanbod aan producten. Er zijn ook zoveel updates van vroegere ontwerpen. Daarom zie je bij ons zoveel research naar nieuwe materialen en technieken, om met echt nieuwe objecten voor de dag te kunnen komen en ook in het buitenland een plek onder de zon te verdienen."

Die plek onder de zon heeft Bob Daenen van Tupperware al een hele tijd geleden verworven. Hij gaat al bijna veertig jaar mee. "Wat me qua design het meest opvalt in de evolutie van de jongste decennia is de democratisering ervan. Dat is voor mij altijd het streefdoel geweest. Kijk, mijn grote voorbeeld is geen topdesigner maar Karel Elno, een Vlaming die mee de designschool van Eindhoven heeft opgericht. Hij zag industrieel design in een erg brede context, als component van de groei naar een betere wooncultuur voor de modale burger. Dat humane, de zoektocht naar schoonheid maar ook naar evenwicht en harmonie voor iedereen, vind ik geweldig. Design niet langer als elitaire branche maar als sociale opdracht. Daarom doet het me ook zo'n plezier dat een keten als Ikea erg succesvol is: men heeft goed design kunnen democratiseren."

"Essentieel vind ik ook dat design slechts een fragment is van een totaalgebeuren, creëren betekent in de eerste plaats een creatief leven leiden. Wat daar uitkomt is soms secundair, want vluchtig, een object.

"Vaak fronsen mensen hun wenkbrauwen als ik zeg dat ontwerpen voor mij slechts één van veel dingen is, ik ben ook schrijver en schilder. Ik spendeer tegenwoordig de helft van de maand in de Provence, om dichter bij de natuur te zijn. Want die biedt alle oplossingen - voor wie goed uit zijn doppen kijkt, natuurlijk. Maar ik vrees dat we veelal niet meer kijken. Zien wordt een routine, een banaliteit. Ik zie het ook vaak bij jonge designers: ze zijn zo eng, zo verticaal bezig. Ik voel niet dat ze leven met al hun zintuigen. Creëren is voor mij een levenshouding, een levensvisie, vormgeven is zingeven, je geeft zin aan een object. Wie al te formalistisch bezig is, concentreert zich louter op de façade, niet op de verwachtingspatronen, de verborgen behoeften van de man, de vrouw of het kind die dat voorwerp straks zal gebruiken.

Daarom is er, behalve dan in zijn functionaliteit, geen fundamenteel onderscheid tussen het Tupperware-potje en het schilderij: ze moeten spreken. Ik vraag me bij het zien van een doek niet af of het mooi is, want dat is subjectief, maar of het een ziel heeft. Hij die de veiligheidsspeld uitvond bijvoorbeeld, was een genie. Maar in onze wegwerpcultuur is er geen respect meer. In dat opzicht vind ik dat wij met Tupperware goed zitten, en dat is al van in de jaren zestig zo: we zijn groen avant la lettre: er wordt niet weggegooid, dit moet een eeuwigheid mee. En waar mogelijk moeten kapotte producten vermalen worden om opnieuw te worden gebruikt.

"Belangrijk vind ik ook dat functionaliteit wordt gezien als iets dat verder gaat dan strikte ratio. Om poëzie gaat het ook, ingegeven door een concreet gevoel, dat vaak is gelieerd aan je eigen leven. Ik ben kinderbordjes en -bekertjes gaan ontwerpen omdat de bestaande dingen zo onhandig waren en het voeren van de kinderen zo'n geklieder werd.

"Tegelijk is het belangrijk om het object én jezelf in vraag te stellen, de opdracht evengoed als jouw visie. Ik heb ondervonden dat het foute vraagstellingen zijn die ongeschikte antwoorden sorteren. Een voorbeeld: er kwam een verzoek om een nieuwe doos voor rijst en cornflakes te ontwikkelen, maar tegelijk zag je in de onderzoeken naar consumptie dat mensen steeds 'kleiner' woonden. Er was dus eerder een probleem van ruimtemanagement. Daarop hebben we de Modular Space Savers ontworpen, perfect stapelende dozen. Het werd een wereldwijd succes."

Op weg naar succes is zeker ook Danny Venlet, die de Prijs voor het Beste Product krijgt voor zijn Easy Rider. De firma Bulo, die dit veelzijdig meubel - fauteuil en mini-bureau in één - produceert, kan de vraag zelfs niet bijhouden. Bovendien viel Venlet met Easy Rider eerder al in Duitsland en in Chicago in de prijzen. Is deze Henry van de Velde-prijs dan nog belangrijk voor hem? Venlet meent van wel. "Erkenning is altijd essentieel, het feit dat je 80 procent van de stemmen moet krijgen, is niet niets, toch? Of deze prijs grote repercussies heeft voor mijn verdere carrière, ach, wat komt is mooit meegenomen. En het is natuurlijk wel zo dat je na een prijs makkelijker firma's bereid vindt om je object te gaan produceren." En daar gaat het een industrieel vormgever toch in de eerste plaat om.n

Inge Vrancken van het VIZO: 'Vroeger waren industriële vormgevers naamloos, nu treden ze steeds meer op de voorgrond'

Bob Daenen: 'Er is, behalve qua functionaliteit, geen fundamenteel onderscheid tussen een Tupperware-potje en een schilderij. Als het een ziel heeft, is het goed'

INFO De tentoonstelling rond de Henry van de Velde Prijzen 2003 is gratis toegankelijk van 14 november tot 11 januari 2004, van dinsdag tot vrijdag van 11-18 uur, in het weekend van 13-17 uur. Gesloten op maandag, 25 en 26 december, 1 en 2 januari.

Galerie van het Vizo, Kanselarijstraat 19, 1000 Brussel, 02/227.49.60, www.vizo.be

Henry Van de Velde: de prijzen 2003

Prijs voor Loopbaan Bob Daenen (Tupperware) Prijs voor Beste Product Danny Venlet, voor zijn Easy Rider, een veelzijdig meubel (fauteuil en mini-bureau in één) dat geproduceerd wordt door Bulo. Prijs voor Jong Talent Xavier Lust, voor zijn technologische vernieuwing, voor het eerst toegepast op Le Banc. Prijs voor Bedrijf radiatorenproducent Jaga uit Diepenbeek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234