Zondag 20/06/2021

Ontvoerde Belgen hebben vooral mediastilte nodig

Artsen zonder Grenzen vraagt de media 'met aandrang discreet te zijn' over zijn vijf medewerkers die vorige week in Syrië ontvoerd werden. 'Als een kidnapper denkt dat hij goud in handen heeft, wordt een vrijlating veel moeilijker,' zeggen experts.

Niet één, maar twee Belgen werden donderdag ontvoerd in de havenstad Latakia. Toen dat nieuws gisteren bekendraakte, reageerde Artsen zonder Grenzen (AzG) onmiddellijk met een communiqué.

AzG, dat eerder al gemeld had dat het geen verdere info zou verstrekken, vraagt journalisten "met aandrang discreet te zijn inzake de identiteit, het beroep of elke andere persoonlijke informatie, gelinkt aan haar medewerkers in Syrië."

Volgens de hulporganisatie is dat nodig voor de veiligheid van haar teams en getuigt het van respect voor de familie van de betrokkenen. Het meest gehoorde argument in dit soort dossiers luidt dat discretie minder druk legt op de onderhandelaars.

Voorbeelden uit het verleden schragen die visie. Neem een kidnapzaak uit 2002, waarvan de uitkomst positief beïnvloed werd door de discretie van de Vlaamse media, althans, de weinige die er weet van hadden, waaronder De Morgen.

In Colombia, toen nog wereldrecordhouder ontvoeringen, had de Castro-Guevaristische ELN-guerrilla een 24-jarige toerist uit Gent van een nachtbus gedwongen en naar het regenwoud meegenomen.

'De Morgen' was erbij

Bij de vrijlating van de jongeman, een half jaar later al en statistisch dus ongewoon snel, was ook deze krant betrokken, ingaand op een eis van de opstandelingen dat een Belgisch medium bij de ontknoping aanwezig zou zijn. Op die manier hoopte het ELN zijn politieke boodschap (tegen de hegemonie van de VS, het grootgrondbezit enzovoort) aan de Belgische publieke opinie over te brengen.

"Maandenlang draaide de diplomatie achter de schermen op volle toeren," getuigde later de moeder van het slachtoffer. "Iedereen legde de nodige geheimhouding aan de dag, familie, vrienden en buren. Wij hebben volledig op de diverse actoren vertrouwd, en uiteindelijk is dat de juiste aanpak gebleken."

Een van de stille hoofdrolspelers was toenmalig volksvertegenwoordiger Lode Vanoost (Agalev), die Colombia in het kader van zijn mandaat eerder al bezocht had. Tot de laatste uren voor de afloop, terwijl zowat niemand in België van zijn missie op de hoogte was, en toen het er even naar uitzag dat alle werk voor niets zou zijn geweest en ook de veiligheidsvoorwaarden extreem precair waren, onderhandelde hij met de guerrilla en haar contactpersonen in een gevangenis in Medellín.

"Onze discretie terwijl die student vastzat, heeft de afhandeling absoluut gemakkelijker gemaakt", blikt Vanoost terug. "Zodoende kon ik de gijzelnemers ervan overtuigen dat het hier een onschuldige man betrof die met de beste intenties naar Colombia gekomen was, en dat het niet om een zoon van bijvoorbeeld een Belgische personaliteit ging. Ik had mijn argument veel minder kunnen uitspelen als de media in groten getale op dit verhaal waren gesprongen."

Met name in een context van een politieke kidnapping (in Colombia was geen sprake van een criminele ontvoering) luidt het ordewoord vertrouwelijkheid. "Alleszins in het begin", zegt Vanoost. "Eenmaal de media-aandacht op gang komt vergroot helaas het uitbuitingspotentieel van de ontvoerde personen."

Ook het om zijn stille diplomatie bekende Sint-Egidiusgenootschap (Sant'Egidio) speelde in Colombia een rol. Via de Italiaanse branche van de katholieke lekengemeenschap kregen de ouders immers te weten dat hun kind in leven was. Sant'Egidio en de andere actoren brachten de ontvoering ter sprake in de aftastende gesprekken richting vrede en bewogen de guerrilla stap voor stap tot een gebaar van goodwill.

Sant'Egidio-woordvoerder Jan De Volder licht toe: "Als er over losgeld wordt gepraat en een ontvoerder krijgt dankzij indiscreties het gevoel dat hij goud in handen heeft, tja, dat maakt de vrijlating moeilijker. Al moet je het geval per geval bekijken. In dossiers die al te lang aanslepen kun je moeilijk anders dan de publieke opinie erbij te betrekken."

Ingrid Betancourt

Toch blijft dat laatste erg riskant: internationale media-aandacht is bijvoorbeeld wat de Colombiaanse politica Ingrid Betancourt overkwam, die door de Farc ontvoerd werd. Dat zij zes lange jaren bij die guerrilla kwijnde, schrijven analisten toe aan alle goedbedoelde deining over haar lot.

Ook Claude Moniquet, voormalig agent van de Franse inlichtingendienst DGSE en oprichter van het Brusselse European Strategic Intelligence and Security Center, zegt dat AzG de juiste keuze maakt.

"Mediatisering belemmert de onderhandelingen en doet ze aanslepen. Bovendien kunnen rivaliserende groepen net door de hoge prijs hun oog op kidnapslachtoffers laten vallen, en veiligheidsrisico's creëren. Soms treden families naar buiten omdat ze bang zijn dat hun naaste vergeten wordt. Nochtans, staten houden zich hier erg serieus mee bezig."

Moniquet ziet nog een andere reden om grote ruchtbaarheid te schuwen: "Als gewapende groepen zien dat hier munt uit valt te slaan, ontstaat er een heuse kidnapmarkt. Precies om dat te vermijden moeten we ook na afloop niet veel over de gevolgde strategie verklappen. Transparantie heb je nodig, te veel transparantie zet de veiligheid op de helling."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234