Maandag 17/01/2022

Ontsporen als kunstvorm

Mooi en lelijk liggen bij Sonic Youth heel dicht bij elkaar

Sonic Youth

NYC Ghosts & Flowers, Geffen.

Built to Spill

Live, City Slang.

The Walkabouts

Train Leaves at Eight, Glitterhouse.

David Thomas & Foreigners

Bay City, Hearthan/Konkurrent.

Marc Ribot Y Los Cubanos Postizos

Muy Divertido!, Atlantic.

De New Yorkse gitaarterroristen van Sonic Youth zijn inmiddels al bijna twintig jaar actief, maar ondanks hun imposante staat van dienst blijven ze hun onalledaagse muzikale vocabulaire steeds verder ontwikkelen. NYC Ghosts & Flowers is, als we de live-cd's, soundtracks, compilaties en talloze nevenprojecten en zijsprongetjes niet meerekenen, hun dertiende langspeler sinds 1982. En laten we er geen doekjes om winden: het is zeker niet hun toegankelijkste.

De jongste jaren brachten de dame en heren overwegend 'moeilijke' instrumentale platen uit op hun eigen label, maar zelfs nu het tijd is voor een officiële opvolger van A Thousand Leaves blijven ze er lustig op los experimenteren. Daarvoor hebben ze de hulp ingeroepen van producer-muzikant Jim O'Rourke, die op twee tracks als bassist te horen is en in het percussieve fluisternummer 'Side2Side' ook een doos elektronische speeltjes laat aanrukken. Wie zat te wachten op catchy popnummers of transparante melodieën, gaat dit keer echter een zware teleurstelling tegemoet. Want hoewel Sonic Youth het op haar nieuwe plaat vrij beknopt houdt (acht tracks, 42 minuten) en veelal herkenbare componenten hanteert, zijn de structuren grillig en weerbarstig.

'Lightnin'', met een atonale trompet, het irritante gezeur van Kim Gordon en zenuwslopend gerammel van onduidelijke origine als ingrediënten, klinkt bijvoorbeeld als free jazz uit de hel. En nummers als 'Free City Rhymes' of 'Small Flowers Crack Concrete' mogen dan beginnen met knap verweven gitaarmotiefjes van Thurston Moore en Lee Ranaldo, ze monden steevast uit in dissonante crescendo's. Maar mooi en lelijk liggen bij Sonic Youth sowieso erg dicht bij elkaar.

De teksten op NYC Ghosts & Flowers zijn tamelijk abstract, maar poëzie en beeldende kunst, gezien door een New Yorkse bril, lijken de voornaamste inspiratiebronnen. De hoesillustratie is een schilderij van William Burroughs en voorts zijn er verwijzingen naar de mystieke dichter D.A. Levy, de subversieve komiek Lenny Bruce en de kunstenaars Joe Branard en Robert Mooney. De spoken word-interventies van Ranaldo in de titeltrack horen tot de sterkste momenten van de plaat. Het tenenkrullende gerijmel van la Gordon in 'Nevermind' ("Boys go to Jupiter to get more stupider / Girls go to Mars, become rock stars") doet echter de meest toegewijde fan vertwijfeld naar het vlugzout grijpen. Alweer een werkstuk met schoonheidsvlekjes dus, dat enkel besteed is aan diehards die de groep al volgen sinds Confusion Is Sex of Bad Moon Rising.

Optredens van Built to Spill - we hebben er twee weken geleden nog een meegemaakt in Berlijn - zijn even intense als zeldzame gebeurtenissen. Spilfiguur Doug Martsch houdt immers niet van toeren en blijft liever bij zijn familie in Idaho. De vier studioplaten die hij de jongste jaren met steeds wisselende begeleiders opnam, behoren echter tot het opwindendste dat de gitaarrock sinds Crazy Horse en Television heeft opgeleverd. Dat blijkt ook uit Live, waarop songs als 'The Plan' en 'Car' zich in de vreemdste en onvoorspelbaarste bochten wringen en Neil Youngs 'Cortez the Killer' twintig minuten wordt uitgesponnen zonder dat de inspiratie op raakt. Passie en vuurwerk op één plastic schijfje: de techniek staat werkelijk voor niets.

Popliefhebbers richten hun oren doorgaans uitsluitend naar de Angelsaksische wereld, maar The Walkabouts hebben genoeg van dat eenrichtingsverkeer. De folkrockband uit Seattle reisde al herhaaldelijk door continentaal Europa, verdiepte zich in de plaatselijke muziekcultuur en heeft nu, zeven jaar na Satisfied Mind, een tweede coverplaat opgenomen, zij het dit keer met uitsluitend vertalingen, bewerkingen en interpretaties van mediterrane, Scandinavische of Centraal-Europese songs. Dat gaat van Mikis Theodorakis tot Françoiz Breut en van Goran Bregovic tot Stina Nordenstam. Opvallend is dat België, net als Duitsland met Blumfeld en Neu!, tweemaal is vertegenwoordigd: The Walkabouts buigen zich niet alleen over Brel (met een iets te brave versie van 'Ces gens-là'), maar ook over 'Wake Me Up Before I Sleep' van dEUS. Train Leaves at Eight, waarop de groep haar nieuwe ritmesectie inspeelt en zich laat assisteren door een tiental gastmuzikanten, is tegelijk een geslaagde en een hartverwarmende cd, waar ook voor Europeanen nog heel wat nieuws op te ontdekken valt. David Thomas staat al 25 jaar lang met beide benen in de Amerikaanse underground en beheerst als geen ander de kunst van het ontsporen. Dat bewees hij als zanger van Pere Ubu, later als kapitein van The Pedestrians en Two Pale Boys en nu als interimbaas van de Deense formatie Foreigners. Bay City is een sinistere songcyclus, gebaseerd op de detectiveromans van Raymond Chandler, waarin de speurder Philip Marlowe centraal staat. Die verhalen worden door de muzikanten op een spannende en sfeerrijke manier verklankt: nu eens zwierig en jazzy, dan weer mijmerend en minimalistisch, maar altijd met de nodige verbeelding. Voeg daarbij de knorrende en piepende eunuchenstem van Thomas zelf en je krijgt een film voor het oor die je af en toe koude rillingen bezorgt.

Gitarist Marc Ribot werkte ooit als begeleider van Tom Waits en Elvis Costello, maar zijn eigen projecten, solo of met vrienden uit de New Yorkse downtown scene, ontvouwden zich doorgaans ergens in de marge tussen rock en jazz. Op zijn 46ste lijkt het succes hem nu toch nog toe te lachen, dankzij zijn eigengereide interpretaties van het werk van Cubaanse componisten als Pedro Flores en Arsenio Rodriguez. Muy Divertido! is zijn tweede cd met Los Cubanos Postizos en ook hier buigt hij nummers, oorspronkelijk geschreven voor de driesnarige tres, om naar zijn ruwe, nonchalante gitaaridioom, al wordt er vandaag wel wat vaker gezongen. Ribot maakt geen aanspraak op authenticiteit: hij amuseert zich met thema's uit de jaren veertig en vijftig, improviseert, lengt de Latijnse ritmen aan met een dosis dwarse rock en zwaait monter met het vlaggetje 'nep-Cubaans'. Het resultaat is niet alleen verrassend toegankelijk, het klinkt ook, zoals de titel belooft, hoogst onderhoudend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234