Zaterdag 18/01/2020

Ontrafeld

Théo van Rysselberghe (1862-1926) is de Belgische neo-impressionist bij uitstek. In 1886 ontdekte de Franstalige Gentenaar de toentertijd revolutionaire stippeltechniek. Het pointillisme was voor hem de gedroomde mogelijkheid om met frisse, ongemengde kleuren helder licht vast te leggen.

RODE JAS

De man in het rood is Emile Verhaeren (1855-1916). De in Sint-Amands aan de Schelde geboren Franstalige schrijver leest gedreven voor uit eigen werk aan zeven peinzende toehoorders. Alle zeven zitten strak in een blauw pak, Verhaeren draagt een opvallend rood colbertjasje. Het rood zou een verwijzing kunnen zijn naar de anarchie, waarvoor de burger Verhaeren - vooral intellectuele - sympathie koesterde. Het rood maakt van hem sowieso de focus van het tafereel. Zijn knokige hand is bovendien zowat het middelpunt van het schilderij.

TOEHOORDERS

De scène geeft een beeld van de wekelijkse bijeenkomsten ten huize van Verhaeren rond 1900 in Parijs. De toehoorders zijn niet de eersten de besten: het is de avant-gardekring, waarin Verhaeren en zijn vriend Van Rysselberghe vertoefden. Uiterst links zit bioloog en atheïstisch filosoof Félix Le Dantec. Uiterst rechts zit Maurice Maeterlinck, die net als Verhaeren naar school was gegaan in het Gentse jezuïetencollege Sint-Barbara. Beiden waren in 1911 genomineerd voor de Nobelprijs Literatuur. Maeterlinck kreeg hem. De man met snor die op zijn hand leunt, is schrijver André Gide, de man die we op de rug zien is schilder Henri-Edmond Cross. Tegen de schoorsteenmantel staat Félix Fénéon, kunstcriticus en promotor van het neo-impressionisme.

KUNST

Van Rysselberghe heeft het ambitieuze schilderij (181 bij 241 cm) in zijn Parijse atelier afgewerkt, maar Verhaerens studeerkamer in de Parijse voorstad Saint-Cloud heeft model gestaan. Dat Verhaeren een belezen man was, bewijzen de boekenmolen links en de boekenkast rechts. Artistiek was hij een fijnproever: op de boekenmolen staat een beeldje van Rodin. Op de schoorsteenmantel prijkt een van de iconische beelden van Georges Minne en daarnaast hangt een foto van James Whistlers Portret van Thomas Carlyle.

POINTILLISME

Het schilderij is grotendeels uitgevoerd in pointillisme. In 1886 had Van Rysselberghe Dimanche à la Grande Jatte van Georges Seurat in Parijs gezien en was overtuigd dat alleen de stippeltechniek het licht kon vangen. In het pointillisme worden verfstipjes in ongemengde kleuren naast elkaar op het doek aangebracht. De werking van de menselijke hersenen maakt dat er toch kleurmenging wordt waargenomen. De lezing is een eerbetoon van Van Rysselberghe aan Verhaeren, die in België een van de eerste verdedigers van Seurat was.

Het schilderij hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. www.mskgent.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234