Maandag 03/08/2020

Ontrafeld: het mysterie van het Russische luchtafweersysteem in een loods in Schoten

Bijna negen jaar nadat de Belgische politiediensten tot hun stomme verbazing een gesofistikeerd Russisch luchtafweersysteem ontdekten in een loods in Schoten, vallen de puzzelstukjes eindelijk in elkaar. Het ging om een geheime operatie van de Israëlische inlichtingendienst, de Mossad.

Georges Timmerman

Op vrijdag 13 januari 1995 deden speurders van de toenmalige BOB de ontdekking van hun leven. Op basis van een tip trokken ze naar een loods van het expeditiebedrijf Atramef in de Metropoolstraat in Schoten. Onder een zeil vonden ze een gepantserd militair rupsvoertuig van Russische makelij van het type Rangir. Het vehikel was volgestouwd met elektronica en technologische snufjes. Het was een gesofistikeerd commandovoertuig en vuurgeleidingssysteem MP-22-E voor S-300-raketten, de Russische tegenhanger van de befaamde Amerikaanse Patriot-luchtafweerraket.

Het systeem heeft een reikwijdte van 90 kilometer en is bedoeld als verdediging tegen vijandige vliegtuigen, ballistische projectielen, Scuds en kruisraketten. De MP-22-E was het spitstechnologische neusje van de zalm en op de internationale wapenmarkt het meest begeerde kroonjuweel van de Russische strijdkrachten.

De speurders stonden voor een raadsel. Inbeslaggenomen documenten leerden dat eerder al verschillende delen van zo'n mobiele lanceerbasis vanuit Rusland via Antwerpen naar het Midden-Oosten waren verscheept. Een volledig wapensysteem bestaat uit een commandopost, een radartruck, een of meer lanceerbuizen, andere vrachtwagens voor telecommunicatie en logistieke steun en - natuurlijk - de raketten zelf. De tipgever beweerde dat er in de Antwerpse haven zo'n Russische raket in transit lag, klaar om met een vervalst end user-certificaat verstuurd te worden naar een land in het Midden-Oosten. De bijbehorende raketten werden echter nooit gevonden in Antwerpen.

Op de transportdocumenten werd het voertuig omschreven als een 'communicatievrachtwagen', komende uit Sint-Petersburg en bestemd voor de haven van Manama, de hoofdstad van Golfstaat Bahrein. Twee hypotheses deden de ronde. Ofwel was het tuig bestemd voor Saddam Hoessein en ging het om een illegale wapensmokkel, want tegen Irak gold een VN-wapenembargo. "Wishful thinking", luidde echter de commentaar van het Antwerpse parket. Ofwel was het voertuig aangekocht door de Amerikaanse firma BDM International, een onderdeel van de Carlyle Group, een machtige investeringsbank. BDM hield zich bezig met het opkopen van hoogtechnologische wapens, om ze vervolgens te demonteren en de verworven knowhow te verkopen aan het Pentagon. Zaakvoerder van BDM was Frank Carlucci, voormalig minster van Defensie en gewezen onderdirecteur van de CIA.

Eerder had BDM in Wit-Rusland in het geheim drie complete lanceerinstallaties gekocht voor rekening van de militaire inlichtingendienst van het Pentagon. De onthulling van die operatie door het gespecialiseerde wapentijdschrift Jane's veroorzaakte toen een diplomatieke rel tussen Moskou en Minsk. De Amerikanen waren erg geïnteresseerd in het Russische wapensysteem. Door het te ontmantelen waren ze in staat de zwakke plekken ervan te ontdekken en tegenmaatregelen te ontwikkelen in hun eigen vliegtuigen.

Van smokkel was volgens de zaakvoerder van het Antwerpse expeditiebedrijf geen sprake. "Dit voertuig stond al enkele maanden bij ons", verklaarde hij aan de krant Le Soir. "Eerder hebben we twee of drie gelijkaardige voertuigen ontvangen. Wij wachten tot onze cliënt, een gevestigde Amerikaanse firma, ons de eindbestemming van de lading meedeelt. Maar voor de vorige voertuigen was de eindbestemming telkens een bevriend land."

Van het gerechtelijk onderzoek in Antwerpen werd niets meer vernomen. Pas nu, ruim acht jaar later, kunnen de puzzelstukjes in elkaar gelegd worden en wijst alles in de richting van de Israëlische geheime dienst Mossad. Net als de VS was ook Israël erg geïnteresseerd in dit staaltje van Russische toptechnologie, omdat verwacht werd dat aartsvijand Syrië of andere Arabische landen (zoals Egypte of Iran) vroeg of laat over dergelijke raketsystemen zouden beschikken. De deal bestond erin dat Kroatië een volledig lanceersysteem kocht, maar de raketten voor zich hield, terwijl de technologisch waardevolste onderdelen, onder meer het commandovoertuig, stiekem naar Israël werd doorgesluisd.

"Meer nog dan tijdens de Koude Oorlog", schreef Johan Peleman, directeur van de Internationale Vredesinformatiedienst Ipis in NoordZuid Cahier over de smokkeloperaties naar Kroatië en Bosnië-Herzegovina, "is illegale wapenhandel een proefterrein voor avonturiers van allerlei slag. Vaak worden ze bijgestaan of onder de arm genomen door geheime diensten, overheidsdepartementen of diplomaten om ingewikkelde netwerken tot stand te brengen. Zo kan vermeden worden dat bij een mogelijke ontdekking van een lading wapens de ware opdrachtgevers, financiers, cliënten of tussenpersonen gevonden worden. De schaarse gerechtelijke onderzoeken die het gevolg zijn van een toevallige onthulling slagen er slechts zelden in de contouren van deze netwerken bloot te leggen."

In juni 1994 tekende de toenmalige Kroatische minister van Defensie Gojko Susak, een medestander van de Kroatische president Franjo Tudjman, een contract voor de levering van een S-300-lanceersysteem en 24 raketten, afkomstig uit Oekraïne. De sterke man achter de schermen voor Kroatië was generaal Vladimir Zagorec. Het contract had een globale waarde van 230 miljoen dollar. Het Kroatische leger tekende de overeenkomst met de firma Winsley Finance, vertegenwoordigd door de Tsjechische wapenhandelaar Petr Pernicka. Als tussenpersonen fungeerden de omstreden Kroatisch-Bosnische zakenman-wapenhandelaar Zvonko Zubak en de Duitse zakenman Josef Rothaichner.

Kroatië was op dat moment verwikkeld in de oorlog in ex-Joegoslavië en was daardoor sinds 1991 onderworpen aan een internationaal wapenembargo van de VN, maar het is bekend dat de Amerikaanse regering onder president Clinton een oogje dicht kneep voor clandestiene wapenleveringen aan tegenstanders van de Serviërs.

Over de identiteit van de verkopende partij werd op professionele wijze een dikke laag mist gespoten. Winsley Finance staat geregistreerd op de Britse Kanaaleilanden en controleerde via de Praagse firma Nordic Line de Tsjechische firma Agroplast, een naam die ook in een aantal andere dossiers van illegale wapenhandel opduikt. Agroplast leverde onder andere MiG-straaljagers aan Noord-Korea en Mi-8 gevechtshelikopters en andere Russische wapens aan het Kroatische leger.

Wie zich achter die constructie verschuilt is onduidelijk, maar volgens sommige bronnen zou het gaan om de Russische wapenhandelaar Arkadi Gaydamak. Hij kreeg, samen met Pierre Falcone en Jean-Christophe Mitterrand, bekendheid als spilfiguur in het Franse schandaal rond wapenleveringen uit Oost-Europese stocks aan de Angolese regering in ruil voor petroleumcontracten, een affaire die bekendstaat als 'Angolagate'. Gaydamak bezit ook de Israëlische nationaliteit en beschikt over zeer goede contacten met de Mossad. Sinds er op vraag van de Franse justitie een internationaal aanhoudingsmandaat tegen hem loopt, houdt Gaydamak zich schuil in Israël, waar hij blijkbaar kan rekenen op hoge bescherming.

Onderdelen van het raketsysteem arriveerden per vliegtuig in Kroatië in de loop van 1994 en 1995. De radarstations en commandopost arriveerden echter nooit, volgens Kroatische bronnen omdat de betalingen geen gelijke tred hielden met de leveringen. Zou het kunnen dat het voertuig dat begin 1995 ontdekt werd in Antwerpen tot de Kroatische bestelling behoorde, en maar meteen werd afgeleid naar Israël?

Hoe dan ook, tijdens een militaire parade in Zagreb in 1995 kon het Kroatische leger uitpakken met haar nieuwe S-300-raketten. De show vervulde de Kroaten met gepaste trots en joeg de Serviërs de stuipen op het lijf, maar de Kroatische leiders wisten perfect dat de peperdure raketten zonder het besturings- en commandosysteem volstrekt onbruikbaar waren. Daarna werden de nutteloze tuigen vergeten en sindsdien liggen ze stof te verzamelen in een legermagazijn in de buurt van Knin.

In juli 2001 volgde de officiële bekendmaking door de Israëlische luchtmacht dat Israël 'countermeasures' had ontwikkeld tegen het Russische S-300-raketsysteem, technieken dus om het systeem te ontregelen of te bedotten. Meteen werd ook toegegeven dat Israël van Kroatië tijdens het regime van Tudjman essentiële onderdelen van het raketsysteem had gekregen, inclusief de radar, een commandovoertuig, het vuurgeleidingssysteem en andere componenten, wat Israël in staat stelde om het systeem te bestuderen en verdedigingsmethodes te ontwikkelen.

Volgens Kroatische bronnen kochten de Israëli's het wapensysteem via de Israëlische firma Nevada Trade uit handen van Winsley Finance. Ze verklaarden dat het systeem werd ontmanteld, waarbij Kroatië de raketten behield en Israël de commandovoertuig en de andere technologische componenten verkreeg.

"De Israëlische luchmacht begon zich in het midden van de jaren negentig voor te bereiden op de S-300", verklaarde een Israëlische woordvoerder. "Delegaties bezochten S-300-basissen in Rusland en andere landen om het systeem te bestuderen."

De deal met Israël werd geregeld door de Kroatische vice-minister van Defensie Vladimir Zagorec, die verantwoordelijk was voor de militaire samenwerking tussen Jeruzalem en Zagreb. Generaal Zagorec werd inmiddels, samen met een reeks andere hoge Kroatische officieren, in zijn land in beschuldiging gesteld vanwege zijn rol in een grootscheepse fraude met fondsen van het ministerie van Defensie. Het internationaal Joegoslavië-tribunaal in Den Haag heeft eveneens een onderzoek geopend tegen hem wegens mogelijke oorlogsmisdaden.

De Kroaten hebben uiteindelijk slechts 30 van de 230 miljoen dollar betaald. De Duitser Rothaicher, die optrad als financier van de verkoop van het raketsysteem, was een pakket aandelen beloofd in de luchthaven van Rijeka en in overheidsbedrijven die eigenaar zijn van toeristische hotels aan de Kroatische kust. Maar de geplande privatiseringen werden stopgezet en de Duitser kreeg niets. De opvolgers van president Tudjman zaten bijgevolg met een dilemma. Wat moesten ze aanvangen met de nutteloze raketten, waarvoor nooit volledig was betaald? Doorverkopen aan een ander land, bijvoorbeeld Israël, zoals wijlen ex-president Tudjman in 1999 suggereerde, was uitgesloten.

Defensieminister Jozo Rados verklaarde dat de Kroatische regering overwoog om de tuigen terug te geven aan de vorige eigenaar, maar kon niet preciseren wie die vorige eigenaar dan wel was. "De regering van premier Ivica Racan weet niet wie het S-300-systeem aan Kroatië heeft geleverd", schreef het weekblad Nacional in 2000. "noch waarom de radarstations, commandopost en andere essentiële elementen ontbreken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234