Woensdag 18/09/2019

Interview

Ontmoet de Grootouders voor het Klimaat: ‘Ik lust nog graag een stukje vlees, maar mijn rollator verbruikt niets’

Bernard Hubeau, covoorzitter, professor en gewezen ombudsman: ‘Zo veel solidariteit tussen oud en jong, dat heb ik nog nooit meegemaakt.’

Het voorbije half jaar kon u ze langs de kant van de weg zien staan, overal waar de klimaatspijbelaars protesteerden: de Grootouders voor het Klimaat. Geduldig stonden ze te wachten op hun betogende kleinkinderen, om zich vervolgens bij hen aan te sluiten en hun een duwtje in de rug te geven. Als de jonge garde straks aan een nieuwe ronde klimaatacties begint, zullen ze weer op post zijn, geruggensteund door fonkelnieuwe ambassadeurs.

Eén van de opvallende namen op de lijst van ambassadeurs: Jan Peumans, erevoorzitter van het Vlaams Parlement en trots lid van de N-VA, de partij die erom bekendstaat de klimaatactie niet bepaald een warm hart toe te dragen.

Ik las dat u ooit ging betogen tegen de cementindustrie, en tegen de aanleg van een snelweg in natuur-gebied. Geef maar toe: u bent eigenlijk een geitenwollen sik.

Peumans: “De Grootouders voor het Klimaat hebben een manifest gepubliceerd, ik heb dat gelezen en onderschrijf dat we zo snel mogelijk met een ambitieus plan moeten komen om het klimaat te redden.”

Maakt u zich zorgen over het lot van uw kleinkinderen?

Peumans: “Natuurlijk maak ik mij zorgen. Maar ik ben wel van het principe: ‘Begin bij uzelf.’ Ik heb als parlementsvoorzitter te veel met de auto gereden, en nu probeer ik dat te compenseren: ik neem sneller de fiets, doe autostop en neem zo vaak als ik kan de trein. Al vergt dat wel grote inspanningen. Ik moet binnenkort in Nieuwpoort zijn: dat is een serieuze onderneming die drie, vier uur duurt. Maar op de trein kun je tenminste lekker ontspannen lezen. En misschien kom ik wel een oude bekende tegen die ik al twintig jaar niet meer heb gezien.”

Hoorde ik u zeggen dat u autostop doet?

Peumans: “Ah, ja. Als ik mijn aansluiting in Tongeren dreig te missen, ga ik aan de kant van de weg staan en steek ik mijn duim op. Dat gaat goed.”

Stoppen ze?

Peumans: “Altijd. Laatst gooiden ze met drie tegelijk de remmen dicht. Vervelend: ik heb er twee moeten wegsturen. Maar ik vind het erg prettig, want dan leer ik nieuwe mensen kennen. Ik heb vroeger, in mijn jonge jaren, vaak gelift, en op mijn oude dag doe ik dat opnieuw.”

Gaat u soms op reis met het vliegtuig?

Peumans: “De laatste keer zijn we naar Portugal gegaan. Wanneer? Ik denk tijdens de paasvakantie. Ik vind dat erg, maar ik ga me ook niet schuldig voelen voor elke verplaatsing. Ik betaal altijd een compensatie en voor 80 euro naar Carcassonne vliegen met Ryanair is natuurlijk belachelijk. Allee, dat is toch niet vol te houden? Vliegen is veel te goedkoop, de maatschappijen betalen nog altijd geen taksen op kerosine, terwijl treintickets duur zijn: dat is oneerlijke concurrentie. Voor afstanden onder de 600 kilometer vind ik dat je sowieso beter de trein neemt. Al heb ik makkelijk praten: als 65-plusser kan ik goedkoop sporen.”

Hoe prettig vinden uw partijgenoten het dat u zich achter Grootouders voor het Klimaat schaart?

Peumans: “Moet ik daar misschien van wakker liggen? Ik slaap niet altijd even goed, maar ik ben gepensioneerd en dus een – hoe heet dat? – vrije mens. Ik hoef me niet te verantwoorden. Ik heb er geen minuut over getwijfeld, ik doe dat gewoon. Tussen ons gezegd en gezwegen: ik vind de startnota van Bart De Wever weinig ambitieus. We moeten ons stilaan realiseren dat we een grote omslag moeten maken. Punt.”

Dat Grootouders voor het Klimaat voortvloeit uit GroenPlus, de seniorenwerking van Groen, maakt u niet uit?

Peumans: “Totaal niet. Ik ben gaan spreken op de zomerdagen van de groenen: ik was daar als enige niet-groene uitgenodigd.”

Uw partij trok in de laatste maanden voor de verkiezingen de kaart van het ecorealisme. Was dat een electorale strategie?

Peumans: “(lacht luid) Wat denk je nu zelf? De ene noemde zich ecorealist, de andere eco-optimist. Wees maar gerust dat veel N-VA’ers het er niet mee eens waren. Maar goed, ik heb me daar als parlementsvoorzitter weinig mee gemoeid: als de partij zichzelf ecorealistisch vindt, moet zij dat weten. Dat ze dat rekeningrijden van de ene dag op de andere hebben laten vallen, snap ik niet. Het zal toch opgelegd worden door Europa. En terecht.”

Tot slot: hoe hebt u het wedervaren van Anuna De Wever op Pukkelpop beleefd? Ze werd uitgejouwd in de boiler room.

Peumans: “(kwaad) Spreek mij daar niet over, want dan word ik weer kwaad. Dat die meisjes belaagd worden valt op geen enkele manier goed te keuren. En dat die extreme figuren de Vlaamse Leeuw misbruiken, kan ik niet aanvaarden. Maar die mevrouw van de Jongsocialisten die de strijdvlag als collaboratievlag omschrijft, moet eerst haar geschiedenis leren, en dan pas spreken. Ik hijs die vlag vaak bij mij thuis. Wel, ik keur de collaboratie ten strengste af.”

Toont het Pukkelpop-incident niet aan dat politici beter op hun woorden moeten letten?

Peumans: “Dat weet ik niet. Maar dat er 4 ton voedsel is achtergebleven op Pukkelpop, is toch ook een aanfluiting? Ook dat is slecht voor het klimaat: men heeft er energie in gestoken om dat eten te bereiden, en nu belandt het zomaar in de vuilnisbak.”

Hebt u sympathie voor Anuna De Wever en de klimaatspijbelaars?

Peumans: “Dat ze in actie komen vind ik prima, maar ik heb een serieus probleem met dat spijbelen. Ik vind het een slecht signaal voor jongeren die schoolmoe zijn. Spijbelen is een serieus probleem, dat weet u toch? En bovendien is het wettelijk verboden. Ik heb als scholier ook betoogd – voor Leuven Vlaams en tegen de sluiting van de mijnen – maar altijd met toestemming van de directeur. Anuna was beter gewoon naar school blijven gaan en had haar medeleerlingen beter overtuigd tijdens de les.”

Veel schade hebben die spijbeldagen niet aangericht: ze was geslaagd.

Peumans: “Was ze erdoor? Des te beter.”

De oma van Anuna De Wever: ‘Ik ga niet hypocriet doen: ik lust nog graag een stukje vlees. Maar mijn rollator verbruikt niets’

Voor u en ons is ze Lydie Van der Heyden, maar Anuna De Wever mag gewoon ‘oma’ zeggen. Dat ze haar kleindochter door dik en dun steunt, zagen we al op 15 maart, toen ze, ondanks haar vijfentachtig jaar, meeliep in de wekelijkse klimaatmars.

Lydie Van der Heyden: “Meelopen is een groot woord: ik werd geduwd in mijn rolstoel. Maar die dag heeft me diep ontroerd. Ik ben fier op Anuna, maar ook op Kyra en Greta en alle andere kinderen die mee aan de wieg van deze beweging staan. Ze hebben duizenden jongeren enthousiast kunnen maken voor de gedachte dat er iets moet gebeuren, dat we geloof moeten hechten aan wat de wetenschappers ons zeggen en er onze levenswijze naar moeten richten. Ik ben beschaamd dat mijn generatie nooit zelf op die gedachte is gekomen. We hebben onze ogen niet bewust gesloten, maar we hebben ons leven geleefd, zonder erbij stil te staan. We hoorden wel wat over de klimaatvergaderingen in Rome (Club van Rome, opgericht in 1968, red.), maar we vonden het veel blabla. We wisten dat er toch niets van zou komen. Je denkt: ‘Het zal mijn tijd wel duren.’ Dat is de fout van mijn generatie geweest.”

Zijn uw vrienden en vriendinnen intussen al om?

Van der Heyden: “Er zijn er zeker die de klimaatbeweging steunen. Ik krijg geregeld telefoontjes van mensen die hun bewondering uitdrukken: ‘Bent u de oma van Anuna?’ Maar andere generatiegenoten geloven er niet in. ‘Er zijn vroeger ook ijstijden en hittegolven geweest’, zeggen ze. Ik doe geen poging om hen op andere gedachten te brengen: mensen van mijn ouderdom kun je niet veranderen.”

Hebt u uw leven al aangepast?

Van der Heyden: “Wat valt er aan te passen? Mijn rollator verbruikt niets. Maar ik wil niet hypocriet doen: ik eet wel nog graag een stukje vlees. Dat zal ik niet laten.”

Uw kleindochter is een internationale klimaatactiviste geworden. Had u dat altijd al in haar gezien?

Van der Heyden: “Toen ze me de eerste keer over haar plannen kwam vertellen, was ik helemaal niet enthousiast. Ik heb haar gezegd: ‘Ik denk dat ik veel verdriet zal hebben, Anuna, als je daar zoals Greta in je eentje ergens buiten aan het parlement gaat zitten.’ Ik dacht dat geen levende ziel zich ervoor zou interesseren. Maar de eerste keer waren ze met drieduizend mensen en een paar weken later stonden er dertigduizend. Ik had me zorgen gemaakt om niets. Ik zou zelfs durven te zeggen dat die kinderen een profetische rol spelen. In de geschiedenis van de mensheid zie je geregeld dat er profeten opstaan. Zij zien dingen die de grote massa niet ziet. Ze wijzen de richting aan waar we naartoe moeten.”

Met profeten loopt het niet altijd goed af.

Van der Heyden: “Ik maak me soms wel ongerust over haar veiligheid, ja.”

Op de wei en de camping van Pukkelpop ging het er hard aan toe.

Van der Heyden: “Ja, maar dat maakt me niet zo angstig. De jongeren bij dat incident waren misschien drugsverslaafd of hadden te veel gedronken. Ik heb veel meer angst voor mensen die met ziekelijke gedachten rondlopen en dan onherroepelijke dingen doen. Maar ik wil Anuna niet bang maken. Ik wil haar vooral vertrouwen geven. Vertrouwen in haar omgeving – geloof me, de meeste mensen zijn goed – en in zichzelf. Ze is ongelooflijk sterk.”

Maar het was geen eenvoudig jaar voor haar. Denkt u nooit: ‘Had ze dat klimaat redden maar aan iemand anders overgelaten’?

Van der Heyden: “Iemand moet het doen, hè. Maar het heeft veel van Anuna gevergd. Ik heb het zelf gezien: ze is bijwijlen héél moe geweest. Ook omdat ze intussen moest studeren. Die laatste maanden, met dat spijbelen, heeft ze zeker dingen gemist. Maar in ruil heeft ze zoveel levenswijsheid meegekregen. Daarvan zal ze haar hele leven de vruchten plukken.

“Ik heb ook sporen van verdriet gezien. Ze is door veel mensen gekwetst. Als oma doet het me pijn als ik zie hoe mijn kleindochter soms wordt aangepakt. Maar ik kan zoiets ook makkelijk relativeren. Wat een mens ook doet, er zullen altijd mensen zijn die met je meeleven, en anderen die je afkraken. Maar ik heb gemerkt dat Anuna en de andere meisjes dat met veel waardigheid dragen. Ze stellen zich boven de politiek en proberen alle mensen erbij te betrekken: jong, oud, religieus of niet... Dan denk ik: ‘Het komt allemaal goed.’”

Denkt u?

Van der Heyden: “Het zal wel moeten. Ik las onlangs over de wegsmeltende gletsjers in IJsland. Ik zag jongeren gedenkplaatjes aanbrengen op de plek waar die gletsjers honderden jaren gelegen hebben. We kunnen er niet meer naast kijken.”

Anuna ging de voorbije zomer op vakantie naar Schotland, om er te wandelen in de natuur. Heeft ze die liefde voor de natuur van u geërfd?

Van der Heyden: “Zeker weten. Ik heb een piepkleine stadstuin, maar voor mij is het een bron van geluk. Wij hebben met het gezin ook altijd veel gewandeld. We maken nog elk jaar een grote wandeling door het Zoniënwoud, op de verjaardag van mijn man, die helaas is overleden. Mijn lieve kinderen en kleinkinderen duwen me dan in de rolstoel door het woud. Dat is heerlijk.”

Gaat u mee maar de volgende klimaatmars?

Van der Heyden: “Ach, het is altijd een hele onderneming om die rolstoel tot in Brussel te krijgen. Misschien is het beter als ik de jongeren van een afstand blijf steunen. Het is de omgekeerde wereld: piepjonge mensen moeten het nu in onze plaats doen. Maar ze zullen er ook de rijkdom van meedragen, hun leven lang. En ze zullen zo trots mogen zijn op zichzelf. Daar ben ik blij om.”

Bernard Hubeau: ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt’

Youth for Climate wordt in goede banen geleid door Anuna De Wever en tot voor kort Kyra Gantois, maar bij de Grootouders voor het Klimaat klinken de namen minder nieuwerwets: Bernard en Hugo.

Bernard Hubeau, covoorzitter, professor en gewezen ombudsman: “We zagen soortgelijke bewegingen in het buitenland en in Wallonië, en we konden niet achterblijven. Op 25 januari hebben we Grootouders voor het Klimaat in het leven geroepen. Samen met Hugo Van Dienderen (ex-VRT-journalist en oud-Groen-politicus, red.) neem ik het voorzitterschap waar.”

De Grootouders zijn gegroeid uit GroenPlus. Is de klimaatbeweging dan toch niet zo apolitiek als ze zelf beweert?

Hubeau: “We willen echt onafhankelijk zijn. Daarom hebben we nu ambassadeurs gezocht, die ons moeten helpen dat duidelijk te maken. Ze komen uit alle mogelijke sectoren: Jan Hautekiet, Kristien Hemmerechts, Wim Distelmans, Jean Paul Van Bendegem... En ja, sommige ambassadeurs hebben een politieke achtergrond. Het argument dat we politiek gekleurd zouden zijn vind ik onrechtvaardig. Het klimaat is een thema dat vooral door ecologische partijen en bewegingen wordt gekoesterd, dat is evident. Maar sinds de marsen zien we duidelijk hoe het nu de hele samenleving beroert.”

Hoelang bent u al met het klimaat bezig?

Hubeau: “Al lang. Toen ik eind jaren 90 aan de slag was als ombudsman – eerst voor Antwerpen, daarna voor heel Vlaanderen – kregen we al veel klachten binnen die te maken hadden met het leefmilieu en wat ik ‘de verrommeling van de ruimte’ noem. Thuis rond de keukentafel is het klimaat ook altijd een gespreksonderwerp geweest. Dat er vier bio-ingenieurs onder mijn kinderen en hun partners zijn, zal daar wel iets mee te maken hebben. Ik ben zeker geen klimaatspecialist, maar dat hoef je niet te zijn om te snappen hoe nijpend het probleem is.”

Met de Grootouders liepen jullie mee op elke mars van Youth for Climate.

Hubeau: “Wij stonden hen altijd ergens op het parcours op te wachten. Dan zag je de jongeren verrast kijken: ‘Ah, de oudjes doen ook mee!’ (lacht) En we kregen honderden high fives. Zoveel solidariteit tussen oud en jong, dat heb ik nog nooit meegemaakt.”

Kijk u soms met afgunst naar die piepjonge generatie? Zij zijn erin geslaagd het klimaat op de agenda te krijgen.

Hubeau: “Ik heb alleen maar bewondering. De klimaatmeisjes hebben veel bereikt, maar nu moeten we zorgen dat de aandacht niet verslapt. Daar willen we hen bij helpen. Het is vreselijk hoe hard de samenleving voor hen is. Natuurlijk kun je je afvragen of spijbelen de beste methode was, maar het heeft er wel voor gezorgd dat ze in de media zijn gekomen en zo veel aandacht hebben gekregen.”

Bent u geschrokken van wat zich op Pukkelpop heeft afgespeeld?

Hubeau: “Ik vond het heel akelig, ja. Homo homini lupus: de ene mens is een wolf voor de andere. Dat is niet de samenleving waar wij naar streven. Op de Facebook-groep van de Grootouders voor het Klimaat komt ook kritiek binnen, maar die aanvallen zijn minder persoonlijk. We schuiven die kritiek niet zomaar opzij, maar bespreken elk argument op onze maandelijkse vergadering. Je kunt niet verwachten dat iedereen meteen mee op de kar springt. We moeten luisteren naar de mensen die op het platteland wonen en geen alternatief hebben voor hun auto. Ze zeggen vaak dat mijn generatie de schuld voor de problemen draagt. Oké, het is uit de hand gelopen, maar nu moeten we, ook als ouderen, onze verantwoordelijkheid nemen.”

Voelt u zich dan niet een béétje schuldig voor het ongebreidelde plunderen van onze planeet, zonder te denken aan later?

Hubeau: “Niet iedereen denkt en doet hetzelfde. We hebben het onderschat, maar over veel negatieve effecten is het inzicht pas met de jaren gekomen. Asbest en plastic werden ooit onthaald als dé wonderoplossingen. Nu zien we waartoe het heeft geleid. En de overconsumptie is vreselijk. Of die trend van online bestellen en terugsturen. Wij proberen daar met ons gezin niet aan mee te doen.”

Hebt u zelf de klimaatriem al aangehaald?

Hubeau: “Een paar jaar geleden hebben we de switch gemaakt naar autodelen: dankzij een familiaal deelsysteem wordt de wagen nu door drie gezinnen gebruikt. Ik gebruik hem alleen nog als het me echt niet lukt om het openbaar vervoer of de fiets te nemen. Ik heb mezelf al verbaasd over hoe consequent ik erin ben geworden. Ook over vliegen denk ik nu twee keer na. Ik heb de voorbije tien jaar lesgegeven aan de universiteit en daar wordt een vliegticket onder een bepaalde afstand niet meer terugbetaald. Er is echt wel een evolutie.”

Ook bij uw generatiegenoten?

Hubeau: “Après nous le déluge? Dat is nog niemand me komen zeggen. We hebben met de Grootouders al actiegevoerd op markten en daar merken we bij onze leeftijdgenoten soms onverschilligheid. Ook de angst leeft: ‘Wat zullen we moeten afgeven?’ Het mag zeker geen verhaal van taksen worden. Nu staat onze samenleving in dienst van de economie, terwijl het omgekeerd zou moeten zijn. Die boodschap is soms moeilijk over te brengen, maar we hebben nu mooie powerpointpresentaties, waarmee we langs ouderverenigingen en woonzorgcentra gaan.”

Jullie leden zijn niet meer van de jongsten. Hebben jullie nog de fut om door te gaan?

Hubeau: “Absoluut. Na twintig marsen is er nog niets te merken van moeheid of stramme gewrichten. Integendeel, in september zijn er een heleboel acties die we graag willen ondersteunen. Ze uit de grond stampen laten we aan de jongeren over. Zij durven nog out of the box te denken.”

Reinhilde Decleir: ‘Hoe sommige politici die jonge meisjes op hoongelach onthalen, dat is verschrikkelijk.’

Mocht ook niet ontbreken als ambassadeur van de Grootouders: Moemoe uit Van vlees en bloed, de rol waarmee Reinhilde Decleir het op haar zestigste tot BV schopte.

Reinhilde Decleir: “Ik ben opgegroeid met de natuur als speeltuin. We woonden in een dorp, vlak tegenover een park. Nu is dat bebouwd, maar toen zat je meteen in de weides, waar we meikevers gingen vangen. Of we gingen zwemmen in de Schotense vaart, tussen de waterlelies en de moerasplanten. De seizoenen waren nog écht seizoenen: zwoele zomers met om de andere dag een onweer, en meedogenloze winters met breugeliaanse sneeuwtapijten.

“Nu zijn mensen vervreemd van de natuur. Dat is niet nieuw, het is al even aan de gang: mijn zoon is intussen veertig, maar toen hij als kleine jongen met de klas naar de kinderboerderij ging, brak er haast paniek uit bij sommige kinderen: ‘Help! Gras!’ Hoeveel kinderen denken vandaag niet dat melk uit een karton komt, in plaats van uit een koe?”

U bent bang dat met die kennis van de natuur ook de bekommernis erom verdwijnt.

Decleir: “Ik vang soms rare dingen op van jongeren op café. Dat ze die hittegolven best plezant vinden. Ze lijken zich geen zorgen te maken als het wekenlang niet regent. Ik zit ook niet te juichen als het drie dagen na elkaar regent, maar we hebben het wel nodig. Dat bewustzijn is niet bij iedereen even groot.”

En intussen staat het Amazonewoud, de long van onze planeet, in de fik.

Decleir: “Van dat soort berichten krijg ik een brok in de keel. Net zoals van berichten over vluchtelingen die op een schip verkommeren. Mensen in nood laat je toch niet stikken? En dat doen ze met de natuur ook. Ik word er koleirig van.”

Zet u die colère ook om in daden?

Decleir: “Maar dat doe ik al! Bij Tutti Fratelli, mijn theatergezelschap, maak ik al jaren voorstellingen met mensen in armoede. Ook bij hen is het klimaat een gespreksonderwerp. Het bewustzijn is niet altijd even groot, maar wat wil je? Er zitten twee jongens bij ons gezelschap die allebei zot zijn van auto’s. Als je tegen hen over autotaksen begint, vliegen ze tegen het plafond: ‘Voor de rijkeluiskindjes is het makkelijk!’ Ze hebben natuurlijk gelijk: ze zijn bang dat zij weer de dupe zullen worden. Er wordt vaak gekakt op mensen in armoede – ‘ze willen niet werken’, ‘ze zijn lui’ – maar zij zijn wel de kleinste vervuilers. Ze hébben niets. Ik las een mooi artikel over een vrouw in armoede die vertelde hoe ze verdacht werd van sluikstorten, omdat ze niet elke week een blauwe vuilniszak buiten had staan. We zouden jaloers moeten zijn op hun kleine ecologische voetafdruk.”

Hoe groot is de uwe?

Decleir: “Ik loop al jaren met herbruikbare zakken naar de winkel, omdat ik geen plastic wil. Ik eet wel nog altijd vlees – minder dan vroeger – maar ik denk niet dat ik daarmee een grote zonde bega. Er is hier een heel goede slager in de buurt, maar hij stopt alles in plastic potjes en pakjes. Dat haat ik. Vroeger haalde je bij Jeanneke van de groentewinkel alle ingrediënten voor in de preisoep en die werden gewoon in krantenpapier verpakt.

“Een auto heb ik nooit gehad. Nadat mijn broer Dirk was verongelukt wilde ik niet meer rijden. Sindsdien gebruik ik voor alles de fiets of het openbaar vervoer. Soms, als ik op zondag naar de bossen wil, mis ik die auto wel. ’s Zondags raak je met het openbaar vervoer niet overal.”

Gaat u straks ook betogen?

Decleir: “Ik heb in mijn leven al veel betoogd, maar ik doe het niet graag. Ik hou niet van massa’s. Ook niet van festivals en gemeenschappelijk gejuich – ik vind het zo weinig geloofwaardig. Maar ik wil de klimaatjongeren wel steunen – Anuna De Wever en Greta Thunberg en alle anderen. Hoe sommige politici die jonge meisjes op hoongelach onthalen, dat is verschrikkelijk. Daarom heb ik ook toegezegd om ambassadeur te worden. Net zoals ik hier, bij Tutti Fratelli, de mensen in armoede bescherm, wil ik ook een beschermheilige zijn voor die meisjes.”

Bent u al grootmoeder?

Decleir: “Nee, ik heb geen kleinkinderen en dat vind ik niet erg. (lacht) Ik ben de zeventig voorbij en werk nog verschrikkelijk hard. Waar zou ik daar de tijd voor moeten vinden?”

Wouter Torfs: ‘80.000 bijen op ons dak’

Dat het bij Schoenen Torfs prettig werken is, hoeft u ons niet te vertellen: één blik op de trofee Beste Werkgever van Europa 2019 en we geloven het wel. Maar is het er ook ecologisch verantwoord werken?

Wouter Torfs: “Ik heb niet lang hoeven na te denken toen de Grootouders voor het Klimaat me vroegen als ambassadeur. Ik heb vier grote kinderen en ik hoop over enkele jaren grootouder te zijn. Ik kon me snel identificeren met de bezorgdheid en de betrokkenheid van de grootouders. Ik besef ook dat het onze generaties zijn die aan de grondslag liggen van het probleem.”

Krijgt u dat verwijt soms van uw kinderen?

Torfs: “Dat niet, maar ze zijn wel erg bezig met het klimaat. Daar leven ze ook naar. Mijn zoon en schoondochter zijn veganisten. Ik zie ook hoe anders mijn kinderen omgaan met vervoer: ze delen hun wagen en gebruiken veel vaker het openbaar vervoer. En ze gaan kleiner wonen. Dat is anders dan hoe wij het deden. Zo zal het ook moeten.”

De jongere generatie heeft uw ogen geopend?

Torfs: “Ja, maar het besef sluimerde al langer. Niet dat ik nu de grote voorvechter geworden ben. Ik rijd nog met de auto en wij wonen in een groot, vrijstaand huis, zoals zo veel mensen. Maar ik heb mijn leven wel wat aangepast. Ik heb me een hybride auto aangeschaft, en ik probeer die niet te pas en te onpas te gebruiken. Ik eet ook minder vlees. En als mijn zoon en schoondochter op bezoek komen, proberen we veganistisch te koken – we vinden het zelf nog lekker ook. Natuurlijk hadden we onze vooroordelen: ‘Het is allemaal konijnenvoer!’ (lacht)

Bent u de voorbije zomer met de zeilboot op reis gegaan, zoals Greta Thunberg?

Torfs: “Nee. We zijn met het vliegtuig en met de camper gegaan. Maar we hebben er langer bij stilgestaan dan anders. Het besef groeit.”

Maar u hebt nog geen last van vliegschaamte?

Torfs: “Ik laat me niet zo snel schaamtes aanpraten. Ik geloof in een stap-voor-stap-aanpak. En het signaal naar de politiek is belangrijk. Ik hoop dat het klimaat weer niet onder communautaire en andere tegenstellingen en de waan van de dag wordt begraven in de regeringsonderhandelingen. Het gaat toch niet over links of rechts of welke vlag dan ook? Het gaat over het klimaat!”

Trekt u in uw bedrijf de kaart van de ecologie?

Torfs: “We trekken de kaart van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat betekent in de eerste plaats dat we een mensgericht bedrijf willen zijn. Daarnaast proberen we onze winkels op een ecologische manier te verbouwen en van energie te voorzien. We proberen ook onze werknemers te stimuleren om met de fiets naar het werk te komen.

“Ik besef heel goed dat ons product niet klimaatneutraal is. Er staan vooral leren schoenen in onze winkels, dat valt niet te ontkennen. Maar ik kan dat probleem niet één-twee-drie oplossen. Daarom doen we het in stapjes: we hebben nu een ecopagina op onze website, waarop we de klant duidelijk maken welke merken volgens ons ecologisch bezig zijn. En we bieden ook vegan sneakers aan – voor dat soort trends zijn we heel alert.”

Bestaat er al een ecologisch verantwoord alternatief voor de kartonnen schoendoos?

Torfs: “(lacht) Geen idee. Het is moeilijk, ik geef het toe. Maar het is niet omdat iets moeilijk is, dat je niets hoeft te doen.

“Ook de e-commerce is een gevoelig punt. We proberen onze klanten te stimuleren om meteen de juiste maat te bestellen en minder te retourneren. Misschien kunnen we in de toekomst klanten belonen met een korting als ze in de winkel retourneren. We denken ook hard na over last mile delivery: hoe kunnen we ervoor zorgen dat al die pakjes niet met bestelwagens tot aan jouw voordeur worden gebracht? Waarom zouden we niet meer inzetten op afhalen in onze winkels? We hebben er tachtig en ze liggen voornamelijk aan de rand van de steden.”

Jullie kweken zelfs bijen.

Torfs: “Ik noem ze ‘onze tachtigduizend extra werknemers’. Dankzij die bijen krijgt elke medewerker op het eind van het jaar een potje honing mee naar huis. Ik smeer die zelf ook op mijn boterham: heel lekker. Ik moet wel toegeven dat ik geen grote bijenkenner was toen mijn nicht, Lise Coninx, met het idee kwam om bijenkorven op het dak van ons hoofdkantoor te plaatsen. Ik dacht: laat ik eens een foto van zo’n bijenkorf nemen, da’s leuk voor op Twitter. Maar ik had bijna een foto van de airco-installatie gepost. (lacht)

In september wordt er weer gespijbeld en betoogd voor het klimaat. Doet u mee?

Torfs: “Dat weet ik niet. Ik ben op geen enkele mars geweest. Misschien ga ik weleens mee met de Grootouders voor het Klimaat.”

U wilt heel graag grootvader worden. Wat voor opa zou u zijn?

Torfs: “Goh, een die zijn kleinkinderen opeet van liefde. Mag ik dat zeggen?”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234