Zaterdag 18/01/2020

Onthuld: het X'en-complot

Vier jaar geleden vond in Ukkel een verjaardagsfeestje plaats. Anticiperend op gerechtelijke en parlementaire onderzoeken gaat Douglas De Coninck nu over tot spontane bekentenissen: 'Ik was aanwezig.'

Zijn openingszin vond ik zonder meer geniaal. "Enchanté, je suis le plus grand fou du royaume." Ik tuurde in twee onder opwippende wenkbrauwen dansende pretogen. De pret, zo werd achteraf duidelijk, berustte op het feit dat ik hem niet had herkend. Ik vond dat eigenlijk maar normaal. De olijke dikkerd was nooit op tv geweest, had zich nooit laten interviewen en had bij mijn weten ook geen voornaam, behalve 'dossier-'. Iets na middernacht was hij verdwenen, om wat later via de keuken terug te keren, plaats te nemen aan het hoofd van de tafel en met een harde klap die allen verstomde de aandacht op te eisen: "Mais qu'est-ce qu'on va faire?!"

Even later werd mij verteld dat hij het was, dokter André Pinon. Van het dossier-Pinon. Het dossier waarvoor, zeggen sommigen, de Bende van Nijvel in de vroege jaren tachtig 29 mensen vermoordde, de redactielokalen van het weekblad Pour door vlammen werden verwoest, neonazi Paul Latinus werd vermoord en twee parlementaire onderzoekscommissies aan het wroeten gingen. Bij het brede publiek is het dossier beter bekend als dat van de roze balletten. Pinon dus, in levenden lijve. En ladderzat.

Het was eind 1997. Pinon had zich aangesloten bij een clubje dat Pour la Vérité heette en waarvoor hij en Olga, zijn sympathieke echtgenote, met veel genoegen de woonkamer inruimden. Bij de vzw had je verder PS-kamerlid Patrick Moriau, Marie-Noëlle Bouzet, moeder van het in 1989 verdwenen meisje Elizabeth Brichet, en Marc Reisinger, een behalve in eigen land mondiaal geprezen psychiater die de methadontherapie voor heroïneverslaafden hielp ontwikkelen. Volgens haar statuten zou de vzw verder zoeken waar de commissie-Verwilghen dat niet had gedaan. Dit waren de nadagen van de zaak-Dutroux. Het kwam er voor ons, journalisten, op aan overal zo'n beetje de vinger aan de pols te houden. Ook hier.

Hoe, waar en of de vzw opsporingen verrichtte, is me nooit duidelijk geworden. Ik durf zelfs ernstig te betwijfelen of dat ooit is gebeurd. Feesten konden ze er wel. De Chinees bracht overheerlijke dingen. Hun wijn was altijd beter dan de twee flessen die ik op de valreep op de kop tikte in de nachtwinkel. Als men mij nu vraagt - wat zal gebeuren - waarover er op die avondjes zoal werd gesproken, zal ik diep moeten nadenken en beginnen met de flarden die het diepst in mijn geheugen zitten. Het gesnurk van Patrick Moriau. Ik weet niet wat dat is met die Waalse socialisten, maar deze had te kampen met eeuwige dorst en slaaptekort. Pinon, die voor een zoveelste keer stoelen herschikte, diep inademde en riep: "Mais qu'est-ce qu'on va faire?!" Het werd 23 december. Iemand, ik weet niet eens meer wie, had me gebeld.

- Woensdag is Marie-Noëlle Bouzet jarig. We geven een feestje.

- Bij Pinon?

- Yep.

- Leuk.

Het was me al eerder opgevallen dat steeds meer mensen de gastvrijheid van Pinon hadden ontdekt. Ik was allang opgehouden me af te vragen wie al die mensen uitnodigde en wat hen onderling bond. De meeneem-Chinees, misschien. De sfeer. Er was veel volk die avond. Te veel. Ik schudde handjes, gaf kussen, pikte glazen en graaide naar chips. Twee bedeesde Vlamingen stelden zich aan me voor als collega's van De Financieel-Economische Tijd. Er was ook iemand van een tv-station in Nijvel. Een paar bekendere collega's uit de schrijvende pers. Een bevallige blondine van Paris-Match. Een barones. De BOB'ers Patriek De Baets en Aimé Bille. Een heleboel mensen die ik niet kende en die avond ook niet zou leren kennen. Pinon had er zin in. Vanuit een belendend vertrek hoorde ik hem al vroeg in de avond, zijnde iets voor middernacht, exploderen: "Mais qu'est-ce qu'on va faire?!"

Het liefst hadden wij de meute weggetoverd en ons afgezonderd met die twee BOB'ers. Samen met collega Annemie Bulté stond ik op het punt te beginnen met de (omstreden) publicaties over de X-dossiers, twee weken later in De Morgen. We hadden alles rond, maar een diepte-interview met De Baets, dat was er nooit van gekomen. "Ge zijt zot gij", zei de adjudant aan het begin van een droog betoog waarmee hij ons onze plannen uit het hoofd trachtte te praten.

Pech gehad, maar erg was het niet. We zaten al meer dan een jaar op de zaak, hadden kopieën van ongeveer alle gerechtelijke stukken die we nodig dachten te hebben. Een flik heeft zich nu eenmaal te houden aan het beroepsgeheim, begrepen we. En als hij dat doorbreekt, zal hij dat doorgaans niet doen tijdens een verjaardagsfeest te midden van vijftig vrolijke onbekenden.

We hadden hard gewerkt de voorbije weken, het kerstweekeinde stond voor de deur. Nu zouden we drinken. Wij niet alleen. Luid gesnurk weerklonk vanaf de sofa. Moriau had zich nu op een berg jassen genesteld zodat - wie dat al had gewild - niet eens naar huis kon zonder het volumineuze kamerlid omver te werpen. In de keuken kwam een rek met glazen naar beneden en riep iemand "excusez-moi!" Het meisje van Paris-Match ging op een schoot zitten. Vanuit het niets kwam een Kuifje-type de living binnen met een grote kartonnen doos. Een goocheltruc, dachten we. Er kwam geen truc. Kuifje begon met een verbeten blik plastic mappen uit te delen: "Dit is het rapport-Rififi."

Ik denk dat het dat is wat hij zei. In de map staken allerlei vertrouwelijke gerechtelijke stukken, die hij voor ons overzichtelijk had laten inbinden in de kopieerwinkel - ik heb die bundel hier nog ergens liggen - en waaruit wij konden opmaken dat hij een bende overvallers op geldtransporten had ontmaskerd. En dat zijn oversten bij de rijkswacht die overvallers de hand boven het hoofd hielden. Er stak ook een geheim rapport in over Félix Przedborski. Dossier Atlas. En nog iets over een volgens hem pedofiele Brusselse advocaat en de ex van Patrick Haemers.

- Hm, interessant, wie bent u?

- Ik ben Marc Toussaint, rijkswachter van de brigade Ukkel.

- Neemt u geen risico's door op een avond als deze dat soort stukken te verspreiden?

- Kan me niks schelen. De waarheid heeft zijn rechten.

Een man naar ons hart. Maar nu even niet. Ik was dat meisje van Paris-Match net die mop aan het vertellen over die politieman in Oostende en die pinguïn. Naar de plot heeft ze nog steeds het raden. Pinon weer: "We zijn hier gekomen om te vergaderen!" Stoelen herschikt, het ellendige ritueel was daar. Niet alle aanwezigen schenen te hebben begrepen dat verder lullen de enige manier was om deze klip te omzeilen. "Ssst!", deed iemand. Wachtmeester Toussaint kreeg de ogen op zich gericht en begon aan een eindeloos geratel over zijn ontdekkingen. De moord op Lumumba, die we in de juiste context moesten zien, zijnde - of course - de Bende van Nijvel.

Ukkel is een vreselijke gemeente. Ik rijd er altijd verloren. Zo ook die ochtend, rond een uur of zeven. Annemie en ik hoopten dat we nu even geen rijkswachters meer zouden ontmoeten. We hadden een leuke avond gehad. Geheel volgens voorspelling was Pinon van zijn stoel plat op de vloer gedonderd, was Moriau rustig verder blijven ronken en was er ruzie ontstaan tussen Reisinger en onze collega van Télémoustique die in staat van dronkenschap altijd ruzie krijgt met iemand. Kuifje was onverstoord blijven doorbomen over Lumumba, Rififi en Przedborski.

- We hebben toch weer een paar goede contacten.

- Vind je?

- Hips!

- Pinon was weer geweldig.

- En Kuifje. Ik heb zijn nummer.

- Volgens mij is Kuifje zonet de koffer in gedoken met die griet van Paris-Match.

- Zou kunnen.

Het "contact" met Marc Toussaint heeft me achteraf inderdaad nog naar opwindende momenten geleid. Hij had ook mijn nummer, bleek enkele maanden later.

- Douglas, je moet me helpen!

- Waar brandt het?

- Men gaat een huiszoeking bij mij verrichten. Weet ik via via.

- Wat wil je van me?

- Stel geen vragen. Ik heb hier de botten van Elizabeth Brichet op mijn appartement liggen. Die hebben we deze week opgegraven in Schaarbeek. Ik krijg gigantische problemen als ze die botten bij mij vinden.

- Dat snap ik.

Ze hebben hier op de redactie een paar dagen in een kast gelegen. De resten van de meest gezochte vermiste uit de Belgische geschiedenis. Het duurde even voor ik een afspraak geregeld kreeg met Joan Dewinne van het Disaster Victim Identification Team. "Het komt van een koe", liet hij me achteraf weten. Verbaasd of teleurgesteld was ik niet. Kort daarvoor was Toussaint aangehouden en had de onderzoeksrechter hem vrijgelaten onder voorwaarden. Een ervan was dat hij "zich zou laten behandelen door een psychiater".

Woensdag kondigde justitieminister Marc Verwilghen aan dat hij via zijn positief injunctierecht een diepgaand onderzoek gelast naar de "vergadering van 23 december 1997". Hij doet dat na door CD&V-justitiespecialist Tony Van Parys te zijn geïnterpelleerd over een interview in het weekblad Le Soir Magazine. Daarin getuigt ex-rijkswachter Marc Toussaint hoe hij op 23 december 1997 aanwezig was op een in het allergrootste geheim belegde vergadering waarop twee BOB'ers en ouders van vermiste kinderen en journalisten van De Morgen het "scenario" voor de publicaties over de X-dossiers vastlegden. "Tijdens de vergadering", aldus Toussaint, "circuleerden er geheime processen-verbaal."

Ik kan alleen hopen dat dat onderzoek ten gronde wordt gevoerd en ik langs deze weg alsnog het nummer van die meeneem-Chinees kan bekomen.

Douglas De Coninck is journalist bij De Morgen.

Vanuit het niets kwam een Kuifje-type de living binnen met een grote kartonnen doos. Kuifje begon met een verbeten blik plastic mappen uit te delen: 'Dit is het rapport-Rififi'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234