Maandag 05/12/2022

InterviewDominique Crombé

‘Ontelbare aanklachten van ouders werden uitgedoofd, net als bij een geheime sekte’: verscheurde dagboeken onthullen kindermisbruik in de kloosterschool

null Beeld ThinkStock
Beeld ThinkStock

In 2005 overleed kunstschilder Luc-Peter Crombé, die een deel van zijn leven had doorgebracht in het klooster van Oostakker. Jaren later vond zoon Dominique zijn verscheurde dagboeken. Hij las ze met open mond: ze onthulden schokkende feiten van kindermisbruik in het klooster. Feiten die iedereen moet kennen, vindt hij. Hij nam een schrijver onder de arm en liet zijn vaders levensverhaal optekenen.

Evelien Roels

Het scheelde weinig of de biografie – In de naam van de vader, de vrouwen en de kunst – was er nooit geweest.

Dominique Crombé: “Op een avond zag ik op mijn moeders oprit de vuilniszak buitenstaan. Ik zag aan de vorm dat er papier in zat, en in een opwelling nam ik die zak mee. Hij zat vol verscheurde fragmenten uit mijn vaders dagboek. Wellicht vond mijn moeder ze bij het opruimen van zijn bureau, las ze over de vele vrouwen die in zijn leven waren gepasseerd, en scheurde ze uit frustratie alles kapot.

“De weken nadien reed ik bij elke vuilnisophaling naar het huis van mijn moeder, telkens stonden er zakken met papier op de oprit. Zo heb ik beetje bij beetje mijn vaders levensverhaal kunnen reconstrueren.”

Dat begon in 1920 in Droeshout, een deelgemeente van het Vlaams-Brabantse Opwijk.

“Mijn vader groeide daar op in een warm gezin. Hij was intelligent en dat viel ook de dorpspastoor op, die mijn grootouders voorstelde om hun zoon naar het seminarie te sturen. In die tijd was dat een hele eer, dus mijn vader vertrok. Hij was toen 15.

“Het plan was dat hij een jaar aan het pensionaat in Puurs zou studeren, en van daaruit zou doorgaan naar het grootseminarie in Mechelen, waar hij tot priester zou worden opgeleid. Maar mijn vader, toen al bezeten van tekenen en schilderen, koos ervoor om in te treden in Oostakker, zodat hij op kosten van het klooster kon studeren aan de academies van Gent, Antwerpen en Parijs. Op zijn 18de werd hij broeder Lucanus, op zijn 19de gaf hij zijn eerste tentoonstelling.”

Over de sfeer in Puurs schrijft hij dat ze ‘somber’ en ‘kil’ was. In Oostakker was het nog veel erger.

“Zoals in elk klooster was het leven van de broeders aan strikte regels gebonden, maar als kunstenaar kreeg mijn vader bepaalde privileges. Hij mocht het klooster verlaten om opleidingen te volgen, hij kreeg een auto om zich te verplaatsen naar de academie. Hij mocht zelfs vrouwen op zijn kamer ontvangen, ‘om te poseren’. Er gebeurde natuurlijk meer: hij kreeg twee kinderen terwijl hij in het klooster zat.

“Vermoedelijk wekten die privileges de afgunst van de andere broeders op. Ze aanvaardden hem niet, hij maakte melding van pesterijen. Ik weet niet hoever ze gingen, hij beschrijft ze niet in detail, op één incident na: hij had een muurschildering gemaakt, en plots moest midden in die muur een deur komen. Dat heeft hem pijn gedaan: als je aan zijn kunst kwam, raakte je hem in het hart.”

Zijn faam als kunstschilder groeide intussen snel.

(knikt) Hij won prijzen in New York, Barcelona, Frankfurt en Parijs. Dat verklaart wellicht die privileges. Ik heb prijslijsten uit die tijd gezien, zijn schilderijen werden verkocht voor het equivalent van zes à zeven maandlonen. Dat geld ging volledig naar het klooster. Hij bracht veel op.”

Luc-Peter Crombé. Beeld /
Luc-Peter Crombé.Beeld /

Met de opbrengst werd stevig gefraudeerd.

“Dat het geld naar het klooster hoorde te gaan, kan ik volgen: elke kloosterling werd geacht zijn steentje bij te dragen, en mijn vader mocht op kosten van het klooster studeren. Alleen: het geld ging niet naar de gemeenschap, het verdween integraal in de zakken van de overste. Diens hele familie is er rijk van geworden. In het zwart bovendien: er zijn nooit inkomsten ingeboekt of belastingen betaald.”

Verderop in het dagboek benoemt uw vader de seksuele escapades in het klooster. Hij heeft het over de ‘speciale vrienden’ van de broeders. En over hoe jong die soms waren.

“Negen op de tien broeders hadden seksuele contacten. Niet allemaal met minderjarigen, maar er was pedofilie. Punt. Puur kindermisbruik. En wat mij nog het meest schokte: het was geen geïsoleerd incident, het ging niet om één broeder of één roofzuchtige kloosterling. Het misbruik was algemeen verspreid, het leek er gewoon bij te horen. Mijn vader maakte er in zijn dagboek een tekening bij, van een broeder met een aureooltje rond zijn hoofd en een stijve penis. Dat zegt het allemaal.

“Niet lang geleden ontmoette ik een oud-leerling van het Glorieux-instituut, dat verbonden was aan het klooster. Hij had nog les gekregen van mijn vader. Over hem was hij vol lof, de andere broeders noemde hij beesten. ‘Nazi’s in een concentratiekamp.’ Dat deed me huiveren, want mijn vader maakte in zijn dagboek ook al de vergelijking met Mein Kampf. Die oud-leerling vertelde me hoe de broeders de kinderen sloegen, soms tot het bloed – zo zei hij dat letterlijk – in het rond spatte. Hij zei ook hoe de broeders in de namiddag voetbaltraining gaven, en hoe die ‘training’ ’s avonds werd voortgezet in de kamer van de broeders. Het moeten afschuwelijke toestanden geweest zijn.”

Hebt u een idee om hoeveel kinderen het gaat?

“Nee. Maar als ik de dagboeken juist interpreteer, moeten het er velen geweest zijn. Het Glorieux-instituut was in die tijd zeer gerenommeerd, er gingen veel kinderen naar die school.”

Hoe kan het dat er – voor zover we weten – nooit klachten zijn gekomen?

“Je moet dat in de tijdgeest bekijken. Die jongens bleven telkens zeven weken in het pensionaat. Al die tijd zagen ze alleen maar de broeders, ze konden bij niemand terecht. Bovendien hadden kerkelijke instellingen veel aanzien. Niemand durfde ertegenin te gaan.

“Wat zo vreselijk is: af en toe kwamen er toch vragen van ouders, en dan werd mijn vader eropuit gestuurd om die mensen te sussen. Hij schrijft daarover letterlijk: ‘Ontelbare aanklachten van ouders werden op eigen hoofd uitgedoofd, net als bij een geheime sekte.’ Hij moest de boel onder de mat vegen. De minst geliefde broeder kreeg de meest afschuwelijke taak. Het moet het toppunt van de pesterijen geweest zijn.”

null Beeld Humo
Beeld Humo

In 1968 verliet uw vader het klooster. Drie jaar later trouwde hij met uw moeder.

“Jaren later ontving het gerecht twee anonieme brieven waarin hij werd beschuldigd van namaak. Dat raakte hem opnieuw heel hard, hij leefde voor de kunst en hij zou er nog niet aan gedácht hebben om iets te vervalsen. Na onderzoek bleken die brieven van het klooster te komen. Hij was al lang geen broeder meer, en nog bleven ze hem het leven zuur maken. Zo verziekt was de sfeer.”

Om het lijstje van wandaden compleet te maken kwam er later ook nog sociale fraude aan het licht.

“Klopt. Mijn vader heeft 32 jaar als leraar voor het klooster gewerkt. Toen hij met pensioen ging, kreeg hij het minimum: volgens de overheid had hij geen dag gewerkt. Bleek dat het klooster hem, en alle andere broeders, nooit had ingeschreven, om de sociale bijdragen te ontduiken. Ze betaalden geen cent. De subsidies die ze kregen als onderwijsinstelling namen ze wél gretig aan.”

Heeft uw vader over dit alles ooit met u gepraat?

“Nooit. Tot mijn 12de wist ik zelfs niet dat hij broeder was geweest, en dan nog ontdekte ik het maar heel toevallig door zijn habijt te vinden. Hij was een product van de zwijgcultuur waarin hij was opgegroeid. En wellicht speelde er ook een stuk schaamte mee. Hij is nooit zijn geloof verloren, maar met de kerk als instituut wilde hij niks meer te maken hebben. In zijn dagboek schrijft hij: ‘De kerk wordt niet gered door de voorschriften, maar door de gelovigen.’ De kerk zegt de bevolking hoe ze moet leven, maar overtreedt zelf elke wet die ze uitvaardigt. Daar had hij meer dan genoeg van gezien.”

In de naam van de vader, de vrouwen en de kunst van Tim F. Van der Mensbrugghe is nu uit bij Borgerhoff & Lamberigts.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234