Maandag 24/01/2022

Ontdekkingsreis naar

een onzekere toekomst

Het zoú kunnen: in het jaar 2112 is bij iedere wereldburger een biochip ingeplant in de hersenen. Het voorwerpje dient voor persoonsidentificatie, voor het registreren van aankopen en het bijhouden van medische informatie. Door toevoeging van minuscule communicatieapparatuur kunnen we er het wereldnieuws op ontvangen, of een babbeltje slaan met verre vrienden die we misschien nooit in levende lijve zullen ontmoeten. Zou ook kunnen: na de apocalyptische gebeurtenissen van een paar jaar eerder moet de hele wereld het zonder elektriciteit stellen, zodat we allemaal onze eigen groenten telen zonder enig besef van wat er zich aan de andere kant van de wereld afspeelt.

De toekomstmogelijkheden zijn eindeloos, en naarmate we het magische jaar 2000 naderen wordt steeds meer gespeculeerd over wat ons te wachten staat. Alleen onze kleinkinderen zullen ooit te weten komen wie het bij het rechte eind heeft. Ondertussen worden we wel overspoeld door uitvindingen, voorspellingen en theorieën die ons een beeld proberen te geven van wat er zich over tien, vijftig, honderd of zelfs miljoenen jaren zal afspelen. Maar waar komen die beelden over de toekomst vandaan en wie bedenkt ze? Wat vertellen wetenschappers, filosofen, religieuze leiders, de media en kunstenaars over dit onderwerp? Welke verwachtingen koesteren we in het dagelijkse leven? Hoe ontwikkelen vooruitzichten zich en welke ideeën over morgen vinden vandaag al een toepassing?

Wat we zouden moeten doen om die vragen te beantwoorden is niets meer of minder dan reizen in de tijd. Jammer genoeg bestaan gekke professoren met hun tijdmachines enkel in stripverhalen en sciencefiction. Het enige alternatief is de toekomst te bezoeken zoals die vandaag bestaat. Hoe je het ook bekijkt, de toekomst blijft altijd even ver weg en is altijd even dichtbij - en toch is ze reëel. De toekomst bestaat in sciencefiction, in overheidsbeleid, in huwelijksplannen, in wetenschappelijk denken, in technologische ontwerpen, in stedenbouw, design en ga zo maar door. Maar telkens weer is daar die verrekte onzekerheid, die verschillende oorzaken heeft.

De termijn waarover een voorspelling gaat, bijvoorbeeld. Het Franse ministerie voor Milieuzaken liet in 1995 een onderzoek uitvoeren naar de ecologische en demografische vooruitzichten voor het jaar 2030. De resultaten gaven aan dat de stedelijke bevolking zal toenemen met meer dan 20 procent en dat luchttransport en het verkeer op de Franse autostrades zullen verdubbelen. Jaques Theys, de man die het onderzoek uitschreef, legt uit dat men door langetermijnanalyse gefundeerde uitspraken kan doen over een aantal dingen, zoals de concentratie van CO2-gassen in onze atmosfeer of de groei van de wereldbevolking met betrekking tot de komende dertig à vijftig jaar, maar dat voorspellingen daarna veel vager worden.

Op langere termijn wordt de menselijke factor immers onvoorzienbaar. We weten bijvoorbeeld dat de bevolking vergrijst, maar of die tendens tot in de tweede helft van de volgende eeuw zal blijven duren, kan onmogelijk voorspeld worden. Misschien stichten onze kleinkinderen opnieuw grotere gezinnen en wordt de vergrijzing zo een halt toegeroepen.

Ook de betrouwbaarheid van alledaagse voorspellingen, zoals weersverwachtingen, hangt af van de beschouwde periode. In de laatste decennia is de precisie waarmee we het weer voor de komende 24 à 48 uur kunnen voorspellen ontzettend toegenomen. Er is een redelijk grote kans op een correcte voorspelling op zeer korte termijn, hoewel het weer grillig is en de mogelijkheid altijd bestaat dat het verandert nadat een voorspelling gemaakt werd. Wanneer het weer voor de volgende week, maand, een seizoen of een heel jaar voorspeld wordt, is de slagingskans veel kleiner. Na de extreem koude winter van 1994 in de VS voorspelden meteorologen daar onterecht een koude lente en late zomer. Het weer dat jaar was echter uitzonderlijk warm en aangenaam.

Jacques Laskar van het Franse CNRS legt uit dat zelfs de positie van de planeten in ons zonnestelsel onzeker is als je een periode van zo'n 200 miljoen jaar overschouwt. Laskar toont aan dat een fout van 15 meter in de bepaling van de huidige positie van de aarde zich in berekeningen vertaalt in een onzekerheid van 150 meter na 10 miljoen jaar (een peulschil op interplanetaire schaal). Na 100 miljoen jaar is dat al 150 miljoen kilometer, of de afstand tussen de zon en de aarde. Omdat we de positie van de aarde niet tot op 15 meter nauwkeurig kennen en in de berekeningen geen rekening kunnen houden met de aantrekkingskracht van alle hemellichamen (waaronder duizenden asteroïden), weten we niet wat de toekomstige baan van de aarde en de andere planeten in ons zonnestelsel zal zijn.

Onzekerheid over de toekomst heeft dus te maken met de onbekende begintoestand van waaruit we voorspellingen doen. Chaos- en complexiteitstheorie geven aan dat de kleinste variaties in die begintoestand de grootst mogelijke verschillen in uitkomst teweeg kunnen brengen. De weerkundige Edward Lorenz poneerde al in de jaren zestig de nog steeds bestreden stelling dat de vleugelslag van een vlinder diep in de Braziliaanse oerwouden een tornado zou kunnen veroorzaken in Texas.

Dat dit principe eveneens van toepassing is op de menselijke geschiedenis wordt duidelijk in een uitspraak van de 18de-eeuwse Franse wiskundige Pascal, die suggereerde dat het huidige aangezicht van de aarde helemaal anders had kunnen zijn indien Cleopatra's neus korter was geweest. Als die neus niet de distinctieve eigenschappen had gehad die we allemaal kennen, was Caesar misschien nooit verliefd geworden op die Egyptische mevrouw en had de geschiedenis misschien een heel andere wending genomen. Dat betekent dus ook dat het toeval een belangrijke rol speelt in wat ons te wachten staat, behalve natuurlijk als je gelooft dat Cleopatra met die neus geboren werd met als uitdrukkelijk doel twintig jaar later Caesar te versieren. Voorbeelden hiervan zijn er te over. Indien de zevenjarige Adolf Hitler op een mooie winterochtend uitgegeleden was over het ijs voor de voordeur van zijn ouderlijke huis en zo zijn schedel gebroken had, zou de mensheid bijvoorbeeld heel wat leed bespaard gebleven zijn.

Het is duidelijk dat, als we het over menselijke aangelegenheden hebben, de onzekerheid over de toekomst nog veel groter is dan in de natuurwetenschappen. De wetenschapsfilosoof Karl Popper stelde dat er "geen voorspelling van de loop van de menselijke geschiedenis [kan zijn] door wetenschappelijke of enige andere rationele methode". Om op wetenschappelijke basis sociale voorspellingen te kunnen doen, zouden er universele wetten moeten zijn die het gedrag van de maatschappij en de individuen daarin bepalen. Gelukkig zijn die er nauwelijks of niet.

In 1970 voorspelde Alvin Toffler in zijn bestseller Future Shock voor de jaren negentig psychologische instorting op grote schaal, doordat we er niet in zouden slagen de toenemende snelheid van technologische veranderingen bij te houden. Menselijke relaties en instellingen zouden zo'n kort leven beschoren zijn dat we ons er nooit aan zouden kunnen aanpassen. Toffler schreef: "In de drie korte decennia tussen vandaag en de eenentwintigste eeuw gaan miljoenen gewone, psychologisch normale mensen een abrupte aanvaring met de toekomst tegemoet." Tofflers voorspelling is niet uitgekomen. We zijn niet geschokt door al het nieuwe dat op ons afkomt, maar nemen het integendeel gretig op in ons dagelijkse leven. We zijn maar wat blij met de lasertechnologie die chirurgen gebruiken in levensreddende operaties. De personal computer is geen gruwelijk onpersoonlijke machine geworden, maar maakt harmonieus deel uit van veel Vlaamse huishoudens. Mensen leren dus en passen zich aan. De dynamiek van de maatschappij evolueert, zodat wat waar was in het verleden, niet langer waar hoeft te zijn in de toekomst. In de Verenigde Staten van het wilde Westen was er een wet die het vrouwen verbood broeken te dragen. Een vrouw die zich als man kleedde of gedroeg, was de schande van het dorp. Vandaag kijkt niemand nog op van een vrouw in een broek(pak). Misschien gaat dat over enkele decennia ook op voor transseksuelen die hun lichaam chirurgisch laten aanpassen om van geslacht te veranderen. Hoe we onze interpretaties van wat al dan niet aanvaardbaar is zullen aanpassen aan de veranderende mogelijkheden, is een open vraag. Onzekerheid over de toekomst vloeit eveneens voort uit het feit dat verwachtingen en voorspellingen op zich al een invloed kunnen hebben op de ontwikkelingen waarover ze uitspraken doen. Zo kan een voorspelling over de afnemende waarde van beursaandelen een massale verkoop van die aandelen veroorzaken, waardoor de voorspelling bewaarheid wordt. De socioloog Merton noemde dat een 'self-fulfilling prophecy'. Het tegenovergestelde kan natuurlijk ook gebeuren. Als voorspeld wordt dat een bepaalde politicus in de verkiezingen zeer veel stemmen zal behalen, is het mogelijk dat kiezers het niet meer nodig vinden op hem te stemmen, zodat hij uiteindelijk zijn meerderheid niet behaalt.

Ten slotte mogen we niet vergeten dat de mens een bewuste actor is in het bouwen van zijn eigen toekomst. Ons streven, onze hoop, onze angsten en ons begrip van wat mogelijk is, bepalen onze acties ten overstaan van de toekomst. We stevenen dus met open ogen af op wat zal komen en oefenen zo een invloed uit op de geschiedenis van de toekomst.

Het mag duidelijk zijn dat de toekomst een onzeker terrein is, maar dat is uiteraard niet noodzakelijk een slechte zaak. Het kan er onze verkenningstocht alleen maar spannender op maken.

Maya Van Leemput

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234