Zaterdag 31/07/2021

Onsterfelijke No Future-film

Een vage afspraak tijdens het maken van een reportage over Belgische punk. No future! En toch werd daar de kiem gelegd voor Brussels by Night, de debuutfilm van Marc Didden uit 1983. Na 31 jaar kan met recht en reden van een mijlpaal in de Vlaamse film gesproken worden, ook al was er aanvankelijk weinig enthousiasme voor een rockjournalist zonder filmervaring met 'een deprimerend scenario'.

Een berekende gok. Zo noemt Marc Didden zijn toch nogal drastische beslissing om eind jaren 70 zijn vaste job als rockjournalist bij Humo op te zeggen omdat hij absoluut een film wilde maken. "Ik was heel graag journalist, maar ergens knaagde toch de onvervulde wens om ooit eens zelf een film te maken. Ik had geen plannen voor véél films, maar ik voelde al jaren een verhaal in mij borrelen."

"We zijn elkaar tegen het lijf gelopen in 1978 bij het maken van de televisiereportage Gisteren zullen we de pogo dansen, het eerste programma over punk op de toenmalige BRT", vertelt producent Erwin Provoost. Die had toen al wat dingen gedaan op de radio en was inmiddels ook aan de slag gegaan als opnameleider bij enkele Vlaamse speelfilms. "Marc zei dat hij een scenario wilde schrijven en ik heb toen geantwoord dat ik die film zou produceren." De afspraak was gemaakt, de belofte was gedaan, ook al had Didden nog nooit een scenario voor een langspeelfilm geschreven en had Provoost nog nooit een film geproduceerd.

In 1979 ging Marc Didden de scenariocursus volgen, die toen door huidig VAF-intendant Pierre Drouot en wijlen producent Daniël Van Avermaet, in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, met Amerikaanse docenten georganiseerd werd. "Ik heb toen gevoeld dat scenarioschrijven mij inderdaad wel lag", vertelt Didden. Hij voelde zich gesterkt door de positieve reacties op zijn oefeningen, liet de journalistiek voor wat ze was en zette zich aan het schrijven van Brussels by Night, waarvoor hij in 1980 meteen de Staatsprijs voor het Scenario kreeg. "Jij hebt mij toen telefonisch geïnterviewd voor De Morgen", herinnert Didden zich. "En bij het artikel stond een foto van Herman Selleslags, waarop ik over Fifth Avenue in New York reed. Op een fiets. Dat was het eerste artikel over de film, die toen trouwens nog geen film was."

Gewoon springen

Toen moest de zoektocht naar een geschikte regisseur nog beginnen. "Misschien dacht Marc wel stiekem dat hij zelf de film zou regisseren, maar in een eerste fase was dat niet de bedoeling", weet Provoost nog. Er werden verschillende regisseurs aangesproken. Didden: "De reacties waren meestal negatief. Ze hielden niet van het scenario. Of ze dachten dat het niet mogelijk zou zijn om zoiets gefinancierd te krijgen. Maar er was ook een zeer verstandige mens, met de naam Hugo Claus. Nadat die Brussels by Night gelezen had, zei hij: 'Dit is een zeer persoonlijk scenario en er is maar één iemand die dat kan regisseren. Dat is Marc zelf.' Eigenlijk was dat precies wat ik wilde horen. Maar ik begreep ook wel dat het een utopisch idee was dat iemand zonder ervaring een film zou maken. Maar goed, je kent het vervolg."

Eerst moest er nog geld gevonden worden. En dat was dus niet evident. De toenmalige Filmcommissie had niet bepaald veel vertrouwen in een rockjournalist als regisseur en een opnameleider als producent. En het woord tax-shelter moest toen nog uitgevonden worden. Uiteindelijk bleek Herman Schueremans, organisator van Torhout/Werchter, bereid om zo'n 1,5 miljoen frank te investeren. Provoost kende hem vanuit zijn verleden als radiomaker en Didden vanuit zijn verleden als rockjournalist. "Dat was eigenlijk ook niet zo doordacht, maar bijna een wanhoopsdaad van ons", zegt Didden. "Veel mensen wilden wel praten en vonden ons zelfs sympathiek: jonge gasten die een film wilden maken. Tot de dag dat ze een cheque moesten uitschrijven. Misschien hadden ze ondertussen met hun advocaat gepraat. Of met hun vrouw. Of misschien hadden ze het scenario gelezen en gedacht: 'Wat is dit voor deprimerende shit!' Maar dat zeggen ze natuurlijk niet in je gezicht. Zonder veel hoop en met veel schroom zijn Erwin en ik dan gaan aankloppen bij Torhout-Werchter. Met de som die zij ter beschikking hebben gesteld, konden we beginnen draaien. Maar voor de geschiedenis moet het wel duidelijk zijn dat het geen gift was, maar een lening. Daarna heeft Erwin van het ministerie toch nog geld gekregen om de film af te werken."

Voor veel mensen was Brussels by Night hun eerste langspeelfilm. Het was het debuut van Marc Didden als scenarist én regisseur, van Erwin Provoost als producent, van Willy Stassen als director of photography, van Dominique Deruddere als assistent-regisseur, van Raymond van het Groenewoud als filmcomponist, enzovoort. "De ploeg bestond voornamelijk uit gasten die wel al meedraaiden, soms in lagere functies, in de Vlaamse cinema", zegt Provoost, "maar die met Brussels by Night hun kans wilden wagen en die daarom zeiden: 'We springen!' Het is dus eigenlijk de verdienste van heel veel mensen dat de film er gekomen is. De mentaliteit van: 'We doen dit gewoon.' Over geld werd niet gepraat. Het was eerder een kwestie van te willen bewijzen dat de volgende generatie eraan kwam."

Gewoon springen. Dat werd een les uit Brussels by Night, die Marc Didden jarenlang, als scenariodocent aan Sint-Lukas in Brussel, aan zijn jonge studenten zou meegeven. "Niet dat het doel de middelen heiligt of dat je over lijken mag gaan, maar zeker voor een eerste film mag je wel een paar wetten overtreden. Je mag voor één keer werken met mensen die niet betaald worden, als je tenminste zelf je zakken niet vult. Als er op de callsheet staat dat er gedraaid wordt tot 18 uur, dan mag het wel eens halftien worden. En we hebben ook wel eens stukken van een decor gepikt. Dat zijn geen stichtende voorbeelden, maar voor een eerste film moet je roeien met de riemen die je hebt. En het is hoe dan ook beter dan twintig jaar op café te zitten en te zeggen dat je ooit een film zult maken. Zeker nu je vandaag bijna een film kunt maken met je telefoon. Er zijn trouwens ook al filmfestivals die helemaal digitaal zijn, terwijl wij nog met filmblikken moesten sleuren en pas na het invullen van tientallen formulieren voorbij de douane geraakten."

In mei 1983 werd op de Filmmarkt in Cannes een visie van Brussels by Night georganiseerd, maar voor producent Provoost was dat niet zo'n leuke ervaring: "Op zo'n marché komen mensen kijken die zich na twee of drie minuten al een mening hadden gevormd. Ongelooflijk frustrerend voor een producent. (lacht) Een van die mensen was Huub Bals, destijds de programmator van Film International in Rotterdam. Die zei meteen: 'Nou, dat is niets voor mij.' Ik heb het hem nooit vergeven. En ik heb dan ook nooit een film naar Rotterdam gestuurd."

Eerste Vlaamse stadsfilm

José Riba, programmator voor San Sebastián, zag de film ook en selecteerde hem wel. Die wereldpremière veranderde alles, want toen de film enkele weken later in eigen land in roulatie kwam, had Brussels by Night al een zekere reputatie opgebouwd. Zeker toen bleek dat de film in San Sebastián twee prijzen in de wacht had gesleept, namelijk die voor Beste Debuut en daarnaast een prijs van de Spaanse Federatie van Ciné-Clubs. Toch had het maar weinig gescheeld of Didden en Provoost hadden die prijsuitreiking gemist. Ze waren nog wel ter plaatse, maar hadden kaartjes kunnen bemachtigen voor de wedstrijd van Real Sociedad, de voetbalploeg van San Sebastián, tegen Real Madrid. "We waren blij dat onze film geselecteerd was in San Sebastián en daar ook nog eens goed ontvangen was. Tof! Maar geen haar op ons hoofd dat eraan dacht dat we ook nog eens in de prijzen konden vallen", lacht Provoost. "De namiddag vóór de slotceremonie zitten we op een terrasje en José Riba komt langs. Of we zenuwachtig zijn? Natuurlijk niet, de match begint pas om 20 uur. 'Welke match?' We toonden hem onze tickets en toen voelde hij zich verplicht, alhoewel het eigenlijk niet mocht, om te zeggen dat we toch maar beter aanwezig konden zijn bij de bekendmaking van het palmares. En toen werden we pas écht zenuwachtig. (lacht)"

Mijlpaal: zowel Didden als Provoost weigeren het woord in de mond te nemen. "Zoiets zeg je niet over jezelf", vindt Provoost. "Op het moment zelf ben je daar ook niet mee bezig. Maar als anderen dat woord willen gebruiken en als je terugblikt in de geschiedenis van de Vlaamse film, is het misschien toch wel het begin van iets anders geweest. Geen verfilming van een bekende Vlaamse roman, zoals Pallieter of De loteling, maar een echte stadsfilm. Een film over dingen die ons interesseerden. Het was duidelijk een ander soort cinema. Een breuk met wat er toen gaande was in de Vlaamse film. Ik zeg er wel altijd bij dat die zogenaamde boerenfilms, waar een beetje op neergekeken werd, wel degelijk succes hadden bij het publiek. Als ik nu na dertig jaar terugkijk, is het belangrijkste van Brussels by Night waarschijnlijk geweest dat jonge gasten begonnen te denken: 'Wij kunnen er ook aan beginnen!' Terwijl vroeger het gevoel overheerste dat film iets was voor een soort establishment."

"Sommigen spreken over Brussels by Night als over een mijlpaal, maar zelf doe ik dat niet", zegt ook Marc Didden. "Niet uit valse bescheidenheid, maar omdat er ook veel zaken onbewust zijn gebeurd. We hebben nooit gezegd: 'Het moet nu maar eens gedaan zijn met de Vlaamse boerenfilm.' Het was een verhaal dat in mij zat. Ik heb het neergeschreven en dan heb ik mensen gezocht die dat met mij wilden maken en waarvan de meesten nog altijd mijn vrienden zijn. Ik ben heel blij dat deze film bestaat en dat er nu nog altijd journalisten zijn die daar met mij willen over praten. (lacht) Ik krijg ook nog altijd reacties van mensen die de film op dvd ontdekken of wanneer hij om de zoveel jaar in de Cinematek wordt vertoond. De reacties zijn meestal positief. Maar ja, de negatieven schrijven natuurlijk geen brief.

"Met dertig jaar afstand voel ik dat Brussels by Night echt bestaat en dat mijn andere films minder bestaan. Door die film word ik ook met de stad Brussel geassocieerd, wat ik niet altijd even prettig vind. Omdat ik mezelf een wereldburger vind, die even graag in Antwerpen, Gent, Parijs of New York rondloopt als in Brussel. Ik wil niet gereduceerd worden tot een soort promotieobject. Indertijd wist ik alleen dat ik een stadsfilm wilde maken en Brussel was toen gewoon de stad die ik het best kende. Als ik dit verhaal in Barcelona of in New York had gesitueerd, dan had dat voor mij fake aangevoeld. Alle situaties die ik beschreef en alle locaties die ik in mijn hoofd zag, kende ik door en door. Ik kon ze automatisch gebruiken, want ze kwamen uit mijn omgeving."

En toch werd Brussels by Night, met de pakkende slogan 'It hurts, and you'll love it', op buitenlandse festivals omarmd door pers en publiek. "Het No Future-gevoel dat in de film zit, was toen ook echt aanwezig, zeker in een stedelijke context", weet Didden nog. "Dat gevoel was niet ijl. Er was nogal wat hopeloosheid in de wereld. De eerste keren dat ik de film in Vlaamse studentensteden ging voorstellen, voelde ik dat duidelijk. De film had een snaar in de tijdgeest geraakt. En tot mijn grote plezier merkte ik hetzelfde in het buitenland. Brussels by Night was dus niet zomaar een klein, lokaal filmpje. In Spanje zei een jongeman letterlijk: 'Ik ben nog nooit in Brussel geweest, maar voor mij had deze film ook Barcelona by Night kunnen heten.' De reacties waren eigenlijk altijd hetzelfde, zowel in Moskou als in Sydney."

Generauze Raymond

Nog een mijlpaal was het gebruik van de muziek van Raymond van het Groenewoud. "Ik vind het sympathiek dat jij dat woord blijft gebruiken", lacht Didden. "In tempore non suspecto was ik al bevriend met Raymond, van toen hij nog niet bekend was en ik zeker niet. In mijn achterhoofd speelde toen al de gedachte dat ik hem voor de muziek zou vragen als ik ooit iets met film zou doen. Zijn liedjes zijn maar het topje van de ijsberg, want daaronder zit ook een muzikant, een componist en een dirigent. Het idee was dus zeker niet om zomaar iemand uit de popmuziek te vragen voor de film."

Een hardnekkig misverstand wil dat Van het Groenewoud de inmiddels legendarische titelsong speciaal voor de film heeft geschreven, maar in feite is het omgekeerde waar. "In eerste instantie stond er 'De zin van het leven' op het scenario", vertelt Didden. "Maar toen kwam Monty Python met The Meaning of Life. Intussen was Raymonds nieuwe plaat uitgekomen en toen ik het nummer Brussels by Night hoorde, dacht ik: 'Dat is niet alleen de toon van mijn film, maar ik ga hem ook zo noemen.' Raymond heeft toen de film intensief bekeken en de soundtrack gemaakt met een pak nieuwe liedjes. Veel te veel eigenlijk, want met al dat materiaal hadden we een driedubbele elpee met filmmuziek kunnen uitbrengen. Raymond was zeer genereus. Ik vind zijn muziek een heel grote bijdrage aan de film. Ook in het buitenland, waar niemand Raymond kende, heb ik vaak complimenten gekregen voor de soundtrack."

Cinematek heeft Brussels by Night uitgegeven op dvd (15 euro) www.cinematek.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234