Vrijdag 19/08/2022

Onsterfelijke moedergedichten in rijke bloemlezing van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem

‘De Moeder’ blijft tot onze verbeelding spreken. Ook in de voortreffelijke bloemlezing Half engel, half mens. 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem wordt onze fantasie gewekt.

Waarom willen we poëzie over moeders lezen? Carl Gustav Jung gaf een mogelijk antwoord door op het belang van archetypen te wijzen. ‘De Moeder’ is zo’n archetype, want ze is van alle tijden. Het archetype, stelde Jung, schenkt aan de persoon op wie het geprojecteerd wordt, een bovennatuurlijke glans. Die glans, die zich toont in het onbewuste, heeft een betoverende kracht: ze is aantrekkelijk en fascinerend, maar ook schrikwekkend en angstaanjagend. In elk geval is ‘De Moeder’ geen eenduidige figuur.

In de bloemlezing van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem over de moederfiguur maken we niet alleen een reis door heel veel talen, maar ook door de tijd: de bloemlezing opent met een gedicht uit de achttiende eeuw van de Brit William Blake en eindigt met een eigentijds gedicht van de Wit-Rus Valznya Mort, die amper negenentwintig is. De dreigende vergankelijkheid overstijgt de grenzen, want bij Blake lezen we: ‘Ontwaak, ontwaak! Mijn lieve Zoon,/ Jij was je Moeders mooiste loon./ Je huilt in je slaap tot de morgen,/ Ontwaak! Je vader zal voor je zorgen.’ En Mort tekent een indringend portret van de grootmoeder: ‘haar armen zijn als de poten van een ooievaar/ dunne, rode staken/ en ik zit op mijn hurken/ en huil als een wolf/ naar de witte maan van je hoofd/ grootmoeder/ ik zeg je: dit is geen pijn/ het is god die je zo stevig omhelst/ kust en prikt met zijn ongeschoren wang’. Veel gedichten bezingen de moeder na de dood, alsof dan pas het volle besef komt van wat ze betekend heeft. Soms zijn de verzen dan ook een monument, of een manier om haar opnieuw tot leven te wekken, al was het maar voor de duur van een gedicht, zoals bij Benno Barnard: ‘U herinnert mij aan dingen die ik nooit geweten heb./ U maakt rijmpjes, zoals vroeger, en vangt mij in het web/ van Sebastiaan./ Vandaag was u weer mijn gouvernante met het knotje: vandaag hebben we redelijkheid, zedelijkheid/ de vlucht der vogels en een beetje God gedaan.’ Zoals Rose Ausländer beschrijft, bekleedt de moeder op die manier een tussenpositie: ‘Hier was ze/ half engel half mens-/ het midden was moeder.’ Maar sommige moeders hebben zulk moeilijk bestaan geleid, dat de Chileen Ariel Dorfman concludeert: ‘Zij was mijn lieve moeder./ Ik hoop dat zij niet terugkomt.’ Want ze werd tot haar verbijstering opgepakt: ‘Moeder had niets te maken/ met dit alles./ Ze namen haar mee/ omdat zij onze moeder was.’ Soms is de moeder de enige die werkelijk liefde kan geven, zoals bij Heinrich Heine: ‘Ik ging op zoek naar liefde, telkens weer/ Naar liefde, maar ik vond haar niet één keer./ En keerde dan maar huiswaarts, ziek en stom./ Maar langs de weg stond jij op mij te wachten, en ach! wat daar toen in jouw ogen zwom/ Was zoete liefde wel, de langverwachte’, maar iemand als Tagore wil zich liever van haar los maken. Hij vraagt zich af of zijn moeder hem zou ketenen als hij een papegaai zou zijn: ‘Zou jij zeggen: “Ellendige vogel!/ Jij wil ontsnappen, niet?”/ Wel laat mij gaan, mama./ Je hoeft mij niet meer graag te zien./ Ik wil niet meer op je schoot blijven./ Ik ga nog liever naar het bos.’

Mijn favoriete moedergedichten zijn die waarin de intense band tussen moeder en kind onder woorden gebracht wordt, zoals ‘Mijn moeders hand’ van de Deense Pia Tafdrup, over de moeder die de hand van het kind leidt als het leert schrijven. En deze prachtige regels van Seamus Heaney, die het aantrekkelijke, maar ook het messcherpe van de band tussen beiden laten zien: ‘Toen alle anderen verdwenen naar de mis/ Was ik geheel van haar, aardappels schillend./ Dat verbrak de stilte. Eén voor één vallend/ Als soldeersel van de bout, met luid gesis./ Magere troost tussen ons, dingen om te delen/ Die in een emmer water konden helen./ En weer een plons. Klein aangenaam geplons/ Dat het werk dieper deed zinken voor ons.’

De grootste dichters zijn hier present: Dickinson, Yeats, Rilke, Williams, Benn, Achmatova, Brecht, Lorca of Celan, maar zou het dan toch waar zijn dat Hugo Claus een monument is? Wegens de oedipale thematiek dreig je een draai rond je oren te krijgen van je moeder als je zijn gedicht ‘De moeder’ citeert, maar alleen al de aanhef ervan maakt alle moeders onsterfelijk en moedergedichten onbederfelijk: ‘Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde./ Toen gij schreeuwde en uw vel beefde/ Vatten mijn beenderen vuur.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234