Zondag 15/09/2019

'Ons hart is dieper door al het leed'

gesprek met de iraakse schrijver en vluchteling AL galidi

De Iraakse schrijver Al Galidi publiceerde met Mijn opa, de president en de andere dieren een erg bijzondere anti-oorlogsroman. Met een schaap en een fluit als vertellers in een vreemd magisch universum, en een opa die de lof der lafheid zingt. 'Ik ben een man van beelden, een schrijver zonder taal. Als de taal praat, wordt een boek vervelend, vertelt de muziek, dan wordt het poëtisch.'

Door Catherine Vuylsteke

Al Galidi

Mijn opa, de president en de andere dieren

De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 280 p., 17,95 euro.

'Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat ik geen schaap was. Ik stopte met gras eten, verliet de kudde en ging op zoek naar de weg van mijn leven", zo begint de Zuid-Iraakse maar in het Nederlands schrijvende Al Galidi zijn roman Mijn opa, de president en de andere dieren. "Schapen met goede bedoelingen probeerden mij te redden van mezelf en mij terug te brengen op de juiste weg. Maar ik luisterde niet. Toen de nacht viel, was ik ver van de stal." Het schaap als ongeëmotioneerde, fotografische verteller. Maar ook als Al Galidi zelf: na zijn studies in Bagdad naar Jordanië gevlucht, om geen schaap te zijn, geen soldaat in de eeuwige oorlogen van Saddam Hoessein tegen de Zuid-Irakezen, tegen de Koerden, tegen Iran, tegen Koeweit.

Na enige tijd in een bakkerszaak te hebben gewerkt in Jordanië, vlucht de pas afgestudeerde bouwkundige ingenieur naar Thailand. Met een vals paspoort naar een land waar de politie goedkoop is, zegt hij daar nu over. Na Thailand wordt het Maleisië, waar hij werkt als bouwopzichter. Maar visa voor dat land verstrijken al na drie maanden, en valse paspoorten worden deze of gene keer toch opgemerkt. Naar Vietnam dan maar. Vermoeidheid drijft hem er uiteindelijk toe om datgene te doen wat Al Galidi altijd mensonwaardig had gevonden: politiek asiel aanvragen. In een Engelstalig land bij voorkeur, maar dat bleek te moeilijk, en aldus landde Al Galidi op een dag begin 1998 in Schiphol.

Hoewel hij in de daaropvolgende jaren bijzonder ijverig en geheel zonder leraren Nederlands studeerde, columns voor plaatselijke kranten schreef en onderhand vier boeken op zijn naam heeft staan, is Al Galidi in Nederland een uitgeprocedeerd asielzoeker. "Met Nederlands als uitgeprocedeerde taal", zegt hij zelf.

De PEN-club ontfermde zich de voorbije maanden over de man, die nu tot eind december in de Antwerpse schrijversflat verblijft. "Ik wil graag in België blijven", zegt hij, ik voel me hier prima", maar of dat lukt, hangt van de genade van onze vreemdelingendiensten af.

Het schaap is ver van zijn stal, en het wordt, zo blijkt aan het einde van Al Galidi's erg gelaagde en daardoor behoorlijk hermetische roman vol verhalen binnen verhalen, getroffen door "de meest gevaarlijke ziekte in iemands hart: de weemoed". "Als twee sentimenten mijn hersenen de voorbije jaren hebben bezeten, en mij stuwden tot het schrijven van dit boek", zegt Al Galidi, "dan zijn het de eenzaamheid en de weemoed die in heimwee wortelt."

Mijn opa, de president en de andere dieren is een boek vol wondermooie verhalen, die al Galidi bovendien in een erg poëtische, persoonlijke stijl vertelt.

"Ik ben een man van beelden", legt hij uit, "een schrijver zonder taal. Taal is onbelangrijk, vandaar dat het in mijn roman het schaap en de fluit zijn die vertellen. Als de taal praat, wordt een boek vervelend, vertelt de muziek, dan wordt het poëtisch. Ik wilde geen normale hoofdpersonages en traditionele vertelperspectieven. Alles moest over zichzelf praten, dat stond vast, maar toch heb ik er jaren mee geworsteld hoe dat dan moest.

"Zo'n twee jaar geleden wist ik het plots. Toen kwam de eerste zin, die van het schaap dat ophield gras te eten. En in de maanden daarna schreef dit boek zichzelf vanuit de stroom van verhalen in mijn hoofd. De trein in mijn gedachten stopt in elk station, hij neemt geen reizigers maar verhaaltjes. En aldus ontstond geen boek als een tomatenplant, maar een als een appelboom. Die groeit traag, geeft veel schaduw, veel hout, veel warmte en veel appels. Maar snel ontwikkelt hij zich niet."

Evenmin kan hij snel gelezen worden. Mijn opa, de president en de andere dieren is een boek met een opstapje, niet om verslonden te worden, maar om met kleine, trage hapjes te eten. Al Galidi's roman speelt zich in hoofdzaak op twee plaatsen af: het Zuid-Iraakse dorp van zijn moeder, opa, oma en overgrootmoeder, en de gevangenis als markt.

Een fluit neemt het schaap en de lezer mee op een bepaald gruwelijke reis, langs de folterkamers van het regime. Mini-dissidenten worden er maximaal gemarteld. Zelfs de zee is gevangen, "omdat zij vrij is. Ze komt en gaat, zoals en wanneer zij wil. De president gaf haar vele kansen om goed na te denken en stil te zijn (...) maar zij weigerde te doen wat hij wilde. (...) Niemand durft haar te martelen omdat zij diep en groot is."

Al Galidi: "De meeste mensen gaan na enige tientallen pagina's in mijn boek gruwelen. Terwijl ik die reis door de gevangenis juist met veel plezier heb geschreven. Het zit vol flauwe grapjes die velen schijnbaar ontgaan. En bovenal: die martelingen bestaan niet, het zijn de inwendige kwellingen van de mens. Zo zei een meisje tegen me: ik ben verliefd, ik heb het gevoel dat ik door het vuur ga. Dat is een van de scènes uit het boek geworden. Of neem de man die zijn hele leven in het ijs moet doorbrengen: dat verwijst toch duidelijk naar de eenzaamheid? En bij de man die leeft in een universum van veevoer, hoef ik toch niet expliciet te zeggen dat hij als kuddedier vast zit in een afstompende maatschappij?

"Maar goed, ik heb dit boek voor hooguit vijftig lezers geschreven, waarvan de helft Arabische mensen zijn die nog Nederlands zouden moeten leren. Weet je, een boek als het mijne zou in de Arabische wereld meer kunnen aanspreken dan hier. Maar als ik het in het Arabisch had geschreven, dan had ik nooit een uitgever gevonden. Als je in Syrië bijvoorbeeld een roman wil publiceren, dan ga je naar de geheime dienst, die gaan het dan voorzichtig lezen en vervolgens word je uitgenodigd voor een interview. Als je het over de president hebt, vragen die lui: bedoel je dan onze president? En die God, welke God is dat dan? De uitkomst is voorspelbaar: of je gaat naar de gevangenis, of je halve boek moet weg.

"Ik heb in Jordanië geprobeerd om te publiceren, maar dat lukte niet. Ik maak me daar niet echt veel zorgen over. Een goed boek gaat reizen. Dante schreef zijn Goddelijke Komedie in ballingschap, en toch bereikte het uiteindelijk zijn publiek."

Maar waarom zouden Arabische lezers uw boek beter begrijpen dan westerlingen?

"Omdat het om hun pijn gaat, hun hart, dat dieper is door al het leed. Nederlandse lezers lezen om te genieten, Arabische niet. Die hebben zoveel dorst naar vrijheid en brood en zoeken wat ze niet vinden in de realiteit, in boeken. Ze zouden dit boek zinnetje per zinnetje laten bezinken, als balsem op hun hart.

"Ze zouden ook beter begrijpen waarom de gevangenis zo groot is. Eigenlijk bestaat ze niet eens, het hele zuiden van Irak is immers één gevangenis, de kamers ervan zijn de huizen van de mensen. Iedereen denkt dat er maar één Saddam Hoessein is, maar er waren er ontelbare. We hadden een buurman die zijn oren aanbood aan de president, omdat ze zo goed waren. Dat heeft uiteraard met angst te maken, maar ook met die goddelijke manier om naar de macht te kijken. De heerser is een beetje God in de hele Arabische wereld."

Een gevangenis als een markt, als een wereld in de wereld, hoe komt u erbij?

"Dat heeft met mijn jeugd te maken, en met een leraar die veel van mijn opstellen hield en zei: je hebt een groot talent, je maakt alles magisch. Je zou een keer de gevangenis moeten zien, die zou je inspireren.

"Ik was een jaar of elf en had een neef in de gevangenis van Abu Graibh, een man die ik zelden zag, maar zijn aanwezigheid daar bood me een kans tot een bezoek. Mijn leraar had gelijk: het maakte een onuitwisbare indruk op me. Je kreeg een stempel bij binnenkomst, en alleen wie die nog kon voorleggen na het bezoek, mocht weer naar buiten.

"Het was een reusachtige, onvoorstelbare plek, waar zelfs geiten woonden. Of dat politieke geiten waren, vroeg ik aan een militair. Ach, vroeger was hier een dorp, zei de man, de mensen moesten weg en hebben die dieren schijnbaar vergeten.

"Vanaf die dag heb ik het idee van een gevangenis als een markt. Sindsdien groeiden de kippen en de geiten in mijn hoofd, ik schreef er een kort verhaal over, maar dat was niet genoeg. Daar is het zaadje voor dit boek ontkiemd.

"Zelf heb ik als kind ook even in de gevangenis gezeten. Tijdens de Iraans-Iraakse oorlog was dat, toen de soldaten iedereen die ze op hun weg vonden, achter de tralies stopten. Dat zie je ook in het boek: mensen die niet weten waarom ze in de gevangenis zitten."

Naast de verhalen over de gevangenis en de martelingen zijn er die van de grootvader, een man die zijn wijsvinger aan de Engelsen verloor, en hem in een klein doodskistje bewaarde. Hij vertelt talloze parabels over de keuze tussen het woord en het brood, of over het bezoek van de president waar nagenoeg iedereen een tand bij inschoot. Bestond die grootvader?

"Eigenlijk niet. Ik ben de middelste van twaalf kinderen in een sjiitisch Zuid-Iraaks gezin, de zoon van een niet-praktiserende vader en een erg godvruchtige moeder. Ik vroeg haar als jongen ooit of ze soms een konijn was, met zoveel kinderen? Als ik was gestopt met baren, antwoordde ze, dan was je niet geboren. Je hoort blij te zijn.

"Op mijn tiende, zo schat ik, verhuisden we naar Bagdad. Ik vond het er vreselijk, zo eenzaam, en overal militairen.

"Het personage van de grootvader bestaat misschien niet echt, maar zijn universum is dat wel. Opa is het symbool van de wijsheid, de man die uitlegt wat standbeelden, regeringen, parlementen, en militairen echt zijn. Soldaten 'vechten tegen het volk als het volk tegen God is. Ze vechten tegen God als die tegen de president is en ze vechten tegen elkaar als ze tegen de president zijn. Het zijn wilde beesten. Misschien zijn die zelfs barmhartiger dan zij, want de wolf brandt niet een hele stad uit om één konijn te roven.'

"Opa heeft zijn eigen, nuchtere kijk op de dingen. Maar belangrijker nog is dat hij, nadat miljoenen boeken zijn geschreven over de noodzaak om te sterven voor de vrijheid en voor het vaderland, met een nieuwe logica komt: wees laf en bang, hou je mond, steek je nek nooit uit. Hij zegt dat hij zijn leven dankt aan zijn afgehakte vinger. Als zijn kleinzoon vraagt waar die voor diende, zegt de man dat het iets is wat je niet nodig hebt, iets wat je gebruikt om een schot mee te lossen, of om iemand mee te beledigen. Iets wat alleen maar narigheid uitlokt.

"'Kijk, mijn kleine', zegt opa, 'wat de lafheid gemaakt heeft. Komkommers, tomaten, druiven, schapen, aubergines, rijst, kippen, bamia, nectarines, druiven, koeien, stieren. Moed bouwt slechts graven, standbeelden, gevangenissen en parlementen.'"

Opa verbant een politicus die naar het dorp komt door hem te boeien en hem in een bootje met wat eten te zetten, wegdrijvend naar de zee. Hij legt uit dat de man een held is, die wil dat de dorpelingen sterven voor iets wat ze in de stad moed noemen. Tegelijk waarschuwt hij zijn kleinzoon 'geen leider te zijn van meer dan één persoon'. Opa als de absolute anti-hero?

"Ja, maar het drama is dat zelfs dat niet genoeg is, in het Zuid-Irak van Saddam Hoessein. Het werd toch verwoest. Of zoals opa het zelf uitschreeuwt: 'waarom kunnen we niet laf genoeg zijn om in het zuiden te blijven?'

"Opa is fictie, maar zijn wijsheden bestonden wel, en sommige van de verhalen die hij vertelt, werden geboren uit flarden herinnering. Neem dat verhaal waarin opa beveelt dat iedereen een tand moet laten trekken als hij hoort dat de president op bezoek zal komen - om ervoor te zorgen uiteraard dat ze tijdens diens aanwezigheid in het dorp hun mond houden. Het verhaal is gebaseerd op een grapje dat gemaakt werd toen het gerucht de ronde deed dat de president zou komen. Een vrouw die haar drie zonen had verloren in de oorlogen van de president, riep dat die man vermoord moest worden, waarop iemand zei dat men haar beter een tand uit zou trekken, zodat ze geen bedreiging zou kunnen vormen voor het dorp."

Catherine Vuylsteke

'Ik vroeg mijn moeder als jongen ooit of ze soms een konijn was, met zoveel kinderen? Als ik was gestopt met baren, antwoordde ze, dan was je niet geboren. Je hoort blij te zijn' 'De gevangenis fascineert me. Het hele zuiden van Irak is één gevangenis,

de kamers ervan zijn de huizen van de mensen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234