Zondag 29/11/2020

'Ons cadeau is een ruimer publiek'

Hij was twee. Albert Wastiaux woonde met zijn ouders in Hilversum, in een kamertje van hun huis had vader Wastiaux een goede vriend cellist onderdak geboden. Voor troost en opvang na een afgebroken liefde. En een verdieping lager hoorde de kleine Albert elke dag live de cellosuites van Bach oefenen. Bestaat er een groter geluk? "Die warmte in het huis vergeet ik nooit", zegt Wastiaux. "Dat was het moment." Vandaag is die vonk een job: hij is de intendant van het Nationaal Orkest van België (NOB).

Bach, de cellosuites. En alle 96 muzikanten kunnen zo'n verhaal vertellen. Marié José Rijmenants: "Ik moet een jaar of 13 geweest zijn. Na een recital van Philipp Hirshhorn keerde ik met mijn ouders naar huis. De hele weg kon ik geen woord meer spreken. Zo gepakt was ik." Leo Wouters, eerste trompettist en 'lessenaaraanvoerder': "Mijn opa was dirigent bij fanfare Recht en Vooruit in Wakkerzeel. Thuis hing een trompet aan de muur." En de Franse harpiste Annie Levoisier: "In Frankrijk kon je als kind van zes al naar een gemengde school: de helft muziek, de helft gewoon onderwijs. Ik had het geluk dat mijn ouders me daar naartoe stuurden. Je le savais tout de suite."

Half tien op dinsdagochtend is het. In de coulissen liggen lege viooltassen en staan grote open opbergboxen. Ad valvas is een piano te koop, possibilité de venir l'essayer, het merk is Hohner. Een groot bord tekent het programma van de week. Op tafel ligt de te signeren aanwezigheidslijst. Van de Moortel, Gustin, Moshkov, Hayakawa: het hele land en de hele wereld in dit ene Nationaal Orkest van België/Orchestre National de Belgique. En uit de grote zaal in deze spelonken van de Ravensteingalerij klinkt de film On Dangerous Ground.

Van boven is het silhouet van dirigent Dirk Brossé herkenbaar, strak borstelhaar, bril en korte aanwijzingen. "Gisteren kregen we 88 pagina's om in te oefenen", vertelt Marie José Rijmenants later. "Filmmuziek die we woensdagavond in Gent voor het Filmfestival gaan spelen. Op deze repetitie spelen we zo goed als alles voor het eerst. Je moet snel kunnen lezen."

Walsjes en sudoku's

Als je rondkijkt valt er iets op. Dit is een dagelijkse job en die doe je niet in zwart tweedelig pak. Het kan in een T-shirt. Het kan op hoge hakken of in comfortabele sandalen. Achteraan verbergt harpiste Katia de dempers van trompetten en danst een klein walsje met een even werkloze klarinettist. Bovenop de partituur van de Rebecca Suite ligt een half ingevulde sudoku. Er worden mails gecheckt. En tussen de stoten op zijn tuba leest Jozef Matthessen over nieuwe auto's. "Er is altijd een beetje rivaliteit tussen strijkers en blazers", glimlacht Roeland Hendrikx, eerste klarinet, wat later: "In een Mahler-seizoen hebben de blazers 'pech', dan moeten we er altijd zijn. Maar staat er veel Mozart op het programma, dan hebben we het héél rustig."

Klein grapje. Het mag. Je ziet toch de arbeid. Vertigo Suite, Taxi Driver, The Bride of Frankenstein, al de films moeten erdoor. In een half uur pauze vertelt Marie José Rijmenants over haar bijna 40 jaar bij dit orkest. In november 1972 mocht ze examen doen. Amper 19 was ze. "Toen kon dat nog", zegt de violiste. "Vandaag moet je 18 zijn om naar het conservatorium te mogen, ik was daar op mijn vijftiende al naartoe gegaan. Nadat ik aan het academie van Sint-Niklaas was afgestudeerd met regeringsmedaille. Hier was ik de jongste die ooit begon en vandaag ben ik langst in dienst."

In mei 1973 mocht ze beginnen. "Geen moment spijt van gehad", zegt ze. "We spelen zo'n uitgebreid repertoire. Van het klassieke met grote dirigenten als Lorin Maazel en wereldsterren zoals Rostropovich, Placido Domingo en Anna Netrebko tot jazz met onze Toots Thielemans. En filmmuziek dus. Ik wil maar zeggen: de afwisseling is zo enorm dat het boeiend blijft."

Massage

Boeiend rijmt niet toevallig op vermoeiend. "Het is topsport. Alleen wordt het zo niet erkend. Maar ook wij zouden voor en na best een massage kunnen gebruiken." Veel violisten sukkelen met de gewrichten. Ook Marie José. Bezoekt regelmatig de kinesist. Schouders, nek, kin, armen: ze zijn beproefd. Zoals haar hart. In dit orkest leerde ze haar man Germain kennen, hij speelde contrabas, tot een ziekte hem versloeg. Als Marie José vandaag op haar viool van de 18de eeuwse Oostenrijkse luthier Leopold Widhalm speelt, doet ze dat ook altijd nog voor Germain. "Ik was nog niet zolang bij het orkest toen mijn viool gestolen werd. Omdat ik zo klein ben, kon ik niet meteen verder met de violen die in voorraad waren. Dus mocht ik naar Den Haag, bij Vedral, één van de beste vioolwinkels. Ik ben er een paar dagen gebleven. Van 's morgens tot 's avonds mocht ik instrumenten uitproberen, mijnheer Vedral bracht me telkens nieuwe en na een tijdje merkte ik dat hij achter de deur bleef staan luisteren. Altijd bracht hij me iets beters."

Door het klankgat lees je nog vaag 1702. Een prijs zal er wel op te plakken vallen, maar een waarde niet: "Als ik hier ooit wegga, zal dat afscheid van die viool me heel zwaar vallen."

"Soixante-neuf, celesta", roept Dirk Brossé, net na de pauze. De partituur is die van Sunset Boulevard, de pianist verspringt naar zijn celesta, iets later weer Brossé: "145 crescendo, 146 fermata". En dan weerklinkt Rear Window: "On le joue un peu plus jazzy. In de eerste twaalf maten c'est swing, à partir de 13 c'est straight."

Later, in zijn loge: "We zijn in België en ik spreek Frans en Nederlands. Ik ken de taalgroepen in het orkest. Tegen de koperblazers zal ik Nederlands spreken, tegen de strijkers Frans." In 1987 werkte de gelauwerde componist en dirigent voor het eerst met het NOB. Als gastdirigent voor speciale projecten. "Ik heb er vijftien jaar over gedaan om er echt bij te horen. Het is een moeilijk orkest. Je moet je strepen verdienen. Ze zijn kritisch. En ze hebben gelijk. De instap is hoog. Maar eens dat lukt, krijg je krediet."

"Nu ben ik one of them. Als dirigent met honderd mensen tegelijk praten, dat is psychologie. Zoals ik me vanmorgen op de trein afvroeg: 'waar denken al die mensen nu aan?' Ook als dirigent moet je dat goed aanpakken. Met korte impulsen, één zinsnede, twee woorden. Als je foutjes hoort, moet je het verschil maken tussen futiliteiten en basic things. Want zo'n orkest kan de partituur wel instuderen, maar moet altijd afwachten wat de dirigent wil." Moeilijk. Maar ook pakkend: "In 2000 hadden we een koor van veertig Afrikaanse weeskinderen naar hier gehaald. Ik zag het orkest bijna denken: 'we gaan liedjes met kinderen spelen'.Bij de eerste repetitie stelde ik het orkest en de kinderen aan elkaar voor. Tussen 8 en 10 jaar waren ze. En ze begonnen. Zesstemmig, Mwije Bantumwe, een Oegandees volkslied. Plots keek ik op naar het orkest. Iedereen zat te huilen."

Liefde voor de fanfare

Net voor de middagpauze is hij me opgevallen. Wat kalend, gestreepte polo en tijdens Rear Window geconcentreerd en vol gloed op zijn trompet bezig. Toen het Nationaal Orkest in '95 een eerste trompettist zocht, aarzelde de nu 44-jarige Leo Wouters niet. "Ik had bij het Nieuw Belgisch Kamerorkest en bij de Beethoven Academie gespeeld, maar in kamermuziek heb je niet zo'n groot trompetrepertoire."

Hier wel, maar het is niet alleen dat. Hij is lesgever trompet aan het Lemmensinstituut van Leuven. "Toen Wynton Marsalis (Amerikaanse trompetlegende, RVP) een klassieke cd uitbracht, zag je dat de richting populairder werd. Zo gaat dat. Op en af. Nu heb ik zeven studenten, dat is wat minder."

Wouters doet nog iets anders, waar hij woont in Rotselaar speelt hij nog altijd bij fanfare Sint-Cecilia. "Dat mag je niet laten vallen, vind ik. Omdat je daar voor een publiek. Mensen die wellicht nooit naar Bozar komen. Natuurlijk is dat anders, in zo'n sporthal voor 900 mensen. Maar ook dat geeft me voldoening. De kwaliteit kun je niet vergelijken, maar dat mag je ook niet. Wij zijn beroepsmuzikanten, in een fanfare spelen mensen die een of twee keer per week repeteren."

Zijn trompet is zo'n jaar of zeven. Een Yamaha. "Ik heb er geen emotionele band mee. Een trompet wordt niet, zoals een viool, beter met ouder te worden."

De combinatie fanfare-NOB is niet zo gek. Roeland Hendrikx, eerste klarinettist, begon als kind bij harmonie Sint-Cecilia in Hamont-Achel. "Was ik vandaag weer kind, dan koos ik allicht voor viool", zegt Hendrikx. "Thuis luister ik altijd naar strijkconcerten. En ik heb er ook wel eentje, maar erop spelen lukt toch niet." Voor Hendrikx zo'n acht jaar geleden bij het NOB kwam, was hij aangesloten bij het orkest van De Munt. "Als tweede klarinet. Hier kon ik eerste worden. Dat is toch een verschil. Soms ben je solist." Ook hij bewijst het niveau van dit 75-jarige orkest: maandag vertrekt Hendrikx naar de VS om in New York twee masterclasses klarinet te doceren.

Ambtenarenorkest

Dirk Brossé zei eerder nog dit: "25 jaar geleden was het NOB a mess, een dobberend stuurloos bootje. Sinds Albert Wastiaux met zijn team begon, is dit een groot orkest." En Hendrikx: "Toen ik nog studeerde, zei ik: 'Nooit wil ik voor het NOB werken'. Het leek me een ambtenarenorkest van de ergste soort. Maar hier is zoveel veranderd."

Ambtenaren zijn de 96 vaste musici nog altijd, het NOB valt onder de bevoegdheid van de kanselarij van de eerste Minister en is één van de Belgische instituten. Eén van de laatste. Maakt men zich daar zorgen over? "Ik denk niet dat de onderhandelaars 488 dagen met het NOB bezig waren", zegt Albert Wastiaux. En het NOB overstijgt dit land trouwens. De Rus Alexei Moshkov is, samen met Marc Degraeuwe, Konzertmeister. "Mijn ouders waren allebei pianist en namen me mee naar concerten. Ik was zes, hoorde de Suite Orchestral in 2 mineur van Bach en begon te wenen." Later leerde hij van het bestaan van het NOB, dankzij de Koningin Elisabethwedstrijd. In de edities voor piano en viool begeleidt dit orkest de laureaten. En als in september 2012 de Rus Andrey Boreyko muziekdirecteur wordt, krijgt Moshkov misschien de kans eens in zijn geboorteland te gaan spelen. "Japan, Duitsland, Spanje, Italië... dat hebben we al gedaan. Met Boreyko gaan we misschien naar Oost-Europa."

Ook de komst van die Andrey Boreyko is een streepje op de mouw van Albert Wastiaux, klinkt het. Opvallende en innemende man. Musicoloog. Musicus ook. "Ik was studiomuzikant en heb thuis nog een Fender Stratocaster", zegt hij. Maar vooral was hij onder meer bestuurder van het Symfonisch Orkest van de RTBF en directeur van Musique 3. Hij dus, zegt Brossé, heeft NOB vandaag gemaakt wat het is. Een orkest dat gedurende het jaar in het Paleis voor Schone Kunsten gemiddeld voor 1.350 toeschouwers speelt.

Toen hij kwam, waren er dat iets minder dan duizend. Maar hij haast zich: "Dit kon alleen dankzij mijn team, de 96 musici, dirigent Walter Weller en de bijzonder goede samenwerking met de raad van bestuur. En met Bozar." Toch. Als de gemiddelde leeftijd van het NOB op 42 jaar ligt, dan is ook dat Wastiaux. En een feestjaar met de internationaal gerenommeerde pianiste Hélène Grimaud, atlete Kim Gevaert en Ozark Henry als ambassadeurs van de 'Je suis een fan/Ik ben une fan'-slogans? Wastiaux. "Toen we het feestjaar planden, vroegen we ons af wat het beste was voor het orkest. Een chic boek voor in de kast? Een historisch concert met een grote dirigent? Of een cadeau voor het orkest: een ruimer publiek."

Dat laatste vernoemt hij niet toevallig als derde, het is zijn gevoel voor opbouw van een verhaal: met Ozark Henry en Kim Gevaert werd het dat. "Maar niet zomaar. Het moesten persoonlijkheden zijn die zowel een Franstalig als een Nederlandstalig publiek aanspraken. Kim is meter van ons jeugdproject en heeft een link met muziek. Haar broer nam ooit deel aan de Koningin Elisabethwedstrijd. En Ozark vind ik een hele goede musicus."

Voor violiste Marie José Rijmenants wordt dat bijzonder: ooit kreeg ze solfège, zangoefeningen, van Norbert Goddaer, de vader van Piet. Op 12 juli 2012 zal het NOB een slotconcert met Piet Goddaer spelen. Vanavond begint het feestjaar met pianist Liebrecht Vanbeckevoort.

Zoals altijd zal Albert Wastiaux dan in de corbeille zitten. "Meest magisch blijven de laatste tien minuten voor het concert. Ook al is het uitverkocht, dan kijk ik van bij het podium even de zaal in. De zaal die zich vult. Mensen die hun plaatsje zoeken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234